Uitspraak
RECHTBANK Midden-Nederland
1.[eiseres sub 1] B.V.,
2.
[eiseres sub 2] B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats 2] ,
[eiseres sub 3] B.V.,
1.[gedaagde sub 1] B.V.,
2.
[gedaagde sub 2] B.V.,
3.
[gedaagde sub 3],
4.
[gedaagde sub 4] B.V.,
1.De procedure
- de dagvaarding van 28 augustus 2025 met een incidentele vordering tot het treffen van een voorlopige voorziening met producties,
- de conclusie van antwoord in conventie en in het incident in conventie en een eis in reconventie met een incidentele vordering tot het treffen van een voorlopige voorziening met producties,
- de e-mail van de rechtbank waarin is medegedeeld dat de incidentele vorderingen gelijktijdig met de hoofdvorderingen in conventie en in reconventie worden behandeld,
- de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald,
- de conclusie van antwoord in reconventie en in het incident in reconventie met producties,
- de aktes met aanvullende producties van [gedaagde sub 1] c.s.,
- de aktes met aanvullende producties van [eiseres sub 2] c.s.,
- de e-mail van de rechtbank van 27 januari 2025 waarin zij de vragen die zij heeft alvast voorlegt.
2.Waar gaat de zaak over?
3.De beoordeling
- als sprake is van een zeer besloten verhouding waar de aandeelhouders nauw samenwerken. Dan kun je inderdaad spreken van een versterkte loyaliteitsplicht en die kan maken dat het onoorbaar is dat een aandeelhouder met de vennootschap concurreert.
- als diegene die concurreert gebruik maakt van bepaalde knowhow van de onderneming of bepaalde informatie over klanten. Als je die informatie gebruikt, zou dat de concurrentie onrechtmatig kunnen maken.
wasvan een situatie waarin je kunt spreken van een versterkte loyaliteitsnorm door nauwe samenwerking in een besloten verhouding. Daarbij is natuurlijk van belang dat [gedaagde sub 1] behalve aandeelhouder ook bestuurder van de vennootschap was. Maar die situatie is tot een einde gekomen in maart 2025. Toen is er iets fundamenteel veranderd voor [gedaagde sub 3] en [D] . Zij werden geconfronteerd met een aandeelhouder met een prioriteitsaandeel die geen rekening meer hield met hun inbreng en die ondanks hun verzet besloot tot een aandelenuitgifte die leidde tot verwatering van hun aandeel. [gedaagde sub 1] is als bestuurder opgestapt als gevolg van de verslechtering van de interne verhoudingen. De nauwe samenwerking is op dat moment feitelijk tot een einde gekomen. En dat geldt dus ook voor een versterkte loyaliteitsplicht.
welkebedrijfsgeheimen of concurrentiegevoelige informatie door [handelsnaam] is of wordt gebruikt. [eiseres sub 2] c.s. stelt slechts drie dingen:
- [gedaagde sub 3] heeft in mei 2025 als aandeelhouder om gedetailleerde informatie gevraagd.
- [gedaagde sub 3] heeft op 13 februari 2025 in Google Drive kopieën van bepaalde documenten opgeslagen.
- Of mevrouw [F] een rol heeft gehad bij het benaderen van apothekers in maart/april 2025 is (ook) een welles/nietes verhaal. [eiseres sub 2] c.s. verwijst net naar een email die niet is overgelegd. Ik heb niets in handen waaruit ik kan afleiden dat deze rol maakt dat [gedaagde sub 1] bij het concurreren onoorbaar handelt. Daaraan voeg ik toe, als ik hoor hoe het conflict met [F] is afgesloten, en wat er in de vaststellingsovereenkomst is opgenomen, dat het niet klinkt alsof [F] haar voormalig werkgever hele gruwelijke dingen heeft aangedaan.
€ 178,-(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
“Rente is verschuldigd per jaar achteraf.”
“... zonder voorafgaande opzegging en zonder ingebrekestelling als- Leningnemer de rente niet uiterlijk op de vervaldatum betaalt…”
- de context van hoe de verhoudingen lagen in januari 2025;
- wat er feitelijk is gebeurd tussen januari en 7 april 2025 (de dag dat [gedaagde sub 1] de lening opeiste); en
- de bedrijfseconomische realiteit.
Indien geen tijd voor de nakoming is bepaald, kan de verbintenis terstond worden nagekomen en kan terstond nakoming worden gevorderd). Het daar genoemde algemene uitgangspunt gaat natuurlijk niet op bij rekening-courant verhoudingen tussen aandeelhouders en vennootschappen. Daar worden afspraken over gemaakt; en dat zijn dat vooral stilzwijgende afspraken, en die komen er nooit op neer dat de schuld moet worden voldaan als de vennootschap dat helemaal niet kan. Hier is het betoog van [gedaagde sub 1] ook duidelijk in strijd met de bedrijfseconomische realiteit. De vennootschap draait verlies en heeft ook nog eens leningen uitstaan bij beide aandeelhouders. De vennootschap draait wel omzet, maar er moet steeds geld bij. Geen weldenkende ondernemer zal ervan uitgaan dat een aandeelhouder dan op ieder moment de volledige r-c schuld mag opeisen.
€ 178,-(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)