ECLI:NL:RBMNE:2026:4528

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
18 juni 2026
Publicatiedatum
20 juli 2026
Zaaknummer
11650296 LT VERZ 25-993
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontslag van familieleden als mentoren en benoeming professionele mentor wegens conflicten en belangenbehartiging

De zaak betreft een verzoek van de dochter om haar vader en broer te ontslaan als mentoren van haar moeder, die onder mentorschap staat vanwege gezondheidsproblemen. De kantonrechter had de mentoren eerder geschorst en een tijdelijke professionele mentor benoemd om te onderzoeken of de belangen van de moeder goed werden behartigd.

De tijdelijke mentor bracht verslag uit waaruit bleek dat de dagbesteding en familiecontacten van de moeder niet adequaat werden ondersteund door de geschorste mentoren. De mentoren verzetten zich tegen een voorgestelde wijziging van dagbesteding en hadden het contact met de familie bemoeilijkt. De kantonrechter oordeelde dat er gewichtige redenen zijn om de geschorste mentoren te ontslaan.

Verschillende familieleden en betrokkenen gaven hun standpunten, waarbij de zoon van de moeder pleitte voor herbenoeming van de geschorste mentoren, maar de kantonrechter vond dit niet in het belang van de moeder. De kantonrechter benoemt daarom een professionele mentor als opvolger, met een overgangsperiode waarin de tijdelijke mentor haar taken afrondt.

De beschikking is gegeven op 18 juni 2026 en is uitvoerbaar bij voorraad. Tegen deze beslissing kan binnen drie maanden hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.

