Deze bestuursrechtelijke zaak betreft een last onder dwangsom die het college van burgemeester en wethouders van de gemeente IJsselstein aan een sportcafé heeft opgelegd wegens het overschrijden van de geluidsnormen uit de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) tijdens het feest 'evenement' op 6 april 2024.
Eiseres had een melding incidentele festiviteit gedaan, waarbij hogere geluidsnormen gelden. Op de avond van het feest heeft een geluidsdeskundige een overschrijding van 18 dB(A) gemeten in de bovenwoning boven het café. Het college legde daarom een last onder dwangsom op om herhaling te voorkomen. Eiseres maakte bezwaar en voerde onder meer aan dat zij voldaan had aan de vergunde geluidsnorm van 95 dB(A) in het café en dat de meting onjuist was.
De rechtbank oordeelt dat de geluidsnorm uit de APV voor geluidsgevoelige ruimten in aanpandige gebouwen geldt en dat het college terecht handhavend heeft opgetreden. De vergunningnorm voor het café zelf laat geen afwijking toe van de APV-normen. Ook is vastgesteld dat de [straat] niet als horecaconcentratiegebied is aangewezen bij verordening, zodat geen hogere geluidsnormen gelden. De procedure bij bezwaar is zorgvuldig verlopen. Het beroep wordt ongegrond verklaard en de last onder dwangsom blijft in stand.