Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.Zitting
2.Tenlastelegging
3.Bewijs
proces-verbaal van bevindingenvan 23 september 2024, zakelijk weergegeven, het volgende gerelateerd:
Ik zag dat twee slachtoffers, namelijk [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] , naar het perceel [huisnummer] liepen. Ik zag en hoorde dat de buren (verdachten) in gesprek gingen met de slachtoffers. Ik zag dat het derde slachtoffer in het voertuig bleef zitten.
Een deskundigenrapport van het NFI: “Forensisch pathologisch onderzoek naar aanleiding van een mogelijk niet-natuurlijke aard van overlijden” van 25 september 2024 opgesteld door I.H.R. Hundscheid, arts en forensisch patholoog, voor zover inhoudende als verklaring van voornoemde deskundige:
Een forensisch medische letselrapportage [slachtoffer 1] van GGD Utrechtvan 29 november 2024 opgesteld door A.R.J. Stumpel, forensisch arts, voor zover inhoudende als verklaring van voornoemde deskundige:
Een forensisch medische letselrapportage [slachtoffer 2] van GGD Utrechtvan 29 november 2024 opgesteld door A.R.J. Stumpel, forensisch arts, voor zover inhoudende als verklaring van voornoemde deskundige:
4.Bewezenverklaring
5.De strafbaarheid van de verdachte
De verdediging heeft verder aangevoerd dat bij de verdachte sprake was van een hevige gemoedsbeweging als gevolg van het door de verdachte ingebeelde dreigende gevaar. Door deze hevige gemoedsbeweging heeft de verdachte de grenzen van de (vermeend) noodzakelijke verdediging overschreden, wat een vereist is voor putatief noodweerexces.
6.Kwalificatie
doodslag
poging tot doodslag, meermaals gepleegd
7.Straf en maatregel
8.In beslag genomen voorwerpen
9.Vordering benadeelde partij
Ten aanzien van de overige vorderingen heeft de verdediging het hiernavolgende aangevoerd.
Voorts is voor zowel voor [slachtoffer 1] als voor [slachtoffer 2] de ernst van het geestelijk letsel en het causaal verband met de confrontatie onvoldoende vast te stellen en daarmee betwist. Ook in verband met affectieschade is niet aangetoond dat het letsel van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] kan worden gekenschetst als ‘ernstig en blijvend letsel’ als bedoeld in artikel 6:107 van Pro het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW).
Uit de stukken die namens de benadeelde partij zijn overgelegd, blijkt dat zij PTSS heeft opgelopen als gevolg van de confrontatie met de gevolgen van het schietincident. Hiervoor heeft zij geruime tijd onder behandeling gestaan. Uit de brief van de GZ-psycholoog van 6 januari 2026 blijkt dat de klachtenlast geleidelijk aan lijkt af te nemen en dat de verwachting is dat de kwaliteit van leven weer aanzienlijk kan verbeteren door vermindering van de PTSS-symptomen.
De benadeelde partij kan daarom aanspraak maken op vergoeding van shockschade. Deze bestaat uit en materieel en een immaterieel gedeelte.
Voor de toegekende affectieschade, die is ontleend aan het Besluit Affectieschade uit 2019, is geen sprake van een dergelijke ‘dubbele compensatie’ voor tijdsverloop. Voor de affectieschade zal de aanvangsdatum van de wettelijke rente daarom worden bepaald op de datum waarop de schade is ontstaan, te weten de pleegdatum 9 september 2024.
