ECLI:NL:RBMNE:2026:4835

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
28 juli 2026
Publicatiedatum
27 juli 2026
Zaaknummer
16/059485.25
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2 OpiumwetArt. 3 OpiumwetArt. 10 OpiumwetArt. 11 OpiumwetArt. 13a Opiumwet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling voor bezit MDMA, hasjiesj, vuurwapen en professioneel vuurwerk met toepassing jeugdstrafrecht

De rechtbank Midden-Nederland heeft op 28 juli 2026 uitspraak gedaan in de zaak tegen een verdachte geboren in 2007, die werd beschuldigd van meerdere feiten waaronder het bezit van 217,94 gram MDMA, 40,92 gram hasjiesj, een pistool en professioneel vuurwerk (4 Super Cobra 6). De verdachte werd vrijgesproken van medeplegen handel in MDMA wegens onvoldoende bewijs voor nauwe en bewuste samenwerking.

De bewezenverklaarde feiten betroffen het bezit van de genoemde drugs, het verboden wapenbezit en het bezit van professioneel vuurwerk. De rechtbank oordeelde dat de verdachte zich schuldig had gemaakt aan deze feiten en kwalificeerde deze strafbaar volgens de Opiumwet, Wet wapens en munitie en Wet milieubeheer. De verdachte was ten tijde van de feiten 18 jaar oud, waardoor toepassing van het jeugdstrafrecht mogelijk was.

De rechtbank hield rekening met de ernst van de feiten, waaronder de grote hoeveelheid MDMA bestemd voor handel, het gevaar van het vuurwapen en het professionele vuurwerk, maar ook met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Deze was kwetsbaar, had een problematische achtergrond, maar toonde stabiliteit en positieve ontwikkeling onder toezicht van de jeugdreclassering. Daarom werd een grotendeels voorwaardelijke jeugddetentie van 90 dagen opgelegd, met een proeftijd van 2 jaar en bijzondere voorwaarden zoals meldplicht, ambulante behandeling, contactverbod en middelencontrole. Daarnaast werd een taakstraf van 60 uur opgelegd, met een subsidiaire jeugddetentie van 30 dagen bij niet-naleving.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 90 dagen jeugddetentie (86 voorwaardelijk) en 60 uur werkstraf voor bezit van drugs, vuurwapen en vuurwerk; vrijspraak voor medeplegen handel MDMA.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Strafrecht
Zittingsplaats Utrecht
Parketnummer: 16/059485-25
Tegenspraak
Vonnis van de meervoudige kamer van 28 juli 2026 in de strafzaak van:
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum] 2007 in [geboorteplaats] ,
verblijvende op het adres van [adres] , [postcode] in [plaats] ,
hierna: de verdachte.

1.Zitting

De strafzaak van de verdachte is inhoudelijk behandeld op de openbare zitting van 14 juli 2026.
Op de zitting waren aanwezig:
  • de verdachte;
  • de advocaat van de verdachte: mr. T. Vernooij, waarnemend voor mr. A.J. van der Velden;
  • de officier van justitie: mr. N. Schapendonk
  • jeugdreclasseringswerker [A] ;

2.Tenlastelegging

De officier van justitie beschuldigt de verdachte er, na wijziging van de beschuldiging, samengevat van dat hij:
feit 1:op 25 februari 2025 in Hilversum, samen met een ander, opzettelijk 217,94 gram MDMA aanwezig heeft gehad;
feit 2:
primair
in de periode 1 december 2024 tot en met 25 februari 2025 in Hilversum, samen met een ander, opzettelijk MDMA heeft verkocht/afgeleverd/verstrekt/vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad;
subsidiair
in genoemde periode hierbij opzettelijk behulpzaam is geweest door zijn kamer beschikbaar te stellen als opslagplaats voor drugs en/of afspraken met de medeverdachte [medeverdachte] te maken over prijzen voor drugs en/of door het afleveren van die drugs bij afnemers;
feit 3:in de periode 22 februari 2025 tot en met 25 februari 2025 in Hilversum, samen met een ander, een vuurwapen te weten een pistool van het merk Woltra Combat model 85, voorhanden heeft gehad;
feit 4:op 25 februari 2025 in Hilversum opzettelijk professioneel vuurwerk, te weten 4 Super Cobra 6, voorhanden heeft gehad;
feit 5:op 25 februari 2025 in Hilversum, samen met een ander, 40,92 gram hasjiesj aanwezig heeft gehad.
De volledige tekst van de beschuldiging staat in bijlage I bij dit vonnis.

