ECLI:NL:RBMNE:2026:4774

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
15 juli 2026
Publicatiedatum
26 juli 2026
Zaaknummer
11977538 \ LC EXPL 25-2480
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3:33 BWArt. 3:35 BWArt. 6:217 BWArt. 6:119a BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Betaling annuleringskosten na digitale aanvaarding financieringsovereenkomst

Eiseres vordert betaling van annuleringskosten van €750,00 van gedaagde wegens annulering van een bemiddelingsovereenkomst voor een financiering van een auto. Gedaagde betwist dat er een overeenkomst tot stand is gekomen omdat zij geen 'natte' handtekening heeft gezet, maar de kantonrechter oordeelt dat de digitale handtekening voldoende is voor aanvaarding van het aanbod.

Gedaagde voert aan dat sprake is van een wilsgebrek omdat zij dacht dat ook btw en kosten voor een distributieriem werden gefinancierd, maar dit verweer wordt verworpen omdat eiseres gerechtvaardigd mocht vertrouwen op de ondertekening. De algemene voorwaarden zijn van toepassing en bepalen dat bij annulering annuleringskosten verschuldigd zijn.

Gedaagde heeft de overeenkomst geannuleerd en elders financiering afgesloten, waardoor zij de annuleringskosten en buitengerechtelijke incassokosten moet betalen. Tevens wordt wettelijke handelsrente toegewezen vanaf 21 augustus 2025. Gedaagde wordt veroordeeld in de proceskosten en het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: Gedaagde moet annuleringskosten, incassokosten, wettelijke rente en proceskosten aan eiseres betalen.

Uitspraak

RECHTBANKMIDDEN-NEDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Lelystad
Zaaknummer: 11977538 \ LC EXPL 25-2480 \ DB 68749
Vonnis van 15 juli 2026
in de zaak van
de besloten vennootschap
[eiseres] B.V.,
gevestigd in [vestigingsplaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiseres] ,
gemachtigde: Basic-Legal,
tegen
[gedaagde], handelend onder de naam
[handelsnaam]
wonend in [woonplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
procederend in persoon.

1.De procedure

1.1
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 14 november 2025 met 6 producties;
- de conclusie van antwoord;
- de conclusie van repliek;
- de conclusie van dupliek met producties;
- de akte van [eiseres] .
1.2
De kantonrechter heeft bepaald dat hij schriftelijk uitspraak doet.