10.Toegepaste wetsartikelen
11.De beslissing
gevangenisstraf van 12 (twaalf) jaren;
- gelast dat de verdachte
- legt een
- een sok (omschrijving: PL0900-2024286320-G3402729);
- een sok (omschrijving: PL0900-2024286320-G3402734);
- een pistool (omschrijving: PL0900-2024286320-G3402573);
- munitie (omschrijving: PL0900-2024286320-3402728);
- verdovende middelen (omschrijving: PL0900-2024286320-3402737);
- een stuk vuurwerk (omschrijving: PL0900-2024286320-G3405150);
- onderdeel vuurwapen (omschrijving: PL0900-2024286320-G3402961);
- hulzen en projectielen (omschrijvingen: PL0900-2024286320-3404461, PL0900-2024286320-3404462, PL0900-2024286320-3404464, PL0900-2024286320-3404027, PL0900-2024286320-3404028, PL0900-2024286320-3402961, PL0900-2024286320-3402985, PL0900-2024286320-3402987, PL0900-2024286320-3402988, PL0900-2024286320-3402989, PL0900-2024286320-3402990, PL0900-2024286320-3402991, PL0900-2024286320-3402992, PL0900-2024286320-3402993, PL0900-2024286320-3402995, PL0900-2024286320-3402997, PL0900-2024286320-3402998, PL0900-2024286320-3402999, PL0900-2024286320-3403000, PL0900-2024286320-3403001, PL0900-2024286320-3403002, L0900-2024286320-3402909);
- wijst de vordering van [slachtoffer 1] toe tot een bedrag van € 327.981,43 bestaande uit € 87.981,43 materiële schade, € 200.000,00 smartengeld, € 15.000,00 affectieschade en € 25.000,00 shockschade (immaterieel);
- verklaart [slachtoffer 1] voor wat betreft de pro forma schadepost niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering voor dat deel kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
- verklaart [slachtoffer 1] voor wat betreft de meer gevorderde materiële schade niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering voor dat deel kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
- wijst de vordering van [slachtoffer 1] voor de meer gevorderde smartengeld en shockschade af;
- veroordeelt de verdachte tot betaling aan [slachtoffer 1] van het toegewezen bedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente voor:
- ziekenhuis- en revalidatiedaggeldvergoeding van € 7.785,00 vanaf 10 oktober 2024;
- niet vergoede zorgkosten van € 156,18 vanaf 29 oktober 2025;
- kosten eigen risico 2025 van € 385,00 vanaf 17 april 2025;
- toekomstig eigen risico van € 14.245,00 vanaf 13 februari 2026;
- eigen bijdrage Wmo van € 42,00 vanaf 25 november 2025;
- toekomstige eigen bijdrage Wmo van € 9.324,00 vanaf 13 februari 2026;
- medische hulpmiddelen van € 410,56 vanaf 11 december 2025;
- huishoudelijke hulp van € 5.239,00 vanaf 9 maart 2025;
- mantelzorg van € 5.239,00 vanaf 9 maart 2025;
- zelfwerkzaamheid van € 306,40 vanaf 9 september 2024;
- kosten opvragen informatie van € 132,12 vanaf 26 november 2025;
- kosten aangepaste auto van € 44.717,17 vanaf 5 december 2025;
- smartengeld van € 200.000,00 vanaf 13 februari 2026;
- affectieschade van € 15.000,00 vanaf 9 september 2024;
- veroordeelt de verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
- legt de verdachte de verplichting op ten behoeve van benadeelde partij [slachtoffer 1] aan de Staat € 327.981,43 te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente zoals hierboven genoemd tot de dag van volledige betaling. Als het verschuldigde bedrag niet volledig wordt betaald of kan worden verhaald, kan gijzeling worden toegepast voor de duur van 365 dagen. De toepassing van gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op;
- bepaalt dat de verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op één van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;
- wijst de vordering van [slachtoffer 2] toe tot een bedrag van € 234.977,13, bestaande uit € 44.977,13 materiële schade, € 150.000,00 smartengeld, € 15.000,00 affectieschade en € 25.000,00 shockschade (immaterieel);
- verklaart [slachtoffer 2] voor wat betreft de meer gevorderde materiële schade niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering voor dat deel kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
- wijst de meer gevorderde smartengeld en shockschade af;
- veroordeelt de verdachte tot betaling aan [slachtoffer 2] van het toegewezen bedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente voor:
- ziekenhuis- en revalidatiedaggeldvergoeding van € 3.014,00 vanaf 23 januari 2025;
- niet vergoede zorgkosten van € 295,79 vanaf 30 juni 2025;
- kosten eigen risico 2024 van € 187,25 vanaf 9 september 2024;
- kosten eigen risico 2025 van € 375,00 vanaf 25 november 2025;
- toekomstig eigen risico van € 11.250,00 vanaf 13 februari 2026;
- eigen bijdrage Wmo van € 210,00 vanaf 25 november 2025;
- toekomstige eigen bijdrage Wmo van € 7.560,00 vanaf 13 februari 2026;
- medische hulpmiddelen van € 405,33 vanaf 29 april 2025;
- huishoudelijke hulp van € 5.239,00 vanaf 9 maart 2025;
- mantelzorg van € 5.239,00 vanaf 9 maart 2025;
- zelfwerkzaamheid van € 229,80 vanaf 9 september 2024;
- kosten CBR behouden rijbewijs van € 45,25 vanaf 22 februari 2025;
- kosten aanschaf auto met automaat van € 10.500,00 vanaf 12 mei 2025;
- kosten woning van € 50,00 vanaf 22 januari 2025;
- reiskosten van € 326,71 vanaf 14 november 2025;
- kosten informatieverzoek van € 50,00 vanaf 17 november 2025;
- smartengeld van € 150.000,00 vanaf 13 februari 2026;
- affectieschade van € 15.000,00 vanaf 9 september 2024;
