ECLI:NL:RBMNE:2026:4786

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
15 juli 2026
Publicatiedatum
26 juli 2026
Zaaknummer
12051332 \ LC EXPL 26-65
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:12 HuurovereenkomstArt. 7:204 lid 2 BWArt. 7:206 lid 1 BWArt. 7:217 BWArt. 6:119 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Huurgeschil over onderhoud achtertuin en veroordeling tot herstel door huurder

De stichting Woningstichting Centrada verhuurt sinds februari 2022 een woning aan de gedaagde partij. De kern van het geschil betreft het onderhoud van de achtertuin, die momenteel een kale vlakte is met zand en onkruid. Centrada vordert dat de huurder de tuin in een verzorgde staat brengt. De huurder vordert op zijn beurt dat Centrada werkzaamheden uitvoert, zoals egaliseren en het vervangen van een schutting.

De kantonrechter oordeelt dat het tuinonderhoud voor rekening van de huurder komt, conform de algemene voorwaarden en wettelijke bepalingen, waaronder artikel 7:217 BW Pro en het Besluit kleine herstellingen. De stellingen van de huurder dat sprake zou zijn van gebreken die Centrada moet verhelpen, worden niet bewezen geacht. Ook de vermeende toezeggingen van Centrada worden niet onderbouwd.

De primaire vordering van Centrada tot gedragsaanwijzing en ontbinding wordt afgewezen, maar de subsidiaire vordering om de tuin in verzorgde staat te brengen wordt toegewezen. De huurder wordt veroordeeld om binnen zes weken de tuin te herstellen en deze gedurende de huurperiode te onderhouden, met een dwangsom van €50 per dag bij niet-naleving, maximaal €5.000. Tevens moet de huurder de tegels op het gemeenschappelijke pad verwijderen. De proceskosten worden hoofdelijk aan de huurder opgelegd. De vorderingen van de huurder worden afgewezen.

Uitkomst: De huurder wordt veroordeeld om de achtertuin binnen zes weken in verzorgde staat te brengen en gedurende de huurperiode zo te houden, met een dwangsom bij niet-naleving.

Uitspraak

RECHTBANKMIDDEN-NEDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Lelystad
Zaaknummer: 12051332 \ LC EXPL 26-65
Vonnis van 15 juli 2026
in de zaak van
de stichting
WONINGSTICHTING CENTRADA,
gevestigd in Lelystad,
eisende partij in conventie,
verwerende partij in reconventie,
hierna te noemen: Centrada,
gemachtigde: mr. T. Mulder, advocaat in Almere,
tegen

1.[gedaagde sub 1] ,

2.
[gedaagde sub 2],
allebei wonend in [woonplaats] ,
gedaagde partijen in conventie,
eisende partijen in reconventie,
hierna samen (in mannelijk enkelvoud) te noemen: [gedaagde c.s] ,
gemachtigde: mr. K.J.T.M. Hehenkamp, advocaat in Amsterdam.

1.De procedure

1.1
De kantonrechter heeft de volgende stukken ontvangen:
- de dagvaarding van Centrada met 18 producties;
- de conclusie van antwoord met een eis in reconventie en een USB-stick met verschillende bestanden van [gedaagde c.s] ;
- de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald;
- de conclusie van antwoord in reconventie met de producties 19 en 20 van Centrada.
1.2
Op 15 juni 2026 heeft er een mondelinge behandeling plaatsgevonden. Namens Centrada zijn de heer [A] ( [functie] ) en mevrouw [B] ( [functie] ) verschenen. Zij werden bijgestaan door mr. Mulder. Verder is de heer
[gedaagde sub 1] verschenen. Hij werd bijgestaan door mr. Hehenkamp. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat besproken is met partijen. Mr. Mulder heeft ter zitting aangegeven dat de vorderingen voor zover die zien op de voortuin ingetrokken worden.
1.3
De kantonrechter heeft bepaald dat vandaag uitspraak wordt gedaan.

