ECLI:NL:RBMNE:2026:4754

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
14 juli 2026
Publicatiedatum
25 juli 2026
Zaaknummer
C/16/612212 / KL ZA 26-150
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Kort geding
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2.20ter BVIEArt. 13 UMVoArt. 21 UMVoArt. 124 UMVoArt. 3:296 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Misbruik van recht en merkrechten bij Roadlok-motorslot na beëindiging samenwerking

NHT c.s., houders van het Roadlok-merk, vorderen in kort geding staking van merkgebruik en overdracht van merk- en domeinnaamregistraties van QW c.s. na beëindiging van hun samenwerking. QW c.s. had zonder toestemming van NHT c.s. het merk Roadlok in de Benelux en EU geregistreerd en diverse domeinnamen op haar naam gezet.

De voorzieningenrechter oordeelt deels onbevoegd voor EU-brede Uniemerkvorderingen, maar wijst de overige vorderingen deels toe. NHT c.s. voldoet niet aan voorwaarden voor bescherming als houder van een niet-ingeschreven merk in de VS, waardoor enkele IE-vorderingen worden afgewezen.

Wel is vastgesteld dat QW c.s. de merkregistraties misbruikt om de markt af te schermen en concurrentie te beperken, wat onrechtmatig is. QW c.s. wordt verboden het merk te gebruiken binnen Nederland, behalve voor verkoop van resterende voorraad, en moet het Benelux-merk en domeinnamen overdragen. Ook wordt QW c.s. verboden misleidende reclame te maken over het Roadlok- en Lock Works-slot. De vordering tot rectificatie wordt afgewezen als disproportioneel.

Uitkomst: QW c.s. wordt verboden het Roadlok-merk binnen Nederland te gebruiken en moet het Benelux-merk en domeinnamen overdragen aan NHT c.s.

Uitspraak

RECHTBANK Midden-Nederland

Civiel recht
Zittingsplaats Lelystad
Zaaknummer: C/16/612212 / KL ZA 26-150
Vonnis in kort geding van 14 juli 2026
in de zaak van
1. de rechtspersoon naar buitenlands recht
NEW HAMPTON TECHNOLOGIES LLC,
te Beverly Hills (U.S.A.),
hierna te noemen: NHT,
2.
de rechtspersoon naar buitenlands recht
DISTRIWORKS USA,
te Shoreline (U.S.A.),
hierna te noemen: Distriworks USA
eisende partijen,
hierna samen te noemen: NHT c.s.,
advocaten: mr. T.Y. Adam-van Straaten en mr. B.A. Peper,
tegen

1.QUALITY WORKS B.V.,

te Lelystad,
hierna te noemen: QW,

2.2. DISTRI WORKS B.V.,

te Lelystad,
hierna te noemen: Distri Works,
gedaagde partijen,
hierna samen te noemen: QW c.s.,
advocaat: mr. N.A. Winthagen.

1.De procedure

1.1
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 3 juni 2026 met 38 producties
- de conclusie van antwoord met 9 producties
- de wijziging van eis met producties 39 t/m 44
- de aanvullende producties 45 t/m 47
- de wijziging van eis
- de aanvullende productie 10 van QW c.s.
- de mondelinge behandeling van 30 juni 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt
- de pleitnota van NHT c.s.
- de pleitnota van QW c.s.
1.2
De voorzieningenrechter heeft daarna bepaald dat vandaag vonnis wordt gewezen.

2.De kern van de zaak

2.1
Het gaat in deze zaak om de rechten op het merk Roadlok en misleidende reclame. NHT c.s. verwijt QW gedurende hun samenwerking zonder haar toestemming het woordmerk Roadlok te hebben geregistreerd in de Benelux en de EU en aanvullende merkdepots te hebben verricht in het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten. Daarnaast heeft QW de domeinnamen en met een groot aantal verschillende extensies op haar naam geregistreerd.
2.2
Nu de samenwerkingsrelatie tussen hen door onenigheid is geëindigd, vordert NHT c.s. de staking van het merkgebruik door QW c.s. en wil zij dat QW c.s. de verschillende merk- en domeinnaamregistraties aan haar overdraagt. Daarnaast verwijt NHT c.s. QW c.s. misleidende reclame te maken en wil zij een rectificatie.
2.3
De voorzieningenrechter acht zich (deels) onbevoegd om te oordelen over de vorderingen rondom de Uniemerken. De overige vorderingen van NHT c.s. worden gedeeltelijk toegewezen.