Uitkomst: De kantonrechter ontslaat de vader en broer als mentoren en benoemt een professionele mentor als opvolger.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Bewindsbureau
locatie Lelystad
zaaknummer: 11650296 LT VERZ 25-993
Beschikking op een verzoek tot ontslag van de mentor en benoeming van een opvolgend mentor d.d. 18 juni 2026
Op verzoek van:
[verzoeker]
wonende [adres 1]
[postcode 1] [plaats 1]
gemachtigde: mr. N.P. van Mook, advocaat te Enschede
hierna te noemen: verzoeker,
met betrekking tot:
[rechthebbende]
wonende [adres 2]
[postcode 2] [plaats 2]
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1968,
hierna te noemen: rechthebbende.
De geschorste mentoren van rechthebbende zijn:
[mentor 1]
wonende [adres 2]
[postcode 2] [plaats 2]
gemachtigde: mr. K. Benchaïb, advocaat te Emmeloord
hierna te noemen: [mentor 1] ,
en
[mentor 2]
wonende [adres 2]
[postcode 2] [plaats 2]
gemachtigde: mr. K. Benchaïb, advocaat te Emmeloord
hierna te noemen: [mentor 2] .
De belanghebbenden in deze zaak zijn:
[belanghebbende 1]
wonende [adres 2]
[postcode 2] [plaats 2]
hierna te noemen: [belanghebbende 1] ,
en
[belanghebbende 2]
wonende [adres 3]
[postcode 3] [plaats 3]
hierna te noemen: [belanghebbende 2] ,
en
[mentor]
Postadres: [adres 4]
[postcode 4] [plaats 4]
hierna te noemen: mentor.
De procedure
In deze zaak is op 28 april 2025, 23 oktober 2025 en op 23 april 2026 een tussenbeschikking gewezen. De kantonrechter verwijst naar wat daarbij is overwogen en beslist. Daarna zijn op de griffie ontvangen:
  • een schriftelijke reactie op het verslag van de mentor van [mentor 1] en [mentor 2] , ter griffie ingekomen op 5 juni 2026;
  • een bereidverklaring van [belanghebbende 1] om tot mentor te worden benoemd, ter griffie ingekomen op 9 juni 2026;
  • een e-mailbericht van [mentor] , ter griffie ingekomen op 12 juni 2026;
  • een bereidverklaring van [A.] , [bedrijf] , ter griffie ingekomen op 15 juni 2026.
De zaak is op 9 juni 2026 behandeld op een zitting. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van de zitting. Op de zitting waren aanwezig:
  • verzoeker en mr. N.P. van Mook;
  • [mentor 2] en mr. K. Benchaïb;
  • [belanghebbende 1] ;
  • [belanghebbende 2] ;
  • de mentor.
Uit privacy- overwegingen is het verdere verloop van de procedure en de nadere inhoudelijke beoordeling opgenomen in een aparte bijlage bij deze beschikking. Deze bijlage maakt in zijn geheel onderdeel uit van deze beschikking.
De beoordeling
Bij beschikking van de kantonrechter te Lelystad d.d. 4 februari 2025 is een mentorschap ingesteld ten behoeve van rechthebbende. Hierbij zijn haar [mentor 1] en [mentor 2] benoemd tot mentoren. Verzoeker heeft verzocht om ontslag van beide mentoren en benoeming van een professionele mentor. De kantonrechter heeft beide mentoren geschorst tot en met 28 juni 2026 en [mentor] tijdelijk benoemd tot mentor.
De kantonrechter is, gelet op de inhoud van de stukken en de behandeling ter terechtzitting, van oordeel dat het verzoek tot ontslag moet worden toegewezen. Dat betekent dat de geschorste mentoren zullen worden ontslagen.
Vervolgens zal mentor [mentor] tijdelijk, tot en met 31 juli 2026, worden benoemd tot mentor. Vanaf 1 augustus 2026 wordt [A.] , [bedrijf] , postadres: [adres 5] , [postcode 5] [plaats 5] , benoemd tot mentor.
De beslissing
De kantonrechter:
- ontslaat met ingang van heden
[mentor 2]en
[mentor 1]als mentoren;
- benoemt met ingang van heden tot en met 31 juli 2026
[mentor], Postadres: [adres 4] , [postcode 4] [plaats 4] , tot tijdelijke mentor;
- ontslaat met ingang van 1 augustus 2026
[mentor], tot mentor.
- - - benoemt met ingang van 1 augustus 2026
[A.], [bedrijf] , voornoemd tot mentor;
- bepaalt dat de mentor voor de (aanvangs)werkzaamheden en voor de met het mentorschap gemoeide kosten de in de Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentoren vastgestelde forfaitaire tarieven, ten laste van het vermogen van rechthebbende mag brengen;
- verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.M. Crouwel, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 18 juni 2026, in tegenwoordigheid van de griffier.
Tegen deze beslissing kan binnen drie maanden na de dag van de uitspraak hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, Postbus 1704, 8901 CA Leeuwarden. Het beroepschrift kan uitsluitend door een advocaat worden ingediend.
BIJLAGE
=============================================
Verloop van de procedure
Bij beschikking van de kantonrechter te Lelystad d.d. 28 april 2025 zijn beide mentoren geschorst en is [mentor] tijdelijk benoemd tot mentor. De reden hiervoor was dat de kantonrechter niet kon vaststellen of rechthebbende de juiste zorg ontving en of de belangen van rechthebbende door de mentoren juist werden behartigd. Aan de professionele mentor is verzocht dit te onderzoeken en hier verslag over uit te brengen aan de kantonrechter. Op 6 maart 2026 heeft de mentor een verslag ingediend. Daarna heeft zij op 20 maart 2026 nog een aanvulling op haar verslag toegestuurd. Alle partijen zijn daarna in de gelegenheid gesteld om op dit verslag te reageren.

