ECLI:NL:RBMNE:2026:4486

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
19 juni 2026
Publicatiedatum
18 juli 2026
Zaaknummer
C/16/612566 / FZ RK 26-473
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Zorgmachtiging voor verplichte geestelijke gezondheidszorg bij psychotische stoornis

De rechtbank Midden-Nederland behandelde op 19 juni 2026 het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging voor betrokkene, geboren in 1999, die lijdt aan een psychotische stoornis in het kader van schizofrene ontwikkeling. Betrokkene is het niet eens met de diagnose en verzocht om een second opinion, die zal worden besproken in de regio Limburg waar de zorg wordt overgedragen.

De rechtbank concludeerde dat aan alle voorwaarden van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg is voldaan. De stoornis veroorzaakt ernstig nadeel, waaronder maatschappelijke teloorgang en gevaar voor de veiligheid van personen en goederen. Vrijwillige zorg is niet mogelijk, waardoor verplichte zorg noodzakelijk is.

De toegewezen verplichte zorg omvat medicatie, medische controles, therapeutische maatregelen en beperkingen in de vrijheid, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen. Indien ambulante zorg onvoldoende is, kunnen bewegingsvrijheid worden beperkt en opname in een accommodatie plaatsvinden. Betrokkene maakte bezwaar tegen deze laatste maatregelen, maar de rechtbank wees dit af vanwege het ontbreken van ziekte-inzicht en medicatieweigering.

De zorgmachtiging wordt verleend voor zes maanden tot 19 december 2026, met het oog op een tijdige evaluatie en mogelijke verlenging na de second opinion. Het verzoek tot een langere duur werd afgewezen. Tegen deze beschikking staat cassatie open.

Uitkomst: De rechtbank verleent een zorgmachtiging voor zes maanden met verplichte zorg en medicatie, met een geplande second opinion en zorgoverdracht.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Lelystad
Zaaknummer: C/16/612566 / FZ RK 26-473
Datum uitspraak: 19 juni 2026
Beschikking zorgmachtiging
op het verzoek van de officier van justitie voor
[betrokkene],
geboren op [geboortedatum] 1999 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen betrokkene,
zonder bekende woon- of verblijfplaats,
advocaat mr. D.G. Nagel.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 4 juni 2026;
- het bericht van betrokkene van 17 juni 2026.
1.2.
De zitting heeft plaatsgevonden op 19 juni 2026. Daarbij zijn gehoord:
- betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;
- [A.] , als verpleegkundig specialist verbonden aan GGz Centraal.

2.Wat vaststaat

De rechtbank heeft een zorgmachtiging verleend tot en met 7 juli 2026.

3.Het verzoek

De officier van justitie verzoekt de rechtbank een zorgmachtiging te verlenen voor de duur van twaalf maanden.

4.De beoordeling

4.1.
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van zes maanden. Aan alle voorwaarden uit de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg is namelijk voldaan. Hierna wordt uitgelegd waarom dat zo is.
4.2.
De rechtbank is van oordeel dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis. Betrokkene heeft namelijk een psychotische episode doorgemaakt in het kader van een schizofrene ontwikkeling. De rechtbank baseert zich hierbij op de medische verklaring van 1 juni 2026. Betrokkene is het niet eens met de diagnose en heeft verzocht om een second opinion. Betrokkene heeft dit niet met zijn behandelaars besproken. Tijdens de zitting heeft de behandelaar verteld dat zij bereid is om de procedure voor een second opinion in gang te zetten. De vraag is waar de second opinion het beste uitgevoerd kan worden. Betrokkene staat ingeschreven in de gemeente [plaats 1] , maar verblijft feitelijk in [plaats 2] . Het voornemen van de behandelaar is dan ook om de zorg over te dragen naar de regio Limburg en daar ook het verzoek om een second opinion te bespreken. De rechtbank ziet, totdat uit de second opinion rapportage mogelijk iets anders blijkt, geen reden om te twijfelen aan de medische verklaring van 1 juni 2026.De rechtbank zien dan ook geen aanleiding tot het zelf aanwijzen van een deskundige en wijst het verzoek hiertoe af. Reden waarom de rechtbank ervan uitgaat dat betrokkene lijdt aan de genoemde stoornis.
4.3.
Deze stoornis veroorzaakt ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit:
- maatschappelijke teloorgang;
- gevaar voor de algemene veiligheid van personen en goederen.
4.4.
Om het ernstig nadeel af te wenden heeft betrokkene zorg nodig.
4.5.
Er zijn geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis. Daarom is verplichte zorg nodig.
4.6.
De rechtbank is op grond van het zorgplan, de medische verklaring, de visie van de geneesheer-directeur en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat in ieder geval de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn:
- het toedienen van medicatie;
- het verrichten van medische controles;
- het verrichten van andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen.
4.7.
Daarnaast acht de rechtbank ook de volgende vormen van verplichte zorg noodzakelijk als het ernstig nadeel niet langer in het ambulante kader kan worden afgewend:
- het beperken van de bewegingsvrijheid;
- opnemen in een accommodatie.
4.8.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en zijn omgeving.
4.9.
Betrokkene heeft bezwaar gemaakt tegen de verplichte vormen van zorg genoemd onder 4.7. Hij verzoekt om deze vormen af te wijzen. In de afgelopen periode zijn deze vormen van verplichte zorg niet ingezet, reden waarom er nu ook geen aanleiding is om deze vormen van zorg toe te wijzen. De rechtbank is van oordeel dat deze vormen van verplichte zorg moeten worden toegewezen. Betrokkene heeft geen ziekte-inzicht en wil de medicatie niet gebruiken. Als betrokkene zich niet houdt aan de andere vormen van verplichte zorg in het ambulante kader, moet de behandelaar, indien daar aanleiding voor is, de bewegingsvrijheid kunnen beperken van betrokkene en hem ook kunnen opnemen in een accommodatie.
4.10.
De rechtbank ziet aanleiding om de verzochte duur van de machtiging te beperken tot zes maanden. Het meerdere wijst de rechtbank af. Reden daarvoor is het volgende. De komende tijd zal de zorg worden overgedragen naar de regio Limburg en ter zitting is afgesproken dat bij de overdracht zal worden aangegeven dat een second opinion zal dienen plaats te vinden. Van betrokkene wordt verwacht dat hij daar ook actief over in gesprek gaat met zijn nieuwe behandelaren. Daarom vindt de rechtbank het belangrijk dat over een aantal maanden al gekeken wordt of de zorgmachtiging en de bijbehorende behandeling nog steeds passend en noodzakelijk is en of verlenging nodig is.

5.De beslissing

De rechtbank:
5.1.
verleent een zorgmachtiging voor [betrokkene] , geboren op [geboortedatum] 1999 in [geboorteplaats] , wat inhoudt dat de maatregelen die in 4.6 en 4.7 staan kunnen worden toegepast;
5.2.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 19 december 2026;
5.3.
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 19 juni 2026 door mr. M.E.A. Braeken, rechter, in aanwezigheid van mr. M. van Meurs, griffier en op schrift gesteld op
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.