ECLI:NL:RBMNE:2026:4647

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
29 juli 2026
Publicatiedatum
23 juli 2026
Zaaknummer
C/16/603725 / HA ZA 25-598
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 18b AwArt. 25 lid 1 sub c en d AwArt. 1019 RvArt. 1019h RvArtikel 5 lid 3 onder k Richtlijn (EG) 2001/29
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing beroep op parodie-exceptie bij auteursrechtinbreuk carnavalsnummer

De Kapotte Kachels, een carnavalsband, brachten het nummer 'Dikke Pens' uit, dat volgens Universal Music Publishing B.V. namens ABBA inbreuk maakt op het auteursrecht van het nummer 'Take A Chance On Me'. De Kapotte Kachels stelden dat hun nummer een toegestane parodie is onder artikel 18b Auteurswet. De rechtbank oordeelt dat hoewel het nummer humoristisch is en duidelijke verschillen vertoont, de herkenbare melodie van ABBA gedurende het hele nummer wordt gebruikt en daarmee een wezenlijk onderdeel vormt.

De rechtbank weegt mee dat het nummer commercieel wordt geëxploiteerd via platforms als Spotify, met een groot en blijvend bereik, wat leidt tot een voortdurende associatie met het oorspronkelijke werk. Hoewel de vrijheid van meningsuiting van De Kapotte Kachels niet volledig wordt beperkt, is de commerciële exploitatie van het nummer niet gerechtvaardigd onder de parodie-exceptie.

De rechtbank wijst de vorderingen van De Kapotte Kachels af en veroordeelt hen tot betaling van de proceskosten aan Universal. De beslissing is gebaseerd op een belangenafweging waarbij de rechten van de auteursrechthebbende zwaarder wegen dan het commerciële belang van de parodiërende partij.

Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen van De Kapotte Kachels af wegens auteursrechtinbreuk en veroordeelt hen in de proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK Midden-Nederland

Civiel recht
Zittingsplaats Utrecht
Zaaknummer: C/16/603725 / HA ZA 25-598
Vonnis van 29 juli 2026
in de zaak van
MAJOR FIFTH B.V., T.H.O.D.N. DE KAPOTTE KACHELS,
te Oss,
eisende partij,
hierna te noemen: De Kapotte Kachels,
advocaat: mr. V.F. den Hollander,
tegen
UNIVERSAL MUSIC PUBLISHING B.V.,
te Hilversum,
gedaagde partij,
hierna te noemen: Universal,
proces advocaat: mr. M.C. Franken-Schoemaker,
behandelend advocaten: mr. D.J.G. Visser en mr. J. Klopper.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding met producties 1 t/m 11,
- de conclusie van antwoord met producties 1 t/m 3,
- de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald,
- de mondelinge behandeling van 17 juni 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De kern van de zaak

2.1.
De Kapotte Kachels zijn een carnavalsband en hebben het nummer ‘Dikke Pens (Clap Your Pens)’ (hierna: ‘Dikke Pens’) gemaakt en op Spotify gezet. Universal heeft namens ABBA het nummer offline laten halen van platforms zoals Spotify. Universal stelt dat de muziek van het nummer ‘Dikke Pens’ te veel lijkt op de hit ‘Take A Chance On Me’ van ABBA en dat daardoor inbreuk wordt gemaakt op hun auteursrecht. De Kapotte Kachels zijn van mening dat het nummer ‘Dikke Pens’ een toegestane parodie is in de zin van artikel 18b Auteurswet (hierna: Aw) waarbij ze alleen de melodie van het nummer van ABBA als vertrekpunt hebben gebruikt en er een volledig eigen tekst bij hebben gemaakt. Daarom vorderen zij in deze zaak - kort gezegd – meerdere verklaringen voor recht dat ‘Dikke Pens’ een toegestane parodie is. De rechtbank oordeelt dat De Kapotte Kachels ongelijk krijgen. Hierna wordt uitgelegd waarom de rechtbank tot die conclusie komt.

