ECLI:NL:RBMNE:2026:4794

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
15 juli 2026
Publicatiedatum
26 juli 2026
Zaaknummer
12006762 AC EXPL 25-2787 LvdH/1470
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:230 lid 1 BWArt. 6:228 lid 1 BWArt. 6:228 lid 2 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep op dwaling faalt wegens onvoldoende onderzoeksplicht bij keuze zon- en warmtewerend glas

Eiseres sloot een overeenkomst met gedaagde voor woningverbouwing, inclusief plaatsing van een schuifpui met zon- en warmtewerend glas door een onderaannemer. Na plaatsing bleek het glas een groene tint te hebben die het interieur beïnvloedt. Eiseres stelt dat zij door dwaling is benadeeld omdat zij niet was geïnformeerd over de kleur van het glas.

De kantonrechter oordeelt dat er geen sprake is van dwaling omdat eiseres onvoldoende onderzoek heeft gedaan naar het glas, ondanks dat zij wist dat het zonwerend glas een tint zou hebben. De mededeling dat het glas 'neutraal getint' was en dat je goed moest kijken om de tint te zien, was onvoldoende om te concluderen dat er geen kleurverschil zou zijn.

Gedaagde heeft volgens de rechter voldoende informatie verstrekt en eiseres is akkoord gegaan met het neutraal getinte glas. Het beroep op dwaling faalt omdat de dwaling voor rekening van eiseres moet blijven. De vorderingen worden afgewezen en eiseres wordt veroordeeld in de proceskosten.

Uitkomst: Vordering op dwaling wordt afgewezen wegens onvoldoende onderzoeksplicht van eiseres; proceskosten worden aan eiseres opgelegd.

Uitspraak

Civiel recht
kantonrechter
locatie Amersfoort
zaaknummer: 12006762 AC EXPL 25-2787 LvdH/1470
Vonnis van 15 juli 2026
in de zaak van
[eiser],
wonend in [woonplaats] ,
verder ook te noemen [eiser] ,
eisende partij,
gemachtigde: mr. E. Hubbelmeijer,
tegen:
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[gedaagde],
gevestigd in [vestigingsplaats] ,
verder ook te noemen [gedaagde] ,
gedaagde partij,
gemachtigde: mr. M.H.F. van Buuren.

1.De procedure

1.1
De kantonrechter heeft de volgende stukken ontvangen:
- een dagvaarding met 11 producties;
- een conclusie van antwoord met producties A en B.
1.2
De kantonrechter heeft in deze zaak een bezichtiging gepland in de woning van [eiser] . Deze bezichtiging heeft plaatsgevonden op 16 juni 2026. Daarbij waren [eiser] en haar partner aanwezig. Zij werden bijgestaan door de gemachtigde en mr. R.R. de Planque, een kantoorgenoot van de gemachtigde. Namens [gedaagde] was aanwezig de heer [gedaagde] , directeur, en hij werd bijgestaan door de gemachtigde. Aansluitend aan de bezichtiging heeft de mondelinge behandeling plaatsgevonden in de woning van [eiser] . De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat er is besproken.
1.3
De kantonrechter heeft het vonnis bepaald op vandaag.

2.De kern van de zaak

Voor de verbouwing van haar woning heeft [eiser] een overeenkomst gesloten met [gedaagde] . Bij deze verbouwing zou ook een schuifpui aan de achterzijde van de woning van [eiser] worden geplaatst. De plaatsing van deze schuifpui is uitgevoerd door [bedrijf] , de onderaannemer van [gedaagde] . [bedrijf] heeft in de schuifpui zon- en warmtewerend glas geplaatst. Achteraf blijkt dat dit glas een groene kleur heeft en bij bepaalde lichtinval een groene gloed geeft in de woning van [eiser] . [eiser] doet een beroep op dwaling en wil dat het nadeel dat zij lijdt door het groene glas in de schuifpui wordt opgeheven.
De kantonrechter is van oordeel dat er geen sprake is van dwaling en wijst de vorderingen van [eiser] af.

