ECLI:NL:RBMNE:2026:4517

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
8 juli 2026
Publicatiedatum
19 juli 2026
Zaaknummer
11962562 \ MC EXPL 25-6108
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:213 BWArt. 6:265 BWArt. 7:231 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorwaardelijke ontbinding en ontruiming wegens verwaarlozing woning en tuin

Woonpalet verhuurt sinds 2010 een woning aan [onderbewindgestelde], die de woning en tuin ernstig heeft verwaarloosd door deze vol te zetten met spullen en onvoldoende te onderhouden. Ondanks eerdere gedragsaanwijzingen is de situatie niet blijvend verbeterd, wat aanleiding gaf tot een procedure tot ontbinding en ontruiming.

De kantonrechter stelt vast dat [onderbewindgestelde] tekort is geschoten in zijn verplichtingen als huurder op grond van artikel 7:213 BW Pro en de toepasselijke algemene voorwaarden van Woonpalet. Hoewel de situatie inmiddels deels is verbeterd en er medische omstandigheden zijn die huishoudelijke hulp rechtvaardigen, is een onvoorwaardelijke ontbinding niet gerechtvaardigd.

Daarom wordt een gedragsaanwijzing opgelegd met een voorwaardelijke ontbinding en ontruiming: indien niet aan de gedragsaanwijzing wordt voldaan, wordt de huurovereenkomst ontbonden en moet de woning ontruimd worden. De bewindvoerder heeft aangegeven bereid te zijn de gedragsaanwijzing na te komen, met een uiterste nalevingsdatum van 1 oktober 2026.

De kantonrechter wijst de proceskosten toe aan de bewindvoerder en verklaart het vonnis uitvoerbaar bij voorraad, zodat Woonpalet direct kan optreden bij niet-naleving. De gevorderde onvoorwaardelijke ontbinding en ontruiming worden afgewezen.

Uitkomst: De huurovereenkomst wordt voorwaardelijk ontbonden met ontruiming bij niet-naleving van de opgelegde gedragsaanwijzing.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Almere
Zaaknummer: 11962562 \ MC EXPL 25-6108
Vonnis van 8 juli 2026 (bij vervroeging)
in de zaak van
STICHTING WOONPALET ZEEWOLDE,
gevestigd te Zeewolde,
eisende partij,
hierna te noemen: Woonpalet,
gemachtigde: mr. R. Boekhoff,
tegen
[bewindvoerder] ,
vennoot van de vennootschap onder firma
[bedrijf] ,in zijn hoedanigheid van bewindvoerder van
[onderbewindgestelde] ,wonende te [woonplaats] ,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: de bewindvoerder,
gemachtigde: mr. J.F.I. Abadom.

1.De procedure

1.1
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 4 november 2025;
- de conclusie van antwoord van 21 januari 2026;
- de e-mail van 18 februari 2026 met bijlagen van de bewindvoerder;
- de nadere producties (16 tot en met 19) van Woonpalet.
1.2
De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 15 juni 2026. Namens Woonpalet is verschenen mevrouw [A] , [functie] , bijgestaan door haar gemachtigde. De bewindvoerder is verschenen, vergezeld van de heer [onderbewindgestelde] (hierna: [onderbewindgestelde] ) en zijn ambulant begeleider mevrouw [B] , bijgestaan door de gemachtigde. Partijen hebben hun standpunten toegelicht en vragen van de kantonrechter beantwoord. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat is besproken.
1.3
Ten slotte heeft de kantonrechter bepaald dat vonnis wordt gewezen.

2.De kern van de zaak

Woonpalet verhuurt aan [onderbewindgestelde] sinds 1 mei 2010 de woning aan de [adres] te [plaats] (hierna: de woning). Woonpalet vordert (primair) ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van de woning, omdat [onderbewindgestelde] de woning en de tuin heeft verwaarloosd en vol met spullen zet. De situatie is inmiddels verbeterd. De kantonrechter ziet aanleiding om (zoals subsidiair is gevorderd) een gedragsaanwijzing op te leggen met voorwaardelijke toewijzing van de vorderingen: als de gedragsaanwijzing niet wordt nagekomen wordt de huurovereenkomst alsnog ontbonden en moet (de bewindvoerder van) [onderbewindgestelde] de woning ontruimen.

