ECLI:NL:RBMNE:2026:48

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
14 januari 2026
Publicatiedatum
14 januari 2026
Zaaknummer
16/317495-24 (P)
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling voor schuldheling en verbreken verzegeling

Op 14 januari 2026 heeft de Rechtbank Midden-Nederland uitspraak gedaan in de strafzaak tegen de verdachte, geboren in 1970, die beschuldigd werd van schuldheling en het verbreken van een verzegeling. De zaak werd behandeld in Lelystad, waar de rechtbank op basis van het onderzoek ter terechtzitting van 10 december 2025 tot een oordeel kwam. De verdachte werd beschuldigd van het verwerven van een fatbike, waarvan hij redelijkerwijs had moeten vermoeden dat deze door misdrijf verkregen was, en van het opzettelijk verbreken van een verzegeling op een pand. De officier van justitie, mr. N. Schapendonk, eiste een gevangenisstraf van drie weken, waarvan twee weken voorwaardelijk, en een taakstraf van 50 uur. De verdediging pleitte voor vrijspraak, maar de rechtbank oordeelde dat de verdachte zich schuldig had gemaakt aan schuldheling. De rechtbank legde een gevangenisstraf op van drie weken, waarvan twee weken voorwaardelijk, en een taakstraf van 50 uur. De verdachte werd vrijgesproken van het medeplegen van de feiten, maar de rechtbank oordeelde dat hij door zijn handelen bijdroeg aan de afzetmarkt voor gestolen fietsen. De rechtbank hield rekening met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte en het risico op herhaling werd als laag ingeschat. De uitspraak werd gedaan in het openbaar en is gepubliceerd op Rechtspraak.nl.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Strafrecht
Zittingsplaats Lelystad
Parketnummer: 16/317495-24 (P)
Vonnis van de meervoudige kamer van 14 januari 2026
in de strafzaak tegen
[verdachte],
geboren op [geboortedatum] 1970 te [geboorteplaats] ,
wonende aan de [adres 1] , [postcode 1] te [woonplaats] ,
hierna te noemen: de verdachte.

1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 10 december 2025.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering en standpunten van officier van justitie mr. N. Schapendonk en van hetgeen de verdachte en zijn raadsman, mr. R.S. Pot, advocaat te Amsterdam , naar voren hebben gebracht.

2.TENLASTELEGGING

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.
De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat de verdachte:
Feit 1: in de periode van 2 tot en met 4 oktober 2024 in Almere samen met anderen goederen heeft verworven, voorhanden gehad en/of overgedragen waarvan hij wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat deze goederen door een misdrijf verkregen zijn. De goederen betreffen: een fatbike en/of E-bike;
subsidiair is dit ten laste gelegd als witwassen;
Feit 2: op 4 oktober 2024 in Almere samen met anderen een zegel aan het pand aan de [adres 2] heeft verbroken, opgeheven, beschadigd of de afsluiting op andere wijze heeft verijdeld.

3.VOORVRAGEN

De dagvaarding is geldig, de rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het ten laste gelegde, de officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging van verdachte en er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4.WAARDERING VAN HET BEWIJS

