ECLI:NL:RBMNE:2026:4779

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
15 juli 2026
Publicatiedatum
26 juli 2026
Zaaknummer
12087436 \ LC EXPL 26-219
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:265 BWArt. 6:119 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontbinding huurovereenkomst wegens niet-woongebruik en ontruiming woning

Centrada verhuurt sinds 2011 een woning aan [gedaagde]. Centrada vordert ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming omdat [gedaagde] niet haar hoofdverblijf in het gehuurde heeft, wat een verplichting is volgens het huurreglement. [gedaagde] verzette zich aanvankelijk, maar heeft later haar verzet ingetrokken.

Centrada onderbouwt haar vordering met huisbezoeken, buurtonderzoek en verklaringen van omwonenden waaruit blijkt dat [gedaagde] al geruime tijd elders woont, onder meer vanwege zorg voor haar zieke zus. De kantonrechter oordeelt dat [gedaagde] tekort is geschoten in haar verplichtingen en dat de ontbinding gerechtvaardigd is.

De kantonrechter veroordeelt [gedaagde] tot ontruiming binnen zeven dagen na betekening en tot betaling van de proceskosten van €617,50 plus wettelijke rente. De beslissing wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, ondanks het instellen van hoger beroep.

Uitkomst: De huurovereenkomst wordt ontbonden en de huurder wordt veroordeeld tot ontruiming en betaling van proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANKMIDDEN-NEDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Lelystad
Zaaknummer: 12087436 \ LC EXPL 26-219
Vonnis van 15 juli 2026 (bij vervroeging)
in de zaak van
WONINGSTICHTING CENTRADA,
gevestigd te Lelystad,
eisende partij,
hierna te noemen: Centrada,
gemachtigde: mr. T. Mulder,
tegen
[gedaagde],
wonende te [woonplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
gemachtigde: mr. M.R. Warner.
toevoegingsnummer: 4QZ8612.

1.De procedure

1.1
Centrada heeft op 3 februari 2026 [gedaagde] gedagvaard om voor de kantonrechter te verschijnen. Daarbij heeft Centrada negentien producties meegestuurd. [gedaagde] heeft op de dagvaarding geantwoord. Daarbij heeft [gedaagde] zes producties overgelegd. De kantonrechter heeft besloten dat de zaak op een zitting verder besproken moet worden. De zitting is vervolgens bepaald op 10 juli 2026. Voorafgaand de mondelinge behandeling heeft Centrada aanvullend producties 20 tot en met 24 ingediend.
1.2
Op 30 juni 2026 heeft de gemachtigde van [gedaagde] de rechtbank per e-mail bericht dat [gedaagde] zich niet langer verzet tegen de vordering tot ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde. De gemachtigde van [gedaagde] heeft verzocht de zaak verder zonder mondelinge behandeling af te doen. Daarbij heeft [gedaagde] verzocht geen proceskostenveroordeling ten laste van [gedaagde] uit te spreken en/of de proceskosten te compenseren. Centrada is vervolgens in de gelegenheid gesteld om hierop te reageren. Centrada was akkoord met het verzoek om de mondelinge behandeling geen doorgang te laten vinden. Centrada heeft de proceskostenveroordeling gehandhaafd.
1.3
De kantonrechter heeft partijen bericht dat de mondelinge behandeling op 10 juli 2026 geen doorgang zal vinden en uitspraak op 29 juli 2026 zal worden gedaan.
1.4
De kantonrechter heeft besloten dat vandaag, bij vervroeging, uitspraak wordt gedaan.

2.De kern van de zaak

2.1
Centrada verhuurt met ingang van 30 juli 2011 aan [gedaagde] de woning aan het adres [adres] in [plaats] (hierna: het gehuurde). Op deze huurovereenkomst is het huurreglement van toepassing. In deze procedure eist Centrada ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde. De reden daarvan is volgens Centrada dat [gedaagde] haar hoofdverblijf niet in het gehuurde heeft (gehad), terwijl zij daartoe op grond van de huurovereenkomst en het huurreglement wel gehouden is. [gedaagde] was het eerst niet eens met de vorderingen van Centrada, maar [gedaagde] heeft zich niet langer meer verzet tegen de ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde. Wel vraagt [gedaagde] om geen proceskostenveroordeling ten laste van haar uit te spreken en/of de proceskosten te compenseren.
2.2
De kantonrechter geeft Centrada gelijk. De huurovereenkomst wordt ontbonden. Ook moet [gedaagde] het gehuurde binnen zeven dagen na betekening van dit vonnis verlaten en moet [gedaagde] de proceskosten betalen. De kantonrechter legt hierna uit hoe en waarom hij tot dit oordeel is gekomen.

