ECLI:NL:RBMNE:2026:482

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
3 februari 2026
Publicatiedatum
16 februari 2026
Zaaknummer
12021766 \ UV EXPL 25-332
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Verstek
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:271 BWArt. 7:274 BWArt. 7:290 BWArt. 7:303 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing ontruiming en betaling huurachterstand na beëindiging tijdelijke huurovereenkomst

Woonin verhuurde een woning aan [gedaagde] op basis van een tijdelijke huurovereenkomst gekoppeld aan een begeleidingsovereenkomst. De huurovereenkomst liep tot 31 juli 2025 en werd niet verlengd vanwege het niet naleven van afspraken door [gedaagde], waaronder het niet beschikbaar zijn voor huisbezoeken en het inschrijven van onbekenden op het adres.

Woonin vorderde ontruiming van de woning en betaling van een huurachterstand van €6.083,00 plus een maandelijkse gebruiksvergoeding van €768,04 vanaf januari 2026. [gedaagde] was niet verschenen op de zitting en reageerde niet inhoudelijk, waardoor verstek werd verleend.

De kantonrechter oordeelde dat Woonin een spoedeisend belang had en dat het zeer waarschijnlijk was dat de vordering in een bodemprocedure zou worden toegewezen. De huurovereenkomst was rechtsgeldig geëindigd en de huurachterstand was aanzienlijk, wat rechtvaardigt dat de ontruiming en betaling worden toegewezen.

De ontruimingstermijn werd vastgesteld op 14 dagen na betekening van het vonnis. Daarnaast werd [gedaagde] veroordeeld tot betaling van de huurachterstand, de gebruiksvergoeding en de proceskosten van €1.424,47. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad, zodat het direct kan worden uitgevoerd.

Uitkomst: De kantonrechter wijst de vordering tot ontruiming en betaling van huurachterstand toe en veroordeelt de huurder in de proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANKMIDDEN-NEDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Utrecht
Zaaknummer: 12021766 \ UV EXPL 25-332
Verstekvonnis in kort geding van 3 februari 2026
in de zaak van
STICHTING WOONIN,
gevestigd in Utrecht,
eisende partij,
hierna te noemen: Woonin,
gemachtigde: mr. M.P.H. van Wezel,
tegen
[gedaagde],
wonende in [woonplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
niet verschenen.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 22 december 2025, met producties.
1.2.
De mondelinge behandeling vond plaats op 27 januari 2026. Daarbij was [A] (woonconsulent bij Woonin) aanwezig met gemachtigde mr. M.P.H. van Wezel. Namens [gedaagde] was niemand aanwezig. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat er is besproken.
1.3.
Tenslotte is bepaald dat vandaag het vonnis wordt gewezen.