1.Standpunt van de mentor

1.1.
Contacten met familieleden
Uit het verslag van de mentor, en uit wat er is besproken op de zitting van 9 juni 2026, is gebleken dat de mentor heeft geregeld dat verzoeker en rechthebbende weer contact hebben. Zoon [belanghebbende 1] brengt rechthebbende weg voor deze afspraken en haalt haar ook weer op. Ook heeft zij een professionele begeleider geregeld om bezoekmomenten te begeleiden tussen rechthebbende en haar gezin van herkomst. Deze bezoeken vinden op neutraal terrein plaats. Deze bezoeken doen rechthebbende zichtbaar goed, ze is tijdens de bezoeken met het gezin van herkomst erg spraakzaam. Iets wat de begeleiding verder weinig ziet bij rechthebbende.
Ondanks de conflicten binnen de familie heeft rechthebbende nu weer contact met al haar familieleden. Het enige punt van aandacht is dat zoon [belanghebbende 1] niet in de omgeving woont. Het brengen en halen kost hem veel tijd, de mentor vindt dat er nog gekeken kan worden naar een praktischere oplossing voor het halen en brengen.
1.2.
Dagbesteding
Wat betreft de ingezette zorg en dagbesteding heeft de mentor het volgende verklaard. Er is inmiddels een ambulant begeleider van [instelling] ingeschakeld voor rechthebbende. Het is duidelijk geworden dat de beperkingen van rechthebbende forser zijn dan eerder gedacht. Het lukt haar niet om zichzelf te activeren en is ook niet in staat een hulpvraag te formuleren. Ze is erg passief. Momenteel gaat rechthebbende drie dagen in de week naar dagbesteding bij [locatie] . De mentor heeft veel vragen over de begeleiding op deze dagbestedingslocatie. Ze heeft meerdere keren gevraagd hoe het plan van de locatie er uit ziet om rechthebbende meer te activeren. Ook heeft zij verzocht om een gesprek om dit plan te bespreken en te evalueren. Ondanks deze verzoeken wordt hier niet op gereageerd of wordt de regie hierover neergelegd bij de mentor. Daar komt ook nog bij dat deze dagbestedingslocatie niet gespecialiseerd is in het behandelen en begeleiden van mensen met niet-aangeboren hersenletsel, zoals het geval is bij rechthebbende. Voor rechthebbende is het belangrijk dat zij meer geactiveerd wordt en daarin is een locatie met meer professionele en gespecialiseerde begeleiding en gevarieerde activiteiten wenselijk. De mentor wil rechthebbende daarom laten overstappen naar dagbesteding bij [instelling] in [plaats 6] . Zij zijn gespecialiseerd in het begeleiden van mensen met niet-aangeboren hersenletsel en hun locatie biedt ook meer mogelijkheden, zoals bijvoorbeeld zwemmen. Tevens zijn hier meer mensen met niet-aangeboren hersenletsel waar rechthebbende wellicht aansluiting bij kan vinden.
1.3.
Positie geschorste mentoren?
Wat betreft het opheffen van de schorsing van [mentor 1] en [mentor 2] als mentoren verklaart de mentor het volgende. Zij ontvangt zowel van de ambulant begeleider van [instelling] als van de professionele bezoekbegeleider berichten waarin zij hun zorgen uiten over de [mentor 1] . De [mentor 1] heeft veel zorgen en stress over de gehele situatie. Hij gebruikt de begeleiding van rechthebbende als klankbord om zijn eigen zorgen bespreekbaar te maken. De gesprekken zijn echter bedoeld om de zorgen over rechthebbende te bespreken. Hier is tijdens de gesprekken met [mentor 1] weinig ruimte voor. De begeleiding en de mentor maken zich hier zorgen om.
De mentor denkt dat het contact tussen verzoeker en rechthebbende wel in stand zal blijven wanneer er geen professionele mentor meer is en [mentor 1] en [mentor 2] weer mentoren zullen worden. Wat betreft de bezoeken met het gezin van herkomst heeft zij daar haar twijfels over. De frictie en het ongenoegen bij de [mentor 1] hebben vooral te maken met het gezin van herkomst. Ook heeft de [mentor 1] veel moeite met de overstap van dagbesteding van [locatie] naar een locatie van [instelling] . Dit omdat de dichtstbijzijnde locatie van [instelling] in de omgeving ligt waar de familie van rechthebbende woont. Hij maakt zich zorgen dat de wijziging van dagbesteding is ingegeven door invloeden van het gezin van herkomst. Ondanks een uitleg van de mentor dat dit er niks mee te maken heeft, en dat het gezin van herkomst nog niet op de hoogte is van dit plan, kan [mentor 1] dit moeilijk loslaten. De mentor vermoedt dan ook dat als de [mentor 1] en [mentor 2] weer mentoren worden, zij de overstap naar de dagbesteding bij [instelling] niet zullen regelen terwijl dit wel het advies is van zowel de mentor als de begeleiding van rechthebbende.