3.De beoordeling

[onderbewindgestelde] is tekortgeschoten in zijn verplichtingen als huurder
3.1
Op grond van artikel 7:213 van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW) is [onderbewindgestelde] verplicht zich ten aanzien van het gebruik van het gehuurde als een goed huurder te gedragen. Dit houdt niet alleen in dat hij voor de woning zelf goed heeft te zorgen, maar ook dat de voor- en achtertuin zodanig worden onderhouden dat die een verzorgde indruk maken. Ook uit artikel 7.3 van de toepasselijk algemene voorwaarden van Woonpalet (hierna: AV) volgt dit:
“ Huurder zal het gehuurde gebruiken en onderhouden zoals het een goed huurder betaamt. Hieronder wordt onder meer verstaan dat huurder:
 de eventuele tot het gehuurde behorende tuin als sier- of moestuin dient te gebruiken en deze niet mag gebruiken voor opslag en/of stalling van caravans, auto’s, handelswaren, afval, gevaarlijke of milieubelastende zaken en andere zaken van welke aard dan ook;
(….)
een en ander behoudens voorafgaande toestemming van verhuurder.”
Verder is [onderbewindgestelde] op grond van artikel 7.6 AV gehouden om voorschriften en instructies van de verhuurder in acht te nemen ten aanzien van het gebruik van het gehuurde.
3.2
Niet in geschil is dat [onderbewindgestelde] is tekortgeschoten in de nakoming van deze verplichtingen. Op de overgelegde foto’s (productie 4, dagvaarding) is te zien dat zowel de woning als de voor- en de achtertuin zijn volgestouwd met allerlei spullen en in onverzorgde staat van onderhoud verkeren. Eerder overeengekomen gedragsaanwijzingen [1] , waarmee [onderbewindgestelde] nog (laatste) kansen heeft gekregen om het gehuurde op orde te krijgen, hebben geen blijvend effect gesorteerd.
3.3
De bewindvoerder erkent dat sprake is geweest van tekortkomingen in het onderhoud van de woning en de voor- en achtertuin. Deze tekortkomingen zijn inmiddels echter grotendeels hersteld en betreffen volgens de bewindvoerder geen tekortkomingen die zodanig zijn dat een ontbinding van de huurovereenkomst gerechtvaardigd is.
Geen onvoorwaardelijke ontbinding en ontruiming
3.4
De kantonrechter stelt vast dat [onderbewindgestelde] structureel en gedurende een langere periode is tekortgeschoten in de nakoming van zijn verplichtingen als (goed) huurder. Iedere tekortkoming rechtvaardigt een ontbinding van de overeenkomst (bij huur: door de kantonrechter), tenzij de tekortkoming, gezien haar bijzondere aard of geringe betekenis, deze ontbinding met haar gevolgen niet rechtvaardigt (artikelen 6:265 BW jo. 7:231 BW).
3.5
Van laatstgenoemde uitzondering is naar het oordeel van de kantonrechter in zoverre sprake dat een
onvoorwaardelijkeontbinding op dit moment niet gerechtvaardigd is. Daarbij neemt de kantonrechter in aanmerking dat [onderbewindgestelde] meervoudige, medische problemen heeft waardoor huishoudelijke hulp geïndiceerd is om het probleem duurzaam aan te pakken. Zijn ambulant begeleider heeft dit voor hem aangevraagd via de gemeente en een beschikking gekregen voor zes uur per week huishoudelijk hulp. [onderbewindgestelde] staat echter nog op de wachtlijst. Bovendien is van belang dat de situatie binnen in de woning en in de tuinen inmiddels al flink is verbeterd, gezien de foto’s die de bewindvoerder heeft overgelegd bij zijn e-mail van 18 februari 2026. Weliswaar heeft Woonpalet op de mondelinge behandeling aangegeven dat zij recent op 6 mei 2026 op huisbezoek is geweest en dat de situatie binnen weer is zoals weergegeven op de foto’s die bij dagvaarding zijn ingediend, maar hieraan moet worden voorbijgegaan omdat Woonpalet heeft nagelaten om dit te onderbouwen met stukken. Dat de situatie in de woning nu zo onacceptabel is dat een onvoorwaardelijke ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van de woning met alle gevolgen van dien gerechtvaardigd is, kan dan ook niet worden vastgesteld. De primair gevorderde, onvoorwaardelijke ontbinding en ontruiming moeten daarom vooralsnog worden afgewezen.
Gedragsaanwijzing met voorwaardelijke ontbinding en ontruiming
3.6
Subsidiair vordert Woonpalet om een voorwaardelijke toewijzing van de ontbinding en ontruiming als (de bewindvoerder van) [onderbewindgestelde] zich niet aan de op te leggen gedragsaanwijzing houdt.
3.7
De voor- en achtertuinen zijn wederom niet zoals die horen te zijn. Woonpalet heeft in dit verband recente foto’s van 6 mei 2026, als productie 19, overgelegd waarop onder meer is te zien dat er weer te veel spullen in de tuinen liggen. De bewindvoerder heeft op de mondelinge behandeling verklaard dat die foto’s “
om en nabij” de huidige situatie weergeven. Dat de tuinen (weer) niet op orde zijn valt (de bewindvoerder van) [onderbewindgestelde] zwaar aan te rekenen, zeker omdat hij een gewaarschuwd mens is.