3.De beoordeling

Het beoordelingskader
3.1
Het uitgangspunt is dat [gedaagde] zich als goed huurder moet gedragen. Dit betekent dat [gedaagde] zich moet houden aan haar verplichtingen uit de huurovereenkomst, het huurreglement en de wet. Als [gedaagde] deze verplichtingen niet nakomt (een tekortkoming), kan dit reden zijn om de huurovereenkomst te ontbinden, tenzij de tekortkoming, gezien haar bijzondere aard of geringe betekenis, deze ontbinding met haar gevolgen niet rechtvaardigt. [1]
De tekortkoming van [gedaagde]
3.2
Volgens Centrada is sprake van een tekortkoming. Centrada stelt dat [gedaagde] tekortgeschoten is in de nakoming van haar verplichting door niet haar hoofdverblijf in het gehuurde te hebben. Deze verplichting volgt uit artikel 6.3 van het huurreglement. In dat artikel staat: ‘
Huurder zal het gehuurde gedurende de huurtijd zelf als woonruimte voor hem en leden van zijn huishouden bewonen en er zijn hoofdverblijf hebben.’ Centrada heeft ter onderbouwing van haar stelling verwezen naar de verschillende huisbezoeken die zij op verschillende tijdstippen heeft afgelegd en waarbij [gedaagde] nooit in het gehuurde is aangetroffen, het uitgevoerde buurtonderzoek en de verklaringen van omwonenden. Daaruit volgt dat [gedaagde] al geruime tijd, in ieder geval al ruim een half jaar tot een jaar, niet in het gehuurde woont. Volgens Centrada erkende [gedaagde] dit in feite ook want [gedaagde] had aangegeven dat zij voor haar (zieke) zus in Ommen zorgde/zorgt. Hoewel Centrada enig begrip daarvoor heeft, kan het echter niet zo zijn dat het gehuurde meer dan een half jaar, maar vermoedelijk langer, ongebruikt leegstaat. Daar komt bij dat Centrada zich afvraagt wat de werkelijke situatie is, omdat omwonenden hebben verklaard dat [gedaagde] bij haar vriend zou wonen. Centrada is een woningcorporatie en moet op grond van haar wettelijke taak personen huisvesten die door persoonlijke, financiële of andere omstandigheden moeilijkheden ondervinden bij het verkrijgen van woonruimte. Op het moment dat een huurder van een sociale huurwoning niet langer van het gehuurde gebruik maakt, moet deze woning beschikbaar komen voor kandidaat-huurders die hier vele jaren voor op de wachtlijst staan. De wachtlijst van de woningen zoals die van [gedaagde] loopt op tot meer dan acht jaar. [gedaagde] houdt, omdat zij kennelijk al ministens een half jaar ergens anders woont, onnodig het gehuurde onder zich waardoor de wachtlijst onnodig langer wordt. Het gehuurde staat ongebruikt leeg en hier wordt ook op geen enkele manier voor gezorgd. Deze situatie is voor Centrada dan ook onacceptabel. Dat maakt dat de huurovereenkomst moet worden beëindigd, aldus Centrada.
3.3
Op basis van het voorgaande is de kantonrechter van oordeel dat Centrada voldoende heeft onderbouwd dat het leven van [gedaagde] zich in hoofdzaak niet in en/of vanuit het gehuurde afspeelt. [gedaagde] heeft zich niet langer hiertegen verzet. Daarmee komt vast te staan dat [gedaagde] is tekortgeschoten in de nakoming van haar verplichting uit artikel 6.3 van het huurreglement door niet haar hoofverblijf in het gehuurde te hebben.
De ontbinding van de huurovereenkomst en de ontruiming van het gehuurde
3.4
De gevorderde ontbinding van de huurovereenkomst wordt op grond van het voorgaande toegewezen. De huurovereenkomst wordt ontbonden per de datum van dit vonnis – 15 juli 2026. [gedaagde] wordt veroordeeld het gehuurde te ontruimen op een termijn van zeven dagen na betekening van het vonnis. De kantonrechter is van oordeel dat dit een redelijke termijn is om aan de veroordeling te voldoen, omdat [gedaagde] het gehuurde al heeft verlaten en ontruimd. Alleen heeft [gedaagde] het gehuurde nog niet aan Centrada opgeleverd. Dat moet [gedaagde] dus nog wel doen, te weten het gehuurde in oorspronkelijke staat aan Centrada opleveren onder afgifte van de sleutels van het gehuurde.
