Uitspraak
RECHTBANK Midden-Nederland
1.De procedure
Bepaald is dat“…alle geschillen, welke tussen partijen naar aanleiding van de opstalrechtovereenkomst … ontstaan.”
aan een of drie arbiters worden voorgelegd. Dat is een brede formulering. De rechter kan de redenering van [eiser] dat de geschillenregeling naar zijn aard niet ziet op een opzegging en de incasso van achterstallige retributie niet goed volgen. [eiser] zal dat moeten uitleggen.
Als de rechter zou oordelen dat de vorderingen volgens de algemene voorwaarden van [eiser] aan een of drie arbiters moet worden voorgelegd, vraagt de rechter zich af hoe dat traject er dan verder uit zou zien. Uit het dossier blijkt dat [gedaagde] op een toevoeging procedeert, en griffierecht voor onvermogenden heeft voldaan. De vraag komt dan op hoe zij een arbitrageprocedure zou kunnen financieren. En wat er zou gebeuren als zij dat niet kan.
2.De kern van de zaak
3.De beoordeling
alle geschillen, welke tussen partijen naar aanleiding van de opstalrechtovereenkomst, de onderhavige Algemene voorwaarden vestiging recht van opstal of van daarmee in verband staande nadere overeenkomst(en) of van de uitvoering van zodanige Overeenkomst(en), ontstaan, ook die welke slechts door één (1) van de partijen als zodanig mochten worden beschouwd, in hoogste instantie worden beslist door” [één of drie arbiters] (…)
enig rechtens te respecteren belangheeft bij haar beroep op deze clausule. Daar heb ik drie redenen voor.
een arbitrageprocedure helemaal niet kan betalen. [eiser] stelt onweersproken, en laat stukken zien waaruit blijkt dat [gedaagde] te maken heeft met een veelvoud aan schulden en beslagen. In deze zaak betaalt ze 87 euro griffierecht voor on- en minvermogenden. Arbitrage zou haar minimaal duizenden en mogelijk (zeker als [eiser] naar het NAI zou moeten, art. 23 lid 3 algemene Pro voorwaarden) tienduizenden euro’s kosten. De advocaat van [gedaagde] zegt te weigeren iets te zeggen over de financiële positie van zijn cliënte. Daar kan ik de gevolgtrekking aan verbinden die ik geraden acht, en die ligt voor de hand, dat ze op geen enkele manier een arbitrageprocedure zou kunnen betalen.
niets gesteld over een belang dat zij heeft bij een arbitrageprocedure, zoals bijzondere deskundigheid van in te schakelen arbiters. Zij zegt niets anders dan dit beding er nu eenmaal is en zij daar dus een beroep kan doen en dat de rechtbank zich dan onbevoegd moet verklaren.
dat de enige reden dat [gedaagde] een beroep doet op de arbitrageclausule is om tijd te rekken en nóg langer zonder daarvoor te betalen op het perceel te verblijven. Ze verblijft daar voor de goede orde de afgelopen drie en een half jaar zonder één cent aan [eiser] te betalen. Ik heb niets gehoord van [gedaagde] om aan te nemen dat het anders zit, want zij komt niet eens naar de zitting. Ik heb ook niet gehoord van haar advocaat waarom het anders zit.