ECLI:NL:RBMNE:2026:4534

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
19 juni 2026
Publicatiedatum
20 juli 2026
Zaaknummer
NL:TZ:0000312412:b001
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:449 BWArt. 1:462 BWArt. 1:391 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Omzetting bewind in curatele wegens ernstige psychiatrische problematiek en verslaving

De rechtbank Midden-Nederland heeft op 19 juni 2026 besloten het bewind over betrokkene om te zetten in curatele. Betrokkene kampt met een zeer ernstige, chronische en langdurige psychiatrische aandoening gecombineerd met verslaving, waardoor haar veiligheid ernstig in gevaar is en zij risico loopt op misbruik door derden.

Verzoekster, ZEKER Financiële Zorgverlening B.V., stelde dat de huidige beschermingsmaatregelen onvoldoende zijn en dat een mentorschap het gevaar niet kan wegnemen. Vanwege de noodzaak om betrokkene op een onbekende locatie te plaatsen en het risico dat zij naar het buitenland vertrekt, is een curator nodig die direct en met gezag kan handelen.

De kantonrechter benoemde D. Kerkhoff-van Wijngaarden tot curator en wees erop dat door de curatele betrokkene onbevoegd wordt tot het uitoefenen van ouderlijk gezag, wat een gezagsvacuüm veroorzaakt voor haar dochtertje. Dit is meegewogen, maar de ernst van de problematiek maakt curatele onontkoombaar. De curator wordt geacht de Raad voor de kinderbescherming te informeren over het gezagsvacuüm.

De beschikking treedt in werking op 1 juli 2026 en wordt ingeschreven in het Centraal curatele- en bewindregister. Tegen deze beschikking kan binnen drie maanden hoger beroep worden ingesteld via een advocaat.

Uitkomst: Het bewind van betrokkene wordt omgezet in curatele vanwege ernstige psychiatrische problematiek en verslaving.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
zaaknummer
:
NL:TZ:0000312412:B001
dossiernummer
:
[nummer]
datum
:
19 juni 2026

beschikking

op verzoek van:
ZEKER Financiële Zorgverlening B.V.,
correspondentieadres: Postbus 50099, 1305 AB Almere,
Kamer van Koophandel-nummer 32109241,
hierna te noemen: verzoekster,
met betrekking tot:

[betrokkene] ,geboren te [geboorteplaats] , Syrië op [geboortedatum] 1998,wonende te [adres] , [postcode] [plaats]hierna te noemen: betrokkene.

procedure

De kantonrechter heeft kennisgenomen van:
- het verzoek (met bijlagen), ontvangen op 5 maart 2026;
- de nadere informatie, ontvangen op 12 maart 2026;
- de bereidverklaring van de voorgestelde curator.
Het verzoek is mondeling behandeld ter zitting van 11 juni 2026. Ter zitting zijn verschenen:
  • [betrokkene] , betrokkene;
  • [A.] , werkzaam bij ZEKER Financiële Zorgverlening B.V., bewindvoerder;
  • [B.] , maatschappelijk werkster, werkzaam bij Stichting GGZ Centraal;
  • D. Kerkhoff, beoogd te benoemen curator;
  • M. Qassem, tolk.
Van het verhandelde ter zitting is aantekening gehouden.

beoordeling

Verzoekster vraagt om het bewind om te zetten naar curatele voor betrokkene.
Het verzoek is gebaseerd op de stelling dat betrokkene wegens haar lichamelijke of geestelijke toestand, tijdelijk of duurzaam haar belangen niet behoorlijk waarneemt of haar veiligheid of die van anderen in gevaar brengt en dat een voldoende behartiging van de belangen van betrokkene niet met een meer passende en minder verstrekkende voorziening kan worden bewerkstelligd. Door verzoekster is aangevoerd dat met de bestaande beschermingsmaatregelen de belangen van betrokkene niet afdoende worden behartigd.
Gebleken is dat sprake is van zeer ernstige chronische en langdurige psychiatrische problematiek gecombineerd met verslaving, die de veiligheid van betrokkene ernstig in gevaar brengt en betrokkene blootstelt aan misbruik door derden. Een aanvulling van het bewind met een mentorschap kan het gevaar onvoldoende wegnemen, mede gelet op de noodzaak om haar onder te kunnen brengen op een bij deze derden niet bekende locatie en de mogelijkheid dat betrokkene wederom naar het buitenland vertrekt. Dit maakt dat in het belang van betrokkene direct, doortastend en met gezag dient te kunnen worden gehandeld door een curator. De kantonrechter zal het bewind daarom omzetten in een curatele. De kantonrechter zal de voorgestelde curator benoemen, nu tegen de persoon van de curator op zichzelf geen bezwaar is gemaakt.
De kantonrechter realiseert zich dat betrokkene door de curatele onbevoegd wordt tot uitoefening van ouderlijk gezag en er dus een gezagsvacuüm ontstaat met betrekking tot het vorig jaar geboren dochtertje van betrokkene, dat onder toezicht is gesteld en direct na de geboorte uit huis is geplaatst. De kantonrechter heeft dit meegewogen in haar besluitvorming, maar de problematiek van betrokkene is zo ernstig dat de kantonrechter een curatele onontkoombaar acht. De kantonrechter gaat ervan uit dat de curator zich tot de Raad voor de kinderbescherming zal wenden, teneinde de Raad op de hoogte te stellen van het gezagsvacuüm.
Op grond van de artikelen 1:449, eerste lid en 1:462, eerste lid van het Burgerlijk Wetboek eindigt het bewind en door de ondercuratelestelling van betrokkene.

beslissing

De kantonrechter:
  • stelt met ingang van 1 juli 2026 curatele in ten behoeve van betrokkene,
  • benoemt met ingang van 1 juli 2026 tot curator:
  • deelt mee dat deze beschikking binnen tien dagen na de datum van deze beschikking door de griffier wordt bekendgemaakt in de Staatscourant;
  • bepaalt dat de curator voor de (aanvangs)werkzaamheden en voor de met de curatele gemoeide kosten de in de Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentoren vastgestelde forfaitaire tarieven ten laste van het vermogen van de betrokkene mag brengen;
  • deelt mee dat deze beschikking zal worden ingeschreven in het Centraal curatele- en bewindregister, zoals bedoeld in artikel 1:391 van Pro het Burgerlijk Wetboek.
Deze beschikking is gegeven door mr. M.A.A.T. Engbers, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 19 juni 2026.
Tegen deze beschikking kan - uitsluitend door tussenkomst van een advocaat - hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te Arnhem-Leeuwarden:
door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van deze beschikking (digitaal) is verstrekt of verzonden binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
door andere belanghebbenden binnen drie maanden na betekening daarvan of nadat deze beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.