3.De beoordeling

Universal behartigt de belangen van ABBA
3.1.
De Kapotte Kachels hebben in de dagvaarding gesteld dat Universal moet bewijzen dat zij de belangen van ABBA mogen behartigen. Universal heeft daarom productie 1a en 1b overgelegd bij de conclusie van antwoord. Deze producties bestaan uit een procesvolmacht van Music & Artist Service [A] AB, de vennootschap die ABBA en dus ook [B] en [C] vertegenwoordigt en een verklaring van [A] , [functie] van deze vennootschap en de [functie] van ABBA. Uit deze documenten volgt dat Universal Music Publishing Scandinavia AB de exploitatierechten op ‘Take A Chance On Me’ beheert en bevoegd is deze rechten en de persoonlijkheidsrechten van [B] en [C] te handhaven. Universal is bevoegd om Universal Scandinavia in deze procedure te vertegenwoordigen.
3.2.
De Kapotte Kachels hebben ter zitting aanvankelijk aangevoerd dat de overgelegde producties niet bewijzen dat Universal gerechtigd is om namens ABBA op te treden omdat deze producties alleen verklaringen zijn en niks zeggen over het auteursrecht zelf. Nadien hebben De Kapotte Kachels echter aangegeven niet (langer) te betwisten dat Universal in deze procedure bevoegd is om de belangen van ABBA te behartigen. Omdat dit punt niet langer in geschil is, gaat de rechtbank er daarom vanuit dat Universal bevoegd is om namens (de leden van) ABBA op te treden in deze zaak.
Het juridisch kader van de parodie-exceptie
Artikel 18b Aw en Deckmyn
3.3.
Artikel 18b Aw bepaalt dat als inbreuk op het auteursrecht op een werk van letterkunde, wetenschap of kunst niet wordt beschouwd het gebruik van dat werk ten behoeve van een karikatuur, parodie of pastiche, mits het gebruik in overeenstemming is met hetgeen naar de regels van het maatschappelijk verkeer redelijkerwijs geoorloofd is.
3.4.
Artikel 18b Aw is ingevoerd naar aanleiding van de implementatie van artikel 5 lid 3 onder Pro k Richtlijn (EG) 2001/29 en moet op grond van het Deckmyn-arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna het Hof), verdragsautonoom worden uitgelegd. [1] Het Hof heeft overwogen dat een parodie als wezenlijke kenmerken heeft dat zij enerzijds een bestaand werk oproept, terwijl zij daarvan duidelijke verschillen vertoont, en anderzijds een uiting van humor of spot vormt. Het Hof heeft daarbij benadrukt dat aan het begrip parodie geen aanvullende voorwaarden mogen worden gesteld die niet uit het normale spraakgebruik van dat begrip voortvloeien. Zo is niet vereist dat de parodie een eigen oorspronkelijk karakter bezit, dat zij aan een andere persoon dan de auteur van het oorspronkelijke werk kan worden toegeschreven of dat de humor of spot noodzakelijkerwijs betrekking heeft op het oorspronkelijke werk zelf.
Hieruit volgt dat voor toepassing van de parodie-exceptie in beginsel vereist is dat:
- de parodie een bestaand werk oproept, terwijl zij daarvan duidelijke verschillen vertoont,
- en de parodie een uiting van humor of spot vormt.
Belangenafweging
3.5.
Met deze twee vereisten eindigt de beoordeling niet. Het Hof heeft in Deckmyn geoordeeld dat bij de toepassing van de parodie-exceptie een rechtvaardig evenwicht dient te worden bereikt tussen enerzijds de belangen en rechten van de auteursrechthebbende en anderzijds de vrijheid van meningsuiting van degene die zich op de parodie-exceptie beroept. De parodie-exceptie vormt daarmee een uitdrukking van het evenwicht dat het auteursrecht beoogt te bereiken tussen de bescherming van intellectuele eigendom enerzijds en de vrijheid van artistieke expressie en meningsuiting anderzijds. De beoordeling dient plaats te vinden aan de hand van alle omstandigheden van het concrete geval.
3.6.
