ECLI:NL:RBMNE:2026:4775

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
15 juli 2026
Publicatiedatum
26 juli 2026
Zaaknummer
12001564 \ UC EXPL 25-9837
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3:37 lid 3 BWArt. 6:87 BWArt. 6:233 sub b BWArt. 6:100 BWArt. 6:101 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vordering tot schadevergoeding wegens tekortkoming bij demontage en herinstallatie keuken toegewezen

De zaak betreft een overeenkomst waarbij de gedaagde de keuken van eiseres zou demonteren, opslaan en na herstelwerkzaamheden weer installeren. Na uitvoering constateerde eiseres diverse gebreken, waaronder een gebroken keukenblad, ondeugdelijke montage, beschadigd lakwerk, vervuiling van het bankstel en een lekkende Quooker.

De kantonrechter oordeelt dat gedaagde tekort is geschoten in de nakoming van de overeenkomst. De door gedaagde aangevoerde verweren, zoals het exoneratiebeding, rechtsverwerking en eigen schuld, worden verworpen. De algemene voorwaarden zijn niet geldig overeengekomen, en eiseres heeft niet afstand gedaan van haar vordering.

Eiseres vordert €9.823,36 aan schadevergoeding, bestaande uit kosten voor vervanging van het keukenblad, herstel van de montage, herstel van lakwerk, reiniging van het bankstel en reparatie van de Quooker. Deze bedragen worden toegewezen omdat gedaagde onvoldoende heeft betwist dat de schade door zijn tekortkoming is veroorzaakt.

Daarnaast wordt gedaagde veroordeeld tot betaling van wettelijke rente vanaf 10 maart 2025, buitengerechtelijke incassokosten van €851,67 en proceskosten van €1.267,14. Het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, zodat het direct kan worden uitgevoerd ook bij hoger beroep.

Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van €9.823,36 schadevergoeding, rente, buitengerechtelijke kosten en proceskosten wegens tekortkoming bij demontage en herinstallatie keuken.

Uitspraak

RECHTBANKMIDDEN-NEDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Utrecht
Zaaknummer: 12001564 \ UC EXPL 25-9837
Vonnis van 15 juli 2026
in de zaak van
[eiseres],
te [plaats 1] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiseres] ,
gemachtigde: DAS Nederlandse Rechtsbijstand Verzekeringmaatschappij N.V.,
tegen
[gedaagde], voorheen handelend onder de naam [handelsnaam] ,
te [plaats 2] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
gemachtigde: mr. H. Yildirim.

1.De procedure

1.1
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 14 november 2025, met producties 1 t/m 11,
- de conclusie van antwoord, met producties 1 t/m 3,
- de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald,
- de akte met ontbrekende en aanvullende producties van [eiseres] , met producties 12 t/m 15.
1.2
Op 16 juni 2026 is de mondelinge behandeling geweest. De griffier heeft hier aantekeningen van gemaakt. [eiseres] en haar gemachtigde [.] waren aanwezig. Namens [gedaagde] was zijn gemachtigde aanwezig. Ook was een medewerker van [gedaagde] , de heer [A] , aanwezig. [gedaagde] is zelf niet bij de mondelinge behandeling aanwezig geweest.
1.3
Ten slotte is bepaald dat een vonnis zal worden uitgesproken.

2.De kern van de zaak

2.1
[eiseres] en [gedaagde] zijn overeengekomen dat [gedaagde] de keuken van [eiseres] zou demonteren, opslaan en – na herstelwerkzaamheden in het huis van [eiseres] – weer zou installeren. Nadat [gedaagde] deze werkzaamheden uitgevoerd had, heeft [eiseres] enkele gebreken geconstateerd. Zij vordert na eiswijziging € 9.823,36 schadevergoeding, vermeerderd met rente en kosten. [gedaagde] betwist dat hij is tekortgeschoten en doet een beroep op een exoneratiebeding uit zijn algemene voorwaarden, rechtsverwerking en eigen schuld. De kantonrechter geeft [eiseres] gelijk en licht dit hieronder toe.

