ECLI:NL:RBMNE:2026:4791

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
15 juli 2026
Publicatiedatum
26 juli 2026
Zaaknummer
11912207 \ LC EXPL 25-2030
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:233 BWRichtlijn 93/13/EEGArt. 3 Richtlijn 93/13/EEGArt. 4 lid 1 Richtlijn 93/13/EEG
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Onredelijk bezwarend veilingkostenbeding in consumentenovereenkomst vernietigd

In deze civiele procedure vordert Automotive Auctions B.V. betaling van veilingkosten van een consument die niet aan zijn verplichtingen heeft voldaan. De kantonrechter beoordeelt het veilingkostenbeding in de algemene voorwaarden aan de hand van artikel 6:233 BW Pro en de Richtlijn 93/13/EEG over oneerlijke bedingen.

De kantonrechter stelt vast dat het beding een vaste vergoeding van 12,5% van het bod plus BTW verlangt, ongeacht de werkelijke kosten die Automotive Auctions heeft gemaakt. Automotive Auctions heeft onvoldoende onderbouwd dat deze vergoeding redelijk is en dat de kosten afhankelijk zijn van het bod. Dit leidt tot een aanzienlijke verstoring van het evenwicht tussen partijen ten nadele van de consument.

Daarmee is het beding onredelijk bezwarend en vernietigbaar. De vordering van Automotive Auctions faalt en wordt afgewezen. De proceskosten worden aan Automotive Auctions opgelegd, terwijl de consument geen kosten hoeft te betalen.

Uitkomst: Het veilingkostenbeding is onredelijk bezwarend verklaard en de vordering van Automotive Auctions wordt afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANKMIDDEN-NEDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Lelystad
Zaaknummer: 11912207 \ LC EXPL 25-2030
Vonnis van 15 juli 2026
in de zaak van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
AUTOMOTIVE AUCTIONS B.V.,
kantoorhoudende in Boxmeer,
eisende partij,
hierna te noemen: Automotive Auctions,
gemachtigde: Smits Legal Bedrijfsjuristen,
tegen
[gedaagde],
wonend [woonplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
procederend in persoon.

1.De procedure

1.1
Op 8 april 2026 heeft de kantonrechter een tussenvonnis gewezen.
1.2
Automotive Auctions heeft vervolgens een akte genomen.
1.3
[gedaagde] is in de gelegenheid gesteld om te reageren, maar van die gelegenheid heeft hij geen gebruik gemaakt.
1.4
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De beoordeling