Bij die beoordeling kunnen onder meer van belang zijn de aard en omvang van de overname van het oorspronkelijke werk, de mate waarin het oorspronkelijke werk herkenbaar blijft, de functie die het oorspronkelijke werk vervult binnen de nieuwe uiting, de mate waarin de humoristische of spottende boodschap afhankelijk is van het gebruik van juist dat werk, de wijze waarop het nieuwe werk wordt verspreid en geëxploiteerd en de belangen die de rechthebbende heeft bij bescherming van zijn werk.
3.7.
De belangenafweging moet ook beoordeeld worden tegen de achtergrond van de zogenoemde driestappentoets van artikel 5 lid 5 van Pro de Auteursrechtrichtlijn en artikel 9 lid 2 Berner Pro Conventie. Op grond daarvan mogen uitzonderingen op het auteursrecht slechts worden toegepast in bepaalde bijzondere gevallen die geen afbreuk doen aan de normale exploitatie van het werk en de wettige belangen van de rechthebbende niet onredelijk schaden. De driestappentoets vormt geen zelfstandig beoordelingskader naast artikel 18b Aw, maar geeft mede richting aan de belangenafweging.
3.8.
Voor zover de rechthebbende zich beroept op belangen die verband houden met de reputatie van de auteur of de integriteit van het werk, kunnen deze belangen worden betrokken bij de hiervoor bedoelde belangenafweging. Een afzonderlijke toets aan artikel 25 lid 1 sub c en Pro d Aw is in het kader van de beoordeling van een beroep op de parodie-exceptie niet aan de orde.
De belangenafweging valt in het voordeel van Universal uit
3.9.
Voor een geslaagd beroep op de parodie-exceptie is dus vereist dat de parodie het oorspronkelijke werk oproept, maar daarvan wel in voldoende mate verschilt en een uiting van humor of spot vormt. Tussen partijen is niet in geschil dat aan deze vereisten is voldaan. De beoordeling spitst zich daarom toe op de vraag hoe de belangenafweging in dit geval uitvalt.
Omvang van het gebruik van het nummer ‘Take A Chance On Me’
3.10.
Bij deze belangenafweging is allereerst van belang de omvang van het gebruik van het nummer ‘Take A Chance On Me’. De Kapotte Kachels hebben aangevoerd dat delen van de muzikale compositie zelf geschreven zijn. Ook is alle muziek zelf ingespeeld en opgenomen waardoor er geen gebruik is gemaakt van samples van (Universal of) ABBA. Volgens De Kapotte Kachels hebben zij 50% van de melodie van ‘Take A Chance On Me’ gebruikt. De rechtbank volgt De Kapotte Kachels hierin niet. De herkenbare melodielijn van het nummer van ABBA is gedurende het hele carnavalsnummer te horen. En die melodielijn is vanwege de bekendheid van het nummer van ABBA direct herkenbaar. Daarmee wordt een wezenlijk en kenbaar onderdeel van het beschermde werk gebruikt. ‘Dikke Pens’ bevat weliswaar een afwijkende tekst, een afwijkend onderwerp en een humoristische insteek, maar de muzikale kern van het oorspronkelijke werk blijft zeer herkenbaar aanwezig.
Commerciële exploitatie
3.11.
Daarnaast speelt een rol dat De Kapotte Kachels het nummer ‘Dikke Pens’ commercieel willen exploiteren. De Kapotte Kachels wijzen er in hun dagvaarding op dat zij een commercieel belang hebben. Het is de bedoeling van De Kapotte Kachels om met het carnavalsnummer via platforms als Spotify een groot publiek te bereiken en inkomsten te genereren uit streams. Daarnaast willen zij via Spotify bekendheid verkrijgen en vindbaar zijn, waardoor zij boekingen voor optredens kunnen genereren. De Kapotte Kachels wijzen dus op misgelopen inkomsten uit streams en misgelopen boekingen voor optredens. Ondanks dat De Kapotte Kachels geen geld vorderen van Universal voor het mislopen van inkomsten door de verwijdering van het nummer Dikke Pens van Spotify, hebben De Kapotte Kachels dus wel een commercieel belang. De Kapotte