Uitspraak
1.[gedaagde sub 1] B.V.,
2.
[gedaagde sub 2] B.V.,
1.De procedure
- de dagvaarding van [eiseres] met producties 1 tot en met 37;
- de akte houdende overlegging producties met producties 1 tot en met 5 van [gedaagden] ;
- de aanvullende producties 38 tot en met 41 van [eiseres] .
2.De kern van de zaak
3.De beoordeling
- gewijzigd overheidsbeleid ten aanzien van de vorm van ouderenzorg in Nederland, gericht op langer thuis wonen, wat zorgt voor een toename van de leegstand in verzorgingshuizen;
- vergoedingen van de overheid voor het Volledig Pakket Thuis lopen niet meer in de pas met de aanzienlijke loonsverhogingen in de zorgsector, wat ook zal leiden tot een toename van de leegstand;
- bezuinigingen op de (ouderen)zorg: in het coalitieakkoord van het nieuwe Nederlandse kabinet wordt gesproken van een bezuiniging van € 10 miljard op de zorg;
- de marktomstandigheden (stijgende inflatie en hogere kosten voor zorgmiddelen) zijn verslechterd.
- deelname aan de periodieke overleggen tussen [bedrijf] en [gedaagden] welke tenminste één keer per maand plaatsvinden; en
- deelname aan de periodieke bouwvergaderingen met [bedrijf] en de aannemer.
binnen veertien dagen na betekening van het vonnis, wordt afgewezen.
3.14.2 [eiseres] betoogt met een beroep op de eisen van redelijkheid en billijkheid, dat artikel 6.1 van de huurovereenkomst moet wijken voor het AV-artikel met de stelling dat [eiseres] , gezien de huidige houding van [gedaagden] , de concerngarantie moet hebben als zij begint met bouwen. Dat betoog verwerpt de kantonrechter. [eiseres] heeft bij het aangaan van de samenwerking niet bedongen dat die garantie
vóór de bouwvan het zorgcomplex zou moeten worden verstrekt. De concerngarantie ziet bovendien alleen op het nakomen van de financiële verplichtingen van [gedaagden] die uit de huurovereenkomst voortvloeien en dat is pas na de bouw en de oplevering van het zorgcomplex aan [gedaagden] Die garantie was dus kennelijk niet nodig om
te starten met de bouwvan het zorgcomplex. [eiseres] heeft geen feiten en/of omstandigheden aangevoerd die, indien bewezen, tot de conclusie kunnen leiden dat het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid
onaanvaardbaaris dat [gedaagden] die concerngarantie
niet nuverstrekt. De enkele omstandigheid dat [gedaagden] een beroep op artikel 9.1 van de ontwikkelovereenkomst en artikel 6:258 van Pro het BW heeft gedaan, is daarvoor onvoldoende.