ECLI:NL:RBMNE:2026:4778

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
15 juli 2026
Publicatiedatum
26 juli 2026
Zaaknummer
11684131 \ UC EXPL 25-3929
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:5 lid 1 sub a BWArt. 7:17 lid 2 BWArt. 7:22 lid 1 sub a BWArt. 6:265 BWArt. 150 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontbinding koopovereenkomst fornuis afgewezen wegens ontbreken non-conformiteit

Eiseres kocht een fornuis met oven van gedaagde, waarbij binnen zes maanden problemen ontstonden zoals loslatende rubbers, kortsluiting en beschadigingen aan het emaille. Na reparatie van de rubbers en kortsluiting bleef discussie over de beschadigingen aan het emaille, die eiseres als non-conformiteit aanvoerde.

De kantonrechter oordeelt dat de loslatende rubbers en kortsluiting na reparatie geen grond voor ontbinding vormen. Voor het emaille geldt dat eiseres onvoldoende heeft bewezen dat de beschadigingen bij aflevering al aanwezig waren. Het wettelijk bewijsvermoeden bij consumentenkoop wordt door gedaagde met een verklaring van de fabrikant weerlegd, omdat de beschadigingen volgens hen door menselijk handelen zijn veroorzaakt.

Eiseres' pogingen om dit te weerleggen, onder meer met sudderplaatjes en een schroevendraaier, zijn onvoldoende. Ook de verwijzing naar 'fishscaling' is niet relevant voor de aard van de beschadigingen. Daarom wordt de ontbinding afgewezen. Wel moet gedaagde de reparatiekosten van € 246,36 vergoeden, omdat een aansluitfout bij aflevering is vastgesteld en gedaagde hiervoor aansprakelijk is.

Eiseres wordt veroordeeld in de proceskosten van € 651,00. De veroordeling tot betaling van de reparatiekosten wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitkomst: De ontbinding van de koopovereenkomst wordt afgewezen, maar gedaagde moet reparatiekosten van € 246,36 vergoeden.

Uitspraak

RECHTBANKMIDDEN-NEDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Utrecht
Zaaknummer: 11684131 \ UC EXPL 25-3929
Vonnis van 15 juli 2026
in de zaak van
[eiseres],
wonende in [woonplaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiseres] ,
procederend in persoon,
tegen
[gedaagde] B.V.,
gevestigd in [vestigingsplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
gemachtigde: mr. E.F.M. Baert.

1.De procedure

1.1
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding met producties van 15 april 2025,
- de conclusie van antwoord met producties van 15 mei 2025,
- de akte met producties van [eiseres] van 15 september 2025,
- de mondelinge behandeling van 30 september 2025 en het daarbij opgemaakte proces-verbaal met procesafspraken tussen [eiseres] en [gedaagde] ,
- de akte met producties van [eiseres] van 27 oktober 2025, waarin zij haar eis heeft vermeerderd,
- de akte van met productie van [gedaagde] van 22 december 2025,
- de akte met producties en een sudderplaatje ( [.] ) van [eiseres] van 23 december 2025,
- de akte met producties van [gedaagde] van 10 februari 2026,
- de akte met producties, sudderplaatje ( [..] ) en schroevendraaier van [eiseres] van 7 april 2026,
- de akte met productie van [gedaagde] van 7 mei 2026,
- de e-mail van [eiseres] van 7 mei 2026.
1.2
Ten slotte heeft de kantonrechter partijen laten weten dat het vonnis vandaag wordt uitgesproken.

