Uitspraak
1.De procedure
2.De kern van de zaak
3.De beoordeling
Huurder zal het gehuurde gedurende de huurtijd zelf als woonruimte voor hem en leden van zijn huishouden bewonen en er zijn hoofdverblijf hebben.’ Centrada heeft ter onderbouwing van haar stelling verwezen naar de verschillende huisbezoeken die zij op verschillende tijdstippen heeft afgelegd en waarbij [gedaagde] nooit in het gehuurde is aangetroffen, het uitgevoerde buurtonderzoek en de verklaringen van omwonenden. Daaruit volgt dat [gedaagde] al geruime tijd, in ieder geval al ruim een half jaar tot een jaar, niet in het gehuurde woont. Volgens Centrada erkende [gedaagde] dit in feite ook want [gedaagde] had aangegeven dat zij voor haar (zieke) zus in Ommen zorgde/zorgt. Hoewel Centrada enig begrip daarvoor heeft, kan het echter niet zo zijn dat het gehuurde meer dan een half jaar, maar vermoedelijk langer, ongebruikt leegstaat. Daar komt bij dat Centrada zich afvraagt wat de werkelijke situatie is, omdat omwonenden hebben verklaard dat [gedaagde] bij haar vriend zou wonen. Centrada is een woningcorporatie en moet op grond van haar wettelijke taak personen huisvesten die door persoonlijke, financiële of andere omstandigheden moeilijkheden ondervinden bij het verkrijgen van woonruimte. Op het moment dat een huurder van een sociale huurwoning niet langer van het gehuurde gebruik maakt, moet deze woning beschikbaar komen voor kandidaat-huurders die hier vele jaren voor op de wachtlijst staan. De wachtlijst van de woningen zoals die van [gedaagde] loopt op tot meer dan acht jaar. [gedaagde] houdt, omdat zij kennelijk al ministens een half jaar ergens anders woont, onnodig het gehuurde onder zich waardoor de wachtlijst onnodig langer wordt. Het gehuurde staat ongebruikt leeg en hier wordt ook op geen enkele manier voor gezorgd. Deze situatie is voor Centrada dan ook onacceptabel. Dat maakt dat de huurovereenkomst moet worden beëindigd, aldus Centrada.
4.De beslissing
15 juli 2026.