- veroordeelt de verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
- legt de verdachte de verplichting op ten behoeve van benadeelde partij [slachtoffer 2] aan de Staat € 234.977,13 te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente zoals hierboven genoemd tot de dag van volledige betaling. Als het verschuldigde bedrag niet volledig wordt betaald of kan worden verhaald, kan gijzeling worden toegepast voor de duur van 365 dagen. De toepassing van gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op;
- bepaalt dat de verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op één van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;
- wijst de vordering van [benadeelde 1] toe tot een bedrag van € 13.354,74, bestaande uit € 3.354,74 materiële schade en € 10.000,00 immateriële schade (shockschade);
- veroordeelt de verdachte tot betaling aan [benadeelde 1] van het toegewezen bedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente voor:
- kosten eigen risico 2025 van € 385,00 vanaf 19 februari 2025;
- kosten eigen risico 2026 van € 385,00 vanaf 13 februari 2026:
- kosten extra gereden kilometers van € 2.584,74 vanaf 18 september 2025;
- shockschade (immaterieel) van € 10.000,00 vanaf 13 februari 2026;
- wijst de vordering voor het overige af;
- veroordeelt de verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
- legt de verdachte de verplichting op ten behoeve van benadeelde partij [benadeelde 1] aan de Staat € 13.354,74 te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente zoals hierboven genoemd tot de dag van volledige betaling. Als het verschuldigde bedrag niet volledig wordt betaald of kan worden verhaald, kan gijzeling worden toegepast voor de duur van 91 dagen. De toepassing van gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op;
- bepaalt dat de verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op één van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;
- verklaart benadeelde partij [benadeelde 2] niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
- veroordeelt benadeelde partij [benadeelde 2] in de kosten door de verdachte gemaakt, tot op heden begroot op nihil;
- wijst de vordering van [nabestaande 1] toe tot een bedrag van € 10.541,29, bestaande uit materiële schade;
- veroordeelt de verdachte tot betaling aan benadeelde partij [nabestaande 1] van het toegewezen bedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente voor:
- veroordeelt de verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
- legt de verdachte de verplichting op ten behoeve van benadeelde partij [nabestaande 1] aan de Staat € 10.541,29 te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente zoals hierboven genoemd tot de dag van volledige betaling. Als het verschuldigde bedrag niet volledig wordt betaald of kan worden verhaald, kan gijzeling worden toegepast voor de duur van 77 dagen. De toepassing van gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op;
- bepaalt dat de verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op één van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;
- wijst de vordering van [nabestaande 2] toe tot een bedrag van € 25.697,75, bestaande uit € 8.197,75 materiële schade en € 17.500,00 immateriële schade (affectieschade)
- veroordeelt de verdachte tot betaling aan [nabestaande 2] van het toegewezen bedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente voor:
- kosten uitvaart van € 8.197,75 vanaf 14 oktober 2024;
- affectieschade van € 17.500,00 vanaf 9 september 2024;
- veroordeelt de verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
- legt de verdachte de verplichting op ten behoeve van benadeelde partij [nabestaande 2] aan de Staat € 25.697,75 te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente zoals hierboven genoemd tot de dag van volledige betaling. Als het verschuldigde bedrag niet volledig wordt betaald of kan worden verhaald, kan gijzeling worden toegepast voor de duur van 143 dagen. De toepassing van gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op;
- bepaalt dat de verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op één van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;
- wijst de vordering van [nabestaande 3] toe tot een bedrag van € 20.000,00, bestaande uit immateriële schade (affectieschade);
- veroordeelt de verdachte tot betaling aan benadeelde partij [nabestaande 3] van het toegewezen bedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 9 september 2024 tot de dag van volledige betaling;
- veroordeelt de verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
- legt de verdachte de verplichting op ten behoeve van benadeelde partij [nabestaande 3] aan de Staat € 20.000,00 te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 9 september 2024 tot de dag van volledige betaling. Als het verschuldigde bedrag niet volledig wordt betaald of kan worden verhaald, kan gijzeling worden toegepast voor de duur van 125 dagen. De toepassing van gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op;
- bepaalt dat de verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op één van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed.
- bepaalt dat de als gevolg van deze uitspraak te betalen schadevergoeding moet worden gestort op een ten behoeve van de benadeelde partij [nabestaande 3] te openen rekening met een BEM-clausule.