Kachels hebben in dit verband verder tijdens de mondelinge behandeling hun vordering II sub a (de verklaring voor recht dat de muziekcompositie en de tekst voor 100% aan De Kapotte Kachels toekomen) ingetrokken. Deze intrekking doet echter niet af aan het commerciële karakter van de exploitatie van het nummer gezien de overige vorderingen (vorderingen II sub b en sub c) en het belang om boekingen te genereren voor optredens. De derde vordering van De Kapotte Kachels wijst ook op een commercieel belang. Deze vordering ziet op een verklaring voor recht dat De Kapotte Kachels als naburig rechthebbenden en als fonogrammenproducent gerechtigd zijn ten aanzien van de opname van het carnavalsnummer. Dat brengt ook exploitatiemogelijkheden, en dus inkomsten met zich mee. De stelling van De Kapotte Kachels dat Universal (ABBA) geen financieel nadeel lijdt, maakt dit alles niet anders. Het commerciële belang van De Kapotte Kachels is gelegen in het exploiteren van het nummer en staat los van de vraag of ABBA daardoor rechtstreeks inkomsten misloopt.
Geen tijdelijk karakter en groot bereik
3.12.
Verder weegt mee dat het gebruik van het nummer van ABBA in dit geval niet tijdelijk of incidenteel van aard is. Het carnavalsnummer zou via Spotify en andere streamingsdiensten wereldwijd en in tijd onbeperkt beschikbaar worden gesteld, waardoor het publiek het nummer eeuwigdurend kan beluisteren en de associatie met het oorspronkelijke werk tot in lengte van jaren kan ontstaan. De Kapotte Kachels hebben hier niks tegen in gebracht.
3.13.
Dat verschilt van situaties waarin een parodiërende uiting een meer tijdelijk karakter heeft. Zo ging het in het Deckmyn-arrest om een uiting in de vorm van een kalender waarop een bewerkte versie van een bestaand werk was afgebeeld. De verspreiding van die kalender vond plaats binnen een bepaalde context en periode, waarna de uiting niet als zelfstandig product blijvend beschikbaar bleef. Dat geldt ook voor het ter zitting aangehaalde voorbeeld van de [D] reclame. Deze reclame werd na korte tijd weer offline gehaald. Daarmee was de verspreiding en de periode waarin het publiek met de parodie werd geconfronteerd beperkt. In het onderhavige geval gaat het daarentegen om een opname die blijvend online beschikbaar blijft. Dat dit nummer in de praktijk ook leidt tot een groot bereik, blijkt uit het feit dat het nummer binnen korte tijd meer dan één miljoen streams heeft behaald. Daardoor is er sprake van een voortdurende en in tijd onbeperkte associatie tussen het oorspronkelijke werk en het carnavalsnummer.
Associatie
3.14.
Universal heeft een beroep gedaan op artikel 25 lid 1 sub c en Pro d Aw, op grond waarvan de auteur zich kan verzetten tegen een wijziging van het werk dat nadeel kan toebrengen aan zijn eer of goede naam. Hoewel de beoordeling van het beroep op de parodie-exceptie niet samenvalt met de beoordeling van een beroep op artikel 25 lid 1 sub c en Pro d Aw, kan het aan die bepaling ten grondslag liggende belang – bescherming tegen ongewenste associatie en reputatieschade – wel worden meegewogen bij de belangenafweging. Daarbij is van belang dat het nummer ‘Take A Chance On Me’ een andere inhoud en strekking heeft dan het nummer ‘Dikke Pens’. Het nummer van ABBA ziet op een liefdesthema, terwijl het carnavalsnummer gaat over diklijvigheid. De link naar ABBA wordt expliciet gemaakt door een expliciete verwijzing naar de band in de tekst van het nummer. Dat de Kapotte Kachels hebben aangevoerd dat het carnavalsnummer geen discriminatoire of andere ontoelaatbare uitingen bevat, neemt niet weg dat Universal (ABBA) een belang kan hebben bij het voorkomen van een blijvende koppeling tussen haar werk en een uiting resp. thema waarmee zij niet geassocieerd wenst te worden.