3.De achtergrond van het geschil

3.1
[eiser] heeft een overeenkomst gesloten met [gedaagde] voor de verbouwing van haar woning. Een onderdeel van die verbouwing was de plaatsing van een schuifpui aan de achterzijde van de woning van [eiser] . Voor de plaatsing van de schuifpui heeft [gedaagde] [bedrijf] ingeschakeld als onderaannemer. [eiser] heeft de showroom van [bedrijf] bezocht en in die showroom is de schuifpui uitgekozen. In de showroom heeft [eiser] stalen bekeken voor de dikte van het materiaal van de schuifpui en de kleur. In de showroom is toen niet gesproken over het glas dat in de schuifpui zou komen.
3.2
[A] van [bedrijf] is in de woning van [eiser] geweest om de schuifpui in te meten. In de woning is [A] met het idee gekomen om zon- en warmtewerend glas in de schuifpui te plaatsen. [A] stelde dit voor, omdat het deel van de woning van [eiser] waarin de schuifpui zou komen op het zuidwesten is gelegen. [A] en [eiser] hebben gesproken over de eigenschappen van dit soort glas. Volgens [eiser] heeft [A] daarbij gezegd dat er zonwerend materiaal in het glas zou zitten, maar dat dat “neutraal getint” zou zijn en dat je heel goed moest kijken om er iets van te kunnen zien. Het glas zou wel iets meer kunnen spiegelen. [A] heeft ook verteld dat hij het zon- en warmtewerend glas had geplaatst in een woning in Spakenburg en dat [eiser] daar zou kunnen gaan kijken. [eiser] kwam per toeval kort na het inmeten van de schuifpui langs de woning in Spakenburg en heeft toen van een afstand gekeken naar hoe het zat met de spiegeling van het glas. [eiser] is niet binnen geweest in de woning.
3.3
Kort na de afspraak voor het inmeten heeft [eiser] aan [bedrijf] en [gedaagde] per e-mail laten weten akkoord te gaan met het “neutraal getinte glas” voor in de schuifpui.
3.4
Pas na de plaatsing van de schuifpui met het zon- en warmtewerend glas is het [eiser] duidelijk geworden dat het glas een groene kleur heeft. Omdat de woning verder lichtere tinten heeft, kleurt het interieur in de woning groen bij bepaalde lichtinval. [eiser] heeft [gedaagde] en [bedrijf] laten weten de kleur van het glas onacceptabel te vinden. [bedrijf] heeft hierop een offerte opgemaakt voor het vervangen van het glas in de schuifpui. [eiser] is met deze offerte niet akkoord gegaan. Ook niet met het latere voorstel van [bedrijf] om de helft van de kosten voor de vervanging van het glas te vergoeden.
3.5
[eiser] vordert in deze procedure opheffing van het nadeel [1] dat zij heeft ondervonden doordat zij heeft gedwaald. Door [eiser] wordt het nadeel begroot op
€ 4.658,50, het bedrag dat zij moet betalen voor de vervanging van het zon- en warmtewerend glas door helder HR++ glas.

