ECLI:NL:RBMNE:2026:4471
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen afwijzing compensatie kinderopvangtoeslag toeslagjaar 2007
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van Dienst Toeslagen waarin hij voor het toeslagjaar 2007 geen compensatie krijgt op grond van vooringenomenheid of hardheid. De rechtbank oordeelt dat Dienst Toeslagen voldoende informatie heeft opgevraagd en dat er geen sprake is van institutionele vooringenomenheid voor 2007. Eiser heeft niet aannemelijk gemaakt dat hij recht heeft op compensatie voor dat jaar.
De rechtbank stelt vast dat de redelijke termijn voor de behandeling van het bezwaar en beroep is overschreden met ongeveer vijf maanden, waarvan de overschrijding van het bezwaarproces het meest significant was. Daarom kent de rechtbank een immateriële schadevergoeding toe van € 500,- aan eiser en vergoedt zij de proceskosten van € 233,50.
Het beroep wordt ongegrond verklaard, waardoor het besluit van Dienst Toeslagen in stand blijft. Eiser krijgt geen compensatie voor 2007, maar wel een vergoeding voor de overschrijding van de redelijke termijn. De uitspraak is gedaan door rechter M. van der Knijff op 9 juni 2026.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van compensatie voor toeslagjaar 2007 blijft in stand, met toekenning van een schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.