2.De beoordeling

De kern van de zaak
2.1
Centrada verhuurt sinds 7 februari 2022 aan [gedaagde c.s] de woning aan de [adres] in [plaats] . Deze zaak gaat over het onderhoud van de achtertuin.
Centrada heeft verschillende vorderingen ingesteld die erop gericht zijn dat [gedaagde c.s] de achtertuin in verzorgde staat brengt. De tegenvordering van [gedaagde c.s] is erop gericht dat Centrada werkzaamheden aan de achtertuin gaat uitvoeren. De kantonrechter wijst een van de vorderingen van Centrada toe en de vordering van [gedaagde c.s] af. [gedaagde c.s] wordt veroordeeld in de proceskosten. Hierna wordt uitgelegd waarom.
Het tuinonderhoud komt voor rekening van [gedaagde c.s]
2.2
Vaststaat dat de achtertuin van de door [gedaagde c.s] gehuurde woning geen verzorgde indruk maakt. De tuin is niet ingericht door [gedaagde c.s] . Zoals Centrada terecht zegt is het in feite een kale vlakte waar zand ligt en waar onkruid vrij spel heeft.
2.3
De kantonrechter stelt voorop dat [gedaagde c.s] als huurder de tuin moet onderhouden zodat deze een verzorgde indruk maakt. Dit volgt uit de algemene voorwaarden die op de huurovereenkomst van toepassing zijn (artikel 6.12). Ook volgt dit uit de wet. Uit de wet volgt dat [gedaagde c.s] zich als een goed huurder moet gedragen. Dit strekt zich ook uit tot het gebruik en onderhoud van de tuin. In de wet is ook vastgelegd dat kleine herstellingen voor rekening van de huurder komen (artikel 7:217 Burgerlijk Pro Wetboek (BW)). In het Besluit kleine herstellingen staan de herstellingen die moeten worden aangemerkt als kleine herstellingen. In onderdeel ‘l’ van de bij dat besluit behorende bijlage wordt tuinonderhoud als volgt omschreven:
het onderhoud aan tuinen, erven, opritten en erfafscheidingen, zodanig dat deze onroerende aanhorigheden een verzorgde indruk maken, waaronder in elk geval:
  • bij eerste bewoning van een woonruimte de tot het woonruimtegedeelte van het gehuurde behorende tuin of erf: de aanleg van de tuin of erf met uitzondering van de aanleg van opritten en toegangspaden en het aanbrengen van een eenvoudige erfafscheiding;
  • het egaliseren van de tuin en het opbrengen van teelaarde;
  • het regelmatig maaien van het gras,
  • het regelmatig verwijderen van onkruid in de tuin en tussen tegels van opritten, toegangspaden en terrassen;
  • het vervangen van gebroken tegels;
  • het regelmatig snoeien van heggen, hagen en opschietende bomen;
  • het vervangen van beplanting die is doodgegaan;
  • het vervangen van kapotte planken of segmenten van houten erfafscheidingen, het rechtzetten en recht houden van houten erfafscheidingen;
  • indien de erfafscheidingen zijn geverfd of gebeitst: erfafscheidingen regelmatig verven of beitsen.
2.4
Anders dan [gedaagde c.s] betoogt, is niet gebleken dat er sprake is van gebreken als bedoeld in artikel 7:204 lid 2 BW Pro die Centrada op grond van artikel 7.206 lid 1 BW moet verhelpen. De zaken die [gedaagde c.s] van Centrada verlangt – het egaliseren van de ondergrond, het ophogen van het terras en het vervangen van een schutting – zijn een kwestie van gewoon tuinonderhoud, wat zoals hiervoor is overwogen voor rekening van [gedaagde c.s] komt. Dat sprake is van een zodanig ernstige verzakking die groot onderhoud vraagt, is niet gebleken. Het gehuurde kan [gedaagde c.s] het normale genot verschaffen; de tuin is normaal te gebruiken als [gedaagde c.s] de tuin maar onderhoudt.
2.5
[gedaagde c.s] heeft nog gesteld dat Centrada aan hem heeft toegezegd de tuin legklaar te maken, de schuttingen te vervangen en het aanwezige terras te vervangen. Die stelling is door Centrada betwist en vervolgens door [gedaagde c.s] niet nader onderbouwd. De kantonrechter gaat om die reden aan de stelling van [gedaagde c.s] voorbij.
2.6
Centrada vordert primair een gedragsaanwijzing in combinatie met een voorwaardelijke ontbinding van de huurovereenkomst. Dat laatste, waar [gedaagde c.s] ook uitdrukkelijk verweer tegen voert, gaat de kantonrechter op dit moment te ver. Centrada heeft verklaard dat [gedaagde c.s] zich verder als een goed huurder gedraagt. Het primair gevorderde wordt daarom afgewezen. De subsidiair gevorderde veroordeling (genoemd onder III in het petitum) om de achtertuin in verzorgde staat te brengen en dit gedurende de resterende huurperiode zo te houden wordt wel toegewezen. Het daar deel van uitmakende gebod om de achtertuin niet te gebruiken voor de opslag van roerende zaken die niet thuis horen in een tuin wordt afgewezen. Niet gesteld en ook niet gebleken dat [gedaagde c.s] dergelijke zaken in zijn tuin opslaat. De kantonrechter wijst de vordering ten aanzien van het verwijderen van de tegels op het gemeenschappelijke pad wel toe, nu de kantonrechter het aannemelijk acht dat deze tegels [gedaagde c.s] toebehoren. De tegels liggen opgestapeld tegen de achtertuin van [gedaagde c.s] aan. Voor het in verzorgde staat brengen van de achtertuin wordt aan [gedaagde c.s] een termijn van zes weken (in plaats van drie) gegeven.
2.7
Aan de veroordeling zal een dwangsom worden verbonden. Centrada heeft [gedaagde c.s] herhaaldelijk aangespoord om met het onderhoud van zijn achtertuin aan de slag te gaan en hem daarbij ook hulp geboden. Omdat [gedaagde c.s] nalatig is gebleven acht de kantonrechter een dwangsom op zijn plaats. De gevorderde dwangsom zal worden gematigd en gemaximeerd op de wijze als hierna onder ‘De beslissing’ staat vermeld.
2.8
De kantonrechter zal beslissen dat [gedaagde c.s] , wanneer hij in gebreke blijft om aan de veroordeling te voldoen, hij Centrada de gelegenheid moet geven om de betreffende werkzaamheden, zo nodig bij herhaling, op zijn kosten uit te laten voeren. De kantonrechter gaat ervan uit dat in de dagvaarding (meer specifiek in het petitum onder IV) sprake is van een typefout en begrijpt het petitum zo dat Centrada deze onder IV genoemde vordering ook heeft willen instellen voor het geval de gedragsaanwijzing niet wordt toegewezen.
2.9
Onder verwijzing naar het voorgaande zal de vordering van [gedaagde c.s] om Centrada te veroordelen tot het egaliseren van de ondergrond, het ophogen van het terras en het vervangen van een schutting worden afgewezen. [gedaagde c.s] zal moeten zorgdragen voor een correcte tuinaanleg en -onderhoud.
[gedaagde c.s] moet de proceskosten betalen
2.1
[gedaagde c.s] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen.
2.11
De proceskosten van Centrada worden in conventie begroot op:
- kosten van de dagvaarding
146,43
- griffierecht
139,00
- salaris gemachtigde
576,00
(2 punten × € 288,00)
- nakosten
144,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
1.005,43
2.12
De proceskosten van Centrada worden in reconventie begroot op € 288,00 aan salaris gemachtigde (1 punt × € 288,00).
2.13
De proceskostenveroordeling wordt, zoals gevorderd, hoofdelijk uitgesproken. Dat betekent dat iedere veroordeelde kan worden gedwongen het hele bedrag te betalen. Als de één (een deel) betaalt, hoeft de ander dat (deel van het) bedrag niet meer te betalen.
Vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard
2.14
De veroordelingen in dit vonnis worden uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat Centrada dat eist en [gedaagde c.s] daar geen bezwaar tegen heeft gemaakt (artikel 233 Rv Pro). Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen.

