ECLI:NL:RBMNE:2026:4630

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
24 juni 2026
Publicatiedatum
23 juli 2026
Zaaknummer
C/16/600312 / FO RK 25-1213
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:199 BWArt. 1:200 lid 5 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontkenning vaderschap man over minderjarige na huwelijk

De moeder heeft een verzoek ingediend tot ontkenning van het vaderschap van de man over hun kind, geboren tijdens hun huwelijk. De man stemt in met het verzoek en een bijzondere curator is benoemd om het belang van het kind te behartigen.

Uit een gezamenlijk uitgevoerd DNA-onderzoek blijkt vrijwel zeker dat de man niet de biologische vader is van het kind. De rechtbank verklaart daarom de ontkenning van het vaderschap gegrond en beëindigt de familierechtelijke betrekkingen tussen de man en het kind.

De rechtbank wijst het verzoek toe omdat het binnen de wettelijke termijn van één jaar na de geboorte is ingediend. De beslissing is niet uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat de geboorteakte pas kan worden aangepast na onherroepelijkheid van de beschikking.

Na onherroepelijkheid zal het kind alleen in familierechtelijke betrekking staan tot de moeder en haar geslachtsnaam dragen. De rechtbank kan in deze procedure niet beslissen over de geslachtsnaamwijziging die de moeder wenst.

Tegen deze beschikking kan hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden binnen drie maanden na de uitspraak.

Uitkomst: De rechtbank wijst het verzoek tot ontkenning van het vaderschap van de man over het kind toe.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Familierecht
locatie Utrecht
zaaknummer: C/16/600312 / FO RK 25-1213
Ontkenning vaderschap
Beschikking van 24 juni 2026
in de zaak van:
[de moeder],
wonende in [woonplaats 1] ,
hierna te noemen: de moeder,
advocaat mr. V.L.E. Uijterwaal,
tegen
[de man],
wonende in [woonplaats 2] ,
hierna te noemen: de man,
met als belanghebbende
mr. H. Hooijer,
kantoorhoudende in Zeist,
als bijzondere curator over het kind
[minderjarige 1],geboren op [geboortedatum 1] 2025 in [geboorteplaats 1] .

1.De procedure

1.1
De moeder heeft op 25 september 2025 een verzoekschrift met bijlagen ingediend.
1.2
In de beschikking van 28 oktober 2025 heeft de rechtbank mr. H. Hooijer benoemd als bijzondere curator over [minderjarige 1] . De bijzondere curator vertegenwoordigt [minderjarige 1] in deze procedure en komt op voor zijn belang.
1.3
Daarna heeft de rechtbank de volgende stukken ontvangen:
  • het advies van de bijzondere curator van 28 december 2025;
  • de brief van de moeder van 7 januari 2026;
  • het bericht met bijlage van de moeder van 2 maart 2026;
  • het bericht met bijlage van de moeder van 12 maart 2026;
  • het aanvullende advies van de bijzondere curator van 17 maart 2026;
  • het bericht van de moeder van 20 april 2026.
1.4
Het verzoek is besproken tijdens de mondelinge behandeling van 20 mei 2026. Daarbij waren aanwezig:
  • de moeder met haar advocaat;
  • de man;
  • de bijzondere curator;
  • de heer [A.] namens de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad).

2.De belangrijke feiten

2.1
De moeder en de man zijn met elkaar gehuwd geweest. Hun huwelijk is op [datum echtscheiding] 2025 ontbonden.
2.2
Tijdens het huwelijk is de moeder bevallen van twee kinderen:
  • [minderjarige 2], geboren op [geboortedatum 2] 2021 in [geboorteplaats 1] ;
  • [minderjarige 1],geboren op [geboortedatum 1] 2025 in [geboorteplaats 1] .
2.3
Deze procedure gaat alleen over [minderjarige 1] .
2.4
De moeder en de man hadden op het moment van de geboorte van [minderjarige 1] de Nederlandse nationaliteit.

3.Het verzoek

3.1
De moeder verzoekt de rechtbank om de ontkenning van het vaderschap van de man over [minderjarige 1] gegrond te verklaren en te bepalen dat daarmee de familierechtelijke betrekkingen tussen de man en [minderjarige 1] worden beëindigd. Dat wil zeggen dat de man, in juridische zin, niet meer als de vader van [minderjarige 1] wordt aangemerkt. Volgens de moeder is namelijk niet de man, maar
[naam]de biologische vader van [minderjarige 1] .
3.2
De man is het eens met het verzoek.
3.3
De bijzondere curator adviseert de rechtbank om het verzoek toe te wijzen.