3.De beoordeling

Achtergrond van het geschil
3.1
NHT is in 2005 opgericht en houdt zich sindsdien bezig met de ontwikkeling, productie en verkoop van het Roadlok-motorslot. In 2024 is haar dochtermaatschappij Distriworks USA opgericht voor de (wereldwijde) distributie van het Roadlok-motorslot.
3.2
Het Roadlok-motorslot is gecertificeerd met ART4, het hoogste beveiligingsniveau voor tweewielers die onderweg gestald worden. Het slot wordt permanent op de remklauw van het voorste wiel van de motorfiets gemonteerd. Wanneer de motorfiets wordt geparkeerd, wordt een pin met een geel koord (de brakebolt) door een opening in de remschijf gestoken, waardoor het voorwiel wordt geblokkeerd. Deze pin wordt vervolgens met een sleutel vastgezet, waarna de motorfiets niet meer kan worden verplaatst.
3.3
Het Roadlok-motorslot is verkrijgbaar via de NHT-webshop via de domeinnaam en via enkele distributiekanalen. NHT heeft vanaf 2006 in de Verenigde Staten verschillende woordmerkregistraties ingediend en verkregen voor het merk Roadlok. Die registraties zijn door een administratieve fout niet verlengd. Op 8 oktober 2025 heeft NHT een nieuwe merkregistratie voor het woordmerk Roadlok ingediend en verkregen in de Verenigde Staten. Daarnaast heeft zij het merk in november en december 2025 ook geregistreerd in de EU en ingediend in het Verenigd Koninkrijk, de EU en Australië.
3.4
QW is in 2018 opgericht door [A] nadat [A] NHT had benaderd met de vraag of hij de Europese distributie van het Roadlok-motorslot mocht verzorgen. Vanaf begin 2019 verzorgde QW (en sinds 2024 via haar dochtermaatschappij Distri Works) de distributie en verhandeling van het Roadlok-motorslot binnen de EU. De samenwerking tussen partijen is niet schriftelijk vastgelegd. In de jaren daarna werd de rol van QW rond het Roadlok-motorslot steeds groter evenals haar aandeel in de Roadlok-omzet van NHT. Uiteindelijk werd het overgrote deel van de geproduceerde Roadlok sloten via QW in Europa verkocht. Er is tussen partijen gedurende die periode gesproken over een bredere samenwerking, maar daarover hebben partijen geen overeenstemming bereikt.
3.5
Gedurende de samenwerking heeft QW verschillende domeinnamen geregistreerd met daarin het Roadlok-merk, zoals bijvoorbeeld en , met in ieder geval 33 verschillende extensies, die gezamenlijk verschillende landen in de EU, het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten dekken. Daarnaast heeft QW op 5 oktober 2020 het Benelux-merk Roadlok (BX 1426364) aangevraagd en verkregen en op 21 juni 2022 respectievelijk 8 april 2025 een internationale merkaanvraag ingediend voor de EU (IR-1671578) en voor het VK en de VS (IR-1862968). Volgens NHT c.s. zijn deze registraties zonder haar voorafgaande toestemming verricht en heeft zij dit pas na de respectievelijke inschrijvingen van QW vernomen. Om hun relatie niet onder druk te zetten, heeft zij volgens NHT c.s. niet direct actie ondernomen. QW c.s. heeft een andere visie op de gebeurtenissen. Zij betwist dat de registraties zonder toestemming zijn verricht en betoogt dat de registraties in overleg met NHT zijn gedaan om ervoor te zorgen dat het merk Roadlok ook in Europa beschermd zou zijn.
3.6
De samenwerking tussen NHT c.s. en QW c.s. is in 2025 vanwege onenigheid beëindigd. Aanleiding voor deze onenigheid was onder meer de mededeling van QW c.s. een eigen productiefaciliteit te hebben opgezet in China voor het Roadlok-slot vanwege de productieproblemen in de Verenigde Staten en het door QW c.s. annuleren van de op dat moment uitstaande orders bij NHT c.s. voor de rest van 2025. Gedurende dat jaar hebben partijen meerdere keren met elkaar gesproken, maar zij kwamen er onderling niet uit. Een groot struikelblok vormden de door QW c.s. op haar eigen naam verrichtte merkregistraties van het Roadlok-merk. NHT c.s. beschuldigt QW c.s. ervan deze registraties in te zetten als pressiemiddel tegen NHT c.s. om haar te bewegen tot verkoop van haar Europese activiteiten dan wel QW c.s. te erkennen als haar Europese partner. Dit vormt volgens NHT c.s. oneigenlijk gebruik van de merkinschrijvingen en misbruik van recht.
