ECLI:NL:RBMNE:2026:4462

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
24 juni 2026
Publicatiedatum
17 juli 2026
Zaaknummer
UTR 26/2811
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:41 AwbArt. 8:54 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens niet tijdig betalen griffierecht bij Woo-verzoek

Eiser heeft op 1 april 2026 beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn Woo-verzoek door de Minister van Justitie en Veiligheid. De rechtbank heeft eiser op 17 april 2026 een nota gestuurd voor het griffierecht van € 200,-, die op 7 mei 2026 is bezorgd. Ondanks meerdere pogingen tot bezorging heeft eiser het griffierecht niet betaald en geen geldige reden gegeven voor het uitblijven van betaling.

De rechtbank heeft het beroep daarom niet inhoudelijk behandeld en verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter G. Schnitzler en griffier J.B. Thépass en in het openbaar uitgesproken op 23 juni 2026.

Eiser wordt gewezen op de mogelijkheid tot het indienen van een verzetschrift binnen zes weken na verzending van de uitspraak, met de optie om een zitting te verzoeken voor mondelinge behandeling.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet tijdig betalen van het griffierecht.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 26/2811

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 24 juni 2026 in de zaak tussen

[eiser] , te [plaats] , eiser,

en
de Minister van Justitie en Veiligheid, p/a het College van procureurs-generaal.

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het beroep van eiser van 1 april 2026, omdat verweerder niet op tijd heeft beslist op zijn verzoek om informatie op grond van de Wet open overheid (Woo).

Overwegingen

1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. [1] Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.
2. De eiser heeft op 1 april 2026 beroep ingediend bij de Rechtbank Midden-Nederland, zittingsplaats Utrecht. Iemand die in beroep gaat moet griffierechten betalen. Dit staat in artikel 8:41, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). In dit geval bedraagt het griffierecht € 200,-.
3. Als het griffierecht niet (op tijd) wordt betaald is de hoofdregel dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk mag behandelen. Soms is dat anders. Dan is er een geldige reden waarom het griffierecht niet door de rechtbank is ontvangen. Het gaat dan om omstandigheden waar eiser niks aan kan doen.
4. De rechtbank heeft eiser op 17 april 2026 een nota gestuurd, waarin staat dat eiser het griffierecht binnen twee weken moet betalen aan de rechtbank. Volgens de Track & Trace gegevens van PostNL is deze nota meermaals geprobeerd te bezorgen. Op 7 mei 2026 is de nota op het adres van eiser bezorgd.
5. De rechtbank heeft het bedrag niet ontvangen. Eiser heeft daar geen geldige reden voor gegeven.
6. Het beroep zal daarom niet inhoudelijk worden behandeld en de rechtbank zal geen uitspraak over het beroep doen. Het beroep is daarom kennelijk niet-ontvankelijk.
7. Voor proceskostenveroordeling bestaat gelet op het voorgaande geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. G. Schnitzler, rechter, in aanwezigheid van mr. J.B. Thépass, griffier. De uitspraak is in het openbaar uitgesproken op 23 juni 2026.
griffier rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.

Voetnoten

1.Artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).