3.Bewijs

3.1.
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat kan worden bewezen dat de verdachte de feiten 1, 2, 3, 4 en 5 van de beschuldiging heeft gepleegd. Bij feiten 1, 2 en 3 is volgens haar sprake van medeplegen, omdat de verdachte bij deze feiten samen met de medeverdachte [medeverdachte] heeft gehandeld. Bij feit 5 is wat haar betreft geen sprake van medeplegen.
De standpunten van de officier van justitie worden, voor zover van belang voor de beoordeling, besproken in paragraaf 3.3.
3.2.
Standpunt van de verdediging
De advocaat voert geen verweer over het bewijs ten aanzien van feit 1, feit 3, feit 4 en feit 5.
De advocaat verzoekt de rechtbank wel om de verdachte vrij te spreken van het medeplegen van de handel in MDMA (feit 2 primair).
De verdediging stelt zich primair op het standpunt dat er onvoldoende bewijs is voor de vereiste nauwe en bewuste samenwerking met de medeverdachte bij de handel in MDMA. Uit het dossier kan niet worden afgeleid dat de verdachte in de periode van 1 december 2024 tot 22 februari 2025 prijsafspraken heeft gemaakt en/of MDMA heeft afgeleverd. Wat dan overblijft is dat de verdachte zijn kamer beschikbaar zou hebben gesteld als opslagplaats voor drugs. Dit is onvoldoende om te spreken van een nauwe en bewuste samenwerking bij de handel in MDMA. Subsidiair stelt de verdediging dat de verdachte vrijgesproken moet worden, omdat niet duidelijk is in welke periode de verdachte zijn kamer beschikbaar zou hebben gesteld als opslagplaats. Ook blijkt niet van afspraken over prijzen.
De advocaat verzoekt de rechtbank om dezelfde redenen de verdachte vrij te spreken van de medeplichtigheid aan de handel in MDMA (feit 2 subsidiair).
Deze bewijsverweren worden, voor zover van belang voor de beoordeling, hierna besproken onder paragraaf 3.3.
3.3.
Oordeel van de rechtbank
3.3.1.
Vrijspraak feit 2
De vraag die de rechtbank moet beantwoorden, is of de verdachte zich samen met de medeverdachte [medeverdachte] schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van de handel in MDMA in de periode 1 december 2024 tot en met 25 februari 2025, dan wel dat hij medeplichtig is geweest aan deze handel.
De verdachte en zijn medeverdachte waren goede vrienden die in die tijd samen blowden en met elkaar geregeld chatten. Op de kamer van de verdachte is bij de huiszoeking een grote hoeveelheid MDMA aangetroffen.
De verdachte heeft op de zitting verklaard dat hij zich op enig moment wel bewust was van het feit dat er MDMA pillen op zijn slaapkamer lagen, maar dat hij niet veel thuis was in die periode, dat zijn slaapkamer niet afgesloten was en dat zijn slaapkamer door meerdere personen werd gebruikt.
De rechtbank stelt vast dat het dossier onvoldoende bewijs bevat dat de verdachte in de verweten periode zelf MDMA heeft verkocht of afgeleverd, dan wel dat hij met de medeverdachte prijsafspraken over de handel in MDMA heeft gemaakt.
De vraag is of, gelet op de aangetroffen MDMA in zijn slaapkamer, sprake is van het medeplegen van handel in MDMA (feit 2 primair). Daarvoor moet komen vast te staan dat sprake is geweest van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking. Ook indien het tenlastegelegde medeplegen in de kern niet bestaat uit een gezamenlijke uitvoering tijdens het begaan van het strafbare feit, maar uit gedragingen die doorgaans met medeplichtigheid in verband plegen te worden gebracht, kan sprake zijn van de voor medeplegen vereiste nauwe en bewuste samenwerking. De materiële en/of intellectuele bijdrage van de verdachte aan het strafbare feit zal dan wel van voldoende gewicht moeten zijn. Hoewel in de telefoon van de verdachte enkele berichten uit de verweten periode zijn aangetroffen die kunnen wijzen op enige betrokkenheid bij de handel in verdovende middelen, zijn deze berichten te incidenteel en te vaag om daaruit een materiële of intellectuele bijdrage af te leiden. De enkele omstandigheid dat in de verdachte zijn slaapkamer MDMA is aangetroffen, acht de rechtbank onvoldoende om vast te stellen dat er sprake is van een nauwe en bewuste samenwerking met medeverdachte in de handel van MDMA. De verdachte zal daarom worden vrijgesproken van het onder feit 2 primair ten laste gelegde.