2.De kern van de zaak

2.1
[eiseres] heeft een fornuis met daarin een oven van het merk [bedrijfsnaam] gekocht van [gedaagde] . Volgens [eiseres] is het fornuis binnen een half jaar na plaatsing beschadigd geraakt. De rubbers aan de zijkanten van de oven lieten los, het fornuis werkte niet meer door kortsluiting en er waren beschadigingen aan het emaille in de oven. [eiseres] heeft hierover geklaagd bij [gedaagde] , waarna de rubbers zijn gemaakt en de kortsluiting is opgelost. De beschadigingen in het emaille wil [gedaagde] echter niet vergoeden, omdat zij zegt dat [eiseres] deze zelf heeft veroorzaakt. [eiseres] is het hier niet mee eens. Zij zegt dat de oven vanwege de beschadigingen aan het emaille niet voldoet aan de verwachtingen die ze op grond van de overeenkomst mocht hebben, en wil daarom de overeenkomst met [gedaagde] ontbinden. De kantonrechter geeft [gedaagde] gelijk en oordeelt dat [eiseres] de overeenkomst niet kan ontbinden.

3.De beoordeling

3.1
In eerste instantie vorderde [eiseres] alleen dat de overeenkomst voor de aankoop van het fornuis tussen haar en [gedaagde] zou worden ontbonden. Zij wil dat [gedaagde] haar het aankoopbedrag van € 1.989,00 terugbetaalt. In de akte van 27 oktober 2025 heeft [eiseres] haar eis echter vermeerderd met € 246,35. Dit bedrag is gelijk aan de reparatiekosten die [eiseres] aan [bedrijfsnaam] heeft moeten betalen bij het vervangen van de rubbers en de aansluiting van het fornuis. In het vonnis zal eerst de oorspronkelijke vordering van [eiseres] aan bod komen en daarna de vermeerdering van eis.
Juridisch kader consumentenkoop
3.2
[eiseres] en [gedaagde] hebben een consumentenkoopovereenkomst gesloten. [1] [gedaagde] heeft het fornuis namelijk als handelaar verkocht aan [eiseres] en [eiseres] is een consument. In de wet zijn artikelen opgenomen om consumenten te beschermen. Deze artikelen bepalen, onder andere, dat een consument de overeenkomst met een handelaar mag ontbinden, wanneer de afgeleverde ‘zaak’ (in dit geval het fornuis) niet voldoet aan de verwachtingen die de consument van de zaak mocht hebben. [2] Wanneer een zaak niet voldoet aan deze verwachtingen, heet dat ‘non-conformiteit’. Om een succesvol beroep te doen op ontbinding van de overeenkomst, moest de zaak ten tijde van de aflevering al non-conform zijn. Dat betekent dat het gebrek al bij aflevering aanwezig moet zijn geweest.
3.3
[eiseres] doet een beroep op deze artikelen. Zij vindt dat de oven ‘non-conform’ is en wil de koopovereenkomst met [gedaagde] ontbinden. De kantonrechter zal dit echter niet doen, omdat niet komt vast te staan dat de oven non-conform is. Dit legt zij als volgt uit.
De loslatende rubbers en kortsluiting leiden niet tot ontbinding
3.4
Ten tijde van het opstellen van de dagvaarding, waren er volgens [eiseres] drie problemen met het fornuis, waardoor het fornuis niet voldoet aan de verwachtingen die zij van het fornuis mocht hebben. De eerste twee problemen die ze noemt zijn het loslaten van de rubbers van de oven en de kortsluiting van het fornuis, waardoor de kookplaten niet meer werkten. Na de mondelinge behandeling is bij [eiseres] een monteur van [bedrijfsnaam] langs geweest. Deze monteur heeft, zo zegt [eiseres] zelf, het rubber en de kookplaten gerepareerd. [3] [gedaagde] heeft niet betwist dat het fornuis met deze twee problemen niet voldeed aan de verwachtingen die [eiseres] daarvan mocht hebben. Dat betekent dat dit reden kan zijn voor ontbinding van de overeenkomst. Maar, [gedaagde] heeft wel gezegd dat ontbinding in dit geval niet op zijn plek is, omdat de tekortkomingen gelet op de aard daarvan of de geringe betekenis, de ontbinding niet rechtvaardigen. [4] De kantonrechter volgt [gedaagde] daarin. Na herstel van deze problemen voldoet het fornuis weer aan de verwachtingen die [eiseres] mocht hebben. Deze problemen zijn daarom geen reden om de overeenkomst tussen [eiseres] en [gedaagde] nu nog te ontbinden.
Het beschadigde emaille geeft geen reden om de overeenkomst te ontbinden
3.5
