ECLI:NL:RBMNE:2026:45

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
12 januari 2026
Publicatiedatum
14 januari 2026
Zaaknummer
UTR 24/5788-V
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Verzet
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring beroep wegens niet betalen griffierecht ongegrond verklaard

Opposant had beroep ingesteld tegen een besluit van verweerder, maar de rechtbank verklaarde dit beroep niet-ontvankelijk omdat het griffierecht niet tijdig was betaald. Opposant ging hiertegen in verzet en stelde dat hij het griffierecht wel tijdig had voldaan, maar dat er een fout was gemaakt bij de verwerking van de betaling.

De rechtbank onderzocht of de eerdere niet-ontvankelijkverklaring terecht was en of er twijfel bestond over de uitkomst van de zaak. Uit bewijsstukken bleek dat opposant een herinneringsbrief per aangetekende post had ontvangen, waarin werd gewezen op de betalingstermijn en de gevolgen van niet-betaling. De brief was op 17 oktober 2024 in ontvangst genomen.

Omdat opposant geen geldige reden had gegeven voor het niet voldoen van het griffierecht, oordeelde de rechtbank dat de niet-ontvankelijkverklaring terecht was. Het verzet werd daarom ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bleef in stand. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring wegens niet tijdig betalen van griffierecht is ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
Zaaknummer: UTR 24/5788-V

Uitspraak van de enkelvoudige kamer van 12 januari 2026 op het verzet van

[opposant] , te [woonplaats] , opposant,

(gemachtigde: mr. M. Görsültürk),

Procesverloop

Op 5 september 2024 heeft opposant beroep ingesteld tegen de beslissing van verweerder van 25 juli 2024.
In de uitspraak van 19 december 2024 heeft de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk verklaard.
Opposant is op 31 januari 2025 tegen deze uitspraak in verzet gegaan.
De zitting heeft plaatsgevonden op 27 november 2025. Opposant en gemachtigde zijn niet verschenen.
Verweerder is verschenen.

Overwegingen

1. De rechtbank heeft in de uitspraak van 19 december 2024 het beroep niet-ontvankelijk verklaard, omdat opposant het griffierecht niet (tijdig) heeft betaald. Omdat de rechtbank geen twijfel had over de uitkomst van de zaak, heeft zij de uitspraak gedaan zonder eerst een zitting te houden. Dat mag op grond van artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
2. In deze zaak moet de rechtbank beoordelen of de rechtbank toen terecht heeft geoordeeld dat er geen twijfel over de uitkomst was en dat er dus geen zitting nodig was.
De rechtbank kijkt (nog) niet of opposant gelijk heeft met zijn beroep. Dat gebeurt pas als de rechtbank van oordeel is dat de uitspraak van de rechtbank van 19 december 2024 niet juist was.
3. Volgens opposant is zijn beroep ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard. Hij stelt tijdig griffierecht te hebben betaald en meent dat er iets misgegaan moet zijn bij de verwerking van de betaling.
4. De rechtbank stelt vast dat op 9 oktober 2024 de herinneringsnota van het griffierecht, per aangetekende brief, is verstuurd aan opposant. In deze brief staat dat hij het griffierecht binnen vier weken moet betalen aan de rechtbank.
In de brief is tevens vermeld dat als niet betaald wordt, opposant het risico loopt dat zijn beroepschrift niet ontvankelijk wordt verklaard. Uit de track en tracé van deze aangetekende brief blijkt dat de brief op 17 oktober 2025 is afgehaald bij een PostNL punt en is getekend voor ontvangst. Nu opposant geen geldige reden heeft gegeven waarom hij heeft nagelaten het griffierecht te voldoen heeft de rechtbank hem terecht niet-ontvankelijk verklaard in zijn beroep.
5. In wat opposant heeft aangevoerd ziet de rechtbank dan ook geen aanleiding om anders te oordelen dan in de uitspraak van 19 december 2024. Het verzet is ongegrond. Dit betekent dat de uitspraak in stand blijft.
6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het verzet ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. P. Lenstra, rechter, in aanwezigheid van S. Ayyildiz, griffier
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 12 januari 2026.
De griffier is verhinderd
de uitspraak te ondertekenen
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Tegen deze uitspraak kunt u niet in hoger beroep.