2.Reactie van de partijen

2.1.
Standpunt verzoeker
Verzoeker kan zich vinden in hetgeen de mentor schrijft en mondeling heeft toegelicht. Zij blijft bij haar standpunt dat een onafhankelijke professionele mentor het beste is voor rechthebbende. Aangezien de tijdelijke mentor alles goed voor rechthebbende heeft geregeld ligt haar voorkeur bij een definitieve benoeming van deze mentor. Daarnaast heeft zij bezwaren tegen de benoeming van iemand binnen de familie, ook als het om iemand anders gaat dan [mentor 2] of de [mentor 1] . Ten eerste twijfelt zij ten zeerste of iemand binnen de familie opgewassen is tegen de invloed van de [mentor 1] van rechthebbende. Ten tweede verwacht zij dat als iemand hier wel tegen opgewassen is, en die mentor beslissingen neemt waar hij niet achter staat dit opnieuw voor conflicten zal zorgen binnen de familie.
2.2.
Standpunt [belanghebbende 1]
Zoon [belanghebbende 1] verzoekt om de [mentor 1] van rechthebbende en [mentor 2] weer te benoemen tot mentoren. Hij acht hen geschikt deze taken uit te voeren. De zaken die de mentor heeft geregeld, kunnen zij ook regelen. Daarnaast hebben [mentor 2] en [mentor 1] het beste voor met rechthebbende. Als de kantonrechter het niet wenselijk acht hen nu te benoemen dan verzoekt hij de tijdelijke benoeming van de mentor nogmaals te verlengen tot de situatie zo is geregeld dat [mentor 1] en [mentor 2] alsnog weer benoemd kunnen worden. Ter zitting heeft hij ook aangegeven bereid te zijn de taak van mentor op zich te nemen, eventueel samen met zijn broer [mentor 2] . Na de zitting op 9 juni 2026 heeft de kantonrechter zijn bereidverklaring ontvangen.
2.3.
Standpunt [mentor 1] en [mentor 2]
[mentor 1] was niet bij de zitting op 9 juni 2026 aanwezig. Hij was thuis bij rechthebbende omdat de situatie hem veel stress geeft. [mentor 2] en [mentor 1] zijn het niet eens met hun schorsing. Ze willen graag weer de mentoren van rechthebbende worden. Ze geven aan dat een mentor ontslagen kan worden wanneer hier gewichtige redenen voor zijn. Wat hun betreft zijn deze redenen er niet. Ze handelen uitsluitend in het belang van rechthebbende. Daarnaast wonen zij samen met rechthebbende in de woning en zijn zij de meest aangewezen personen om de taak van mentor te vervullen. De koers die de professionele mentor momenteel vaart was door hun al ingezet toen zij nog de mentoren waren. Ze zijn het alleen niet eens met de voorgenomen wijziging van dagbesteding. Ze zijn van oordeel dat de wensen van rechthebbende hierin onvoldoende worden gehoord, ook zien zij geen meerwaarde voor rechthebbende om dagbesteding te volgen bij [instelling] .
Zij zijn van oordeel dat de dagbesteding bij [locatie] voldoende tegemoet komt aan de behoeftes van rechthebbende. Ter zitting heeft [mentor 2] bevestigd de wijziging van dagbesteding niet te zullen regelen als zij weer tot mentoren worden benoemd. Daarnaast zijn ze ontevreden over de samenwerking en communicatie met de huidige mentor. Primair verzoeken ze hun schorsing te beëindigen en het verzoek tot ontslag af te wijzen. Als de kantonrechter toch over wil gaan tot hun ontslag dan verzoeken ze subsidiair om de broer van [mentor 1] tot mentor te benoemen.