3.7
Begin 2026 heeft QW c.s. vervolgens via haar productiefaciliteit in China een eigen motorslot op de Europese markt gebracht onder de naam Lock Works Guardian. Volgens NHT c.s. is dit slot een nagenoeg één-op-één kopie van het Roadlok-slot en gebruikt QW c.s. de aan NHT toebehorende merken en domeinnamen voor misleidende bait-and-switch-praktijken. Daarbij claimt QW c.s. volgens NHT c.s. ook exclusiviteit over de Roadlok-merken en eist zij van de nieuwe Europese distributeur van NHT dat deze zich onthoudt van ieder gebruik daarvan. QW c.s. is het met de door NHT c.s. geschetste gang van zaken niet eens en is van mening dat vooral NHT c.s. debet is aan de ontstane verwarring in de markt.
Rechtsmacht
3.8
NHT c.s. is gevestigd in de Verenigde Staten en QW c.s. in Nederland. De zaak heeft daarom een internationaal karakter. De voorzieningenrechter zal (ambtshalve) beoordelen of hem rechtsmacht toekomt.
3.9
Met haar eerste twee vorderingen wil NHT c.s. het staken van het gebruik en de overdracht van het Benelux-merk en de twee geregistreerde Uniemerken bewerkstelligen op grond van artikel 2.20ter BVIE [1] en de artikelen 13 en 21 UMVo [2] . De overige vorderingen van NHT c.s. zien op de overdracht van verschillende domeinnamen en misleidende reclame.
3.1
Voor de beide Uniemerken geldt dat uit het arrest Spin Master [3] volgt dat de voorzieningenrechter bevoegd is om voorlopige of beschermende maatregelen te bevelen voor gemeenschapsmerken voor zover deze maatregelen niet verder strekken dan het grondgebied van de eigen lidstaat. Voor EU-brede maatregelen is alleen (de voorzieningenrechter van) de rechtbank Den Haag bevoegd. Dit betekent dat de voorzieningenrechter zich alleen bevoegd acht om van de subsidiaire vordering (I. bis) kennis te nemen, omdat de gevorderde maatregel – staken van het gebruik – daarin is beperkt tot Nederlands grondgebied.
3.11
De voorzieningenrechter verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van de vorderingen voor zover deze gaan over EU-brede maatregelen. Dat geldt voor zowel de primaire vordering onder I. als voor de onder II. gevorderde overdracht van de Uniemerk-registraties. Uit artikel 21 UMVo Pro volgt dat een vordering tot overdracht van het Uniemerk ofwel bij het Bureau ofwel bij een rechtbank voor het Uniemerk (Den Haag) kan worden ingediend. Bovendien strekken de gevolgen van een overdracht zich uit tot de gehele Europese Unie. Dat betekent dat het zojuist al genoemde Spin Master-arrest hier toepassing mist.
3.12
Het beroep van NHT c.s. op artikel 124 UMVo Pro voor de bevoegdheid van de voorzieningenrechter leidt niet tot een andere uitkomst. Ook dan is rechtbank Den Haag de bevoegde instantie. Weliswaar staat de vordering tot overdracht van de merkregistratie niet in de in het artikel genoemde limitatieve opsomming, maar de vordering tot overdracht hangt nauw samen met de wel in (sub a) voorkomende vorderingen over (dreigende) inbreuk op het Uniemerk. Dat de voorzieningenrechter in Amsterdam [4] vorig jaar wel de overdracht van een Uniemerkregistratie heeft bevolen, baat NHT c.s. evenmin, omdat de voorzieningenrechter zijn bevoegdheid destijds afleidde uit artikel 26 Brussel Pro I-bis Verordening [5] (hierna: Brussel I-bis) en zich in zijn uitspraak niet heeft uitgelaten over de toepasselijkheid van artikel 21 UMVo Pro.
