Uitspraak
1.De procedure
- de conclusie van antwoord, ingekomen ter griffie op 22 december 2025;
- de conclusie van repliek, ingekomen ter griffie op 4 februari 2026;
- de conclusie van dupliek, ingekomen ter griffie op 9 maart 2026.
Rechtbank Midden-Nederland
Eiser vordert betaling van brandstofkosten en schadevergoeding omdat met de auto van gedaagde vier keer is getankt zonder te betalen. Gedaagde staat onder bewind en de bewindvoerder voert aan dat niet gedaagde, maar haar ex-partner de tankbeurten heeft verricht zonder te betalen.
De kantonrechter stelt vast dat uit camerabeelden en verklaringen blijkt dat een man de tankbeurten heeft gedaan, wat overeenkomt met de verklaring van de ex-partner. Hierdoor is onvoldoende bewijs dat gedaagde zelf heeft getankt zonder te betalen.
Eiser baseert zijn vorderingen op onrechtmatige daad, wanprestatie en ongerechtvaardigde verrijking, maar deze worden afgewezen omdat gedaagde niet aansprakelijk is voor het handelen van haar ex-partner. Ook de vordering tot verstrekking van NAW-gegevens wordt afgewezen omdat gedaagde deze gegevens al heeft verstrekt en eiser zelf onvoldoende heeft gedaan om deze te achterhalen.
De kantonrechter veroordeelt eiser tot betaling van de proceskosten van de bewindvoerder. De vorderingen worden afgewezen en het vonnis is gewezen door kantonrechter G.J. Baken op 8 juli 2026.
Uitkomst: De vorderingen van eiser worden afgewezen en eiser wordt veroordeeld in de proceskosten.