3.Beoordeling

3.1.
Verzoek ontslag van geschorste mentoren
Naar aanleiding van de stukken en wat er op de zitting is besproken is de kantonrechter van oordeel dat het verzoek tot ontslag moet worden toegewezen.
Ten eerste omdat de [mentor 1] en [mentor 2] zich verzetten tegen de wijziging van dagbesteding. Er zijn verschillende professionals die aangeven dat de dagbesteding bij [locatie] onvoldoende is voor rechthebbende. De professionals geven aan dat dagbesteding bij [instelling] geschikter is voor rechthebbende. De [mentor 1] en [mentor 2] zijn het niet eens met dit advies en geven te kennen deze wijziging niet te zullen regelen als zij mentor zijn. Zij kunnen hun beslissing hiervoor echter niet onderbouwen met objectieve redenen. Zij hebben geen behandelplan of helder verslag van te behalen doelen ingediend van [locatie] . Het summiere verslag van september 2025 geeft niet tot nauwelijks inzicht in de plannen van [locatie] . Ter zitting geven [mentor 1] en [mentor 2] aan dat de locatie van [instelling] wat klein is en dat hun weerstand mede te maken heeft met het feit dat deze locatie zich bevindt in de omgeving van de familie van herkomst van rechthebbende. Naar het oordeel van de kantonrechter wegen deze argumenten niet op tegen de mogelijkheid om begeleiding op maat voor rechthebbende te krijgen in een gespecialiseerde omgeving.
Ten tweede hebben de [mentor 1] en [mentor 2] in hun tijd als mentoren niet geregeld dat rechthebbende contact heeft met haar gezin van herkomst. Ondanks het feit dat alle partijen bevestigen dat rechthebbende voor haar hersenbloeding veel contact met haar familie had, en zij tot op heden veel plezier beleeft aan deze contacten hebben de mentoren dit contact bemoeilijkt dan wel rechthebbende hierin niet ondersteund. Dit alles tezamen leidt tot het oordeel dat er sprake is van gewichtige redenen om de geschorste mentoren te ontslaan.
3.2.
Benoeming van de broer van [mentor 1] tot mentor
Dan rijst de vraag wie als opvolgend mentor moet worden benoemd. De [mentor 1] en [mentor 2] verzoeken om de broer van [mentor 1] te benoemen. De redenen hiervoor zijn door hen niet onderbouwd. De kantonrechter kan niet oordelen waarom hij geschikt is om de belangen van rechthebbende te behartigen als mentor. In deze zaak, met inmiddels een duur van bijna een jaar, had het op de weg van [mentor 1] en broer gelegen om uit te leggen waarom deze broer geschikt zou zijn. De kantonrechter zal hem daarom niet benoemen.
3.3.
Benoeming van zoon [belanghebbende 1] tot mentor
De tweede optie is benoeming van zoon [belanghebbende 1] tot mentor. Er spelen diepgaande en langdurige conflicten binnen de familie en [belanghebbende 1] heeft hierin een bemiddelde rol op zich genomen. Hij woont niet in de omgeving van rechthebbende maar hij rijdt rechthebbende toch naar haar afspraken met verzoeker omdat familieleden die dichterbij wonen dit niet op zich hebben willen of kunnen nemen. Ook heeft hij de mediation met verzoeker en [belanghebbende 2] voortgezet om tot een betere verstandshouding te komen tussen een deel van de kinderen onderling. Naar het oordeel van de kantonrechter getuigt dit van een positieve houding die navolging verdient, waarbij onderlinge conflicten of eigen belang opzij worden gezet om het belang van rechthebbende te dienen. Er is van beide kanten een bepaald vertrouwen in [belanghebbende 1] , maar dit vertrouwen is fragiel. Als [belanghebbende 1] tot mentor wordt benoemd is het de vraag of dit werkbaar is en ook blijft op de lange termijn. Als [belanghebbende 1] als mentor een beslissing neemt waar niet iedereen achter staat dan is de kans groot dat dit opnieuw tot conflicten binnen de familie zal leiden. Ook de rol van zoon en bemiddelaar binnen het gezin zal hierdoor onder druk komen te staan. De kantonrechter acht het daarom niet in belang van rechthebbende, en ook niet in belang van [belanghebbende 1] , om hem tot mentor te benoemen.
3.4.
Benoeming van een professionele mentor
De daarna meest voor de hand liggende optie is om de tijdelijke mentor [mentor] definitief tot mentor te benoemen. Zij heeft deze tijdelijke rol op verzoek van de kantonrechter op zich genomen. Zij heeft veel zaken voor rechthebbende geregeld. Zo is er weer contact met verzoeker en ook heeft rechthebbende weer contact met haar gezin van herkomst. Ook heeft de mentor onderzoek gedaan naar de begeleiding en dagbesteding die rechthebbende ontvangt. De mentor is onder andere tot de conclusie gekomen dat rechthebbende zou moeten wisselen van dagbestedingslocatie.
Haar taken als mentor, en het verzoek van de kantonrechter om onderzoek te doen naar de begeleiding en zorgverlening, hebben echter wel voor veel onrust gezorgd binnen het gezin. De [mentor 1] is daarnaast niet tevreden over de samenwerking met de mentor en heeft veel weerstand tegen haar advies om te wisselen van dagbestedingslocatie.
Hoewel de kantonrechter van oordeel is dat de mentor de belangen van rechthebbende goed behartigt, is het belangrijk voor rechthebbende dat er nu rust bij iedereen komt. De kanonrechter is daarom van oordeel dat de benoeming van een andere professionele mentor in het belang is van rechthebbende. Met deze professionele mentor kan een frisse start worden gemaakt. De kantonrechter heeft daarom aan [A.] , [bedrijf] , gevraagd of hij bereid is het mentorschap op zich te nemen. De heer [A.] heeft zich hiertoe bereid verklaard.
De kantonrechter acht het wel in het belang van betrokkene dat [mentor] haar taak op een goede manier kan afronden, waaronder de wijziging van dagbestedingslocatie. Mevrouw [mentor] heeft zich hier telefonisch toe bereid verklaard. De kantonrechter zal [mentor] daarom tot mentor benoemen tot en met 31 juli 2026. Vanaf 1 augustus 2026 zal [A.] , [bedrijf] , postadres: worden tot mentor.
A.M. Crouwel 18 juni 2026
Kantonrechter