ECLI:NL:RBMNE:2026:4477

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
7 juli 2026
Publicatiedatum
18 juli 2026
Zaaknummer
12220245 \ MV EXPL 26-66 AW/1583
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Verstek
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Richtlijn 93/13 EG
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verstekvonnis tot betaling huurachterstand en ontruiming kamer

In deze kortgedingprocedure heeft eiseres, een verhuurder, gevorderd dat gedaagde, een huurder zonder bekende verblijfplaats, wordt veroordeeld tot betaling van een huurachterstand en ontruiming van de gehuurde kamer. Gedaagde is niet verschenen, waardoor verstek is verleend.

De kantonrechter heeft vastgesteld dat de huurachterstand € 2.863,70 bedraagt tot en met mei 2026 en dat er geen verweer is gevoerd tegen deze vordering. Gelet op de ernst van de huurachterstand, die meer dan vijf maanden bedraagt, is de kans groot dat in een bodemprocedure ontbinding van de huurovereenkomst zal worden toegewezen.

Daarom is vooruitlopend op een bodemprocedure de ontruiming van de kamer binnen veertien dagen na betekening van het vonnis toegewezen. Tevens is de wettelijke rente over de huurachterstand toegewezen. De proceskosten van € 1.403,02 zijn eveneens aan gedaagde opgelegd. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard, zodat het direct kan worden uitgevoerd.

Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van huurachterstand, ontruiming van de kamer en betaling van proceskosten, verstek verleend.

Uitspraak

RECHTBANKMIDDEN-NEDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Almere
Zaaknummer: 12220245 \ MV EXPL 26-66 AW/1583
Vonnis in kort geding van 7 juli 2026
in de zaak van
[eiseres] B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiseres] ,
gemachtigde: mr. R. Dijkema,
tegen
[gedaagde] ,
zonder bekende woon- en verblijfplaats binnen en buiten nederland,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
niet verschenen

1.De procedure

1.1
[eiseres] heeft [gedaagde] op 21 mei 2026 in kort geding gedagvaard om op 30 juni 2026 voor de kantonrechter te verschijnen. Daarbij heeft [eiseres] drie producties meegestuurd.
1.2
De zaak is op 30 juni 2026 bij de kantonrechter besproken. [eiseres] , vertegenwoordigd door mr. Dijkema is verschenen. [gedaagde] is niet verschenen. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat op de zitting is besproken.
1.3
De kantonrechter heeft besloten dat vandaag de uitspraak is.

2.De kern van de zaak

2.1
[eiseres] verhuurt aan [gedaagde] de kamer aan [adres] (kamer [nummer] ) in [plaats] (hierna: de kamer). Volgens [eiseres] is er sprake van een huurachterstand. [eiseres] vordert daarom ontruiming van de kamer en betaling van de huurachterstand. De kantonrechter wijst deze vorderingen toe.

3.De beoordeling

Verstek
3.1
Bij de dagvaarding zijn de bij de wet voorgeschreven termijnen en formaliteiten in acht genomen, zodat tegen [gedaagde] verstek zal worden verleend. Dit betekent dat de zaak buiten aanwezigheid van [gedaagde] kan worden behandeld.
Het toetsingskader in dit kort geding
3.2
In dit kort geding moet allereerst worden beoordeeld of [eiseres] een spoedeisend belang heeft bij haar vorderingen. Van een spoedeisend belang is sprake als, gelet op de belangen van partijen, een onmiddellijke voorziening nodig is en van partijen niet kan worden verwacht dat zij de uitkomst van een bodemprocedure afwachten. Vervolgens moet worden beoordeeld of aannemelijk is dat de vorderingen van [eiseres] in een bodemprocedure een zodanige kans van slagen heeft dat het gerechtvaardigd is op de toewijzing daarvan vooruit te lopen. In dit vonnis geeft de kantonrechter alleen een voorlopig oordeel over het geschil tussen partijen.
Spoedeisend belang
3.3
Het vereiste spoedeisend belang bij de vorderingen tot betaling van de huur en de ontruiming van de kamer is, gelet op de aard van de vorderingen en hetgeen daarover door [eiseres] is gesteld, aanwezig. Dit betekent dat de vorderingen van [eiseres] op die punten inhoudelijk kan worden behandeld.
[gedaagde] moeten de huurachterstand vermeerderd met rente betalen
3.4
Omdat er geen verweer is gevoerd, gaat de kantonrechter uit van de juistheid van de stellingen van [eiseres] , tenzij de vorderingen hem onrechtmatig of ongegrond voorkomen.
3.5
Als onweersproken staat vast dat [gedaagde] een bedrag van € 2.863,70 aan huur tot en met mei 2026 niet aan [eiseres] heeft betaald. De kantonrechter zal de vordering tot betaling van de huur toewijzen.
3.6
De huurovereenkomst is gesloten met een consument en daarom moet er een ambtshalve toetsing aan het Europese en Nederlandse consumentenrecht plaatsvinden, in het bijzonder aan de Richtlijn 93/13 EG (Richtlijn oneerlijke bedingen). De kantonrechter heeft geconstateerd dat in de overeenkomst of in de daarop van toepassing zijnde algemene voorwaarden geen rentebeding is opgenomen. [eiseres] vordert wettelijke rente over de huurachterstand. [gedaagde] moet deze rente betalen.
[gedaagde] moet het gehuurde ontruimen
3.7
Een huurachterstand van meer dan 5 maanden is een ernstige tekortkoming.
Gelet op de tekortkoming is de kantonrechter van oordeel dat de kans groot is dat de ontbinding van de huurovereenkomst in een bodemprocedure zal worden toegewezen. Vooruitlopend daarop kan de gevorderde ontruiming binnen 14 dagen na betekening van dit vonnis daarom ook worden toegewezen.
[gedaagde] moet de proceskosten betalen
3.8
[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiseres] worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
153,02
- griffierecht
529,00
- salaris gemachtigde
577,00
- nakosten
144,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
1.403,02
Uitvoerbaar bij voorraad
3.9
De kantonrechter verklaart deze uitspraak uitvoerbaar bij voorraad, zoals [eiseres] heeft gevorderd. Dat betekent dat de beslissing moet worden gevolgd, ook als één van de partijen hoger beroep instelt tegen deze beslising. De beslissing geldt in dat geval tot het gerechtshof een andere beslissing neemt.

4.De beslissing

De kantonrechter
4.1
veroordeelt [gedaagde] om binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis de kamer aan [adres] kamer [nummer] te [plaats] te ontruimen met alle daarin aanwezige personen en zaken, tenzij deze zaken van [eiseres] zijn, en de sleutels af te geven aan [eiseres] ,
4.2
veroordeelt [gedaagde] om te betalen aan [eiseres] € 2.863,70 aan achterstallige huur tot en met 1 mei 2026 vermeerderd met wettelijke rente hierover vanaf de vervaldata van de huurfacturen tot aan de dag van volledige betaling,
4.3
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 1.403,02, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
4.4
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. drs. B.G.W.P. Heijne en in het openbaar uitgesproken op 7 juli 2026.