ECLI:NL:RBMNE:2026:4783

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
15 juli 2026
Publicatiedatum
26 juli 2026
Zaaknummer
C/16/603326 / HA ZA 25-584
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 719 oud BWArt. 6:119 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwijdering schutting wegens onrechtmatige versmalling buurpad en afwijzing schadevergoeding

Woonin verhuurt woningen en maakt gebruik van een buurpad dat over de percelen van Woonin en de gedaagde loopt. De gedaagde heeft zonder toestemming van de buren een schutting op het buurpad geplaatst, waardoor het pad versmald is en het gebruik ervan wordt belemmerd. Woonin vordert verwijdering van de schutting en herstel van de oorspronkelijke situatie.

De rechtbank oordeelt dat de gedaagde in strijd met artikel 719 (oud) BW en de leveringsakte heeft gehandeld door zonder instemming de schutting te verplaatsen, waardoor het buurpad niet in de oorspronkelijke staat is behouden. De vordering tot verwijdering wordt toegewezen met een gematigde dwangsom.

De gedaagde vordert op zijn beurt schadevergoeding wegens vermeende nalatigheid van Woonin omtrent afvalcontainers op het buurpad. De rechtbank wijst deze vordering af omdat Woonin adequaat heeft gehandeld en de gedaagde zelf de schutting zonder toestemming heeft verplaatst. De gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van de proceskosten.

Uitkomst: De gedaagde wordt veroordeeld tot verwijdering van de schutting op het buurpad en afwijzing van zijn schadevordering.

Uitspraak

RECHTBANK Midden-Nederland

Civiel recht
Zittingsplaats Utrecht
Zaaknummer: C/16/603326 / HA ZA 25-584
Vonnis van 15 juli 2026
in de zaak van
STICHTING WOONIN,
te Utrecht,
eiseres in conventie,
gedaagde in reconventie,
hierna te noemen: Woonin,
advocaat: mr. M.P.H. van Wezel,
tegen
[gedaagde],
te [plaats] ,
gedaagde in conventie,
eiser in reconventie,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
advocaat: mr. R. van Domselaar.

1.De procedure

1.1
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding, met producties 1 t/m18,
- de conclusie van antwoord in conventie en eis in reconventie, met producties 1 t/m 17,
- de conclusie van antwoord in reconventie,
- de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald,
- de akte tot het in het geding brengen van producties van [gedaagde] , met producties 18 t/m 21,
- de mondelinge behandeling van 29 mei 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
1.2
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De kern van de zaak

2.1
Woonin verhuurt woningen aan derden. Over de percelen van Woonin en [gedaagde] loopt een pad dat is bestemd tot buurpad. [gedaagde] en zijn buren, onder wie huurders van Woonin, maken gebruik van het buurpad om via hun tuin de openbare weg te bereiken. [gedaagde] heeft op enig moment een schutting geplaatst op een gedeelte van het buurpad. Woonin vindt dat [gedaagde] het daarmee voor zijn buren onmogelijk maakt het buurpad goed te gebruiken en wil dat [gedaagde] de schutting in de oorspronkelijke situatie herstelt, onder meer omdat zijn handelen onrechtmatig is. [gedaagde] betwist dit en vordert op zijn beurt schadevergoeding van Woonin, omdat Woonin heeft nagelaten haar huurders aan te spreken op het plaatsen van afvalcontainers op het buurpad. Volgens [gedaagde] heeft hij door structurele overlast daarvan de schutting moeten verplaatsen. Woonin is het daar niet mee eens en voert verweer. Het gelijk ligt bij Woonin. De rechtbank licht dit hieronder toe.