Ten aanzien van het onder het onder feit 2 subsidiair ten laste gelegde stelt de rechtbank voorop dat voor de bewezenverklaring van medeplichtigheid is vereist dat wordt bewezen dat het (voorwaardelijk) opzet van de verdachte was gericht op de behulpzaamheid, dan wel op het verschaffen van gelegenheid, middelen of inlichtingen, én op het gepleegde misdrijf. Het enkele feit dat zich verdovende middelen in de slaapkamer van de verdachte bevonden en dat hij daarvan op enig moment op de hoogte was, is naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende om vast te stellen dat zijn opzet was gericht op de handel in MDMA. Reeds om die reden zal de verdachte van het onder feit 2 subsidiair ten laste gelegde worden vrijgesproken.
Voor zover feit 2 ziet op het aanwezig hebben van MDMA, is dit al bewezen verklaard onder feit 1.
3.3.2.
Bewijsmiddelen feiten 1, 3, 4 en 5
De verdachte bekent dat hij, samen met de medeverdachte, MDMA aanwezig heeft gehad (feit 1) en een gaspistool voorhanden heeft gehad (feit 3). Ook bekent de verdachte dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan het voorhanden hebben van 4 Cobra’s (feit 4) en 40,92 gram hasjiesj (feit 5). Namens hem is ook niet om vrijspraak van die feiten gevraagd. In die situatie hoeft de rechtbank niet de inhoud van de bewijsmiddelen op te schrijven. De rechtbank noemt daarom alleen de bewijsmiddelen waarop zij haar oordeel baseert: [1]
Ten aanzien van feiten 1, 3, 4 en 5
- de verklaring van de verdachte op de zitting van 14 juli 2026;
In het bijzonder ten aanzien van feit 1
- een proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagneming [2] ;
- een proces-verbaal onderzoek verdovende middelen [3] ;
- een kennisgeving van inbeslagneming [4] ;
- een kennisgeving van inbeslagneming [5] ;
- een rapport van het NFI, zaaknummer 2025.03.06.037 (aanvraag 005) [6] ;
- een rapport van het NFI, zaaknummer 2025.03.06.037 (aanvraag 003) [7] ;
- een rapport van het NFI, zaaknummer 2025.03.06.037 (aanvraag 004) [8] ;
- een proces-verbaal onderzoek verdovende middelen [9] ;
- een kennisgeving van inbeslagneming [10] ;
- een kennisgeving van inbeslagneming [11] ;
- een kennisgeving van inbeslagneming [12] ;
- een rapport van het NFI, zaaknummer 2025.03.10.047 (aanvraag 006) [13] ;
- een rapport van het NFI, zaaknummer 2025.03.10.047 (aanvraag 008) [14] ;
- een rapport van het NFI, zaaknummer 2025.03.10.047 (aanvraag 002) [15] ;
- een rapport van het NFI, zaaknummer 2025.03.10.047 (aanvraag 005) [16] ;
- een rapport van het NFI, zaaknummer 2025.03.10.047 (aanvraag 007) [17] ;
In het bijzonder ten aanzien van feit 3
- een proces-verbaal forensisch onderzoek plaats delict ( [locatie] ) [18] ;
- een kennisgeving van inbeslagneming [19] ;
- een proces-verbaal van bevindingen [20] ;
- een proces-verbaal vooronderzoek lab [21] ;
- een rapport van het NFI, 2025.01.28.089 (aanvraag 002) [22] ;
- proces-verbaal van bevindingen belangrijke tapgesprekken [23] ;
In het bijzonder ten aanzien van feit 4:
- een kennisgeving van inbeslagneming [24] ;
- een proces-verbaal van onderzoek aan inbeslaggenomen vuurwerk, inclusief bijlagen [25] ;
In het bijzonder ten aanzien van feit 5:
- een kennisgeving van inbeslagneming [26] ;
- een proces-verbaal onderzoek verdovende middelen [27] .
Er zijn meerdere feiten bewezen verklaard. De bewijsmiddelen worden alleen gebruikt voor het feit of de feiten waarover deze gaan.
3.4.
Bewezenverklaring
De rechtbank verklaart bewezen dat de verdachte:
1
op 25 februari 2025 te Hilversum
tezamen en in vereniging met een ander, opzettelijk
aanwezig heeft gehad,
in totaal ongeveer 217,94 gram,
zijnde MDMA een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende
lijst I;
3
in de periode van 22 februari 2025 tot en met 25 februari 2025 te
Hilversum, tezamen en in vereniging met een ander, een wapen van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie,
te weten een pistool, van het merk Woltra Combat, model 85,
zijnde een vuurwapen in de vorm van een pistool
voorhanden heeft gehad;
4
op 25 februari 2025 te Hilversum,
als een ander dan een persoon met gespecialiseerde kennis,
al dan niet opzettelijk, een hoeveelheid,
knalvuurwerk te weten
- 4 Super Cobra 6
in elk geval professioneel vuurwerk, voorhanden heeft gehad;
5
op 25 februari 2025 te Hilversum, opzettelijk aanwezig heeft gehad
ongeveer 40,92 gram, zijnde hasjiesj
een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II.
De rest van de tekst van de beschuldiging kan niet worden bewezen. De verdachte wordt daarvan vrijgesproken.
De taal- en/of schrijffouten die in de tekst van de beschuldiging voorkomen zijn in de bewezenverklaring verbeterd. Dit benadeelt de verdachte niet.

