Uitspraak
RECHTBANK Midden-Nederland
1.De procedure
- de conclusie van antwoord met vijf producties (nr. 8 tot en met 12)
- de akte van 30 oktober 2025 van [eiser] met aanvullende producties nr. 14-17
2.De kern van de zaak
3.De beoordeling
Zoals besproken wil [gedaagde] , rb] graag 100k van mij lenen aangezien zijn liquiditeitensaldo onder een gewenst minimum is gekomen en hij blijkbaar rekeningen van zijn advocaat moet betalen’. Ter zitting heeft [eiser] verklaard dat [gedaagde] in geldnood zat en dat daarom het leenbedrag al vóór ondertekening van de overeenkomst is overgemaakt. Verder is de geldleningsovereenkomst getekend door [gedaagde] in privé en het leenbedrag is gestort op de persoonlijke rekening van [gedaagde] .
Beheeractiviteiten en het verstrekken van financiering(en) in beperkte kring, in het bijzonder aan de directeur-grootaandeelhouder’. Daarnaast staat op de jaarrekening van [eiser] van 2023 een aanzienlijke post aan vlottende activa (van bijna 1,2 miljoen euro) waarvan door [gedaagde] is gesteld dat dit wel om vorderingen op derden moet gaan. [eiser] heeft immers geen machines, gebouwen of voorraden, zo heeft [gedaagde] onbetwist gesteld. [eiser] heeft op deze post en de omvang daarvan desgevraagd geen bevredigende toelichting gegeven. Op grond hiervan is onvoldoende gebleken dat [eiser] niet kan worden beschouwd als kredietgever in de hiervoor bedoelde zin. [eiser] is kredietgever.
De rentevergoeding mag jij vaststellen en moet marktconform zijn en in lijn met hetgeen hoe [gedaagde] aan mij heeft