3.De beoordeling

in conventie en in reconventie
[gedaagde] moet de schutting verwijderen
3.1
Op de relevante percelen van Woonin en [gedaagde] in [plaats] ligt een pad dat (in ieder geval) sinds 1985 is bestemd tot buurpad in de zin van artikel 719 (oud) BW (hierna: het buurpad). Uit dat wetsartikel, dat hier nog geldt, [1] volgt dat buurpaden niet zonder gemeenschappelijke toestemming van de buren mogen worden verlegd, vernietigd of op een andere manier mogen worden gebruikt, dan waarvoor deze bestemd was. Volgens Woonin heeft [gedaagde] zonder overleg met en zonder instemming van de buren de schutting op het buurpad geplaatst, waardoor een strook van het buurpad niet meer als zodanig kan worden gebruikt. [gedaagde] heeft tijdens de mondelinge behandeling erkend dat hij de schutting zonder overleg en toestemming van zijn buren heeft verplaatst tot op het buurpad. Het betoog van [gedaagde] dat het buurpad op zijn grond ligt en de schutting daarom nog steeds op zijn eigen perceel staat, zodat hij geen toestemming van de buren nodig had, gaat niet op. Een strook grond van een eigen perceel kan nu eenmaal worden bestemd tot buurpad, zoals dat hier het geval is. Dat iemand eigenaar is van dat stuk grond, maakt nog niet dat hij daar in strijd met de bestemming van het buurpad zelf over mag beschikken. Omdat [gedaagde] door het verplaatsen van de schutting zonder toestemming van de buren het buurpad heeft versmald, heeft hij in strijd met de wet gehandeld.
3.2
Volgens Woonin heeft [gedaagde] namelijk in strijd met de bestemming van het buurpad gehandeld. Woonin beroept zich in dat kader op de leveringsakte tussen de gemeente [plaats] en een rechtsvoorganger van Woonin van 12 maart 1985, waarvan de inhoud ook in de leveringsaktes aan Woonin en [gedaagde] is opgenomen en waarin staat:

