ECLI:NL:RBMNE:2026:4548

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
10 juli 2026
Publicatiedatum
21 juli 2026
Zaaknummer
C/16/608155 / HA RK 26-44
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2:23c BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Heropening vereffening ontbonden besloten vennootschap wegens mogelijke bate op derdengeldenrekening

De rechtbank Midden-Nederland behandelde het verzoek tot heropening van de vereffening van de besloten vennootschap Financieringen, die per 1 november 2012 was ontbonden wegens het ontbreken van baten. Verzoekers stelden dat recentelijk een bedrag van €218.000,- op een derdengeldenrekening bij een notariskantoor was aangetroffen, waarop Financieringen aanspraak zou kunnen maken.

De rechtbank oordeelde dat het verzoek tot heropening van de vereffening toewijsbaar was omdat de vordering op de derde voldoende aannemelijk was gemaakt. De rechtbank benoemde verzoeker sub 1 tot vereffenaar en legde op dat deze zijn benoeming moet inschrijven bij de Kamer van Koophandel. Verzoeker sub 2, die optrad als procesfinancier en adviseur, werd niet-ontvankelijk verklaard omdat zij geen belanghebbende was.

De beschikking werd in het openbaar uitgesproken op 10 juli 2026. De rechtbank verklaarde de beschikking uitvoerbaar bij voorraad en wees het meer of anders verzochte af. Hiermee is de vereffening van Financieringen heropend om de bate te kunnen innen.

Uitkomst: De rechtbank heropent de vereffening van de ontbonden besloten vennootschap en benoemt een vereffenaar, terwijl een medeverzoeker niet-ontvankelijk wordt verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK Midden-Nederland

Civiel recht
Zittingsplaats Utrecht
Zaaknummer / rekestnummer: C/16/608155 / HA RK 26-44
Beschikking van 10 juli 2026
in de zaak van

1.[verzoeker sub 1] ,

wonende te [plaats] (Duitsland),
hierna te noemen: [verzoeker sub 1] ,

2.2. [verzoeker sub 2] ,

gevestigd te [plaats] ,
hierna te noemen: [verzoeker sub 2] ,

3.3. [verzoeker sub 3][verzoeker sub 3] ,

gevestigd te [plaats] ,
hierna te noemen: [verzoeker sub 3] ,
4. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid in liquidatie
[verzoeker sub 4],
laatstelijk gevestigd te [plaats] ,
hierna te noemen: [verzoeker sub 4] ,
verzoekers,
advocaat: mr. W.T. Broer,
betreffende de heropening van de vereffening van
[vereffenaar],
laatstelijk gevestigd te [plaats] ,
hierna te noemen: Financieringen.

1.De procedure

1.1
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift, ontvangen op 9 maart 2026;
- de mondelinge behandeling van 29 mei 2026.
1.2
Op de mondelinge behandeling hebben verzoekers hun standpunten toegelicht en hebben zij antwoord gegeven op de vragen van de rechter. De griffier heeft aantekening gehouden van hetgeen tijdens de mondelinge behandeling is besproken.
1.3
De beschikking is bepaald op vandaag.

2.De kern van de zaak

2.1
Financieringen en [verzoeker sub 4] zijn per 1 november 2012 ontbonden omdat er geen bekende baten meer aanwezig waren. [verzoeker sub 4] was bestuurder en enig aandeelhouder van Financieringen. [verzoeker sub 1] , de voormalige (middellijke) bestuurder van deze bedrijven, is recentelijk erachter gekomen dat € 218.000,- op een kwaliteitsrekening van een derde kan staan. Financieringen zou aanspraak kunnen maken op deze bate. De rechtbank is in twee afzonderlijke procedures verzocht de vereffeningen van [verzoeker sub 4] en Financieringen te heropenen, om de vordering op de derde te kunnen innen. De rechtbank wijst in deze procedure het verzoek van [verzoeker sub 1] , [verzoeker sub 3] en [verzoeker sub 4] (hierna: [verzoekers c.s.] ) tot heropening van de vereffening van Financieringen toe en benoemt [verzoeker sub 1] tot vereffenaar. [verzoeker sub 2] is als medeverzoeker opgenomen in het verzoekschrift. De rechtbank verklaart [verzoeker sub 2] niet-ontvankelijk in haar verzoek.