4.De beoordeling

4.1
[eiser] stelt dat zij heeft gedwaald. Volgens [eiser] waren zowel [A] als [gedaagde] op de hoogte van het feit dat zon- en warmtewerend glas een kleur heeft, maar hebben [A] of [gedaagde] dit niet gezegd. Zij hebben dus gezwegen terwijl ze die belangrijke eigenschap hadden moeten mededelen. Daardoor heeft [eiser] gedwaald bij het sluiten van de overeenkomst. Als [eiser] een juiste voorstelling van zaken zou hebben gehad, dan had zij de overeenkomst niet onder dezelfde voorwaarden gesloten en zou ze gekozen hebben voor transparant glas.
4.2
[gedaagde] betwist dat [bedrijf] een mededelingsplicht heeft geschonden. Volgens [gedaagde] , die volgens eigen zeggen ook bij de afspraak voor het inmeten aanwezig was, heeft [A] [eiser] uitgebreid ingelicht over de voor- en nadelen van het zon- en warmtewerend glas. Volgens [gedaagde] is daarbij ook gezegd dat vanwege de zonwerende functie van het glas het glas altijd getinter was dan helder/blank glas zonder die functie. Namens [gedaagde] is hierbij nog benadrukt dat [eiser] uitdrukkelijk akkoord is gegaan met “neutraal getint glas” en geen blank glas en [eiser] had dan ook bekend moeten zijn met het feit dat het glas gekleurd zou zijn.
Dwaling: het juridisch kader
4.3
Voor een geslaagd beroep op dwaling is vereist dat gesteld (en bij betwisting aannemelijk gemaakt) wordt dat bij een juiste voorstelling van zaken de overeenkomst niet of niet onder dezelfde voorwaarden zou zijn gesloten. Verder moet sprake zijn van de drie in de wet genoemde dwalingsgevallen. [2] Die dwalingsgevallen zijn: (a) de wederpartij heeft onjuiste informatie gegeven, (b) de wederpartij heeft informatie verzwegen, waarvan bekend was dat die van belang was en (c) beide partijen zijn uitgegaan van een onjuiste aanname. [eiser] beroept zich op geval b. In de wet staat ook dat een overeenkomst niet kan worden vernietigd wegens dwaling als die dwaling voor rekening van de dwalende moet blijven. [3]
Geen geslaagd beroep op dwaling
4.4
Het beroep van [eiser] op dwaling slaagt niet. Als de kantonrechter namelijk uitgaat van de situatie waarin [gedaagde] en [A] [eiser] niets hebben verteld over de kleur van het glas, levert dit toch geen dwaling op, omdat van [eiser] mocht worden verwacht dat zij zelf meer onderzoek had gedaan naar het type glas waarmee zij akkoord is gegaan. Voor zover [eiser] heeft gedwaald moet die dwaling voor haar rekening blijven, omdat het hier meer lijkt te gaan om een teleurstelling in het verwachtingspatroon van [eiser] , dan iets wat [gedaagde] kan worden aangerekend. De kantonrechter legt dat als volgt uit.
4.5
Vast staat dat het [A] was die met het idee van het zon- en warmtewerend glas kwam tijdens het bezoek om de schuifpui in te meten. [eiser] was niet bekend met dat type glas en heeft zich in dat gesprek dan ook laten voorlichten door [A] . Tussen hen is gesproken over de voor- en nadelen en de kenmerken van het glas. Omdat het ging om een inmeet afspraak en dit type glas spontaan opkwam, had [A] geen sample van dit glas bij zich. Volgens [eiser] had hij daar ook geen voorbeeld van op de zaak. [gedaagde] betwist dit, maar voor de beoordeling is dat niet zo relevant, omdat het er hoe dan ook op neer kwam dat [eiser] dus geen voorbeeld had van dit soort glas en zich voor een goed beeld van (de impact van) dit soort glas dus nog breder moest en kon oriënteren, bijvoorbeeld door te gaan kijken in de woning in Spakenburg die [A] had genoemd.
4.6
[eiser] heeft uitgelegd dat zij bij de keuze van materiaal bij de verbouwing van haar woning veel aandacht heeft besteed aan de kleurstelling en bepaald niet over één nacht ijs is gegaan. Maar de keuze voor het neutraal getinte zon- en warmtewerende glas heeft zij gemaakt zonder zich goed op de impact voor kleur en lichtinval te oriënteren. Zij is niet op bezoek gegaan bij een leverancier van dit soort glas en heeft evenmin de woning bezocht die [A] had genoemd. Ze heeft even onderzoek gedaan op Google, maar dat leverde volgens haar niets op. Ze heeft dus zonder echt onderzoek te doen, kort na het inmeetmoment, laten weten akkoord te gaan met het door [A] voorgestelde “neutraal getinte glas” in de schuifpui. Volgens haar vanuit het vertrouwen dat zij stelde in de mededeling van [A] dat je heel goed moest kijken wilde je iets van het getinte glas kunnen zien en omdat ze ervan uitging dat het glas niet groen getint zou zijn. Juist de groene kleur maakt het glas voor haar zo lelijk.
4.7
De kantonrechter is van oordeel dat [eiser] er op basis van de mededeling van [A] “dat je goed moet kijken om iets van het getinte glas te zien”, niet zonder meer vanuit kon gaan dat er geen waarneembaar verschil zou zijn met gewoon glas. Het is namelijk een feit van algemene bekendheid dat een tint in glas iets van kleur doet verschillen. Alles wat zonlicht weert heeft ook een specifieke tint (bijvoorbeeld een zonnebril of getint glas in voertuigen). Bovendien blijkt nergens uit dat het voor [gedaagde] duidelijk moest zijn geweest dat de tint groen voor [eiser] onacceptabel was en dat zij [eiser] daarover beter had moeten (laten) voorlichten. Ook blijkt nergens uit dat het voor [gedaagde] duidelijk had moeten zijn dat zij zich bij haar keuze voor het zon- en warmtewerend glas heeft laten leiden door haar veronderstelling dat er geen waarneembaar kleurverschil zou zijn. Het noemen van de omschrijving “neutraal getint glas” in haar opdracht voor dit glas is daarvoor onvoldoende omdat het dus een feit van algemene bekendheid is dat een tint in glas iets van kleur doet verschillen. [gedaagde] mocht er dus vanuit gaan dat zij aan de verwachtingen van [eiser] voldeed door het glas te (doen) leveren dat ze heeft geleverd: glas dat voldoet aan de bouwkundige standaard, netjes en goed is aangebracht en de lichtste variant is van wat er op de markt is aan zon- en warmtewerend glas.
4.8
Dit betekent dat de kantonrechter de vorderingen van [eiser] afwijst.
Proceskosten
4.9
[eiser] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [gedaagde] worden begroot op:
- salaris gemachtigde € 720,00 (2 punten x tarief € 360,00)
- nakosten €
144,00
Totaal € 864,00

5.De beslissing

De kantonrechter:
5.1
wijst de vorderingen af;
5.2
veroordeelt [eiser] in de proceskosten van € 864,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als [eiser] niet tijdig aan deze veroordeling voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, dan moet [eiser] ook de kosten van betekening betalen;
5.3
verklaart deze proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. D.C.P.M. Straver, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 15 juli 2026.

Voetnoten

1.Artikel 6:230 lid 1 BW Pro.
2.Artikel 6:228 lid 1 BW Pro.
3.Artikel 6:228 lid 2 BW Pro.