3.13
Voor de overige vorderingen, zowel over het Benelux-merk als over de domeinnaamregistraties en misleidende reclame volgt de internationale en relatieve bevoegdheid van de voorzieningenrechter uit artikel 4 Brussel Pro I-bis en 99 Rv, omdat QW c.s. in het arrondissement Midden-Nederland gevestigd is.
Toepasselijk recht
3.14
Op de vorderingen over het Benelux-merk en de Uniemerken zijn de bepalingen uit respectievelijk het BVIE en de UMVo van toepassing.
3.15
De overige vorderingen zijn gegrond op misbruik van recht en misleidende reclame. Het toepasselijk recht wordt bepaald aan de hand van de Rome II Verordening [6] (hierna: Rome II). Op grond van artikel 14 Rome Pro II kunnen partijen een rechtskeuze maken. De voorzieningenrechter stelt vast dat partijen (voor het overige) in deze zaak volgens de over en weer betrokken standpunten zijn uitgegaan van de toepasselijkheid van Nederlands recht. Dat merkt de voorzieningenrechter aan als een (impliciete) rechtskeuze voor de toepasselijkheid van Nederlands recht, die voldoende blijkt uit de omstandigheden van het geval.
NHT c.s. voldoet niet aan voorwaarden van art. 2.20ter BVIE en art. 13 UMVo Pro
3.16
De vordering tot staken en gestaakt houden van het gebruik van het merk Roadlok en daarmee overeenstemmende tekens binnen Nederland en de vordering tot overdracht van de Benelux-merkregistratie zijn primair gegrond op de artikelen 2.20ter BVIE en 13 UMVo.
3.17
Art. 2.20ter BVIE en art. 13 UMVo Pro zijn inhoudelijk nagenoeg gelijk en bepalen dat
dat tenzij de gemachtigde of vertegenwoordiger van de merkhouder zijn handelwijze rechtvaardigt, de merkhouder zich kan verzetten tegen het gebruik van zijn merk door zijn gemachtigde of vertegenwoordiger als het merk zonder zijn toestemming is ingeschreven op naam van de gemachtigde of vertegenwoordiger van de merkhouder en hij met dit gebruik niet heeft ingestemd. In art. 2.20ter BVIE staat aanvullend nog de mogelijkheid voor de merkhouder opgenomen om in dat geval de overdracht van de inschrijving te vorderen.
3.18
Het begrip houder van het merk wordt ruim uitgelegd. Daaronder worden alle houders van merken begrepen, dus van Benelux- en Uniemerken en niet Benelux- en Uniemerken. Bovendien kunnen zowel houders van ingeschreven als niet ingeschreven merken een beroep doen op de bepaling. Voor houders van niet ingeschreven merken geldt daarbij wel de (aanvullende) voorwaarde dat het land van oorsprong dergelijke rechten erkent.
3.19
Op die laatste voorwaarde stranden de vorderingen van NHT c.s.. Vast staat dat NHT in de Verenigde Staten in de periode 2008 tot 2014 verschillende Roadlok-merkinschrijvingen heeft gehad (EP 4) en dat zij eind 2025 opnieuw pogingen heeft ondernomen om het Roadlok-merk ingeschreven te krijgen. NHT c.s. heeft echter niet gesteld dat zij (op dit moment) houder is van een ingeschreven merkenrecht. Zoals gezegd, kan ook de houder van een niet ingeschreven merk een beroep doen op de bepalingen, zolang het land van oorsprong, in dit geval de Verenigde Staten, dergelijke rechten erkent. Dat NHT c.s. aan die voorwaarde voldoet, is de voorzieningenrechter niet gebleken. NHT c.s. heeft daarover ook niets aangevoerd.
3.2
Dat betekent dat de vorderingen van NHT c.s., voor zover gegrond op deze grondslag, niet toewijsbaar zijn.
Misbruik van recht - QW c.s. moet gebruik Roadlok-merk staken
3.21
Als tweede grondslag voor haar vorderingen tot staken van het gebruik van het merk Roadlok en de overdracht van het Benelux-merk beroept NHT c.s. zich op misbruik van recht. Dit beroep slaagt (deels) wel.
3.22