De in het bouwplan als brandgang aangegeven stroken grond zijn door de gemeente bestemd tot buurpaden in de zin van artikel 719 van Pro het Burgerlijk Wetboek zulks ten behoeven van de aan elk pad gelegen kavels teneinde te voet, eventueel met een aan de hand meegevoerd klein vervoermiddel, zoals een kinderwagen, kruiwagen, rijwiel of motorrijwiel, te komen van en te gaan naar de openbare weg. De buurpaden dienen door de realisator casu quo haar rechtverkrijgende(n) te worden onderhouden en als zodanig in stand te worden gehouden. De kosten van onderhoud van elk buurpad komen ten laste van de eigenaren van de aan het desbetreffende pad gelegen woningen en wel voor een gelijk gedeelte per woning.”.
3.3
[gedaagde] erkent dat deze leveringsakte hem bindt, maar vindt dat hij de bestemming van het buurpad niet heeft geschonden. Volgens [gedaagde] is de doorgang van het buurpad ondanks de verplaatste schutting volledig bruikbaar gebleven en is deze doorgang zelfs ruimer dan toen de afvalcontainers van de buren stelselmatig in het buurpad stonden. De doorgang van het pad bedraagt nu nog 110 centimeter (in plaats van 150 centimeter) dat is volgens [gedaagde] ruim voldoende voor normaal gebruik van het buurpad.
3.4
De rechtbank geeft [gedaagde] daarin geen gelijk. De relevante bepaling van de leveringsakte houdt namelijk in dat een aangewezen strook grond als buurpad wordt bestempeld en (vervolgens) als zodanig in stand moet worden gehouden. Door de schutting te verplaatsen, is het buurpad versmald en heeft [gedaagde] het buurpad dus niet in de oorspronkelijke omvang in stand gehouden. De schutting wijzigt de situatie van het buurpad permanent, in tegenstelling tot de door buren in het buurpad geplaatste afvalcontainers. Daarmee heeft [gedaagde] gehandeld in strijd met de bestemming van het buurpad die volgt uit de leveringsakte. De leveringsakte bevat namelijk geen afspraken over de breedte van het buurpad, maar bepaalt alleen dat het oorspronkelijk aangewezen buurpad in stand moet blijven. De door [gedaagde] aangehaalde jurisprudentie over versmalling van buurpaden die wel was toegestaan helpt hem niet. Deze zaken zien op andere situaties dan deze; een buurpad waarbij door de buren wél toestemming is gegeven voor een wijziging van de breedte en een erfdienstbaarheid voor een beperkt aantal woningen. Een versmalling van het buurpad zonder toestemming van de buren, hoe klein of groot dan ook, is volgens de bestemming in de leveringsakte niet toegestaan.
3.5
Woonin heeft als eigenaar van verschillende percelen recht op een buurpad die aan de bestemming beantwoordt, wat nu niet het geval is. Woonin heeft goed uitgelegd dat de huidige schutting van [gedaagde] het gebruik van het buurpad belemmert. Volgens Woonin heeft bijvoorbeeld een van de buren moeite met het uitdraaien van de fiets vanuit de eigen tuin naar het buurpad en voor andere buren wordt het nu bemoeilijkt om met een motor de openbare weg te bereiken. Ook bij het manoeuvreren en passeren van anderen voldoet het buurpad nu volgens Woonin niet, omdat het niet breed genoeg is als twee buren elkaar daar kruisen met de fiets of een container. [gedaagde] heeft op zitting gezegd dat hij de buurman weleens normaal op zijn motor voorbij heeft zien komen en dat buren elkaar niet per se met twee afvalcontainers hoeven te passeren. Het had gelet op de uitgebreide toelichting van Woonin op de weg van [gedaagde] gelegen om zijn waarnemingen op dit punt nader toe te lichten en zo nodig te onderbouwen. Dat heeft hij niet gedaan. Hierdoor komt vast te staan dat de buren in het gebruik worden belemmerd.
Conclusie
3.6
Het bovenstaande brengt mee dat [gedaagde] door het zonder instemming van de buren verplaatsen van de schutting in strijd met de bestemming van het buurpad en (dus) in strijd met de wet heeft gehandeld. Dit brengt de rechtbank tot de conclusie dat [gedaagde] onrechtmatig tegenover Woonin heeft gehandeld. [gedaagde] moet de schutting dan ook van het buurpad verwijderen en de afscheiding van zijn privétuin terugbrengen tot aan de oorspronkelijke oostzijde van het buurpad.
Dwangsom
3.7
De vordering tot het opleggen van een dwangsom wijst de rechtbank in gematigde vorm toe, omdat de gevorderde dwangsom (€ 500,- per dag met een maximum van € 500.000,-) onevenredig hoog is en het toegewezen bedrag voldoende prikkel vormt voor het naleven van dit vonnis. De rechtbank neemt hierin mee dat [gedaagde] op zitting heeft verklaard dat hij nu niet over de financiële middelen voor het verplaatsen van de schutting beschikt. Omdat het verplaatsen van de schutting het voornaamste doel van deze procedure is, zijn beide partijen niet gebaat bij een daaraan verbonden te hoge dwangsom. Bij niet voldoen aan de veroordelingen zal [gedaagde] per dag een dwangsom van € 250,- verbeuren tot een maximum van € 10.000,- is bereikt.
Woonin heeft niet onrechtmatig gehandeld en hoeft aan [gedaagde] geen kosten te vergoeden
3.8
[gedaagde] stelt op zijn beurt dat Woonin onrechtmatig tegenover hem heeft gehandeld en aansprakelijk is voor de schade die hij heeft geleden door het verplaatsen van de schutting. [gedaagde] vordert in dit kader een verklaring voor recht. Volgens [gedaagde] heeft hij kosten moeten maken voor een grensreconstructie, het verwijderen van de oude schutting, nieuw materiaal en een aannemer. Deze kosten wil hij van Woonin vergoed krijgen, omdat Woonin jarenlang geen actie heeft ondernomen op de door haar huurders structureel veroorzaakte overlast door het plaatsen van afvalcontainers op het buurpad. En dit terwijl hij ( [gedaagde] ) daar steeds over heeft geklaagd.
3.9
Woonin heeft erkend dat haar eerdere communicatie naar [gedaagde] over de aanwezigheid van de afvalcontainers van de buren op het buurpad ongelukkig is geweest en dat zij inmiddels haar huurders erop heeft gewezen dat de afvalcontainers niet op het buurpad horen. Maar, dat Woonin dit eerder niet heeft gedaan, kan naar het oordeel van de rechtbank niet als onrechtmatig worden bestempeld. Woonin heeft als verhuurder namelijk de vrijheid om een afweging te maken of zij op enig moment tegen haar huurders zal optreden. Woonin heeft bij klachten van [gedaagde] steeds onderzocht of zij aanleiding zag om in te grijpen, zij is langs geweest om de situatie te beoordelen en heeft deze steeds herbeoordeeld. Ook heeft zij [gedaagde] gewezen op alternatieven, zoals het zelf bespreken van zijn klachten met de buren. Dat Woonin dus niet direct handhavend heeft opgetreden, is dan ook niet onrechtmatig. Ook kan dit geen reden zijn voor [gedaagde] om de schutting zonder toestemming van buren en in strijd met de bestemming te verplaatsen. Het had op de weg van [gedaagde] gelegen om naar andere oplossingen te zoeken, zoals het starten van een gerechtelijke procedure tegen Woonin. Dat heeft [gedaagde] niet gedaan. Dat [gedaagde] door eigenhandig de schutting te verplaatsen kosten heeft gemaakt, komt dan ook voor zijn eigen rekening. De rechtbank wijst de vorderingen van [gedaagde] dus af.
Aan het beroep op de erfdienstbaarheid door verjaring komt de rechtbank niet toe
3.1
Gelet op de voorgaande conclusies komt de rechtbank aan het beroep van Woonin op een erfdienstbaarheid van overpad door verjaring niet toe.
[gedaagde] moet de proceskosten betalen
In conventie
3.11
[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Woonin in conventie worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
144,47
- griffierecht
714,00
- salaris advocaat
1.306,00
(2 punten × € 653,00)
- nakosten
148,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
2.312,47
3.12
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten worden toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
In reconventie
3.13
[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Woonin worden begroot op:
- salaris advocaat
653,00
(2 punten × factor 0,5 × € 653,00)
- nakosten
148,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
801,00

