ECLI:NL:RBMNE:2026:4503

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
8 juli 2026
Publicatiedatum
19 juli 2026
Zaaknummer
12082412 \ LC EXPL 26-201
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:17 BWArt. 6:96 BWBesluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verkoopster aansprakelijk voor verborgen gebrek aan ketel in gekochte woning

Eisers kochten een woning die op 17 juli 2025 werd geleverd. Kort daarna bleek dat de verwarmingsketel onveilig was geïnstalleerd, wat een verborgen gebrek vormde dat het normale gebruik van de woning belemmerde. Een erkende installateur stelde vast dat de ketel moest worden vervangen om veilig te kunnen wonen.

Eisers stelden de verkopers aansprakelijk en vorderden vergoeding van de kosten voor vervanging van de ketel, rookgasafvoer en een acceptatiebeurt. De verkopers betwistten aansprakelijkheid en stelden dat zij te goeder trouw handelden door een monteur in te schakelen die zij als bekwaam beschouwden.

De rechtbank oordeelde dat de verkopers op grond van artikel 7:17 BW Pro en de koopovereenkomst moesten instaan voor een woning zonder gebreken die het normale gebruik belemmeren. De installatie door een niet-gecertificeerde monteur en het ontbreken van bewijs van bevoegdheid leidde tot de conclusie dat sprake was van een verborgen gebrek waarvoor de verkopers aansprakelijk zijn. De vordering tot vergoeding van € 2.312,00 en wettelijke rente werd toegewezen, evenals de proceskosten. De vordering tot buitengerechtelijke incassokosten werd afgewezen wegens niet-naleving van wettelijke vereisten.

Uitkomst: Verkoopster wordt hoofdelijk veroordeeld tot vergoeding van schade door verborgen gebrek aan ketel en proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Lelystad
Zaaknummer: 12082412 \ LC EXPL 26-201
Vonnis van 8 juli 2026
in de zaak van

1.[eiser sub 1] ,

2.
[eiser sub 2],
beiden wonend in [woonplaats] ,
eisende partijen,
hierna samen te noemen: [eisers c.s] ,
gemachtigde: mr. E. Homan (Polderjurist),
tegen

1.[gedaagde sub 1] ,

wonend in [woonplaats] ,
hierna te noemen: [gedaagde sub 1] ,
2.
[gedaagde sub 2],
wonend in [woonplaats] ,
hierna te noemen: [gedaagde sub 2] ,
gedaagde partijen,
hierna samen te noemen: [gedaagden c.s] ,
procederend in persoon.

1.De procedure

1.1
De kantonrechter heeft de volgende stukken ontvangen:
- de dagvaarding met 16 producties;
- de conclusie van antwoord;
- de conclusie van repliek;
- de conclusie van dupliek.
1.2
Vervolgens is bepaald dat vonnis zal worden gewezen.