Voldoende is komen vast te staan dat het doel van de door QW c.s. verrichte merkregistraties voor het Roadlok-merk was om QW c.s. in staat te stellen de Roadlok-motorsloten te verkopen binnen de EU. Sinds 2026 is QW c.s. evenwel geen distributeur meer voor het Roadlok-slot in Europa en heeft zij in zoverre geen belang meer bij de registraties. Het is naar het oordeel van de voorzieningenrechter voldoende aannemelijk geworden dat QW c.s. de merkregistraties sindsdien (heeft) gebruikt om de (Europese) markt af te schermen voor NHT c.s. om zo marktruimte voor haar eigen motorslot te creëren. Dat blijkt vooral uit het handhavende optreden van QW c.s. richting de nieuwe Europese distributeur van NHT c.s. om te (proberen te) bewerkstelligen dat de nieuwe distributeur geen Roadlok-motorsloten kan verkopen. Daarnaast heeft QW c.s. vanuit diverse roadlok-domeinnamen het (onjuiste) bericht verspreid dat zij voorheen Roadlok was en nu Lock Works. QW c.s. is immers zelf nooit Roadlok geweest, maar was enkel de distributeur (of samenwerkingspartner) van NHT c.s. die het Roadlok-motorslot in Europa verkocht. Door zich als QW c.s. te vereenzelvigen met het Roadlok-merk doet zij afbreuk aan de herkomstfunctie van het merk met geen ander doel dan NHT c.s. te schaden.
3.23
NHT c.s. heeft een spoedeisend belang bij het beëindigen van de onrechtmatige toestand. Ook als NHT c.s. het Roadlok-merk inmiddels opnieuw heeft geregistreerd, heeft zij (een spoedeisend) belang bij overdracht van de door QW c.s. geregistreerde Roadlok-merken omdat dan de prioriteitsdatum wordt behouden. QW c.s. heeft op haar beurt geen legitiem belang meer bij de uitoefening van haar formele merkrechten, omdat zij een eigen concurrerend motorslot onder een andere merknaam op de markt heeft gebracht.
3.24
De voorzieningenrechter zal daarom de vordering tot het staken van het merkgebruik toewijzen en op grond van artikel 3:296 BW Pro de overdracht van de Benelux-merkregistratie bevelen. Wel geldt dat het door NHT c.s. gevorderde verbod tot ieder gebruik ook rechtmatig gebruik van het merk omvat, zoals bijvoorbeeld bij de verkoop van nog bij QW c.s. aanwezige voorraad Roadlok-sloten. De voorzieningenrechter zal de veroordeling in zoverre dan ook beperken.
Domeinnamen – QW moet meewerken aan wijzigen tenaamstelling
3.25
NHT c.s. vordert – na wijziging van eis – in de eerste plaats het verstrekken van een volledig overzicht van de door QW c.s. geregistreerde domeinnamen waarin het merk Roadlok is opgenomen en vordert vervolgens overdracht van deze domeinnamen aan NHT c.s.. QW c.s. heeft dit overzicht – nadat NHT c.s. haar eis gewijzigd had – overgelegd in de procedure (GP 10). Dat betekent dat NHT c.s. niet langer een belang heeft bij toewijzing van dit deel van de vordering.
3.26
Uit het door QW c.s. verstrekte overzicht blijkt dat QW c.s. in totaal 33 domeinnamen met verschillende extensies heeft geregistreerd waarin het woordmerk roadlok of roadlock voorkomt. Gebruik van deze domeinnamen door QW c.s. is niet (langer) mogelijk, omdat het gebruik daarvan een onrechtmatige daad oplevert tegenover NHT c.s. vanwege het voorkomen van het Roadlok-merk in de naam.
3.27
Vervolgens is de vraag aan de orde of QW c.s. kan worden veroordeeld tot overdracht van de roadlok- en roadlock-domeinnamen. Het recht op een domeinnaam is niet wettelijk geregeld. Een domeinnaam wordt slechts éénmaal uitgereikt aan degene die de domeinnaam het eerst laat registreren. Dit is in beginsel de rechthebbende op de domeinnaam. Een juridische grondslag voor de overdracht van een domeinnaam ontbreekt. Wel kan de voorzieningenrechter, als het mindere van wat NHT c.s. heeft gevorderd, bevelen dat QW c.s. medewerking verleent aan de wijziging van de tenaamstelling van de domeinnamen. Dat zal de voorzieningenrechter dan ook doen.