2.De kern van de zaak

2.1.
Woonin verhuurde een woning aan [gedaagde] . Woonin wil dat [gedaagde] de woning verlaat omdat de tijdelijke huurovereenkomst, die is gekoppeld aan een begeleidingsovereenkomst, is geëindigd en [gedaagde] daarom zonder recht of titel in de woning woont. Daarnaast vordert Woonin € 6.083,00 aan betalingsachterstand van [gedaagde] en € 768,04 per maand zolang hij de woning nog niet heeft ontruimd. De vorderingen van Woonin worden bij verstek toegewezen.
3. De beoordeling
Tegen [gedaagde] is verstek verleend
3.1.
[gedaagde] was niet aanwezig op de mondelinge behandeling (zitting) en heeft ook niet op een andere manier inhoudelijk gereageerd. Uit de dagvaarding volgt dat hij op de juiste manier is opgeroepen voor de zitting. [gedaagde] heeft per e-mail aan de kantonrechter om aanhouding van de zitting gevraagd, maar nadat om onderbouwing van zijn aanhoudingsverzoek werd gevraagd om dit te kunnen beoordelen heeft hij niet meer gereageerd en is hij ook niet op de zitting verschenen. Daarom is tijdens de mondelinge behandeling tegen hem verstek verleend. De zaak is dus zonder aanwezigheid of reactie van [gedaagde] behandeld. Dit betekent dat de vorderingen tegen hem worden toegewezen, tenzij de kantonrechter vindt dat deze in strijd zijn met de wet of Woonin geen geldige reden hiervoor heeft.
Toetsingskader in kort geding
3.2.
Het gaat hier om een in kort geding gevorderde voorlopige voorziening. Voor toewijzing van een vordering in kort geding moet aan twee voorwaarden worden voldaan. Er moet sprake zijn van een spoedeisend belang én het moet zeer waarschijnlijk zijn dat de vordering in een bodemprocedure zal worden toegewezen.
Woonin heeft een spoedeisend belang
3.3.
Een spoedeisend belang is aanwezig als van Woonin niet verwacht kan worden dat zij de uitkomst van een normale, uitgebreide procedure (bodemprocedure) afwacht. Dat is hier het geval. Woonin heeft de tijdelijke huurovereenkomst die zij met [gedaagde] had niet verlengd, waardoor [gedaagde] zonder recht of titel in de woning verblijft. Daarnaast had [gedaagde] op het tijdstip van dagvaarden een betalingsachterstand van 8 maanden (mei 2025 t/m december 2025). Voor de intussen ook vervallen maand januari 2026 heeft hij eveneens niet betaald.
[gedaagde] moet de woning verlaten
3.4.
[gedaagde] moet de woning ontruimen want het is zeer waarschijnlijk dat een rechter in een bodemprocedure de huurovereenkomst zal beëindigen en de ontruiming zal toewijzen.
3.5.
[gedaagde] verblijft zonder recht of titel in de woning. De huurovereenkomst tussen Woonin en [gedaagde] is aangegaan op 1 augustus 2023 voor de duur van maximaal 2 jaar, tot en met 31 juli 2025. De huurovereenkomst is gekoppeld aan een begeleidingsovereenkomst. Uit haar dagvaarding en uit wat Woonin op de zitting heeft verteld volgt dat [gedaagde] zich niet heeft gehouden aan de afspraken die horen bij de huur- en begeleidingsovereenkomst. Zo is [gedaagde] nooit aangetroffen tijdens huisbezoeken, maar wel andere mensen die Woonin niet kent en hebben mensen zonder toestemming van Woonin zich ingeschreven op het adres. Ook is [gedaagde] onbereikbaar voor de begeleidende instelling en is de begeleiding daardoor niet van de grond gekomen. Daarom heeft Woonin besloten om de tijdelijke huurovereenkomst niet te verlengen.
3.6.
De huurovereenkomst eindigt automatisch op voorwaarde dat Woonin op tijd de huurder ( [gedaagde] ) informeert over de einddatum. Woonin is op basis van de wet op tijd als zij dit maximaal 3 maanden en minimaal 1 maand voor het einde van de huurovereenkomst doet. Dat heeft Woonin gedaan, want de brief over het niet voortzetten van de huurovereenkomst is op 27 juni 2025 aan [gedaagde] gestuurd.
Nadien is hem meerdere keren bericht dat hij de woning moet verlaten, maar dat heeft [gedaagde] niet gedaan.
3.7.
Daarnaast heeft [gedaagde] een betalingsachterstand van inmiddels 9 maanden. Het is vaste jurisprudentie dat een huurachterstand van 3 maanden of meer in beginsel een ontbinding (in een bodemprocedure) van de huurovereenkomst en ontruiming rechtvaardigt. Hieraan is in dit geval dus ruimschoots voldaan (3 maanden huur en 6 maanden gebruiksvergoeding), waardoor dit op zichzelf al reden genoeg is om de gevorderde ontruiming toe te wijzen.
3.8.
Samenvattend is de gevorderde ontruiming niet ongegrond of onrechtmatig en daarom toewijsbaar. De ontruimingstermijn wordt vastgesteld op 14 dagen, zoals door Woonin is gevorderd.
[gedaagde] moet de huurachterstand en een gebruiksvergoeding betalen
3.9.
Woonin vordert ook de betalingsachterstand van € 6.083,00 van [gedaagde] en € 768,04 per maand zolang hij de woning niet heeft ontruimd. Deze vorderingen worden ook toegewezen, omdat deze niet in strijd zijn met de wet en terecht door Woonin zijn ingesteld.
[gedaagde] moet de proceskosten betalen
3.10.
[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Woonin worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
144,47
- griffierecht
559,00
- salaris gemachtigde
577,00
- nakosten
144,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
1.424,47
Uitvoerbaar bij voorraad
3.11.
De kantonrechter verklaart deze uitspraak uitvoerbaar bij voorraad, zoals Woonin heeft gevorderd. Dat betekent dat de beslissing moet worden gevolgd, ook als één van de partijen hoger beroep instelt tegen deze beslising. De beslissing geldt in dat geval tot het gerechtshof een andere beslissing neemt.

4.De beslissing

De kantonrechter
4.1.
veroordeelt [gedaagde] om binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis de woning aan [adres] ( [postcode] ) in [plaats] te ontruimen met alle daarin aanwezige personen en zaken, tenzij deze zaken van Woonin zijn, en de woning leeg en ontruimd, vrij van gebruik en gebruiksrechten, behoorlijk schoongemaakt en onder afgifte van alle sleutels aan Woonin ter beschikking te stellen,
4.2.
veroordeelt [gedaagde] om te betalen aan Woonin:
a. a) € 6.083,00 aan achterstallige huur en gebruiksvergoeding tot en met 22 december 2025,
b) € 768,04 per maand vanaf 1 januari 2026 tot en met het eind van de maand waarin de daadwerkelijke ontruiming heeft plaatsgevonden,
4.3.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 1.424,47, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
4.4.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. A.R. Creutzberg en in het openbaar uitgesproken op 3 februari 2026.
61312