2.Het geschil en de beoordeling

2.1
[eisers c.s] heeft van [gedaagden c.s] gekocht de woning aan de [adres] in [plaats] (hierna: de woning). De woning is op 17 juli 2025 aan [eisers c.s] geleverd. Daarna bleek dat sprake was van lekkage aan de verwarmingsketel (hierna: de ketel). [eisers c.s] heeft een erkende installateur naar de lekkage laten kijken. Uit het rapport van Energiewacht van 2 oktober 2025 blijkt dat door de wijze waarop de ketel was geïnstalleerd sprake was van een onveilige situatie. [eisers c.s] heeft de ketel daarom direct (moeten) laten vervangen. [eisers c.s] heeft [gedaagden c.s] aansprakelijk gesteld voor haar schade en verzocht om de schade te vergoeden, maar [gedaagden c.s] heeft aansprakelijkheid van de hand gewezen. [eisers c.s] vordert daarom in deze procedure van [gedaagden c.s] vergoeding van de schade van € 2.312,00, met rente en kosten. Dat bedrag bestaat uit € 1.795,00 voor een nieuwe ketel, € 435,00 voor een nieuwe rookgasafvoer en
€ 82,00 voor de acceptatiebeurt van Energiewacht.
2.2
De kantonrechter wijst de vordering van [eisers c.s] toe. [gedaagden c.s] moet de schade dus aan [eisers c.s] vergoeden. Dit oordeel wordt hierna uitgelegd.
Bepalingen in de koopovereenkomst
2.3
Partijen zijn in artikel 6.1 van de koopovereenkomst overeengekomen dat de woning aan de koper in eigendom wordt overgedragen in de staat waarin deze zich op het moment van het tot stand komen van de koopovereenkomst bevindt. Op grond van deze bepaling draagt [eisers c.s] als koper in beginsel het risico van alle gebreken. In artikel 6.3 van de koopovereenkomst wordt op deze hoofdregel een uitzondering gemaakt. Volgens dit artikel moet de woning de feitelijke eigenschappen bezitten die nodig zijn voor een normaal gebruik van de woning en is het aan de verkoper om hiervoor zorg te dragen. Dit geldt echter niet voor gebreken die op het moment van totstandkoming van de koopovereenkomst bij de koper bekend of kenbaar waren.
Verborgen gebrek
2.4
[eisers c.s] stelt dat de ketel een verborgen gebrek had dat een normaal gebruik van de woning onmogelijk maakte. [eisers c.s] heeft een bouwkundige keuring laten uitvoeren waarbij dit gebrek niet is opgemerkt. [gedaagden c.s] heeft op de vragenlijst aangegeven dat de ketel door een erkende installateur is geïnstalleerd, terwijl dat niet het geval was. Volgens [eisers c.s] was dit onjuiste informatie en heeft [gedaagden c.s] haar mededelingsplicht geschonden. [gedaagden c.s] is daarom volgens [eisers c.s] aansprakelijk voor de kosten die [eisers c.s] heeft moeten maken om veilig in de woning te kunnen wonen.
2.5
[gedaagden c.s] meent dat van schending van de mededelingsplicht geen sprake is.
Zij heeft de ketel in april 2025 te goeder trouw laten installeren door een monteur die zij als bekwaam beschouwde. Zij had die monteur via kennissen gevonden. Zij wist niet dat de monteur niet bevoegd was om de ketel te installeren en had ook geen reden om te twijfelen aan de kwalificaties van de installateur. Zij meent daarom dat zij niet aansprakelijk kan worden gehouden voor het gebrek en dat zij de schade niet hoeft te vergoeden.
2.6
[gedaagden c.s] moest er op grond van artikel 7:17 van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW) en artikel 6.3. van de koopovereenkomst voor instaan dat de woning op het moment van de levering geen gebreken vertoonde die het normale gebruik van de woning als woonhuis belemmerde. Niet elk gebrek staat aan het normale gebruik in de weg. In de jurisprudentie is bepaald dat onder “normaal gebruik” moet worden verstaan dat in de woning gewoond moet kunnen worden op een voldoende veilige manier, met een redelijke mate van duurzaamheid en zonder dat het woongenot wezenlijk wordt aangetast, mede in het licht van wat de koper op grond van de overeenkomst mocht verwachten.
2.7