3.De beoordeling

[gedaagde] is tekortgeschoten in de nakoming van de overeenkomst
3.1
[eiseres] had lekkage aan leidingen van haar cv-installatie die onder de vloer van haar keuken liepen. Om de leidingen te herstellen, moest de keuken tijdelijk worden verwijderd. Op 23 juli 2024 zijn [eiseres] en [gedaagde] overeengekomen dat [gedaagde] de keuken tijdelijk zou bewaren, demonteren en weer terugplaatsen. Daarnaast zou hij enkele meubelstukken vervoeren en opslaan: een bank, een dressoir, een eetbank en een eettafel. In totaal heeft [eiseres] hiervoor € 5.060,02 betaald.
3.2
[gedaagde] is naar het oordeel van de kantonrechter tekortgeschoten in de uitvoering van deze werkzaamheden. Nadat [gedaagde] de keuken teruggeplaatst had, was volgens [eiseres] (1) het keukenblad gebroken, (2) de keuken ondeugdelijk gemonteerd, (3) het lakwerk van een aantal meubels beschadigd, (4) het bankstel vervuild en (5) de Quooker lekte. [gedaagde] heeft die tekortkomingen naar het oordeel van de kantonrechter onvoldoende gemotiveerd betwist, want:
[gedaagde] voert aan dat het keukenblad al voorafgaand aan de demontage gebroken zou zijn. Ter onderbouwing wijst hij op foto’s die zijn medewerker op de dag van demontage heeft gemaakt. Maar, aan de hand van deze foto’s is niet vast te stellen of deze voorafgaand aan of na afloop van de werkzaamheden van die dag gemaakt zijn, zodat daaruit onvoldoende volgt dat het keukenblad al eerder gebroken was. Bovendien had het op de weg van [gedaagde] gelegen om met [eiseres] te bespreken dat er al een scheur in het aanrechtblad zat als hij die had gezien, voordat hij met de werkzaamheden begon. [gedaagde] heeft niet onderbouwd wanneer en wat is besproken over het aanrechtblad, terwijl [eiseres] aanvoert dat vooraf niets is besproken over een scheur op het aanrechtblad. De verantwoordelijkheid hiervoor lag bij [gedaagde] als professionele partij. Daarmee is voldoende komen vast te staan dat het keukenblad door de werkzaamheden van [gedaagde] is gebroken.
[gedaagde] voert aan dat hij de keuken deugdelijk gemonteerd heeft. Volgens hem zou de vloer waarop de keuken stond niet waterpas zijn en heeft dat ervoor gezorgd dat de keuken niet waterpas was. De kantonrechter gaat hier niet in mee, omdat [eiseres] aangegeven heeft dat zij water op het keukenblad gegoten had en dat dat van het blad afliep. Dat zou niet gebeuren bij een keuken die waterpas is gemonteerd (of waterpas gesteld door middel van de pootjes onder de keuken), want dan zou het water op het blad blijven liggen. Volgens de medewerker van [gedaagde] zou [gedaagde] wel aan [eiseres] hebben gemeld dat het onderstel van de keuken niet op de juiste manier gemonteerd was, maar niet dat de vloer (en de muren) niet waterpas zou zijn. Vast staat dus dat niet is gewaarschuwd voor de niet-waterpas vloer van de woning en de onmogelijkheid om de keuken waterpas te monteren. Deze tekortkoming komt dus vast te staan.
[gedaagde] voert aan dat er al krassen en schuurplekken aanwezig waren op de meubels van [eiseres] . Volgens [eiseres] was alleen sprake van normale gebruikssporen. Als vooraf al krassen en schuurplekken aanwezig waren, had van [gedaagde] als professionele partij verwacht mogen worden dat hij daarover met [eiseres] had overlegd of foto’s had gemaakt van de situatie voorafgaand aan zijn werkzaamheden. Dat heeft hij niet gedaan, zodat ook komt vast te staan dat de beschadigingen aan de meubels aan [eiseres] te wijten zijn.
De vervuiling van het bankstel betwist [gedaagde] niet en komt daarmee vast te staan.
[gedaagde] voert aan dat het niet vast is te stellen dat de Quooker na de werkzaamheden minder goed werkte dan ervoor en dat hij dit nader wenste te onderzoeken. Dit argument slaagt niet, omdat uit niets blijkt dat hij de werking vooraf of achteraf heeft gecontroleerd, of daarover gecorrespondeerd heeft met [eiseres] . Dat had van [gedaagde] wel mogen worden verwacht. Ook deze tekortkoming staat daardoor vast.
3.3
Daarbij komt dat [gedaagde] in verzuim is. [eiseres] heeft namelijk twee keer een ingebrekestelling naar [gedaagde] gestuurd. In deze beide brieven is een termijn van twee weken voor het alsnog nakomen gesteld. Dat is een redelijke termijn. [gedaagde] heeft aangevoerd dat hij deze brieven niet ontvangen heeft. Hij meent dat hij daarom niet rechtsgeldig in verzuim is geraakt. De kantonrechter volgt hem hierin niet. De eerste ingebrekestelling is namelijk aangetekend per e-mail verstuurd en niet geopend door [gedaagde] . De tweede is per aangetekende post verstuurd en door [gedaagde] geweigerd. In dit geval heeft [gedaagde] geweigerd de brieven te ontvangen, dus is het niet-ontvangen ervan aan hem te wijten. [1] Daarom is hij rechtsgeldig in gebreke gesteld. Daarnaast is hij binnen de gestelde termijn niet nagekomen. Dat betekent dat hij in verzuim is geraakt.