3.28
De voorzieningenrechter gaat voorbij aan het betoog van QW c.s. dat een en ander tegen vergoeding van de door QW c.s. betaalde registratiekosten zou moeten plaatsvinden.
De voorzieningenrechter vindt voldoende aannemelijk geworden dat het overgrote deel van de registraties niet te goeder trouw heeft plaatsgevonden. Er was geen voorafgaande toestemming van NHT c.s. en zij was zelfs tot kort voor de mondelinge behandeling niet op de hoogte van de betreffende registraties. Het verweer van QW c.s. dat NHT c.s. simpelweg nooit heeft gevraagd naar het bestaan van de registraties wordt door de voorzieningenrechter gepasseerd. Van iemand hoeft niet verwacht te worden dat hij/zij vraagt naar het onbekende. Het had op de weg van QW c.s. gelegen om NHT c.s. op de hoogte te stellen van de verrichte domeinregistraties. Hoewel een (klein) deel van de domeinnamen (zoals roadlok.nl en .eu / roadlock.nl en .eu) mogelijk in eerste instantie ten gunste van NHT c.s. is geregistreerd, geldt ook hiervoor dat nergens uit blijkt dat NHT c.s. toestemming heeft gegeven om die registraties op naam van QW c.s. te verrichten.
Misleidende reclame - QW c.s. mag geen misleidende uitingen doen over het Roadlok-slot
3.29
NHT c.s. vraagt een verbod voor QW c.s. om misleidende (vergelijkende) uitingen te doen over het Roadlok-motorslot en het Lock Works-slot, waarbij de indruk wordt gewekt dat:
a. a) het Roadlok-slot niet meer beschikbaar is in de Europese Unie;
b) het Lock Works-slot een vervangend product is van Roadlok-slot; en
c) het Lock Works-slot van betere kwaliteit is dan het Roadlok-slot zonder dit te onderbouwen.
3.3
NHT c.s. verwijst ter onderbouwing van haar vordering specifiek naar twee uitingen van QW c.s.. De eerste uiting heeft op de website gestaan en de tweede uiting stond in een e-mail aan retailers.
Mededeling 1: “Met trots presenteren wij ons eigen alternatief: Lock Works Guardian. Dit product is in-house ontwikkeld en op meerdere punten verbeterd.”
Mededeling 2: “Dit jaar markeert een belangrijk moment voor ons: we beëindigen de verkoop van Roadlok en introduceren Lock Works, ons nieuwe premium merk in motorbeveiliging. Lock Works is ontwikkeld op basis van jarenlange ervaring, met volledige controle over ontwerp, productie en kwaliteit.”
3.31
De voorzieningenrechter wijst de vordering toe voor wat betreft de onder 3.29 sub. a en sub. b vermelde uitingen. Redengevend daarvoor is het volgende. Met de beide uitingen wordt de indruk gewekt dat het Lock Works-slot het Roadlok-slot vervangt. Het woord ‘vervangen’ kan op twee manieren worden uitgelegd. De eerste manier is – zoals QW c.s. ook betoogt – dat QW c.s. het Roadlok-slot niet meer verkoopt, maar wel een ander merk slot. Dat is feitelijk juist en ook niet onrechtmatig. Het kan echter ook op een andere manier worden uitgelegd. Namelijk dat de Roadlok-sloten niet meer in Europa worden geleverd en dat QW c.s. daarom een ander merk slot gaat verkopen. NHT c.s. heeft verschillende e-mails en reacties overgelegd waaruit blijkt dat de in deze zaak relevante markt – de detailhandel – de mededeling op deze manier heeft opgevat. Deze uitleg wordt ook in de hand gewerkt doordat de mededeling stond vermeld op de website , met daarop het Roadlok-logo en onder de mededeling dat Roadlok niet langer geleverd zou worden. Bovendien presenteert QW c.s. zich op social media als “voorheen Roadlok Europe, nu Lock Works”. Dat impliceert dat Roadlok Europe niet meer bestaat, terwijl er feitelijk nooit een onderneming, genaamd Roadlok Europe, heeft bestaan. Het was en is steeds QW c.s. geweest, die in het verleden als importeur van de Roadlok-sloten heeft gefungeerd, maar waarmee de samenwerking met NHT c.s. nu is geëindigd. Het gebruik van deze termen draagt bij aan de indruk dat het merk Roadlok niet langer beschikbaar is in Europa. Bovendien heeft QW c.s. de (Europese) EAN-codes voor de Roadlok-sloten daadwerkelijk verwijderd, waardoor het voor de retailers ook feitelijk niet langer mogelijk was om de Roadlok-sloten te bestellen.
