Uitspraak
RECHTBANK Midden-Nederland
1.De procedure
- een e-mailbericht van 16 juni 2026 van mr. Koopmans;
- een e-mailbericht van 16 juni 2206 van mr. Blokziel;
- een e-mailbericht van 17 juni 2026 van mr. Koopmans.
Rechtbank Midden-Nederland
ABN Amro Hypotheken verzocht de rechtbank om goedkeuring van een onderhandse verkoop van een woning die onder executie stond vanwege een hypotheekrecht. De bewindvoerster van de goederen van de hypotheekgever vroeg om uitstel om een beter bod te verkrijgen, onder meer vanwege toegangproblemen tot de woning en lopende procedures.
De rechtbank oordeelde dat het verzoek tot uitstel onvoldoende concreet was en dat de bewindvoerster geen voortgang had geboekt of ABN Amro Hypotheken had geïnformeerd. Het belang van ABN Amro Hypotheken bij het gestand doen van de koopovereenkomst woog zwaar, mede omdat de beoogd koper zich terug wilde trekken.
De rechtbank keurde de onderhandse verkoop goed, waarbij de executiewaarde en marktwaarde waren vastgesteld. Tevens werd overwogen dat de koper op grond van artikel 525 lid 3 Rv Pro het recht heeft ontruiming af te dwingen. De bewindvoerster werd veroordeeld tot ontruiming binnen twee weken na betekening, met inachtneming van het moment van inschrijving van de leveringsakte.
Het primaire verzoek tot een verklaring voor recht dat de hypotheekhouder zelf ontruiming kan afdwingen werd afgewezen, evenals het subsidiaire verzoek voor ontruiming ten behoeve van de kopers. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en het meer of anders verzochte werd afgewezen.
Uitkomst: De rechtbank keurt de onderhandse verkoop goed en veroordeelt de bewindvoerster tot ontruiming binnen twee weken na betekening.