Vrijheid van meningsuiting
3.15.
Daartegenover staat het belang van De Kapotte Kachels van vrijheid van meningsuiting en artistieke expressie. De Kapotte Kachels hebben aangevoerd dat sprake is van een carnavaleske uiting en dat carnaval als cultureel verschijnsel ruimte biedt voor dergelijke bewerkingen. Dit argument overtuigt niet. De vrijheid van meningsuiting wordt niet volledig beperkt. De Kapotte Kachels kunnen het nummer nog steeds uitvoeren tijdens live optredens (ook tijdens carnaval) en televisieoptredens. En beeldopnames van live-uitvoeringen en televisieoptredens mogen op platforms geplaatst worden, zoals YouTube (zie randnummer 7 conclusie van antwoord). Universal heeft nadrukkelijk gesteld en toegezegd dat zij hiertegen geen bezwaren heeft. De beperking ziet op de commerciële exploitatie van de opname van ‘Dikke Pens’ zowel online (via platforms als Spotify), via radio of via fysieke exploitatie.
Chilling effect
3.16.
Het beroep van de Kapotte Kachels op een mogelijk chilling effect leidt ook niet tot een ander oordeel. De Kapotte Kachels hebben aangevoerd dat een afwijzing van hun beroep op de parodie-exceptie tot gevolg kan hebben dat makers van carnavalsmuziek terughoudender worden in het maken van parodieën op bekende nummers. De rechtbank volgt dit niet. De beoordeling in deze zaak ziet uitsluitend op de concrete omstandigheden van het geval. Daaruit volgt niet dat parodieën op bekende nummers in algemene zin niet zijn toegestaan. Of een beroep op de parodie-exceptie slaagt, hangt af van de omstandigheden van het individuele geval. De beslissing in deze zaak geeft dan ook geen algemene maatstaf dat iedere bewerking van een bekend nummer of iedere carnavaleske uiting ontoelaatbaar is.
Meer parodieën in omloop
3.17.
Ook de stelling dat meerdere parodieën op bekende nummers van derden bestaan, leidt niet tot een ander oordeel. De Kapotte Kachels hebben aangevoerd dat er meerdere muziekwerken van (bekende) artiesten worden gebruikt in carnavalshits. Hierbij verwijzen zij naar een playlist met carnavalsmuziek die grotendeels zou bestaan uit bewerkingen van bekende nummers. Nog daargelaten dat het onduidelijk is welke nummers precies worden bedoeld, zegt de omstandigheid dat mogelijk andere parodieën op bekende nummers bestaan, op zichzelf nog niks over de vraag of die parodieën ook juridisch toelaatbaar zijn. Dat geen (juridisch) geschil over een andere parodie is ontstaan, kan veel verschillende oorzaken hebben. Zo kan een rechthebbende niet bekend zijn met het bestaan van de parodie, ervoor kiezen niet op te treden, of is procederen simpelweg te kostbaar. Ook kan het zo zijn dat de rechthebbende het gebruik juist wél wil toestaan. Aan het enkele bestaan van andere parodieën kunnen daarom geen conclusies worden verbonden over de vraag of de parodie-exceptie in dit geval van toepassing is.
Conclusie
3.18.
Alles afwegend is de rechtbank van oordeel dat de belangen van Universal zwaarder wegen dan het belang van De Kapotte Kachels bij commerciële exploitatie van het nummer ‘Dikke Pens’. Daarbij neemt de rechtbank in aanmerking dat:
  • de herkenbare melodie van ‘Take A Chance On Me’ gedurende het hele carnavalsnummer wordt gebruikt en daarmee een wezenlijk onderdeel vormt van ‘Dikke Pens’,
  • de melodie vanwege de bekendheid van ‘Take A Chance On Me’ direct herkenbaar is en een groot publiek wordt bereikt,
  • De Kapotte Kachels een commercieel belang hebben bij de exploitatie van het nummer, waaronder het verkrijgen van bekendheid en het genereren van inkomsten uit optredens en exploitatie,
