De kantonrechter van de Rechtbank Midden-Nederland heeft op 30 januari 2026 uitspraak gedaan in een geschil tussen verzoekster en Daan B.V. over een ontslag op staande voet en reiskostenvergoeding.
Daan B.V. had verzoekster op 19 augustus 2025 op staande voet ontslagen wegens vermeende onjuiste reisdeclaraties. De kantonrechter oordeelde dat dit ontslag niet rechtsgeldig was omdat Daan onvoldoende feitelijke onderbouwing leverde en het ontslag niet onverwijld is gegeven. Verzoekster heeft recht op loon tot 1 maart 2026.
Tegelijkertijd werd de arbeidsovereenkomst ontbonden wegens een ernstig en duurzaam verstoorde arbeidsverhouding, waarbij Daan het vertrouwen in verzoekster verloor door onduidelijkheden over declaraties en communicatie. Verzoekster krijgt een transitievergoeding van €6.167,56 bruto toegewezen.
Verzoekster's aanspraken op thuiswerkvergoeding en Daan's vordering tot terugbetaling van reiskosten werden afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing. Partijen dragen ieder hun eigen proceskosten.