Uitspraak
1.[gedaagde sub 1] ,
[gedaagde sub 2],
1.De procedure
- de conclusie van antwoord met 11 producties;
2.Kern van de zaak
3.De beoordeling
- op 23 oktober 2024 heeft [gedaagde sub 1] € 1.500,- aan [eiser] betaald;
- op 27 december 2024 schrijft (de broer van) [eiser] aan [gedaagde sub 1] dat zij en [gedaagde sub 2] geld zouden overmaken maar dat er niks gebeurt. [gedaagde sub 1] schrijft vervolgens aan [eiser] (of zijn broer) dat hij de eerste week van januari “
- op 7 februari 2025 heeft [gedaagde sub 1] € 1.600,- aan de broer van [eiser] betaald;
- op 28 februari 2025 heeft [gedaagde sub 1] € 800,- aan de broer van [eiser] betaald. In de omschrijving van de betaling staat dat het gaat om de huur voor de maand maart 2025. [gedaagde sub 1] schrijft dezelfde dag in een Whatsapp-bericht aan de broer: “
- op 1 maart 2025 vraagt de broer van [eiser] aan [gedaagde sub 1] wanneer zij “
- op 3 maart 2025 schrijft de broer van [eiser] aan [gedaagde sub 1] dat zij de afspraak niet nakomt en dat er die dag € 800,- op zijn rekening moet staan. [gedaagde sub 1] schrijft later die dag: “
- op 20 maart 2025 schrijft [gedaagde sub 1] aan (de broer van) [eiser] dat zij die dag € 400,- overmaakt en de volgende dag de rest. Uit de door [eiser] ingediende betalingsbewijzen blijkt dat [gedaagde sub 1] op 20 maart 2025 inderdaad € 400,- heeft betaald en op 24 maart 2025 nog eens € 400,-. Deze betalingen komen samen met de betaling van 28 februari 2025 uit op € 1.600,-.
- op 1 april 2025 heeft [gedaagde sub 1] € 800,- aan de broer van [eiser] betaald. In de omschrijving van deze betaling staat dat het gaat om de huur voor de maand april 2025. Dezelfde dag schrijft (de broer van) [eiser] aan [gedaagde sub 1] dat zij de helft heeft overgemaakt. [gedaagde sub 1] reageert hierop met: “
op bedreigende wijze” dreigde [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] per direct op straat te zetten en dat [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] hierdoor hebben betaald. De verklaring is op dit punt erg algemeen. Daarnaast verklaart [A] dat zij op de hoogte is van de gemaakte afspraken over de huur. Zij zegt in haar verklaring echter niet hoe hoog de overeengekomen huurprijs volgens haar is. Daar komt nog bij dat [eiser] verschillende verklaringen van andere getuigen heeft ingediend die de geloofwaardigheid en betrouwbaarheid van de verklaring van [A] in twijfel trekken. Hoewel de Whatsappberichten en betalingsbewijzen erop lijken te wijzen dat er een huurprijs van € 1.600,- per maand is afgesproken, is de onderbouwing door [eiser] op dit moment nog onvoldoende om die afspraak vast te stellen. Daarbij weegt de kantonrechter mee dat [eiser] zelf niet naar de zitting is gekomen. De kantonrechter heeft hem daarom geen vragen kunnen stellen over de precieze afspraken bij het sluiten van de huurovereenkomst.
4.De beslissing
- zij in totaal € 2.400,- in contanten aan [eiser] hebben betaald en dat deze betalingen zien op de verschuldigde huurpenningen;
- dat de girale betalingen van in totaal € 1.600,- aan [A] zien op de verschuldigde huurpenningen;
woensdag 19 augustus 2026bij akte moeten uitlaten of zij het bewijs willen leveren en zo ja, op welke wijze (door het overleggen van bewijsstukken, door het horen van getuigen en/of door een ander bewijsmiddel);
bewijsstukkenwillen overleggen, zij die stukken dan meteen bij de akte moeten indienen;
getuigenwillen laten horen, zij de naam en woonplaats van die getuigen en de verhinderdagen van de partijen en hun gemachtigden in de maanden
september 2026tot en met
februari 2027direct in de akte moeten opgeven, waarna de kantonrechter de dag en het tijdstip van het getuigenverhoor zal bepalen;
- de datum van het getuigenverhoor in beginsel niet zal worden gewijzigd nadat daarvoor dag en tijdstip zijn bepaald;
- als partijen getuigen willen laten horen, alle partijen uiterlijk