  • het nummer niet slechts tijdelijk of incidenteel wordt gebruikt, maar in tijd onbeperkt en wereldwijd beschikbaar wordt gesteld via commerciële streamingdiensten,
  • het gebruik leidt tot een blijvende associatie tussen het werk van ABBA en een uiting met een andere inhoud en strekking, waarmee ABBA zich niet wenst te associëren,
  • de vrijheid van meningsuiting van De Kapotte Kachels niet volledig wordt beperkt omdat het nummer wel kan worden uitgevoerd en verspreid in het kader van live optredens,
  • er geen ‘chilling effect’ ontstaat en het bestaan van andere parodieën niks zegt over deze zaak.
Gelet op de hierboven besproken omstandigheden biedt de parodie-exceptie in dit geval geen rechtvaardiging voor de commerciële exploitatie van het nummer ‘Dikke Pens’ van De Kapotte Kachels. Dit leidt tot afwijzing van de vorderingen. Voor vordering III geldt nog specifiek dat daar geen belang bij is, omdat Universal niet heeft betwist dat De Kapotte Kachels naburige rechthebbenden zijn op de door De Kapotte Kachels gemaakte opname.
De Kapotte Kachels moeten de proceskosten van Universal betalen
Artikel 1019 Rv Pro is van toepassing
3.19.
De Kapotte Kachels hebben zich op het standpunt gesteld dat het liquidatietarief moet worden toegepast, omdat sprake is van een vordering van een verklaring voor recht dat Universal géén IE-rechten kan doen gelden in dit geval, dus dat De Kapotte Kachels geen inbreuk maken op de IE-rechten van Universal. Omdat een dergelijke procedure niet beoogt de belangen van IE-rechthebbenden te beschermen, zou het liquidatietarief van toepassing zijn. De rechtbank volgt dit niet. De vorderingen betreffen in de kern een negatieve verklaring voor recht (verklaring van geen inbreuk) en het geschil gaat over de vraag of de Kapotte Kachels het auteursrechtelijk beschermde werk van ABBA met haar nummer Dikke Pens onbeperkt commercieel mogen gebruiken of dat ABBA dit met haar auteursrechten kan voorkomen. Het gaat er dus om of inbreuk wordt gemaakt op de auteursrechten van ABBA of niet. De beoordeling daarvan vergt onderzoek naar de reikwijdte van de rechten van ABBA en de beperkingen die artikel 18b Aw opwerpt. Daarmee is sprake van een zaak over de handhaving van een recht van intellectuele eigendom als bedoeld in artikel 1019 Rv Pro.
3.20.
De Kapotte Kachels zullen als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. Universal heeft een kostenoverzicht overgelegd van € 22.124,00. Hiervoor is overwogen dat aan de vorderingen het auteursrecht ten grondslag ligt en dat het gaat over de handhaving van intellectuele eigendomsrechten. Daarom wordt de proceskostenveroordeling gegrond op artikel 1019h Rv. Bij de vaststelling van de redelijke en evenredige kosten ex artikel 1019h Rv gaat de rechtbank uit van de Indicatietarieven in IE-zaken. Deze zaak valt naar het oordeel van de rechtbank onder de categorie ‘normale bodemzaak met een maximumtarief van € 21.000,-’. De gevorderde advocaatkosten worden daarom tot het bedrag van € 21.000 toegewezen en het overige wordt afgewezen.
3.21.
De proceskosten van Universal worden begroot op:
- griffierecht
714,00
- salaris advocaat
21.000,00
- nakosten
189,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
21.903,00

4.De beslissing

De rechtbank
4.1.
wijst de vorderingen van De Kapotte Kachels af,
4.2.
veroordeelt De Kapotte Kachels in de proceskosten van € 21.903,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als De Kapotte Kachels niet tijdig aan de veroordelingen voldoen en het vonnis daarna wordt betekend,
4.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.A. Schuman en in het openbaar uitgesproken op 29 juli 2026.
LLO 5791

Voetnoten

1.Hof van Justitie van de Europese Unie, 3 september 2014, ECLI:EU:C:2014:2132.