Het derde probleem, waar de discussie tussen [eiseres] en [gedaagde] zich met name op heeft gericht, is het beschadigde emaille. Ook deze beschadigingen leveren geen non-conformiteit van het fornuis op. Dat er beschadigingen in het emaille aanwezig zijn, daar zijn [eiseres] en [gedaagde] het over eens. Zoals hiervoor is uitgelegd, moet echter ook komen vast te staan dat de beschadigingen of de oorzaak ervan ten tijde van de aflevering van het fornuis al aanwezig waren. Omdat [eiseres] de overeenkomst wil ontbinden en een beroep doet op de non-conformiteit van het fornuis, is het uitgangspunt dat zij voldoende moet uitleggen, en zo nodig bewijzen, waarom het fornuis niet voldoet aan de verwachtingen die zij daarvan mocht hebben. [5]
3.6
Hierbij is van belang dat het beroep van [eiseres] op het wettelijk bewijsvermoeden bij consumentenkoop, niet opgaat. Uit het bewijsvermoeden volgt dat als een gebrek zich binnen één jaar na de levering van de zaak voordoet, ervan uit wordt gegaan dat het gebrek al bij de aflevering aanwezig was. [6] Wanneer de verkoper stelt dat het gebrek niet al bij de aflevering aanwezig was, zal hij dat moeten aantonen in plaats van dat de consument moet aantonen dat het gebrek bij aflevering al wel aanwezig was. Hieruit zou volgen dat het niet aan [eiseres] is om aan te tonen dat het emaille al beschadigd was ten tijde van de aflevering, maar aan [gedaagde] om aan te tonen dat het emaille toen nog niet beschadigd was.
3.7
Maar, in de wet is een uitzondering gemaakt waaruit volgt dat het bewijsvermoeden niet geldt wanneer de aard of de afwijking van de zaak zich ertegen verzet dat de afwijking al bij de aflevering aanwezig was. [7] [gedaagde] heeft gesteld dat daar sprake van is. Zij zegt dat de beschadigingen niet zomaar (al dan niet als gevolg van een productiefout) konden ontstaan, maar dat dit schade is die door menselijk handelen is toegebracht. Aangezien [eiseres] niet stelt dat de krassen bij de aflevering al zichtbaar waren, kan het volgens [gedaagde] niet anders dan dat [eiseres] zelf de krassen heeft veroorzaakt. Dit heeft [gedaagde] voldoende onderbouwd met de verklaring van de fabrikant [bedrijfsnaam] . [bedrijfsnaam] constateert namelijk dat het emaille heeft losgelaten, aangezien er – volgens [bedrijfsnaam] – met een scherp voorwerp overheen is gekrast. [8]
3.8
[eiseres] heeft deze constatering van [bedrijfsnaam] nog wel geprobeerd te betwisten, maar deze betwisting slaagt niet. Volgens [eiseres] hoort goed geproduceerd emaille zo hard te zijn, dat het niet mogelijk is om dit te beschadigen door er met iets scherps overeen te krassen. Er moet, zo zegt [eiseres] , daarom wel sprake zijn van een productiefout waardoor de krassen later gemakkelijker konden ontstaan. Zij heeft dit willen onderbouwen met toezending van twee sudderplaatjes en een schroevendraaier, waarbij zij de kantonrechter verzocht om te proberen met de schroevendraaier de (emaille) sudderplaatjes te beschadigen. Dit is echter van onvoldoende gewicht om het standpunt van [gedaagde] te weerleggen. Enerzijds omdat de wijze van bewijslevering, waarbij wordt verzocht aan de rechter om zelf, buiten aanwezigheid van partijen, te krassen op een emailleplaatje, niet past binnen het rechtssysteem. Anderzijds omdat [eiseres] zelf de stelling van [gedaagde] bevestigt dat emaille wel kan beschadigen door het te laten vallen, zonder uit te leggen waarom (goed geproduceerd) emaille wel zou kunnen beschadigen doordat het valt, maar niet door er (bijvoorbeeld) over te krassen.
3.9
Ook de producties die [eiseres] heeft overgelegd over ‘fishscaling’ van emaille, die volgens [eiseres] aantonen dat emaille zonder menselijk handelen beschadigd kan raken wanneer er sprake is van een productiefout , zijn van onvoldoende gewicht om aan te tonen dat de uitzondering op het bewijsvermoeden niet op zou gaan. De beschadigingen op het emaille in de oven van [eiseres] zijn duidelijk aan te merken als krassen en groeven, terwijl er bij fishscaling slechts kleine stukjes emaille van het oppervlak afvallen. Van fishscaling is dus geen sprake.
3.1
Gelet op de aard van het probleem, waarbij diepe krassen/groeven in de oven zijn ontstaan en de toelichting van partijen waardoor dit zou kunnen zijn ontstaan, is de kantonrechter van oordeel dat [eiseres] geen beroep kan doen op het bewijsvermoeden. Daarom blijft het uitgangspunt gelden dat [eiseres] voldoende onderbouwd moet uitleggen en gelet op de betwisting door [gedaagde] ook moet bewijzen dat de groeven al in de oven zaten toen het fornuis aan haar werd geleverd. Dat heeft [eiseres] niet gedaan.