3.32
Het Lock Works-slot is dus niet hét vervangende product van het Roadlok-slot in Europa, zoals de uitingen doen vermoeden, maar enkel voor QW c.s.. Hoewel een enkele onjuistheid of onvolledigheid van de mededeling op zich onvoldoende is voor misleiding, geldt in dit geval dat voldoende aannemelijk is geworden dat de mededelingen het in aanmerking komende publiek kunnen misleiden en ook daadwerkelijk hebben misleid en daarbij het economisch gedrag van het publiek hebben beïnvloed. Dat maakt de uitingen – voor zover zij de indruk wekken dat het Roadlok-slot niet meer beschikbaar is in de Europese Unie en dat het Lock Works-slot een vervangend product is van het Roadlok-slot – onrechtmatig.
3.33
Voor de uiting onder 3.29 sub c. vindt de voorzieningenrechter onvoldoende aannemelijk geworden dat – ook al zou sprake zijn van misleiding – het economisch gedrag van het relevante publiek daardoor wordt beïnvloed. De mededeling heeft naar het oordeel van de voorzieningenrechter meer een algemeen wervend karakter, juist doordat het geen concrete verbeterpunten benoemt. Het relevante publiek heeft kennis van zaken en daarom mag verwacht worden dat zij haar aankoopbeslissing niet enkel op deze mededeling zal laten afhangen. Onrechtmatigheid is dan niet aan de orde.
Rectificatie - QW c.s. hoeft niet te rectificeren
3.34
De vordering tot plaatsen en versturen van een rectificatie door QW c.s. acht de voorzieningenrechter disproportioneel. De uiting op de website heeft slechts kort online gestaan en de betreffende domeinnaam wordt daarnaast op korte termijn op naam van NHT c.s. zelf gezet, zodat zij daar op korte termijn zelf mededelingen op kan plaatsen. Voor de mailing aan de retailers geldt dat NHT c.s. zelf al (via haar nieuwe distributeur) contact met hen heeft opgenomen om de ontstane verwarring weg te nemen. De rectificatie dient daarmee geen doel meer.
Wat betekent dit voor de vorderingen?
3.35
De vordering tot het staken en het gestaakt houden van het gebruik binnen Nederland van de Roadlok-merken, en ook daarmee overeenstemmende tekens, voor zover niet gebruikt in directe relatie met de verkoop van de resterende voorraad Roadlok-sloten, wordt toegewezen.
3.36
Daarnaast zal QW c.s. worden veroordeeld om mee te werken aan de overdracht van het Benelux-merk met registratie 1671578 en de wijziging van de tenaamstelling van alle 33 door haar geregistreerde domeinnamen waarin de Roadlok-merken zijn opgenomen.
3.37
De ingangsdatum van de veroordelingen stelt de voorzieningenrechter vanwege de vakantieperiode vast op vier weken na dit vonnis. De gevorderde dwangsom zal worden beperkt tot € 250,- per dag(deel) tot maximaal € 25.000,- voor alle veroordelingen gezamenlijk.
3.38
Het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.
Proceskosten
3.39
QW c.s. wordt als de overwegend in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de proceskosten. Omdat de vorderingen niet toewijsbaar zijn op grond van een IE-grondslag worden de proceskosten van NHT c.s. begroot volgens het liquidatietarief. De kosten worden aan de zijde van NHT c.s. begroot op:
- Explootkosten € 125,75
- Griffierecht € 735,00
- Salaris advocaat € 1.177,00
Totaal € 2.037,75

