ECLI:NL:RBMNE:2026:4524

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
16 juni 2026
Publicatiedatum
20 juli 2026
Zaaknummer
12205183 AT VERZ 26-321
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:235 BWArt. 1:237 BWArt. 36 Handelsregisterbesluit 2008
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlening handlichting aan minderjarige voor toetreding tot vennootschap onder firma

Op 22 april 2026 diende een 17-jarige minderjarige een verzoek in bij de rechtbank Midden-Nederland om handlichting te verkrijgen. Dit verzoek hield in dat hij zelfstandig mocht toetreden als vennoot aan een vennootschap onder firma (V.O.F.) en rechtshandelingen mocht verrichten die noodzakelijk zijn voor de bedrijfsvoering van deze onderneming.

Tijdens de mondelinge behandeling op 4 juni 2026 waren zowel de minderjarige als zijn ouders aanwezig. De ouders, tevens eigenaren van de V.O.F., gaven hun instemming met het verzoek. De kantonrechter stelde vast dat de minderjarige de leeftijd van zestien jaar had bereikt en voldoende in staat was om de gevraagde rechtshandelingen te verrichten.

De kantonrechter verleende daarom handlichting tot het moment waarop de minderjarige meerderjarig wordt. Hierbij werd benadrukt dat de handlichting niet strekt tot het beschikken over registergoederen, effecten en door hypotheek gedekte vorderingen. Tevens werd bepaald dat de beschikking bekendgemaakt moet worden in de Staatscourant en het handelsregister, waarbij de griffier zorg draagt voor de publicatie in de Staatscourant en de minderjarige zelf verantwoordelijk is voor de inschrijving in het handelsregister.

De beschikking werd in het openbaar uitgesproken op 16 juni 2026 door kantonrechter M.A.A.T. Engbers. Tegen deze beslissing staat hoger beroep open bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden binnen drie maanden na uitspraak, uitsluitend via een advocaat.

Uitkomst: Handlichting verleend aan minderjarige voor toetreding als vennoot aan V.O.F. en het verrichten van noodzakelijke rechtshandelingen tot meerderjarigheid.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Bewindsbureau
locatie Amersfoort
zaaknummer: 12205183 AT VERZ 26-321
Beschikking op een verzoek tot handlichting d.d. 16 juni 2026
Op verzoek van:
[verzoeker],
geboren op [geboortedatum] 2009 te [geboorteplaats] ,
wonende [adres] , [postcode] [plaats] .
hierna te noemen: [verzoeker] .
met als belanghebbenden:
[belanghebbende 1]en
[belanghebbende 2],
beiden wonende te [adres] , [postcode] [plaats] ,
hierna te noemen: de ouders.

1.De procedure

1.1.
Op 22 april 2026 heeft de griffie van deze rechtbank het verzoek ontvangen waarin [verzoeker] vraagt om handlichting.
1.2.
Het verzoek is besproken tijdens de mondelinge behandeling van 4 juni 2026. [verzoeker] en zijn ouders waren hierbij aanwezig.
1.3.
De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat er is besproken tijdens de mondelinge behandeling.

2.Het verzoek

2.1.
[verzoeker] vraagt om handlichting om:
1. deel te nemen in een onderneming, te weten V.O.F. [de V.O.F.] (hierna te noemen: de V.O.F.);
2. het verrichten van rechtshandelingen die noodzakelijk zijn voor de bedrijfsvoering van de V.O.F.
2.2.
Als onderbouwing voert [verzoeker] aan dat hij 17 jaar oud is en dat voor deelname in de V.O.F. het noodzakelijk is dat hij zelfstandig rechtshandelingen kan verrichten, zoals het aangaan en ondertekenen van overeenkomsten en het beheren van de zakelijke financiën.
2.3.
De ouders van [verzoeker] zijn als zijn wettelijke vertegenwoordigers en tevens eigenaren van de V.O.F. akkoord met het verzoek.

3.De overwegingen van de kantonrechter

3.1.
Op grond van artikel 1:235 van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de kantonrechter aan een minderjarige, die de leeftijd van zestien jaar heeft bereikt, bepaalde bevoegdheden van een meerderjarige toekennen.
3.2.
De kantonrechter stelt vast dat [verzoeker] minderjarig is en de leeftijd van 17 jaren heeft bereikt.
3.3.
De kantonrechter vindt dat [verzoeker] en de ouders voldoende hebben onderbouwd dat hij handlichting nodig heeft om deel te kunnen nemen aan de V.O.F. [verzoeker] heeft ook voldoende aangetoond dat hij daartoe in staat is.
3.4.
De kantonrechter zal daarom aan [verzoeker] een handlichting verlenen tot toetreding als vennoot aan de V.O.F. en het verrichten van rechtshandelingen die noodzakelijk zijn voor de bedrijfsvoering van de V.O.F. Deze handlichting zal worden verleend tot het moment waarop [verzoeker] meerderjarig is.
3.5.
Voor de volledigheid wijst de kantonrechter er nog wel op dat [verzoeker] met de handlichting niet bekwaam wordt om te beschikken over registergoederen, effecten en door hypotheek gedekte vorderingen.
3.6.
Met betrekking tot de publicatieplicht van de te verlenen handlichting wordt het volgende overwogen. In artikel 1:237 BW Pro is bepaald dat de beschikking waarbij de handlichting is verleend bekend moet worden gemaakt in de Staatscourant.
3.7.
[verzoeker] zal er rekening mee moeten houden dat de handlichting niet eerder geldt dan wanneer de publicatie een feit is. De griffier zal voor publicatie zorgdragen. [verzoeker] zal zelf de Staatscourant moeten raadplegen om na te gaan of de handlichting is gepubliceerd.
3.8.
Daarnaast zal [verzoeker] er zelf zorg voor moeten dragen dat op grond van artikel 36 van Pro het Handelsregisterbesluit 2008 de handlichting bekend wordt gemaakt in het handelsregister (Kamer van Koophandel).

4.De beslissing

De kantonrechter:
4.1.
verleent [verzoeker] handlichting tot toetreding als vennoot aan de V.O.F. [de V.O.F.] en het verrichten van rechtshandelingen die noodzakelijk zijn voor de bedrijfsvoering van de V.O.F.;
4.2.
de handlichting wordt verleend tot het moment waarop [verzoeker] meerderjarig is;
4.3.
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
4.4.
bepaalt dat de handlichting bekend wordt gemaakt in de Staatscourant en dat de griffier hiervoor zorgdraagt.
Deze beschikking is gegeven door mr. M.A.A.T. Engbers, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 16 juni 2026, in tegenwoordigheid van de griffier.
Tegen deze beslissing kan binnen drie maanden na de dag van de uitspraak hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, Postbus 9030, 6800 EM Arnhem. Het beroepschrift kan uitsluitend door een advocaat worden ingediend.