3.4
[eiseres] heeft inmiddels derden ingeschakeld voor herstelwerkzaamheden en vervanging van beschadigde onderdelen. Daarom heeft zij haar oorspronkelijke vordering omgezet in een vordering tot vervangende schadevergoeding. [2] Dat betekent dat [gedaagde] in principe de schade moet vergoeden op grond van artikel 6:74 BW Pro, tenzij één van zijn verweren slaagt. Dat is niet het geval.
De verweren tegen de aansprakelijkheid voor de schade slagen niet
3.5
[gedaagde] verweert zich tegen de vordering door te stellen dat hij aansprakelijkheid voor schade heeft uitgesloten in zijn algemene voorwaarden. De kantonrechter oordeelt dat deze algemene voorwaarden niet van toepassing zijn. Uit niets blijkt namelijk dat deze overeengekomen en ter hand zijn gesteld, wat een voorwaarde is voor de geldigheid van algemene voorwaarden. [3] Ter zitting heeft [gedaagde] gesteld dat de algemene voorwaarden op de website van zijn onderneming te vinden zijn en dat hiernaar verwezen wordt op de facturen. Dit laatste klopt niet. Op geen van de facturen wordt verwezen naar de algemene voorwaarden. Het enkel op de website beschikbaar hebben van de gehanteerde algemene voorwaarden is bovendien onvoldoende om van terhandstelling te spreken. Dit verweer slaagt dus niet.
3.6
Daarnaast beroept [gedaagde] zich op rechtsverwerking. Ook dit verweer slaagt niet. In tegenstelling tot wat [gedaagde] stelt, blijkt uit de houding van [eiseres] niet dat zij afstand heeft gedaan van haar vordering. [eiseres] heeft namelijk geprobeerd om contact op te nemen met [gedaagde] om samen tot een oplossing voor haar schade te komen. Zij heeft daarvoor eerst een herstelafspraak gemaakt met [gedaagde] . Die is niet doorgegaan, omdat [gedaagde] niet binnen het afgesproken tijdslot langs is gekomen. Het ligt dus niet aan [eiseres] dat deze afspraak niet door is gegaan. Daarnaast heeft [eiseres] vaak geprobeerd contact op te nemen met [gedaagde] , zowel telefonisch als per e-mail. Ook heeft [eiseres] haar rechtsbijstandsverzekeraar ingeschakeld. Uit haar handelswijze blijkt dus niet dat zij afstand heeft gedaan van haar aanspraak op deze vordering.
[gedaagde] moet € 9.823,36 aan schade betalen
3.7
[eiseres] vordert in totaal € 9.823,36 aan schadevergoeding. Deze vordering is opgebouwd uit verschillende schadeposten. Ten eerste vordert zij € 5.030,- voor een nieuw composieten keukenblad. Dit bedrag zal worden toegewezen. Zoals hiervoor in 3.2 overwogen heeft [gedaagde] onvoldoende onderbouwd dat deze schade al aanwezig was voor uitvoering van zijn werkzaamheden. De hoogte van dit bedrag heeft hij niet betwist, maar hij heeft zich op het standpunt gesteld dat [eiseres] volgens hem in een betere toestand geraakt dan voorafgaand aan de overeenkomst door onverkorte toekenning van deze schadepost. [4] Wat betreft het keukenblad heeft [eiseres] gekozen om dit te vervangen door een composieten blad, terwijl zij eerst een keramieken blad had. Zij voert aan dat een composieten blad ongeveer € 3.000,- goedkoper is dan een keramieken blad. Hiermee raakt zij dus niet in een betere toestand dan voorafgaand aan de tekortkoming en is het gevorderde bedrag toewijsbaar.
3.8
Tevens vordert [eiseres] € 3.165,36 voor de kosten die zij heeft gemaakt voor het alsnog correct aansluiten en afstellen van de keuken. [gedaagde] heeft de hoogte van deze factuur niet betwist, zodat dit bedrag zal worden toegewezen.
3.9
Daarnaast vordert [eiseres] € 1.188,- voor het herstellen van lakwerk aan haar meubilair en € 150,- voor het reinigingen van haar bankstel. Deze schadeposten zullen worden toegekend. [gedaagde] voert aan dat het causaal verband tussen zijn tekortkoming en deze schade ontbreekt, omdat de schade al aanwezig was. De kantonrechter gaat hier niet in mee. [eiseres] heeft namelijk erkend dat er al schade aan sommige van haar meubels was, maar dat zij dat nu juist niet gevorderd heeft. [gedaagde] heeft hier niets tegenin gebracht. Daarom komt vast te staan dat [eiseres] enkel die kosten heeft gevorderd die als gevolg van de tekortkoming zijn ontstaan.
3.1
