Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
gedetineerd in J.C. [locatie] te [plaats] ,
1.Zitting
- de verdachte;
- de officier van justitie: mr. M. Kamper;
- de advocaat van de verdachte: mr. J.A.C. van den Brink (hierna: de advocaat).
2.Tenlastelegging
3.Bewijs
4.Kwalificatie en strafbaarheid
- een Pro Justitia rapport van 17 december 2025, psychiatrisch onderzoek, opgemaakt door een psychiater;
- een Pro Justitia rapport van 17 december 2025, psychologisch onderzoek, opgemaakt door een GZ-psycholoog.
5.Maatregel
- een gevangenisstraf van 15 maanden, met aftrek van het voorarrest;
- een maatregel van terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege (hierna: tbs met dwangverpleging), ongemaximeerd.
6.Vordering benadeelde partij
7.Toegepaste wetsartikelen
8.De beslissing
ter beschikking wordt gestelden beveelt dat hij
van overheidswege wordt verpleegd;
- naar de KPN winkel te gaan en/of
- in de winkel aan de telefoons te trekken en/of
- in een onbekende taal naar die [aangever 3] en/of een of meerdere medewerkers te schreeuwen en/of
- een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp te pakken en/of
- met voornoemd mes in de richting van die [aangever 1] te lopen en/of
- met voornoemd mes een snijbeweging langs zijn keel te maken en/of daarbij die [aangever 2] aan te kijken en/of
- met voornoemd mes telefoons los te snijden en/of
- een of meerdere telefoons in zijn, verdachtes, jaszakken te doen;
hij op of omstreeks 28 januari 2025 te Lelystad, met een persoon, te weten [aangeefster] een of meer seksuele handelingen heeft verricht, te weten
- het meermalen, althans eenmaal, betasten van de borsten van die [aangeefster] en/of
- het meermalen, althans eenmaal, vasthouden van de borsten van die [aangeefster] en/of
- het meermalen, althans eenmaal, (over de broek) betasten van de vagina van die [aangeefster] en/of
- het op de grond gooien van die [aangeefster] en/of
- over die [aangeefster] hangen en/of de broek van die [aangeefster] uit proberen te trekken,
terwijl hij, verdachte, wist, althans ernstige reden had om te vermoeden dat bij die [aangeefster] daartoe de wil ontbrak.