4.De beslissing

De rechtbank
in conventie
4.1
veroordeelt [gedaagde] om binnen een maand na betekening van dit vonnis over te gaan tot het verwijderen van het op het buurpad aan de zuid- en westzijde van het perceel van [gedaagde] (perceel [nummer] , [adres] in [plaats] ) geplaatste schutting en de afscheiding van zijn privétuin terug te brengen tot aan de oostzijde van de tot buurpad bestemde gronden,
4.2
bepaalt dat [gedaagde] , als hij niet aan de veroordeling onder 4.1 voldoet, een dwangsom verbeurt van € 250,- voor iedere dag dat hij in gebreke blijft tot een maximum van € 10.000,- is bereikt,
4.3
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 2.312,47, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
4.4
veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
4.5
wijst het meer of anders gevorderde af,
in reconventie
4.6
wijst de vorderingen van [gedaagde] af,
4.7
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 801,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
in conventie en in reconventie
4.8
verklaart dit vonnis wat betreft de veroordelingen onder 4.1, 4.3. 4.4 en 4.7 uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. L. van 't Hof en in het openbaar uitgesproken op 15 juli 2026.

Voetnoten

1.Artikel 719 (oud) Burgerlijk Wetboek (BW) is als gevolg van artikel 160 Overgangswet Pro nieuw BW nog steeds van toepassing.