Uitspraak
RECHTBANK Midden-Nederland
1.[verzoeker sub 1] ,
2.[verzoeker sub 2] ,
hierna te noemen: [verzoeker sub 2] ,
[vereffenaar],
laatstelijk gevestigd te [vestigingsplaats] ,
Rechtbank Midden-Nederland
De rechtbank Midden-Nederland behandelde op 10 juli 2026 het verzoek tot heropening van de vereffening van een ontbonden besloten vennootschap, nadat was gebleken dat er mogelijk een bate van €218.000,- op een derdengeldrekening bij een notariskantoor aanwezig was. De vennootschap was per 1 november 2012 ontbonden omdat er geen bekende baten meer waren.
Verzoeker sub 1, voormalig (middellijk) bestuurder, stelde dat de vordering op het notariskantoor nog niet verjaard was en dat heropening noodzakelijk was om deze vordering te kunnen innen. De rechtbank oordeelde dat het verzoek voldoende aannemelijk was en heropende de vereffening. Tevens werd verzoeker sub 1 benoemd tot vereffenaar, met de verplichting dit in te schrijven bij de Kamer van Koophandel.
Verzoeker sub 2, die optrad als medeverzoeker en procesfinancier, werd niet-ontvankelijk verklaard omdat zij geen belanghebbende was en geen gerechtigde tot de bate. De rechtbank wees het meer of anders verzochte af en verklaarde de beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De rechtbank heropent de vereffening van de ontbonden besloten vennootschap en benoemt verzoeker sub 1 tot vereffenaar, terwijl verzoeker sub 2 niet-ontvankelijk wordt verklaard.