4.De beslissing

De voorzieningenrechter
4.1
verklaart zich onbevoegd om kennis te nemen van de vorderingen tot het treffen van EU-brede maatregelen voor (waaronder de overdracht van) de Uniemerken,
4.2
verbiedt QW c.s. om binnen vier weken na dit vonnis het Roadlok-merk en daarmee overeenstemmende tekens binnen Nederland te gebruiken, behalve voor de verkoop van nog bij QW c.s. aanwezige voorraad Roadlok-motorsloten,
4.3
beveelt QW c.s. om binnen vier weken na dit vonnis het Benelux-merk met registratienummer 1426364 om niet aan NHT c.s. over te dragen,
4.4
beveelt QW c.s. om binnen vier weken na dit vonnis haar volledige en onvoorwaardelijke medewerking te verlenen aan de wijziging van de tenaamstelling van alle roadlo(c)k-domeinnamen op naam van NHT c.s.,
4.5
veroordeelt QW c.s. tot betaling van een dwangsom van € 250,- per dag(deel) per overtreding van de veroordelingen onder 4.2 tot en met 4.4, tot een maximum van € 25.000,- is bereikt,
4.6
veroordeelt QW c.s. tot betaling van de proceskosten van NHT c.s. ter hoogte van € 2.037,75, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe,
4.7
verklaart het vonnis voor wat betreft de veroordelingen onder 4.2 tot en met 4.6 uitvoerbaar bij voorraad,
4.8
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.G. van Ommeren, bijgestaan door mr. C.E.M. Roeleveld, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 14 juli 2026.
CR 4529

Voetnoten

1.Benelux-verdrag inzake de intellectuele eigendom (merken en tekeningen of modellen)
2.Verordening (EU) 2017/1001 van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2017 inzake het Uniemerk
3.HvJ EU, 21 november 2019, nr. C-678/18 (Spin Master)
4.Rb Amsterdam, 30 juli 2025, ECLI:NL:RBAMS:2025:7867
5.Verordening (EU) 1215/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2012 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (herschikking)
6.Verordening (EG) nr. 867/2007 van het Europees Parlement en de Raad van 11 juli 2007 betreffende het recht dat van toepassing is op niet-contractuele verbintenissen