2.1
De kantonrechter verwijst naar en neemt over naar wat hij heeft geschreven in het tussenvonnis van 8 april 2026.
2.2
De kantonrechter zal om proceseconomische redenen eerst ingaan op het veilingkostenbeding. Automotive Auctions betoogt in haar akte dat het beding niet onredelijk bezwarend is. Zij voert onder andere aan dat:
  • het beding ertoe strekt de kosten te vergoeden die zij maakt voor het organiseren en uitvoeren van de veiling;
  • de kosten een breed scala aan diensten omvatten;
  • het percentage in verhouding staat tot de uitgevoerde werkzaamheden;
  • het een gebruikelijk beding is en dat het percentage marktconform is;
  • het beding kenbaar was voor [gedaagde] voordat hij deelnam aan de veiling.
2.3
Artikel 6:233, aanhef en onder a BW bepaalt dat een beding in de algemene voorwaarden vernietigbaar is indien het, gelet op de aard en de overige inhoud van de overeenkomst, de wijze waarop de voorwaarden zijn tot stand gekomen, de wederzijds kenbare belangen van partijen en de overige omstandigheden van het geval, onredelijk bezwarend is voor de wederpartij. Artikel 6:233 aanhef Pro en sub a BW moet richtlijnconform worden uitgelegd. Indien de wederpartij van de gebruiker een consument is, valt de vraag of een beding onredelijk bezwarend is, grotendeels samen met de vraag of het beding oneerlijk is in de zin van de Richtlijn 93/13/EEG betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten (hierna: de Richtlijn). Volgens artikel 3 van Pro de Richtlijn wordt een beding in een overeenkomst waarover niet afzonderlijk is onderhandeld als oneerlijk beschouwd indien het, in strijd met de goede trouw, het evenwicht tussen de uit de overeenkomst voortvloeiende rechten en verplichtingen van de partijen ten nadele van de consument aanzienlijk verstoort.
2.4
Om een
aanzienlijke verstoringvan het evenwicht in de zin van artikel 3 aan Pro te kunnen nemen is van belang
  • of het beding wijzigingen brengt in wat zonder dat beding tussen partijen zou gelden volgens de toepasselijke nationale regels, en
  • of het beding de consument juridisch in een zodanig minder gunstige positie plaatst dat om die reden kan worden gesproken van aan aanzienlijke verstoring van het evenwicht.
2.5
Bij de beoordeling van de vraag of de verstoring ook
in strijd is met de goede trouw, is van belang of Automotive Auctions er redelijkerwijs van kon uitgaan dat [gedaagde] het betrokken beding zou aanvaarden als daarover op een eerlijke en billijke manier afzonderlijk was onderhandeld.
2.6
De kantonrechter moet de vraag of het beding onredelijk bezwarend is ‘ex tunc’ beoordelen: dat wil zeggen naar het moment waarop de koopovereenkomst werd gesloten en los van hetgeen zich nadien heeft afgespeeld. Bij die beoordeling moeten alle omstandigheden rond de sluiting van de overeenkomst alsmede alle andere bedingen van de overeenkomst in aanmerking worden genomen, rekening houdend met de aard van de goederen of diensten waarop de overeenkomst betrekking heeft (artikel 4 lid 1 van Pro de Richtlijn).
2.7
Bij de Richtlijn is een indicatieve lijst (de zogenaamde “blauwe lijst”) gevoegd. Daarin staat dat als oneerlijk beding in de zin van de Richtlijn kan worden aangemerkt “bedingen die tot doel of tot gevolg hebben de consument die zijn verbintenissen niet nakomt, een onevenredig hoge schadevergoeding op te leggen”.
2.8
Het beding wat ter beoordeling voorligt bepaalt dat de bieder bij niet-nakoming van zijn verplichtingen tot betaling en afname een vast bedrag aan veilingkosten is verschuldigd van 12,5% exclusief BTW van het bod. Automotive Auctions heeft hiermee kennelijk (een deel van) de verschuldigde schadevergoeding willen fixeren. Zij heeft zich, zo volgt uit het beding, het recht voorbehouden om ook aanvullende schadevergoeding te kunnen vorderen. Naast de veilingvoorwaarden zijn er nog andere algemene voorwaarden van toepassing. In artikel 25 lid 2 van Pro die voorwaarden staat: “
Als vanwege een niet-tijdige afname de Zaak door AA of bij een derde staat opgeslagen, dient Koper de daarmee gepaard gaande kosten aan AA te vergoeden onverminderd enig ander recht van AA.” Dit beding regelt specifiek de vergoeding van gemaakte opslagkosten. Die kosten zijn niet toegelicht of gemaximeerd.
2.9
Zonder het beding zou Automotive Auctions voor wat betreft de veilingkosten op grond van de wet alleen een vergoeding voor de werkelijk gemaakte veilingkosten kunnen vorderen. Het beding relateert de verschuldigde vergoeding aan de hand van het geboden bedrag. Over de hoogte van de gemaakte veilingkosten heeft Automotive Auctions niets gesteld. Zonder nadere toelichting – die ontbreekt – is niet te volgen dat de kosten van Automotive Auctions afhankelijk zijn van het geboden bedrag en waarom er nog BTW over de kosten betaald moet worden.
2.1
De conclusie is dat Automotive Auctions onvoldoende heeft gesteld onderbouwd dat de bedongen vergoeding zowel in dit specifieke geval als in algemene zin een redelijke vergoeding vormt voor de door haar geleden schade. Het beding verstoort het evenwicht tussen de uit de overeenkomst voorvloeiende rechten en verplichtingen van partijen aanzienlijk ten nadele van de consument in strijd met de goede trouw.
2.11
Geoordeeld wordt dat het veilingkostenbeding een onredelijk bezwarend beding betreft in de zin van artikel 6:233 aanhef Pro en onder a BW. Dat betekent dat het beroep van [gedaagde] op genoemd artikel slaagt en dat beding vernietigbaar is. Een en ander maakt dat de grondslag voor de vordering van Automotive Auctions is komen te vervallen. Dit leidt tot een afwijzing van de vordering.
2.12
Wat partijen verder nog naar voren hebben gebracht behoeft geen bespreking meer.
2.13
Automotive Auctions wordt veroordeeld in de proceskosten. De proceskosten aan de zijde van [gedaagde] worden begroot op nihil.

3.De beslissing

De kantonrechter
3.1
wijst de vordering van Automotive Auctions af;
3.2
veroordeelt Automotive Auctions tot betaling van de proceskosten aan de zijde van [gedaagde] , welke aan de zijde van [gedaagde] worden begroot op nihil.
Dit vonnis is gewezen door mr. R.M. Berendsen en in het openbaar uitgesproken op 15 juli 2026.
13702