Uitspraak
[gedaagde sub 1],
Rechtbank Midden-Nederland
De verhuurder vordert in kort geding de ontruiming van een bedrijfsruimte en betaling van een huurachterstand van €23.185,00 door de huurders, een vennootschap onder firma en haar vennoten. De huurders betwisten de omvang van de achterstand en weigeren ontruiming.
De kantonrechter oordeelt dat de huurders een huurachterstand van €10.700,00 hebben opgebouwd vanaf november 2024 tot juli 2026, maar dat de vordering voor het meerdere onvoldoende aannemelijk is in deze spoedprocedure. De ontruiming wordt afgewezen omdat de huurders al zeventien jaar het pand huren, de verhuurder het contract steeds heeft verlengd, en er zicht is op een mogelijke oplossing via een koopaanbod en hulp van de gemeente.
De kantonrechter wijst de vordering tot betaling van €10.700,00 toe en veroordeelt de huurders hoofdelijk tot betaling van de proceskosten van €1.429,02. De beslissing wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, met de waarschuwing dat bij niet-naleving een volgende kort gedingprocedure tot ontruiming kan leiden.
Uitkomst: Huurders moeten €10.700 aan huurachterstand betalen, ontruiming wordt afgewezen.