4.1
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie acht het onder feit 1 en 2 ten laste gelegde wettig en overtuigend te bewijzen. De standpunten van de officier van justitie worden besproken in paragraaf 4.3, voor zover dat nodig is.
4.2
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft vrijspraak bepleit van het onder feit 1 en 2 ten laste gelegde. De standpunten van de raadsman worden besproken in paragraaf 4.3, voor zover dat nodig is.
4.3
Het oordeel van de rechtbank
Bewijsmiddelen feit 1 primair – schuldheling fatbike [1]
-
proces-verbaal van aangifte door [aangever]opgemaakt door verbalisant [verbalisant 1] op 31 december 2023; [2]
Omschrijving aangifte
Feit: Diefstal fiets
Plaats delict: [straat 1] [postcode 2] [plaats]
Pleegdatum/tijd: tussen 29 december 2023 om 16:00 en 17:30 uur.
"Knaap fiets is vandaag gestolen op het [straat 1] . Zijn gaan winkelen en bij terugkomst is de fiets gestolen."
-
proces-verbaal van verhoor verdachteopgemaakt door verbalisant [verbalisant 2] op 5 oktober 2024; [3]
V: U gaf net aan dat de Fatbike die in het pand staat van u is. Hoe komt u de Fatbike?
A: Die heb ik acht maanden geleden gekocht voor 1000 euro. uhhmm even denken hoor, die heb ik in [wijk] bij een school gekocht voor 1000 euro.
V: Hoe wist je dat er in [wijk] bij die school een Fatbike te koop was?
A: Er waren mannen in [wijk] aan het voetballen en één van die mannen die aan het voetballen was zei dat hij een Fatbike te koop had. Hij was zelf met de Fatbike gevallen en wilde hem daarom niet meer. Er zit ook schade op de Fatbike.
V: Wie is die man?
A: Ik ken hem niet goed, een donkere man met dreads. Hij is iets langer dan mij. en boven de 40 in ieder geval.
V: Hoe heb je betaalt?
A: Cash.
V:"Wat is ongeveer de nieuwprijs van zo'n Fatbike?
A: 1650 of 1850 euro zoiets, hij was tweedehands, dus het bedrag klopte wel ongeveer.
Bewijsoverweging
Op grond van de bewijsmiddelen kan niet worden vastgesteld dat de verdachte ten tijde van de aankoop van de fatbike wist dat deze van diefstal afkomstig was. De rechtbank spreekt derhalve de verdachte vrij van opzetheling.
Gelet op de omstandigheden waaronder de verdachte de fatbike heeft gekocht, komt de rechtbank tot het oordeel dat de verdachte zich wel schuldig heeft gemaakt aan schuldheling. De verdachte heeft de dure fatbike gekocht van iemand die hij spontaan tegenkwam op straat, die hij niet goed kende en die hem de fatbike ter plaatse aanbood. De verdachte heeft de fatbike vervolgens contant betaald. De verdachte heeft hierbij kennelijk niet gevraagd hoe de verkoper aan de fatbike kwam en of hij nog een aankoopbewijs had. Onder deze omstandigheden had de verdachte redelijkerwijs moeten vermoeden dat de fatbike van diefstal afkomstig was.
De verdachte heeft verklaard dat hij ten tijde van de aankoop op de website stopheling.nl heeft gecontroleerd of de fatbike gestolen was. Volgens de verdachte stond de fatbike toen niet als gestolen geregistreerd. De rechtbank acht deze verklaring niet aannemelijk. De reden hiervoor is dat uit de verklaring van de verdachte bij de politie volgt dat hij de fatbike ongeveer twee maanden ná de aangifte van de diefstal heeft gekocht. De rechtbank gaat er daarom van uit dat de fatbike ten tijde van de aankoop door de verdachte op de voornoemde website al als gestolen stond geregistreerd.
Partiele vrijspraak medeplegen
Op grond van de bewijsmiddelen kan niet worden vastgesteld dat de verdachte dit feit samen met een ander heeft gepleegd. De rechtbank spreekt derhalve de verdachte vrij van het bestanddeel medeplegen.
Bewijsmiddelen feit 2 - het verbreken van de verzegeling
- de
verklaring van verdachteter terechtzitting van 10 december 2025;
Ik ben op 4 oktober 2024 in het pand geweest op de [adres 2] in [woonplaats] . Ik wist dat het er in een inval in het pand was geweest en wij het pand niet mochten betreden.
-
proces-verbaal van bevindingenopgemaakt door verbalisant [verbalisant 3] op 4 oktober september 2024; [4]
Voor zaakwaarneming heb ik op donderdag 3 oktober 2024, omstreeks 15.10 uur, het pand voorzien van speciale zegels. Ik heb een brief opgesteld, waarin staat dat het pand is verzegeld en het betreden ervan strafbaar is. Ik heb op de voordeur, de overheadsdeur en de container een brief vastgeplakt. Ik heb samen met collega [A] , een zogenoemde Mobeye geplaatst in het pand. Dit om er zeker van te zijn, dat als er iemand in het pand zou komen, er direct een alarm zou afgaan bij de politie.
-
proces-verbaal van bevindingenopgemaakt door verbalisant [verbalisant 4] op 4 oktober september 2024; [5]
Op genoemde dag en datum, omstreeks 02.05 uur, hoorde ik via de portofoon dat een collega uit Lelystad een melding kreeg dat de Mobeye afging op de [adres 2] , te [woonplaats] . Ik hoorde collega Maat zeggen dat hij bekend was met dit adres en het zou moeten gaan om het pand met nummer [nummer] .
Wij gingen direct ter plaatse. Op genoemde dag en datum, omstreeks 02.10 uur, waren wij ter plaatse op de [adres 2] , te [woonplaats] . Aan de linkerkant van de deur zag ik kapot raam. Ik zag glasscherven op de grond liggen.
Ik keek naar het rolluik en zag dat deze plots snel omhoog ging. Ik zag dat er drie mannen, in het donker gekleed, achter het rolluik vandaan kwamen. Ik zag dat deze mannen aanstalten maakten om te vluchten.
Bewijsoverweging
De verdachte heeft verklaard dat er ná de verzegeling van het pand, maar vóórdat hij en de medeverdachten op 4 oktober 2024 het pand betraden, door anderen zou zijn ingebroken in het pand. Volgens de verdachte is hij daarom niet degene geweest die de verzegeling heeft verbroken. De rechtbank is van oordeel dat dit inbraakscenario niet aannemelijk is geworden. Het dossier biedt voor dit scenario geen aanknopingspunten maar wel indicaties van het tegendeel. De rechtbank verwijst hiervoor in het bijzonder naar het proces-verbaal van bevindingen waaruit blijkt dat de zg ‘mobeye’ vóór het betreden van het pand door de verdachte en de medeverdachten niet eerder was afgegaan. [6] Daarnaast valt niet in te zien waarom inbrekers de (ongeveer) 1,75 kilo MDMA, die middenin het pand stond toen de verdachte en de medeverdachten daar werden aangetroffen, zouden hebben laten staan. [7]

