ECLI:NL:RBMNE:2026:4414
Rechtbank Midden-Nederland
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen legesaanslag omgevingsvergunning voor woonwagenverbouwing
Eiseres heeft op 27 april 2025 een omgevingsvergunning aangevraagd voor het verbouwen, uitbouwen en opbouwen van een woonwagen. Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Zeist verleende deze vergunning. De heffingsambtenaar legde op 31 augustus 2025 een legesaanslag van €10.186,20 op, welke eiseres betwistte door bezwaar te maken. Na handhaving van de aanslag op bezwaar, stelde eiseres beroep in bij de rechtbank.
De rechtbank behandelde het beroep op 16 juli 2026, waarbij eiseres niet aanwezig was. De rechtbank oordeelde dat de legesverordening van de gemeente Zeist 2025 van toepassing was en dat het in behandeling nemen van de vergunningaanvraag een legesplichtig belastbaar feit vormt. De heffingsambtenaar was dus bevoegd leges te heffen.
Eiseres voerde aan dat de bouwkosten waarop de leges zijn gebaseerd onjuist waren vastgesteld, omdat zij de verbouwing grotendeels in eigen beheer had uitgevoerd en de werkelijke kosten lager waren. De rechtbank verwierp dit verweer omdat de gemeente de bouwkosten conform de ROEB-lijst had vastgesteld en eiseres geen bouwkostenbegroting had overgelegd.
De rechtbank concludeerde dat de heffingsambtenaar het juiste bedrag aan leges in rekening had gebracht en verklaarde het beroep ongegrond. Eiseres kreeg geen teruggaaf van griffierecht of proceskostenvergoeding. De uitspraak werd gedaan door rechter R.C. Stijnen op 16 juli 2026.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de legesaanslag van €10.186,20.