Proceskosten en de wettelijke rente daarover
3.5
[gedaagde] heeft zich verzet tegen de veroordeling in de proceskosten. De kantonrechter is van oordeel dat [gedaagde] de proceskosten moet betalen en wel om het volgende.
3.6
Hoewel de kantonrechter begrip heeft voor de door [gedaagde] gestelde omstandigheden, zijn dit geen gronden om [gedaagde] niet in de proceskosten te veroordelen. Uit de dagvaarding en de stukken volgt dat Centrada zich coulant heeft opgesteld tegenover [gedaagde] en al rekening heeft gehouden met haar persoonlijke omstandigheden. Zo hebben partijen op 23 juni 2025 afgesproken dat [gedaagde] , nadat [gedaagde] Centrada had verteld dat zij druk was met het leeghalen van de woning van haar overleden vader en voor haar zus en haar gezin zorgde, op 23 juli 2025 weer contact zou opnemen om te vernemen hoe de situatie op dat moment was. [gedaagde] heeft toen geen contact met Centrada opgenomen. Op 27 augustus 2025 hebben partijen elkaar weer gesproken en is afgesproken dat Centrada na de vakantie van [gedaagde] een huisbezoek bij [gedaagde] zou afleggen. Op 1 oktober 2025 is Centrada bij [gedaagde] langs geweest. [gedaagde] was echter niet thuis. Daarna heeft Centrada [gedaagde] diverse mogelijkheden gegeven om aan te tonen dat [gedaagde] wel haar hoofdverblijf in het gehuurde had. Ook heeft Centrada [gedaagde] tot twee keer toe de mogelijkheid gegeven om vrijwillig de huurovereenkomst op te zeggen. [gedaagde] had de kosten van deze procedure dus kunnen voorkomen. [gedaagde] heeft echter geen gebruik van deze mogelijkheden gemaakt en heeft haar standpunt ten aanzien van haar hoofdverblijf in het gehuurde gehandhaafd. Hierdoor was Centrada genoodzaakt deze procedure te starten. De kosten van deze procedure komen dan ook voor rekening van [gedaagde] , die in het ongelijk wordt gesteld. De proceskosten van Centrada worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
153,00
- griffierecht
139,00
- salaris gemachtigde
217,00
(1 punt × € 217,00)
- nakosten
108,50
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
617,50
3.7
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
Het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard
3.8
De kantonrechter zal de beslissing uitvoerbaar bij voorraad verklaren, zoals gevorderd. Dat betekent dat de beslissing moet worden gevolgd, ook als een van partijen hoger beroep instelt tegen deze beslissing. De beslissing van de kantonrechter geldt in dat geval totdat het gerechtshof een andere beslissing neemt.

4.De beslissing

De kantonrechter
4.1
ontbindt de tussen partijen bestaande huurovereenkomst met betrekking tot het gehuurde aan het adres [adres] in ( [postcode] ) [plaats] per 15 juli 2026,
4.2
veroordeelt [gedaagde] om binnen zeven dagen na betekening van dit vonnis het gehuurde te ontruimen met alle daarin aanwezige personen en zaken, tenzij deze zaken van Centrada zijn, en in oorspronkelijke onbeschadigde en schone staat op te leveren, onder afgifte van de sleutels ten kantore van Centrada, met het verbod het gehuurde na de ontruiming opnieuw te betrekken en/of te gebruiken,
4.3
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 617,50, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
4.4
veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
4.5
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. drs. B.G.W.P. Heijne en in het openbaar uitgesproken op
15 juli 2026.
HHt/37278

Voetnoten

1.Artikel 6:265 BW Pro.