ECLI:NL:RBMNE:2026:4527

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
11 juni 2026
Publicatiedatum
20 juli 2026
Zaaknummer
NL:TZ:2504698:R-RK
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 287a Fw
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek tot vaststelling dwangakkoord afgewezen wegens gebrek aan belang

De rechtbank Midden-Nederland behandelde op 11 juni 2026 het verzoek van een alleenstaande bijstandsgerechtigde tot vaststelling van een dwangakkoord op grond van artikel 287a Faillissementswet. De verzoekster had een schuldregeling aangeboden aan haar 17 schuldeisers, met een voorstel van 11,39% betaling.

Zilveren Kruis Achmea, een van de schuldeisers, had in een brief van 16 oktober 2025 haar akkoord gegeven op het aanbod, maar verwees ook naar voorwaarden omtrent tijdige betaling van premies en zorgkosten. De rechtbank kon echter niet vaststellen dat dit een aanvullende voorwaarde op het aanbod was, mede omdat Zilveren Kruis niet was verschenen om dit toe te lichten.

In een latere brief van 27 november 2025 bevestigde Zilveren Kruis haar akkoord zonder voorwaarden te stellen. De rechtbank concludeerde dat Zilveren Kruis niet als weigerende schuldeiser kon worden beschouwd en dat de verzoekster geen belang had bij het verzoek tot dwangakkoord.

Daarom verklaarde de rechtbank het verzoek niet-ontvankelijk. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open binnen acht dagen na de uitspraak.

Uitkomst: Verzoek tot vaststelling dwangakkoord wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan belang.

Uitspraak

RECHTBANK Midden-Nederland

Team Insolventie
Zittingsplaats Utrecht
Rekestnummer: NL:TZ:2504698:R-RK
Uitspraakdatum: 11 juni 2026
Vonnis op grond van artikel 287a Fw (dwangakkoord)
op het verzoek van
[verzoekster],
geboren op [geboortedatum] 1990 te [geboorteplaats] ,
wonende te [adres] , [postcode] [plaats] ,
hierna te noemen: [verzoekster] ,
tegen
Zilveren Kruis Achmea,
gevestigd en kantoorhoudende te Rotterdam,
hierna te noemen: Zilveren Kruis.

1.De procedure

1.1
[verzoekster] heeft tegelijk met het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling een verzoek ingediend tot vaststelling van een dwangakkoord als bedoeld in artikel 287a Fw.
1.2
Het verzoek is behandeld op zitting van donderdag 4 juni 2026, waarbij aanwezig waren:
- [verzoekster] ;
- [A.] , schuldhulpverleenster, namens Gemeente [plaats] .

2.Het verzoek

2.1
[verzoekster] is alleenstaand. Zij ontvangt een bijstandsuitkering. [verzoekster] heeft 17 schuldeisers die in totaal € 7.968,94 van haar te vorderen hebben.
2.2
[verzoekster] heeft op 29 september 2025 een schuldregeling aangeboden aan haar schuldeisers. Het aanbod was een aanbod van 11,39%.

3.De beoordeling

3.1
Zilveren Kruis heeft op 16 oktober een brief gestuurd als reactie op het aanbod saneringskrediet gedaan door [verzoekster] . Zilveren Kruis geeft aan dat zij akkoord is met dit aanbod. Ook volgt uit diezelfde brief het volgende: “
Bij nieuwe betalingsachterstand of niet op tijd betalen stopt het schuldhulpverleningstraject.Op tijd betalen geldt voor de premies, zorgkosten en de delen voor het schuldhulpverleningstraject.”. De rechtbank noch de schuldhulpverlener zijn niet in staat om uit het voornoemde citaat vast te stellen of dit een aanvullende voorwaarde op het aanbod betreft. De rechtbank heeft de strekking hiervan niet kunnen vaststellen, nu Zilveren Kruis ook niet zitting is verschenen om dit nader toe te lichten. Tevens heeft het Zilveren Kruis het hier over het schuldhulpverleningstraject en dit is het traject tussen de schuldhulpverlener en [verzoekster] , het Zilveren Kruis is hierbij geen partij.
3.2
In de brief van Zilveren Kruis van 27 november 2025 geeft zij aan dat zij de brief van 16 oktober 2025 met hun akkoord nogmaals zullen toesturen. Hierbij noemt Zilveren Kruis niet dat er voorwaarden aan hun akkoord verbonden zijn.
3.3
De rechtbank ziet dan ook geen reden om aan te nemen dat Zilveren Kruis heeft geweigerd of aanvullende voorwaarden heeft verbonden aan het akkoord, en gaat er vanuit dat Zilveren Kruis akkoord is met het door de schuldhulpverlener aangeboden voorstel.
3.4
De rechtbank stelt op basis van bovenstaande vast dat [verzoekster] geen belang heeft bij dit verzoek.

4.De beslissing

De rechtbank:
4.1
verklaart [verzoekster] niet-ontvankelijk in haar verzoek.
Dit is de beslissing van mr. R.W.J. van Veen, rechter, in samenwerking met R.A. Oelen, griffier. Deze beslissing is in het openbaar uitgesproken op 11 juni 2026. [1]