2.De kern van de zaak

2.1
[eiseres] vordert dat [gedaagde] € 750,00 aan haar betaalt. Volgens [eiseres] hebben partijen een bemiddelingsovereenkomst voor een financiering voor een auto gesloten. [eiseres] stelt dat [gedaagde] de overeenkomst heeft geannuleerd en dat zij daarom op grond van de algemene voorwaarden de annuleringskosten van € 750,00 moet betalen. [gedaagde] betwist dat zij een overeenkomst heeft gesloten met [eiseres] en vindt dat zij niets hoeft te betalen. De kantonrechter geeft [eiseres] gelijk. [gedaagde] moet € 750,00 met rente en kosten aan [eiseres] betalen.
3 De beoordeling
Partijen hebben een overeenkomst gesloten
3.1
[eiseres] stelt dat zij [gedaagde] een offerte voor een financiering heeft gestuurd en dat [gedaagde] die offerte heeft ondertekend. Volgens [eiseres] is hiermee een overeenkomst tot stand gekomen. [gedaagde] betwist dit. Zij voert aan dat zij geen ‘natte’ of officiële digitale handtekening heeft gezet. Volgens [gedaagde] is er dus nooit een overeenkomst tot stand gekomen en is zij daarom ook geen annuleringskosten verschuldigd.
3.2
Een overeenkomst komt tot stand door aanbod en aanvaarding daarvan (artikel 6:217 Burgerlijk Pro Wetboek, hierna: BW). De kantonrechter is het met [eiseres] eens dat [gedaagde] een aanbod van [eiseres] heeft aanvaard. Uit de stukken blijkt namelijk dat [eiseres] [gedaagde] een offerte heeft gestuurd en dat [gedaagde] die offerte digitaal voor akkoord heeft ondertekend. Dit bevestigt [gedaagde] zelf in een WhatsApp-bericht aan [eiseres] , waarin zij schrijft:
“Zojuist ondertekend”. [gedaagde] lijkt van mening te zijn dat een digitale handtekening onder een offerte nog niet voldoende is voor de aanvaarding van een aanbod, maar dit is niet juist. Door de ondertekening is tussen partijen een overeenkomst tot stand gekomen. Dat moet ook voor [gedaagde] duidelijk zijn geweest. In de offerte staat namelijk vermeld dat [gedaagde] door het ondertekenen [eiseres] opdracht geeft tot het uitvoeren van de bemiddeling voor financial lease.
3.3
De kantonrechter begrijpt uit het verweer van [gedaagde] dat zij zich ook op het standpunt stelt dat haar wil niet overeenkwam met haar verklaring (artikel 3:33 BW Pro). Volgens [gedaagde] verkeerde zij bij de ondertekening in de veronderstelling dat in de offerte ook een financiering voor de btw en voor de kosten voor een nieuwe distributieband waren meegenomen. Achteraf bleken die kosten niet gefinancierd te worden. Dit verweer kan [gedaagde] niet helpen. Zelfs als de wil van [gedaagde] niet overeenkwam met haar verklaring, mocht [eiseres] er door de ondertekening van [gedaagde] gerechtvaardigd op vertrouwen dat [gedaagde] de overeenkomst onder de aangeboden voorwaarden wilde aangaan (artikel 3:35 BW Pro).
De algemene voorwaarden zijn van toepassing
3.4
De kantonrechter stelt vast dat de ‘Algemene Voorwaarden Financial Lease ZZP’ op de overeenkomst van toepassing zijn. In de overeenkomst zijn deze namelijk van toepassing verklaard (productie 1 bij de dagvaarding). [gedaagde] betwist daarnaast niet dat de algemene voorwaarden gelden.
[gedaagde] moet de annuleringskosten betalen
3.5
Vast staat dat [gedaagde] de overeenkomst met [eiseres] heeft geannuleerd. Zij heeft bij een andere partij een financiering afgesloten. In artikel 6.3 van de algemene voorwaarden staat dat [eiseres] annuleringskosten in rekening brengt als de klant afziet van een getekende offerte. Die annuleringskosten bedragen 5% van het kredietbedrag, met een minimum van € 750,-. In dit geval was het overeengekomen kredietbedrag € 10.504,16, zodat [gedaagde] de annuleringskosten van € 750,00 aan [eiseres] moet betalen.
[gedaagde] moet € 112,50 aan buitengerechtelijke incassokosten betalen
3.6
De kantonrechter stelt vast dat [eiseres] voldoende heeft gesteld en onderbouwd dat buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht. Het gevorderde bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten komt overeen met het in het Besluit bepaalde tarief en zal worden toegewezen.
[gedaagde] moet de wettelijke rente betalen
3.7
[eiseres] vordert de wettelijke handelsrente als bedoeld in artikel 6:119a BW over de annuleringskosten. [gedaagde] is de wettelijke handelsrente verschuldigd. Volgens [eiseres] bedraagt de rente € 21,49 tot en met 5 november 2025. Zij heeft niet toegelicht op welke ingangsdatum dit bedrag is gebaseerd en zij heeft haar berekening ook niet inzichtelijk gemaakt. De kantonrechter wijst de rente daarom niet toe zoals gevorderd. Uit de stukken blijkt dat [eiseres] [gedaagde] op 21 juli 2025 een factuur voor de annuleringskosten heeft gestuurd. Op grond van artikel 6:119a BW lid 2 sub a BW is [gedaagde] de wettelijke handelsrente verschuldigd vanaf 30 dagen na de aanvang van de dag, volgende op die waarop zij de factuur heeft ontvangen. De kantonrechter gaat ervan uit dat [gedaagde] de factuur direct op 21 juli 2025 heeft ontvangen, omdat al het contact tussen partijen digitaal is geweest. Dat betekent dat de kantonrechter de gevorderde rente zal toewijzen vanaf 21 augustus 2025 tot aan de dag van volledige betaling.
[gedaagde] moet de proceskosten met rente betalen
3.8
[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiseres] worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
120,21
- griffierecht
340,00
- salaris gemachtigde
360,00
(2,5 punten × € 144,00)
- nakosten
72,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
892,21

4.De beslissing

De kantonrechter:
4.1
veroordeelt [gedaagde] om aan [eiseres] te betalen:
I. een bedrag van € 750,00, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente als bedoeld in artikel 6:119a BW over het toegewezen bedrag, met ingang van 21 augustus 2025, tot de dag van volledige betaling;
II. veroordeelt [gedaagde] om aan [eiseres] te betalen een bedrag van € 112,50 aan buitengerechtelijke incassokosten;
4.2
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 892,21, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als [gedaagde] niet op tijd aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, dan moet [gedaagde] ook de kosten van betekening betalen;
4.3
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
4.4
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. R.M. Berendsen en in het openbaar uitgesproken op 15 juli 2026.