3.De beslissing

De kantonrechter
in conventie
3.1
veroordeelt [gedaagde c.s] om binnen zes weken na betekening van dit vonnis
de achtertuin behorend tot het gehuurde, gelegen aan [adres] te [plaats] , in verzorgde staat te brengen en gedurende de resterende huurperiode zo te houden, waaronder in elk geval moet worden verstaan:
[gedaagde c.s] moet de tegels op het gemeenschappelijke pad achter de woning te verwijderen en verwijderd te houden;
[gedaagde c.s] zal onkruid en dode planten periodiek en regelmatig verwijderen;
[gedaagde c.s] zal het groen in de achtertuin regelmatig snoeien en eventueel aanwezig gras maaien;
[gedaagde c.s] zorgt ervoor dat hij de achtertuin in dusdanige staat houden dat deze een verzorgde indruk maakt, waaronder begrepen het aanbrengen van bestrating (tegels) of enige andere vorm van inrichting (zoals gras);
een en ander telkens op straffe van een dwangsom van € 50,00 per dag voor elke dag dat
[gedaagde c.s] met uitvoering in verzuim is, met een maximum van € 5.000,00;
3.2
veroordeelt [gedaagde c.s] , wanneer hij in gebreke blijft te voldoen aan de veroordeling onder 3.1., om Centrada de gelegenheid te geven de betreffende werkzaamheden, zo nodig bij herhaling, op kosten van [gedaagde c.s] uit te laten voeren;
3.3
veroordeelt [gedaagde c.s] hoofdelijk in de proceskosten van € 1.005,43, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde c.s] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend;
3.4
veroordeelt [gedaagde c.s] in de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn voldaan;
3.5
verklaart voormelde veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;
3.6
wijst het meer of anders gevorderde af;
in reconventie
3.7
wijst de vordering van [gedaagde c.s] af;
3.8
veroordeelt [gedaagde c.s] hoofdelijk in de proceskosten van € 288,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe;
3.9
veroordeelt [gedaagde c.s] in de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn voldaan.
3.1
verklaart voormelde veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. G.J. Baken en in het openbaar uitgesproken op 15 juli 2026.
13702