3.11
Verder heeft [eiseres] nog wel enkele andere problemen genoemd die zij met het fornuis ervaart, bijvoorbeeld dat de oven inmiddels niet meer gelijkmatig verwarmt. Dit heeft zij echter pas bij de mondelinge behandeling naar voren gebracht en zij heeft het niet ten grondslag gelegd aan de door haar gevorderde ontbinding van de overeenkomst. De kantonrechter zal deze door [eiseres] gestelde problemen daarom niet meenemen in de beoordeling. Dat betekent dat het fornuis ten tijde van de aflevering niet non-conform was als gevolg het beschadigde emaille.
De overeenkomst tussen [eiseres] en [gedaagde] wordt niet ontbonden
3.12
Omdat niet is komen vast te staan dat het fornuis ten tijde van de levering aan [eiseres] niet voldeed aan de verwachtingen die [eiseres] daarvan mocht hebben, wordt de vordering van [eiseres] tot ontbinding van de overeenkomst afgewezen. Omdat de overeenkomst niet wordt ontbonden, hoeft [gedaagde] ook niet het aankoopbedrag aan [eiseres] terug te betalen.
3.13
Ten overvloede merkt de kantonrechter op dat voor zover wel vast zou komen te staan dat de krassen in het emaille of de oorzaak daarvan reeds bij aflevering in de oven aanwezig waren, dit niet een zodanig ernstig gebrek oplevert dat de ontbinding van de overeenkomst gerechtvaardigd zou zijn. [9] [eiseres] kan het fornuis namelijk nog steeds gebruiken en zij heeft ook niet gesteld dat de oven door de krassen minder goed zou werken. Ook in dat geval zou de vordering tot ontbinding van de overeenkomst daarom worden afgewezen.
[gedaagde] moet € 246,35 aan [eiseres] betalen voor de reparties aan het fornuis
3.14
Zoals hiervoor genoemd heeft [eiseres] haar eis na de mondelinge behandeling vermeerderd en vordert zij ook betaling van € 246,35 voor de reparaties die [bedrijfsnaam] aan het fornuis heeft uitgevoerd. Dit waren reparaties aan de rubbers van de oven en de aansluiting van het fornuis. [10] Uit de werkbon van [bedrijfsnaam] blijkt dat [eiseres] alleen voor het aansluitblok heeft moeten betalen en dat dit € 246,35 heeft gekost. De kantonrechter oordeelt dat [gedaagde] dit bedrag aan [eiseres] moet betalen. Zij licht dit als volgt toe.
3.15
Tussen [gedaagde] en [eiseres] staat in principe niet ter discussie dat [gedaagde] de reparatie van het aansluitblok zal moeten vergoeden, wanneer deze in eerste instantie door [gedaagde] verkeerd is geïnstalleerd bij aflevering van het fornuis. [11] Volgens [gedaagde] kan dit laatste echter niet vast komen te staan, omdat het fornuis gedurende langere tijd wel gewerkt heeft. De kantonrechter volgt [gedaagde] hier niet in, omdat de medewerker van [bedrijfsnaam] in de werkbon heeft vastgesteld dat er sprake is geweest van een aansluitfout. [12]
3.16
Verder betwist [gedaagde] dat de aansluitfout [gedaagde] kan worden toegerekend, aangezien de fout door [bedrijfsnaam] zou zijn veroorzaakt. [gedaagde] heeft dit echter op geen enkele manier onderbouwd. Aangezien zij een beroep doet op het rechtsgevolg van haar stelling, is het aan haar om aan te tonen dat [bedrijfsnaam] de aansluitfout heeft veroorzaakt én dat deze fout niet voor haar rekening komt. [13] [gedaagde] is namelijk ook aansprakelijk voor fouten bij de installatie die zijn uitgevoerd onder haar verantwoordelijkheid. Nu zij dat niet heeft gedaan, slaagt haar stelling niet.
[eiseres] moet de proceskosten betalen
3.17
[eiseres] is grotendeels in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [gedaagde] worden begroot op:
- salaris gemachtigde
542,50
(2,5 punten × € 217,00)
- nakosten
108,50
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
651,00
De beslissing zal deels uitvoerbaar bij voorraad worden verklaard
3.18
De kantonrechter zal de beslissing wat betreft de veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 246,36 uitvoerbaar bij voorraad verklaren, zoals is gevorderd door [eiseres] . Dat betekent dat de beslissing moet worden gevolgd, ook als één van partijen hoger beroep instelt tegen deze beslissing. De beslissing van de kantonrechter geldt in dat geval totdat het gerechtshof een andere beslissing neemt. De proceskostenveroordeling wordt niet uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat [gedaagde] dat niet heeft gevorderd.

