Uitspraak
RECHTBANK Midden-Nederland
1.De procedure
- de conclusie van antwoord van 4 februari 2026 met producties,
- de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald,
2.De kern van de zaak
3.De beoordeling
geen verplichtingen meer bestonden om te betalen, te doen of na te laten, al dan niet voorwaardelijk en al dan niet opeisbaar, welke niet in de jaarrekening zijn verwerkt of waarvoor daarin niet afdoende voorzieningen zijn getroffen”. Volgens [eiser] had een voorziening moeten worden getroffen voor Zorgkosten (€ 6.251,88) Personeelskosten € 11.576,49) en Algemene Kosten (€ 10.252,85). Dat is niet gebeurd. [eiser] vordert daarom betaling van een schadevergoeding van € 89.859,90. De schade is door haar berekend door de hiervoor genoemde kostenposten te vermenigvuldigen met een multiplier van 3.2, omdat de koopprijs van de aandelen mede is bepaald aan de hand van een multiplier van 3.2.