3.8
Verder kunnen de eerdere tekortkomingen in het verleden, die ernstig waren, niet ongedaan worden gemaakt. De kantonrechter begrijpt dat de situatie mede wordt veroorzaakt door meervoudige problemen van [onderbewindgestelde] en dat een ontruiming ingrijpende gevolgen voor hem heeft. Maar dit kan niet zonder meer aan Woonpalet worden tegengeworpen. De kantonrechter moet ook rekening houden met zwaarwegende belangen van Woonpalet bij het zoveel mogelijk ervoor zorgen dat de wijze waarop [onderbewindgestelde] met het gehuurde omgaat geen negatieve invloed heeft op de leefbaarheid van de omgeving en het woongenot van haar andere huurders. De belangen van Woonpalet wegen daarom in dit geval zwaarder dan het belang van [onderbewindgestelde] bij (onvoorwaardelijk) woningbehoud.
Hierbij weegt ten nadele van [onderbewindgestelde] mee dat hij – ondanks meerdere laatste kansen en gedragsaanwijzingen – het gehuurde wederom niet helemaal op orde heeft. Dit terwijl Woonpalet in 2023 het gehuurde op haar kosten nog heeft opgeknapt en een zogenaamd “nulpunt” heeft gecreëerd.
3.9
Gelet op het voorgaande is de kantonrechter het met Woonpalet eens dat het onvoldoende zeker is dat [onderbewindgestelde] de woning en tuin voldoende opgeruimd zal houden, al dan niet met hulp. De kantonrechter vindt daarom een gedragsaanwijzing met een
voorwaardelijkeontbinding en ontruiming een aangewezen middel als stok achter de deur voor Woonpalet. De kantonrechter zal dan ook een gedragsaanwijzing opleggen: als (de bewindvoerder van) [onderbewindgestelde] zich niet hieraan houdt, wordt de huurovereenkomst ontbonden en moet hij de woning ontruimen.
3.1
De bewindvoerder heeft gevraagd om een langere ontruimingstermijn van vier maanden, maar gelet op de voorwaardelijke toewijzing, ziet de kantonrechter geen aanleiding om een langere ontruimingstermijn te bepalen dan de gebruikelijke veertien dagen.
De inhoud van de gedragsaanwijzing
3.11
De bewindvoerder heeft aangegeven dat hij uitdrukkelijk bereid is om te voldoen aan de door Woonpalet voorgestelde gedragsaanwijzing zoals onder IV nummer 1 van het petitum van de dagvaarding is vermeld. [2] De kantonrechter zal dit deel dan ook overnemen onder de beslissing. Daarbij gaat de kantonrechter ervan uit dat Woonpalet met de bewindvoerder en/of de ambulant begeleider van [onderbewindgestelde] contact zal opnemen om de betreffende aanwijzingen door te geven althans dat tussen hen duidelijke afspraken worden gemaakt tussen wie en hoe de communicatie verloopt.
3.12
Tegen de voorgestelde gedragsaanwijzing nummer 2 (onder IV van het petitum) heeft de bewindvoerder wel bezwaar gemaakt, vanwege de vergaande restricties over de inrichting van de woning: zo staat er dat er geen spullen op de vloer mogen staan. De kantonrechter is het met de bewindvoerder eens dat dit te ver gaat. De gedragsaanwijzing onder nummer 2 zal daarom worden aangepast zoals onder de beslissing is vermeld.
3.13
Op de mondelinge behandeling heeft de bewindvoerder en de ambulant begeleider van [onderbewindgestelde] desgevraagd aangegeven dat het haalbaar is om uiterlijk op 1 oktober 2026 aan de gedragsaanwijzing te voldoen. Het is daarbij verder aan hen om samen met [onderbewindgestelde] een plan te maken met desgewenst een gefaseerde aanpak. De kantonrechter zal de uiterlijk datum waarop de gedragsaanwijzing moet zijn opgevolgd dan ook bepalen op 1 oktober 2026.
Proceskosten
3.14
De bewindvoerder moet als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij worden aangemerkt en daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Woonpalet worden begroot op:
- dagvaarding
149,02
- griffierecht
135,00
- salaris gemachtigde
434,00
(2 punten x tarief € 217,00)
- nakosten
108,50 +
(plus eventuele betekeningskosten)
Totaal
826,52
Uitvoerbaar bij voorraad
3.15
Tot slot vordert Woonpalet dat het vonnis uitvoerbaar bij voorraad wordt verklaard. Dit betekent dat Woonpalet het vonnis direct kan (laten) uitvoeren, als (de bewindvoerder van) [onderbewindgestelde] niet aan het vonnis voldoet. Hij kan dus niet wachten met het voldoen aan het vonnis in de periode dat tegen het vonnis nog hoger beroep mogelijk is of als hij hoger beroep heeft ingesteld en nog niet op dat hoger beroep is beslist. Of het vonnis uitvoerbaar bij voorraad zal worden verklaard, moet worden beoordeeld door een afweging van de belangen van partijen. De kantonrechter is van oordeel dat de hiervoor besproken belangen van Woonpalet zwaarder wegen dan de belangen van de bewindvoerder om de uitkomst van een eventueel hoger beroep af te wachten. Daarom zal het vonnis uitvoerbaar bij voorraad worden verklaard.