4.De beslissing

De kantonrechter
4.1
veroordeelt [gedaagde] om aan [eiseres] te betalen een bedrag van € 246,36;
4.2
veroordeelt [eiseres] in de proceskosten van € 651,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [eiseres] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend;
4.3
verklaart dit vonnis wat betreft punt 4.1. uitvoerbaar bij voorraad,
4.4
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. A.A.T. Werner en in het openbaar uitgesproken op 15 juli 2026.
62938

Voetnoten

1.In de zin van artikel 7:5 lid 1 sub a Burgerlijk Pro Wetboek (hierna: BW).
2.Artikel 7:17 lid 2 en Pro 7:22 lid 1 sub a BW.
3.Zie de akte van 27 oktober 2025.
4.Artikel 6:265 BW Pro.
5.Dit volgt uit de hoofdregel van het procesrecht, artikel 150 Wetboek Pro van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv).
6.Artikel 7:18a lid 2 BW.
7.Artikel 7:18a lid 2 tweede zin BW.
8.Productie [eiseres] bij dagvaarding, ‘1e reactie [bedrijfsnaam] ’.
9.In de zin van artikel 6:265 lid 1 BW Pro.
10.Zie de werkbon van 17 oktober 2025 bij de akte van 27 oktober 2025 van [eiseres] .
11.Zo zegt [gedaagde] in punt 7 van de akte van 10 februari 2026.
12.Zie de werkbon van 17 oktober 2025 bij de akte van 27 oktober 2025 van [eiseres] , onder ‘reparatie omschrijving’.
13.Volgens de hoofdregel van artikel 150.