4.De beoordeling

Conclusie
4.1
De rechtbank wijst het verzoek toe en verklaart de ontkenning van het vaderschap van man over [minderjarige 1] gegrond. De rechtbank zal hierna uitleggen waarom zij deze beslissing neemt.
Wettelijk kader en ontvankelijkheid
4.2
Uit de wet volgt dat de echtgenoot van de moeder van rechtswege als juridisch vader wordt aangemerkt als het kind wordt geboren tijdens het huwelijk. [1] Omdat [minderjarige 1] is geboren tijdens het huwelijk van de moeder en de man, is de man de juridische vader van [minderjarige 1] . Het vaderschap van de man kan op de grond dat hij niet de biologische vader is van het kind worden ontkend op verzoek van de man, de moeder of het kind. [2] Voor de moeder geldt een termijn van één jaar na de geboorte van het kind. In dit geval heeft de moeder het verzoek binnen een jaar na de geboorte van [minderjarige 1] ingediend. De rechtbank zal de moeder daarom ontvankelijk verklaren in haar verzoek. Dit betekent dat de rechtbank het verzoek van de moeder inhoudelijk kan beoordelen.
Ontkenning vaderschap
4.3
Partijen hebben samen een DNA-onderzoek uitgevoerd bij Verilabs naar de vraag of de man de biologische vader is van [minderjarige 1] . Verilabs heeft een DNA-onderzoek uitgevoerd en op 26 februari 2026 gerapporteerd. Uit dit rapport volgt dat het vrijwel zeker is dat de man niet de biologische vader is van [minderjarige 1] . Daarom zal de rechtbank de ontkenning van het vaderschap gegrond verklaren.
Geslachtsnaam
4.4
Na het in kracht van gewijsde gaan van de beslissing over de ontkenning van het vaderschap van de man, zal [minderjarige 1] van rechtswege alleen in familierechtelijke betrekking staan tot de moeder en daarom ook alleen haar geslachtsnaam dragen. [minderjarige 1] zal dan heten:
[minderjarige 1]. Uit de stukken blijkt dat de moeder graag wil dat [minderjarige 1] uiteindelijk de geslachtsnaam ‘ [geslachtsnaam] ’ krijgt. De rechtbank kan daarover in deze procedure echter niet beslissen.
Uitvoerbaar bij voorraad
4.5
De moeder heeft verzocht om de beslissing ‘voor zover mogelijk’ uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. Dat wil zeggen dat de beslissing meteen kan worden uitgevoerd, ook al wordt er hoger beroep ingesteld. De rechtbank zal dit verzoek afwijzen. De ambtenaar van de burgerlijke stand kan de geboorteakte namelijk pas aanpassen (door een latere vermelding toe te voegen aan de geboorteakte) wanneer de beslissing onherroepelijk is.

5.De beslissing

De rechtbank:
5.1
verklaart de ontkenning van het vaderschap gegrond van:
[de man], geboren op [geboortedatum 3] 1998 in [geboorteplaats 2] , [geboorteland] ,
ten aanzien van het kind:
[minderjarige 1], geboren op [geboortedatum 1] 2025 in [geboorteplaats 1] ;
5.2
draagt de griffier op om niet eerder dan drie maanden na de dag van de uitspraak van deze beschikking – en als daartegen geen hoger beroep is ingesteld – een afschrift van deze beschikking te zenden aan de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Utrecht.
Dit is de beslissing van de rechtbank, genomen door mr. A.C. van den Boogaard, kinderrechter, in samenwerking met mr. H.E. Broersma, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 24 juni 2026.
Tegen deze beschikking kan - voor zover er definitief is beslist - door tussenkomst van een advocaat hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. De verzoekende partij en verschenen belanghebbenden dienen het hoger beroep binnen de termijn van drie maanden na de dag van de uitspraak in te stellen. Andere belanghebbenden dienen het beroep in te stellen binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of nadat deze hun op andere wijze bekend is geworden.

Voetnoten

1.Artikel 1:199 BW Pro
2.Artikel 1:200 lid 5 BW Pro