4.3Het oordeel van de rechtbank
Bewijsmiddelen feit 1 primair – schuldheling fatbike
-
proces-verbaal van aangifte door [aangever]opgemaakt door verbalisant [verbalisant 1] op 31 december 2023;
Omschrijving aangifte
Feit: Diefstal fiets
Plaats delict: [straat 1] [postcode 2] [plaats]
Pleegdatum/tijd: tussen 29 december 2023 om 16:00 en 17:30 uur.
"Knaap fiets is vandaag gestolen op het [straat 1] . Zijn gaan winkelen en bij terugkomst is de fiets gestolen."
-
proces-verbaal van verhoor verdachteopgemaakt door verbalisant [verbalisant 2] op 5 oktober 2024;
V: U gaf net aan dat de Fatbike die in het pand staat van u is. Hoe komt u de Fatbike?
A: Die heb ik acht maanden geleden gekocht voor 1000 euro. uhhmm even denken hoor, die heb ik in [wijk] bij een school gekocht voor 1000 euro.
V: Hoe wist je dat er in [wijk] bij die school een Fatbike te koop was?
A: Er waren mannen in [wijk] aan het voetballen en één van die mannen die aan het voetballen was zei dat hij een Fatbike te koop had. Hij was zelf met de Fatbike gevallen en wilde hem daarom niet meer. Er zit ook schade op de Fatbike.
V: Wie is die man?
A: Ik ken hem niet goed, een donkere man met dreads. Hij is iets langer dan mij. en boven de 40 in ieder geval.
V: Hoe heb je betaalt?
A: Cash.
V:"Wat is ongeveer de nieuwprijs van zo'n Fatbike?
A: 1650 of 1850 euro zoiets, hij was tweedehands, dus het bedrag klopte wel ongeveer.
Op grond van de bewijsmiddelen kan niet worden vastgesteld dat de verdachte ten tijde van de aankoop van de fatbike wist dat deze van diefstal afkomstig was. De rechtbank spreekt derhalve de verdachte vrij van opzetheling.
Gelet op de omstandigheden waaronder de verdachte de fatbike heeft gekocht, komt de rechtbank tot het oordeel dat de verdachte zich wel schuldig heeft gemaakt aan schuldheling. De verdachte heeft de dure fatbike gekocht van iemand die hij spontaan tegenkwam op straat, die hij niet goed kende en die hem de fatbike ter plaatse aanbood. De verdachte heeft de fatbike vervolgens contant betaald. De verdachte heeft hierbij kennelijk niet gevraagd hoe de verkoper aan de fatbike kwam en of hij nog een aankoopbewijs had. Onder deze omstandigheden had de verdachte redelijkerwijs moeten vermoeden dat de fatbike van diefstal afkomstig was.
De verdachte heeft verklaard dat hij ten tijde van de aankoop op de website stopheling.nl heeft gecontroleerd of de fatbike gestolen was. Volgens de verdachte stond de fatbike toen niet als gestolen geregistreerd. De rechtbank acht deze verklaring niet aannemelijk. De reden hiervoor is dat uit de verklaring van de verdachte bij de politie volgt dat hij de fatbike ongeveer twee maanden ná de aangifte van de diefstal heeft gekocht. De rechtbank gaat er daarom van uit dat de fatbike ten tijde van de aankoop door de verdachte op de voornoemde website al als gestolen stond geregistreerd.
Partiele vrijspraak medeplegen
Op grond van de bewijsmiddelen kan niet worden vastgesteld dat de verdachte dit feit samen met een ander heeft gepleegd. De rechtbank spreekt derhalve de verdachte vrij van het bestanddeel medeplegen.
Bewijsmiddelen feit 2 - het verbreken van de verzegeling
- de
verklaring van verdachteter terechtzitting van 10 december 2025;
Ik ben op 4 oktober 2024 in het pand geweest op de [adres 2] in [woonplaats] . Ik wist dat het er in een inval in het pand was geweest en wij het pand niet mochten betreden.
-
proces-verbaal van bevindingenopgemaakt door verbalisant [verbalisant 3] op 4 oktober september 2024;
Voor zaakwaarneming heb ik op donderdag 3 oktober 2024, omstreeks 15.10 uur, het pand voorzien van speciale zegels. Ik heb een brief opgesteld, waarin staat dat het pand is verzegeld en het betreden ervan strafbaar is. Ik heb op de voordeur, de overheadsdeur en de container een brief vastgeplakt. Ik heb samen met collega [A] , een zogenoemde Mobeye geplaatst in het pand. Dit om er zeker van te zijn, dat als er iemand in het pand zou komen, er direct een alarm zou afgaan bij de politie.
-
proces-verbaal van bevindingenopgemaakt door verbalisant [verbalisant 4] op 4 oktober september 2024;
Op genoemde dag en datum, omstreeks 02.05 uur, hoorde ik via de portofoon dat een collega uit Lelystad een melding kreeg dat de Mobeye afging op de [adres 2] , te [woonplaats] . Ik hoorde collega Maat zeggen dat hij bekend was met dit adres en het zou moeten gaan om het pand met nummer [nummer] .
Wij gingen direct ter plaatse. Op genoemde dag en datum, omstreeks 02.10 uur, waren wij ter plaatse op de [adres 2] , te [woonplaats] . Aan de linkerkant van de deur zag ik kapot raam. Ik zag glasscherven op de grond liggen.
Ik keek naar het rolluik en zag dat deze plots snel omhoog ging. Ik zag dat er drie mannen, in het donker gekleed, achter het rolluik vandaan kwamen. Ik zag dat deze mannen aanstalten maakten om te vluchten.
De verdachte heeft verklaard dat er ná de verzegeling van het pand, maar vóórdat hij en de medeverdachten op 4 oktober 2024 het pand betraden, door anderen zou zijn ingebroken in het pand. Volgens de verdachte is hij daarom niet degene geweest die de verzegeling heeft verbroken. De rechtbank is van oordeel dat dit inbraakscenario niet aannemelijk is geworden. Het dossier biedt voor dit scenario geen aanknopingspunten maar wel indicaties van het tegendeel. De rechtbank verwijst hiervoor in het bijzonder naar het proces-verbaal van bevindingen waaruit blijkt dat de zg ‘mobeye’ vóór het betreden van het pand door de verdachte en de medeverdachten niet eerder was afgegaan.Daarnaast valt niet in te zien waarom inbrekers de (ongeveer) 1,75 kilo MDMA, die middenin het pand stond toen de verdachte en de medeverdachten daar werden aangetroffen, zouden hebben laten staan.