ECLI:NL:RBMNE:2026:474

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
2 februari 2026
Publicatiedatum
13 februari 2026
Zaaknummer
11981221 \ UV EXPL 25-298
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Kort geding
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:441 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Eiser niet-ontvankelijk wegens beschermingsbewind bij loonvordering

Eiser, die onder beschermingsbewind staat, vordert betaling van achterstallig loon van gedaagde B.V. op grond van een arbeidsovereenkomst en toepasselijke cao. Hij stelt sinds 13 oktober 2025 ziek te zijn en dat gedaagde B.V. het loon niet correct heeft doorbetaald.

De kantonrechter oordeelt dat eiser niet zelf kan procederen over financiële zaken vanwege het beschermingsbewind. Alleen de bewindvoerder is bevoegd om in rechte op te treden namens eiser, zoals bepaald in artikel 1:441 BW Pro. Hoewel de gemachtigde van eiser overleg heeft gehad met de bewindvoerder, is dat niet voldoende om eiser zelf ontvankelijk te verklaren.

Omdat het geschil over loon gaat, een financiële aangelegenheid, is eiser niet ontvankelijk. De kantonrechter wijst erop dat eiser en zijn gemachtigde met de bewindvoerder moeten overleggen of deze de procedure wil voortzetten. Eiser wordt in het ongelijk gesteld en veroordeeld in de proceskosten, die vanwege het ontbreken van een gemachtigde aan de zijde van gedaagde nihil worden vastgesteld.

Uitkomst: Eiser wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat hij onder beschermingsbewind staat en niet zelf kan procederen over zijn loonvordering.

Uitspraak

RECHTBANKMIDDEN-NEDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Utrecht
Zaaknummer: 11981221 \ UV EXPL 25-298
Vonnis in kort geding van 2 februari 2026
in de zaak van
[eiser],
te [plaats 1] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser] ,
gemachtigde: mr. J.W. Menkveld,
tegen
[gedaagde] B.V.,
te [plaats 2] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] B.V.,
procederend in persoon.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding met producties 1 tot en met 5,
- de akte indienen producties en wijziging eis met producties 6 tot en met 8 van [eiser] ,
- de mondelinge behandeling van 19 januari 2026, waarbij [eiser] aanwezig was met zijn gemachtigde en de heer [A] namens [gedaagde] B.V., en waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
1.2.
Per e-mail van 21 januari 2026 heeft mr. Menkveld de voorzieningenrechter laten weten dat hij de procedure wil intrekken. De heer [A] stond in de cc van die e-mail. Door de griffie is aangegeven dat de vermelding van de wederpartij in de cc van de mail niet voldoende is, en dat er alleen geen vonnis zal worden gewezen indien de wederpartij daarmee nadrukkelijk instemt. [gedaagde] B.V. heeft niet ingestemd en daarom is bepaald dat vonnis wordt gewezen.

2.De kern van de zaak

[eiser] kan niet worden ontvangen in zijn vordering. Zijn geld is onder beschermingsbewind gesteld. Hij kan tijdens bewind niet zelf over loon procederen. Alleen zijn bewindvoerder kan dat doen.

3.Wat wordt er gevorderd

3.1.
Tussen [eiser] en [gedaagde] B.V. bestaat een arbeidsovereenkomst. [eiser] stelt dat hij sinds 13 oktober 2025 ziek is en dat [gedaagde] B.V. hem op grond van de toepasselijke cao de eerste zes maanden 100% van het salaris moet doorbetalen en de daarop volgende 18 maanden 90%. Dat is niet gebeurd. [eiser] stelt dat hij daarom een loonvordering heeft. Hij wil dat [gedaagde] B.V. alsnog het achterstallig loon aan hem betaalt, met de rente en de wettelijke verhoging.
3.2.
[gedaagde] B.V. voert verweer en stelt dat een deel van de vordering van [eiser] thuishoort bij het inmiddels gefaillieerde [gedaagde] B.V. Daarnaast stelt zij dat er nadere afspraken zijn gemaakt over de bij laatstgenoemde opgebouwde vakantiedagen.

4.De beoordeling

4.1.
De kantonrechter komt niet toe aan een inhoudelijke beoordeling van het geschil.
4.2.
De goederen van [eiser] zijn onder beschermingsbewind gesteld. Op grond van artikel 1:441 van Pro het Burgerlijk Wetboek vertegenwoordigt de bewindvoerder de betrokkene in en buiten rechte. Dat betekent dat alleen de bewindvoerder in een gerechtelijke procedure betaling van loon kan vorderen.
4.3.
De advocaat van [eiser] heeft tijdens de mondelinge behandeling verklaard dat hij in opdracht en voor rekening van [eiser] zelf handelt. Hij heeft ook verklaard dat hij wel overleg heeft gehad met de bewindvoerder, dat hij ook informatie heeft gekregen van de bewindvoerder en dat de bewindvoerder op de hoogte is van de procedure. Dat is echter niet voldoende.
4.4.
Er is een aantal gevallen waarin een betrokkene zelf mag procederen. Dan gaat het doorgaans over de maatregel van het bewind zelf of om zaken die geen financiële impact hebben (bijvoorbeeld familierechtelijke zaken zoals omgang met kinderen). In die gevallen blijft de betrokkene in principe zelf ‘procesbekwaam’ (tenzij er ook sprake is van curatele of mentorschap). Van zodanige situatie is hier geen sprake. Het geschil betreft nadrukkelijk wel de financiën van [eiser] (het salaris van [eiser] wordt overigens ook op de beheerrekening van de bewindvoerder betaald).
4.5.
Dat betekent dat [eiser] niet ontvankelijk zal worden verklaard. [eiser] (en/of zijn gemachtigde) dient met de bewindvoerder te bespreken of deze zelf in de hoedanigheid van bewindvoerder een procedure wil voeren tegen [gedaagde] B.V. over loon.
4.6.
[eiser] is in het ongelijk gesteld en moet daarom in beginsel de proceskosten betalen. Omdat [gedaagde] echter geen gemachtigde heeft zal de kantonrechter die kosten op nihil bepalen.

5.De beslissing

De kantonrechter
5.1.
verklaart [eiser] niet-ontvankelijk in zijn vordering,
5.2.
veroordeelt [eiser] in de proceskosten, aan de zijde van [gedaagde] begroot op nihil.
Dit vonnis is gewezen door mr. H.A.M. Pinckaers en in het openbaar uitgesproken op 2 februari 2026.
184