5.BEWEZENVERKLARING

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte:
Feit 1 primair
in de periode van 2 oktober 2024 tot en met 4 oktober 2024 te Almere een fatbike voorhanden heeft gehad , terwijl hij ten tijde van de verwerving en het voorhanden
krijgen van dit goed redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;
Feit 2
op 4 oktober 2024 te Almere tezamen en in vereniging met anderen opzettelijk, een zegel, waarmede een voorwerp, te weten het pand aan de [adres 2] door het bevoegd openbaar gezag, te weten hoofdagent [B] van de Eenheid Midden-Nederland, verzegeld was heeft verbroken.
Voor zover in het bewezen verklaarde deel van de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.
Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. Verdachte wordt hiervan vrijgesproken.

6.STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.
Het bewezenverklaarde levert volgens de wet de volgende strafbare feiten op:
Feit 1 primair: schuldheling
Feit 2: medeplegen van opzettelijk zegels waarmede voorwerpen door of vanwege het bevoegd openbaar gezag verzegeld zijn, verbreken

7.STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE

Er is geen omstandigheid gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dan ook strafbaar.

8.OPLEGGING VAN STRAF

8.1
De vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd de verdachte ter zake van het door de officier van justitie bewezen geachte te veroordelen tot:
- een gevangenisstraf van drie weken, met aftrek van het voorarrest, waarvan een gedeelte van twee weken voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren, met als voorwaarden dat de verdachte gedurende zijn proeftijd geen nieuwe strafbare feiten pleegt;
- een taakstraf van 50 uren, indien niet of niet naar behoren verricht te vervangen door 25 dagen hechtenis.
8.2
Het standpunt van de verdediging
De verdediging heeft aangevoerd dat indien de rechtbank komt tot een veroordeling er kan worden volstaan met een straf gelijk aan het voorarrest van de verdachte dan wel een voorwaardelijke taakstraf. De verdachte heeft positieve stappen gezet in zijn persoonlijke omstandigheden en het is niet goed om dit te doorkruisen.
8.3
Het oordeel van de rechtbank
Bij het bepalen van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van het bewezenverklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van de verdachte, zoals ter terechtzitting is gebleken.
Ernst van de feiten
De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan schuldheling van een waardevolle fatbike. Hierdoor heeft hij bijgedragen aan het in stand houden van een afzetmarkt voor gestolen fietsen. Fietsendiefstal is een grootschalig probleem waardoor veel schade en overlast wordt veroorzaakt en het handelen van de verdachte bewerkstelligt dat het loont om dat misdrijf te plegen. Verder heeft de verdachte met zijn handelen ervan blijk gegeven zich niet te bekommeren om de eigendomsrechten van anderen. Verder heeft hij door het verbreking van door de politie aangebrachte verzegeling blijk gegeven van een gebrek aan respect voor het openbaar gezag. De rechtbank rekent dit verdachte dit alles aan.
Persoonlijke omstandigheden van de verdachte
De rechtbank heeft rekening gehouden met het strafblad van de verdachte van 1 november 2025. Ook heeft de rechtbank gekeken naar het reclasseringsadvies van 4 december 2024. Daarin staat dat het risico op herhaling als laag wordt ingeschat.
De op te leggen straf
Alles afwegende zal de rechtbank de verdachte veroordelen conform de eis van de officier van justitie. De rechtbank komt tot het oordeel dat het passend en geboden is om aan de verdachte een gevangenisstraf op te leggen van drie weken, waarvan twee weken voorwaardelijk. De tijd die de verdachte in verzekering heeft doorgebracht, wordt van deze straf afgetrokken. Dit betekent dat de verdachte niet terug hoeft naar de gevangenis. Daarnaast zal de rechtbank een taakstraf van 50 uur opleggen. De reden hiervoor is dat – gelet op de ernst van de gepleegde feiten – er nog wel voldoende vergelding van de straf moet uitgaan. Als de verdachte deze taakstraf niet (goed) uitvoert, wordt de straf vervangen door 25 dagen hechtenis.
De voorlopige hechtenis
Gelet op het voorgaande zal de rechtbank het geschorste bevel van de voorlopige hechtenis opheffen.