Van normaal gebruik was in dit geval geen sprake, omdat de ketel op een onveilige wijze was geïnstalleerd en moest worden vervangen om veilig in de woning te kunnen wonen. [gedaagden c.s] meent dat haar geen verwijt kan worden gemaakt, omdat zij te goeder trouw was en geen reden had om aan te nemen dat de monteur niet bevoegd was om ketels te installeren, maar dat verweer slaagt niet. Op grond van de Gasketelwet mogen werkzaamheden aan een CV-ketel uitsluitend worden uitgevoerd door een gecertificeerde installateur met een geldig CO-certificaat. Voor [gedaagden c.s] bestond dus de plicht om voor de installatie een gecertificeerde installateur in te schakelen. [gedaagden c.s] heeft de ketel laten installeren door een man die zij via een kennis heeft gevonden. Nergens blijkt uit dat [gedaagden c.s] wist wie de man was, of en voor welk bedrijf hij werkte en dat zij enige informatie over deze man had dan wel dat zij daarnaar heeft gevraagd. De monteur heeft de ketel in de avonduren geïnstalleerd en [gedaagden c.s] heeft geen factuur of bon van de installatiewerkzaamheden van hem gekregen. Dit had bij [gedaagden c.s] tot vragen moeten leiden en het had dan ook op haar weg gelegen om vragen te stellen. [gedaagden c.s] heeft dat niet gedaan. Zij lijkt zich op geen enkele wijze te hebben vergewist van de bevoegdheid van de monteur om de ketel te mogen installeren. Door het bouwkundig onderzoek dat [eisers c.s] heeft laten uitvoeren en de door [gedaagden c.s] in de koopovereenkomst gegeven garantie en wat zij heeft aangegeven in de vragenlijst, had het gebrek bij [eisers c.s] niet bekend kunnen zijn en mocht [eisers c.s] verwachten dat de ketel goed zou functioneren. Nu dit niet zo bleek te zijn, kwalificeert dit gebrek als een verborgen gebrek. Dat het gebrek zou zijn ontstaan door de verbouwing van de woning door [eisers c.s] , zoals [gedaagden c.s] nog stelt, blijkt nergens uit.
Conclusie
2.8
Dit betekent dat [gedaagden c.s] de schade die [eisers c.s] hierdoor lijdt moet vergoeden. [gedaagden c.s] heeft de door [eisers c.s] gestelde schade en de hoogte van die schade verder niet betwist. Dit betekent dat de vordering tot betaling van € 2.312,00 kan worden toegewezen. Ook de gevorderde wettelijke rente vanaf 24 december 2025 tot en met
19 januari 2026 van € 7,85 is toewijsbaar.
Hoofdelijkheid
De veroordeling wordt hoofdelijk uitgesproken. Dit betekent dat zowel [gedaagde sub 1] als [gedaagde sub 2] kan worden gedwongen het hele bedrag te betalen. Als de één (een deel) betaalt, hoeft de ander dat (deel van het) bedrag niet meer te betalen.
Buitengerechtelijke incassokosten
2.9
[eisers c.s] maakt aanspraak op vergoeding van € 346,80 aan buitengerechtelijke incassokosten. De vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW Pro en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). [eisers c.s] heeft geen aanmaning verstuurd die voldoet aan de eisen van artikel 6:96 lid 6 BW Pro, omdat in de aanmaningen geen betalingstermijn van veertien dagen is gegeven en omdat het toepasselijke wettelijke tarief niet is vermeld. Dit is wel vereist op grond van artikel 6:96 lid 6 BW Pro. De gevorderde vergoeding zal daarom worden afgewezen.
Proceskosten
2.1
[gedaagden c.s] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief
nakosten) betalen. De proceskosten van [eisers c.s] worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
306,03
- griffierecht
265,00
- salaris gemachtigde
506,00
(2 punten × € 253,00)
- nakosten
126,50
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
1.203,53
2.11
Ook de proceskostenveroordeling wordt hoofdelijk uitgesproken. Dit betekent dat zowel [gedaagde sub 1] als [gedaagde sub 2] kan worden gedwongen het hele bedrag te betalen. Als de één (een deel) betaalt, hoeft de ander dat (deel van het) bedrag niet meer te betalen.

3.De beslissing

De kantonrechter:
3.1
veroordeelt [gedaagden c.s] hoofdelijk tot betaling aan [eisers c.s] van € 2.319,85, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag van dagvaarding tot de dag van volledige betaling;
3.2
veroordeelt [gedaagden c.s] hoofdelijk in de proceskosten van € 1.203,53, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagden c.s] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend;
3.3
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. drs. B.G.W.P. Heijne en in het openbaar uitgesproken op
8 juli 2026.
41264