Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.De procedure
2.De feiten
[de vrouw], geboren op een onbekende dag in [geboorteplaats 1] , [geboorteland] (hierna: de vrouw).
[minderjarige], geboren op [geboortedatum 2] 2018 in [geboorteplaats 2] .
Rechtbank Midden-Nederland
De man verzocht de rechtbank om zijn burgerlijke staat in de Basisregistratie Personen (BRP) te wijzigen van 'gehuwd' naar 'ongehuwd' en om zijn huwelijk nietig te verklaren. Hij stelde dat het huwelijk onterecht in de BRP was geregistreerd vanwege een fout van een tolk bij de gemeente.
De rechtbank oordeelde dat zij niet bevoegd is om wijzigingen in de BRP te gelasten, aangezien dit onder de verantwoordelijkheid van het college van burgemeester en wethouders valt. De man kan hiervoor een verzoek indienen bij de burgerlijke stand en eventueel bezwaar maken bij de bestuursrechter.
Ten aanzien van het verzoek tot nietigverklaring van het huwelijk stelde de rechtbank vast dat er geen bewijs is geleverd van een rechtsgeldig huwelijk. Gezien het internationale karakter van de zaak is het toepasselijke recht het recht van de staat waar het huwelijk is voltrokken. Omdat niet is vastgesteld dat het huwelijk rechtsgeldig tot stand is gekomen, kon de rechtbank het verzoek niet ontvankelijk verklaren.
Het verzoek om een latere vermelding toe te voegen ex artikel 1:20 BW Pro werd afgewezen omdat de primaire verzoeken niet ontvankelijk waren. De rechtbank wees alle verzoeken af en verklaarde de man niet-ontvankelijk.
Uitkomst: De man is niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzoeken tot wijziging van zijn burgerlijke staat in de BRP en tot nietigverklaring van het huwelijk.