3.De beoordeling

Bevoegdheid
3.1
Deze rechtbank is bevoegd omdat Financieringen voorheen gevestigd was in het rechtsgebied van deze rechtbank.
Beoordelingskader
3.2
Uitgangspunt bij de beoordeling van een verzoek op grond van artikel 2:23c van het Burgerlijk Wetboek (BW) is het volgende. Indien na het tijdstip waarop een rechtspersoon is opgehouden te bestaan nog een schuldeiser of gerechtigde tot het saldo opkomt of van het bestaan van een bate blijkt, kan de rechtbank op verzoek van een belanghebbende de vereffening heropenen en zo nodig een vereffenaar benoemen. Voor toewijzing van het verzoek is voldoende dat de door de verzoeker gestelde vordering en/of bate voldoende aannemelijk is om toewijzing van het verzoek te rechtvaardigen.
Het verzoek van [verzoekers c.s.] wordt toegewezen
3.3
[verzoeker sub 1] is belanghebbende bij het verzoek omdat hij voormalig (middellijk) bestuurder van Financieringen is. [verzoeker sub 1] is namelijk bestuurder van de stichting [stichting] , die op haar beurt weer bestuurder was van [verzoeker sub 4] . [verzoeker sub 4] was bestuurder van Financieringen. [verzoeker sub 3] en [verzoeker sub 4] zijn op grond van het voorgaande eveneens als belanghebbenden aan te merken.
3.4
Uit de overgelegde stukken blijkt dat de besloten vennootschap Financieringen is opgehouden te bestaan. Bij de Kamer van Koophandel is geregistreerd dat Financieringen is ontbonden en beëindigd met ingang van 27 november 2012.
3.5
[verzoekers c.s.] heeft aan zijn verzoek het volgende ten grondslag gelegd. Na beëindiging van de vereffening is gebleken dat er sprake is van een bate, namelijk een vordering van Financieringen op notariskantoor Dentons te Amsterdam, rechtsopvolger van notariskantoor Boekel de Nerée. Op 15 april 2008 heeft Financieringen een bedrag van
€ 218.000,- bijgeschreven op de derdengeldenrekening van Boekel de Nerée. [1] De beoogde uiteindelijke begunstigde zou dit bedrag nooit betaald hebben gekregen. Het bedrag van
€ 218.000,- zou daarom nog op de kwaliteitsrekening moeten staan. [verzoekers c.s.] heeft gesteld dat zijn aanspraak nog niet verjaard kan zijn vanwege de bijzondere aard van een kwaliteitsrekening. [2]
3.6
Naar het oordeel van de rechtbank is voldoende aannemelijk gemaakt dat er sprake is van een noodzaak tot heropening van de vereffening. Ook is gebleken van de noodzaak van benoeming van een vereffenaar. De heer [vereffenaar] , de in het verzoekschrift voorgestelde vereffenaar, zal als zodanig worden benoemd.
3.7
De vereffenaar dient ervoor te zorgen dat zijn optreden als vereffenaar wordt ingeschreven in het Handelsregister van de Kamer van Koophandel en hij moet daartoe de benodigde gegevens aan de Kamer van Koophandel verstrekken. [3]
3.8
Omdat het primaire verzochte wordt toegewezen, kan hetgeen [verzoekers c.s.] subsidiair heeft verzocht onbesproken blijven.
[verzoeker sub 2] is niet ontvankelijk in haar verzoek
3.9
[verzoeker sub 2] is niet aan te merken als belanghebbende bij het verzoek (anders dan [verzoekers c.s.] ). Dat [verzoeker sub 2] optreedt als procesfinancier en adviseur van [verzoekers c.s.] maakt dat niet anders. [verzoeker sub 2] is geen schuldeiser van de ontbonden rechtspersoon en is dus niet gerechtigd tot een (eventuele) bate onder een derde.
3.1
Dit betekent dat de rechtbank [verzoeker sub 2] niet-ontvankelijk in haar verzoek zal verklaren.

4.De beslissing

De rechtbank:
4.1
heropent de vereffening van het vermogen van de besloten vennootschap [vereffenaar] , laatstelijk gevestigd in [plaats] ,
4.2
benoemt de heer [verzoeker sub 1] , wonende te [plaats] (Duitsland), tot vereffenaar,
4.3
verklaart [verzoeker sub 2] niet-ontvankelijk in haar verzoek,
4.4
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad,
4.5
wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beschikking is gegeven door mr. J.G. van Ommeren en in het openbaar uitgesproken op 10 juli 2026.
4054

Voetnoten

1.Zie productie 5 bij het verzoekschrift.
2.Met verwijzing naar Hoge Raad 23 juni 2017, ECLI:NL:HR:2017:1139.
3.Artikel 2:23 lid 4 BW Pro.