4.De beslissing

De kantonrechter
4.1
legt aan de bewindvoerder van [onderbewindgestelde] de volgende gedragsaanwijzing op:
uiterlijk op
1 oktober 2026de voor- en achtertuin behorende tot het gehuurde staande en gelegen te [plaats] aan de [adres] in verzorgde staat te brengen door op aanwijzing van Woonpalet onder andere (maar niet uitsluitend) alle roerende zaken zoals afvalzakken, dozen, kratten, tegels, balken, planken, flessen, kastjes, et cetera te verwijderen en ook al het onkruid te verwijderen en de eventueel aanwezige heggen, hagen, struiken te snoeien en aanwezige schuttingen te onderhouden, en de voor- en achtertuin vervolgens gedurende de resterende huurperiode in verzorgde staat te houden, een en ander ter uitsluitende beoordeling van Woonpalet;
uiterlijk op
1 oktober 2026de binnenkant van het gehuurde staande en gelegen te [plaats] aan de [adres] op aanwijzing van Woonpalet moet schoonmaken en opruimen en schoon en opgeruimd moet houden gedurende de resterende looptijd van de huurovereenkomst zodanig dat geen sprake is van gezondheidsrisico’s, (brand)gevaar en schade aan het gehuurde;
en als (de bewindvoerder van) [onderbewindgestelde] zich na 1 oktober 2026 gedurende de resterende looptijd van de huurovereenkomst niet houdt aan de hiervoor genoemde gedragsaanwijzing, terwijl hij wel schriftelijk in de gelegenheid is gesteld om alsnogbinnen één weekaan het/de betreffende onderdeel/onderdelen van de gedragsaanwijzing te voldoen, al dan niet met behulp van derden, zodanig dat de gedragsaanwijzing alsnog wordt nageleefd, één en ander ter beoordeling aan Woonpalet:
4.2
ontbindt de huurovereenkomst met betrekking tot de woning aan de [adres] te [plaats] in dat geval de dag na voornoemde week;
4.3
veroordeelt – ingeval van ontbinding – de bewindvoerder van [onderbewindgestelde] om
binnen veertien dagenna de ontbinding en na betekening van dit vonnis de woning te ontruimen met alle daarin aanwezige personen en zaken, tenzij deze zaken van Woonpalet zijn, en de sleutels af te geven aan Woonpalet;
en verder in ieder geval:
4.4
veroordeelt de bewindvoerder van [onderbewindgestelde] in de proceskosten van € 826,52, te vermeerderen met de kosten van betekening voor het geval het vonnis wordt betekend;
4.5
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
4.6
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. drs. B.G.W.P. Heijne en in het openbaar uitgesproken op 8 juli 2026.
4578

Voetnoten

1.Er zijn gedragsaanwijzingen overeengekomen op 2 november 2022 (productie 6) en op 15 juli 2025 (producties 12 en 13).
2.Punt 24 van de conclusie van antwoord.