11.TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN

De beslissing berust op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 47, 57, 199 en 417bis van het Wetboek van Strafrecht, zoals de artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

12.BESLISSING

De rechtbank:
Bewezenverklaring
- verklaart het onder feit 1 primair en 2 tenlastegelegde bewezen zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld;
- verklaart het meer of anders tenlastegelegde niet bewezen en spreekt de verdachte daarvan vrij;
Strafbaarheid
- verklaart het onder feit 1 primair en 2 bewezenverklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in rubriek 6 is vermeld;
- verklaart de verdachte strafbaar;
Oplegging straf
- veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van drie weken;
- bepaalt dat de tijd, door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;
- bepaalt dat van de gevangenisstraf een gedeelte van twee weken, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders gelast op grond van het feit dat de verdachte de hierna te melden algemene voorwaarde niet heeft nageleefd;
- als voorwaarde geldt dat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
- stelt daarbij een proeftijd van twee jaren vast;
- veroordeelt de verdachte tot een taakstraf van 50 uren;
- beveelt dat voor het geval de verdachte de taakstraf niet of niet naar behoren verricht de taakstraf wordt vervangen door 25 dagen hechtenis;
Voorlopige hechtenis
- heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis.
Dit vonnis is gewezen door mr. R.W. Nederveen, voorzitter, mrs. B.F. Hammerle en V.A. Groeneveld, rechters, in tegenwoordigheid van mr. P.M. Lindeman, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 14 januari 2026.
De griffier is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.
Bijlage: de tenlastelegging
Aan verdachte wordt ten laste gelegd dat:
1
hij in of omstreeks de periode van 2 oktober 2024 tot en met 4 oktober 2024 te Almere , althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
- een fatbike en/of E-bike, althans een goed heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij en zijn mededader(s) ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit goed wist(en), althans redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden
dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij in of omstreeks de periode van 2 oktober 2024 tot en met 4 oktober 2024 te Almere , althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen
(van) een fatbike en/of E-bike, althans een of meer voorwerpen
Sub a
- de werkelijke aard, de herkomst, de vindplaats, de vervreemding en/of de verplaatsing heeft verborgen en/of heeft verhuld, dan wel
- heeft verborgen en/of heeft verhuld wie de rechthebbende(n) op dat /die voorwerp(en) was/waren, en/of
- heeft verborgen en/of heeft verhuld wie dat/die voorwerp(en) voorhanden had(den)
Sub b
- heeft verworven, voorhanden heeft gehad, heeft overgedragen, heeft omgezet, en/of
- gebruik heeft gemaakt
terwijl hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) wist(en), althans redelijkerwijs moest(en) vermoeden dat/die voorwerp(en) - onmiddellijk of middellijk – afkomstig was/waren uit enig misdrijf;
2
hij op of omstreeks 4 oktober 2024 te Almere , althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk, een zegel, waarmede een voorwerp, te weten het pand aan de [adres 2] door of vanwege het bevoegd openbaar gezag, te weten hoofdagent [verbalisant 3] van de Eenheid Midden-Nederland, verzegeld was heeft verbroken, opgeheven, beschadigd en/of de door zodanig zegel bewerkte afsluiting op andere wijze heeft verijdeld;

Voetnoten

1.Wanneer hierna wordt verwezen naar paginanummers betreft dit pagina’s van op ambtseed of ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal. Deze processen-verbaal zijn als bijlagen opgenomen bij het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van 10 december 2024, genummerd PL0900-2024314626, opgemaakt door politie Eenheid Midden-Nederland, doorgenummerd 1tot en met 906. Tenzij anders vermeld, zijn dit processen-verbaal in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.
2.Pagina 705.
3.Pagina’s 724 en 725.
4.Pagina 126.
5.Pagina 68.
6.Pagina 186.
7.Pagina 699.