Tot slot vordert [eiseres] – na eiswijziging op zitting – € 290,- voor het herstel van de Quooker. Deze werkt niet meer naar behoren, nadat hij is teruggeplaatst door [gedaagde] . [gedaagde] heeft aangevoerd dat er geen causaal verband is tussen de schade en de tekortkoming, omdat niet vastgesteld is wat de oorzaak van de lekkende kraan is. Hij meent dat deze schade niet voor zijn rekening komt, omdat hij de kraan niet heeft kunnen inspecteren tijdens de herstelafspraak. Dit argument gaat niet op, omdat het niet doorgaan van de herstelafspraak aan hem te wijten is (zie 3.6). De kantonrechter zal deze schadepost toewijzen.
3.11
Dit betekent dat in totaal € 9.823,36 aan schadevergoeding
(€ 5.030,- + € 3165,36 + € 1.188,- + € 150,- + € 290,-) toewijsbaar is. Dat is alleen anders als het beroep op eigen schuld van [gedaagde] slaagt, maar dat is niet het geval.
Het verweer tegen de hoogte van de schadevergoeding slaagt niet
3.12
[gedaagde] verweert zich tegen de hoogte van de schadevergoeding door te stellen dat [eiseres] meer had moeten doen om de schade te voorkomen. [5] [gedaagde] stelt in dit kader dat [eiseres] de te vervoeren spullen zelf had moeten inpakken om ze te beschermen, wat zij niet gedaan heeft. Dit argument gaat niet op, omdat de overeenkomst zag op het demonteren en vervoeren van de keuken en [gedaagde] daarbij de verantwoordelijkheid droeg en het juiste materiaal had om de spullen goed in te pakken en te vervoeren. [eiseres] mocht er, juist nu zij daar expliciet voorafgaand aan de werkzaamheden naar heeft gevraagd, op vertrouwen dat [gedaagde] als professionele partij de juiste zorg hiervoor zou dragen. Dat er alsnog schade is ontstaan, is dus niet aan [eiseres] te wijten. Dit verweer slaagt dan ook niet.
Conclusie
3.13
De kantonrechter zal de vordering van [eiseres] toewijzen tot € 9.823,36. De wettelijke rente hierover zal worden toegewezen vanaf 10 maart 2025, de datum waarop [gedaagde] in verzuim is geraakt. Volgens [gedaagde] klopt deze datum niet. Volgens hem is de schade pas later geleden, omdat de facturen voor de herstelwerkzaamheden op latere data aangevraagd zijn. Dit argument gaat niet op, omdat de wettelijke rente loopt vanaf het moment van verzuim en niet vanaf het moment dat de schadeomvang wordt vastgesteld. [6] Dat is hier het geval.
[gedaagde] moet € 851,67 aan buitengerechtelijke kosten betalen
3.14
[eiseres] vordert € 851,67 aan vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De kantonrechter stelt vast dat het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit) van toepassing is nu het verzuim op of na 1 juli 2012 is ingetreden. De kantonrechter stelt vast dat [eiseres] voldoende heeft gesteld en onderbouwd dat buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht. Het gevorderde bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten is lager dan het in het Besluit bepaalde tarief en zal worden toegewezen.
[gedaagde] moet € 1.411,14 aan proceskosten betalen
3.15
[gedaagde] zal in het ongelijk gesteld worden en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiseres] worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
146,14
- griffierecht
257,00
- salaris gemachtigde
720,00
(2 punten × € 360,00)
- nakosten
144,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
1.267,14
3.16
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten zal worden toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
3.17
De kantonrechter zal de beslissing uitvoerbaar bij voorraad verklaren, zoals is gevorderd. Dat betekent dat de beslissing moet worden gevolgd, ook als een van partijen hoger beroep instelt tegen deze beslissing. De beslissing van de kantonrechter geldt in dat geval totdat het gerechtshof een andere beslissing neemt.

4.De beslissing

De kantonrechter:
4.1
veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan [eiseres] van een schadevergoeding van € 9.823,36, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over het toegewezen bedrag, met ingang van 10 maart 2025 tot de dag van volledige betaling,
4.2
veroordeelt [gedaagde] om aan [eiseres] te betalen een bedrag van € 851,67 aan buitengerechtelijke kosten,
4.3
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 1.267,14, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
4.4
veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
4.5
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. L. van 't Hof en in het openbaar uitgesproken op 15 juli 2026.
AV(68729)

Voetnoten

1.Artikel 3:37 lid 3 van Pro het Burgerlijk Wetboek.
2.Artikel 6:87 van Pro het Burgerlijk Wetboek.
3.Artikel 6:233 sub b van Pro het Burgerlijk Wetboek.
4.Artikel 6:100 van Pro het Burgerlijk Wetboek.
5.Als bedoeld in artikel 6:101 van Pro het Burgerlijk Wetboek.
6.Artikel 6:119 lid 1 van Pro het Burgerlijk Wetboek.