4.Kwalificatie en strafbaarheid

4.1.
Kwalificatie
De bewezen feiten leveren de volgende strafbare feiten op:
Feit 1:medeplegen van het opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder Pro C van de Opiumwet gegeven verbod;
Feit 3:medeplegen van het handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie;
Feit 4:het opzettelijk overtreden van een overtreding van een voorschrift, gesteld krachtens artikel 9.2.2.1 van de Wet milieubeheer;
Feit 5:opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 onder Pro C van de Opiumwet gegeven verbod.
4.2.
Strafbaarheid feiten en verdachte
De feiten en de verdachte zijn strafbaar.

5.Straf

5.1.
Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie eist, onder toepassing van het jeugdstrafrecht, dat de verdachte wordt veroordeeld tot:
  • een gevangenisstraf (de rechtbank begrijpt jeugddetentie) van 150 dagen, met aftrek van het voorarrest, waarvan een gedeelte van 146 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar, met de bijzondere voorwaarden zoals geadviseerd door de reclassering. In aanvulling merkt de officier van justitie op dat het geadviseerde contactverbod enkel met de medeverdachte [medeverdachte] dient te gelden en zolang de reclassering dit noodzakelijk vindt;
  • een taakstraf (de rechtbank begrijpt in de vorm van een werkstraf) van 150 uur, te vervangen door 75 dagen hechtenis (de rechtbank begrijpt jeugddetentie) als de verdachte deze taakstraf niet of niet goed uitvoert.
5.2.
Standpunt van de verdediging
De advocaat verzoekt de rechtbank het jeugdstrafrecht toe te passen en, rekening houdend met de specifieke omstandigheden van de zaak, bij een eventuele bewezenverklaring te volstaan met het opleggen van een deels voorwaardelijke taakstraf. De advocaat verzoekt geen onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen, omdat dit het ingezette traject, de (toekomstige) behandeling en de groei van de verdachte zal dwarsbomen. In dat geval wordt er geen, althans onvoldoende, rekening gehouden met de omstandigheden waaronder het een en ander is voorgevallen en het (beperkte) aandeel dat de verdachte heeft gehad in het geheel.
Ter onderbouwing van zijn verzoek verwijst de advocaat naar de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals die onder meer naar voren komen uit het reclasseringsrapport. Door de reclassering werd begin 2025 een kwetsbare jongen gezien met instabiliteit en problematiek op bijna alle gebieden, zowel voortvloeiend uit een belaste
voorgeschiedenis als thuissituatie, financiële problematiek, een negatief sociaal netwerk, middelengebruik en psychosociaal functioneren. Tijdens de schorsing heeft de verdachte de kans gekregen met zichzelf, onder toezicht van de jeugdreclassering, aan de slag te gaan. Dit heeft positief uitgepakt, aldus de reclassering. Momenteel is sprake van stabiliteit op alle leefgebieden. De verdachte woont bij zijn opa en oma, heeft een baan, er is geen sprake meer van financiële problemen en hij besteed geen tijd meer aan het roken van wiet of een negatief sociaal netwerk. Op korte termijn zal hij starten met traumabehandeling bij [instelling] .
5.3.
Oordeel van de rechtbank
Bij het bepalen van deze straf houdt de rechtbank rekening met de ernst van de gepleegde feiten en de omstandigheden waaronder de verdachte deze feiten heeft gepleegd. Ook weegt de rechtbank het strafblad van de verdachte en zijn persoonlijke omstandigheden mee.
Ernst en omstandigheden van de feiten
De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het opzettelijk aanwezig hebben van verschillende hoeveelheden hard- en softdrugs, namelijk MDMA en hasjiesj. De hoeveelheid MDMA was zo groot dat deze bestemd moet zijn geweest voor verdere verspreiding en handel. Het is algemeen bekend dat drugs schadelijk zijn voor de gezondheid van de gebruikers. Ook is het gebruik van drugs, onder andere door de daarmee gepaard gaande gewelddadige criminaliteit, bezwarend voor de samenleving. De rechtbank rekent het de verdachte zwaar aan dat hij door het aanwezig hebben van de drugs heeft bijgedragen aan het in stand houden van de drugscriminaliteit en het in gevaar brengen van de gezondheid van de gebruikers.
Verder heeft de verdachte zich samen met de medeverdachte schuldig gemaakt aan verboden wapenbezit. Het aanwezig hebben van een vuurwapen vormt onaanvaardbaar risico voor de maatschappij. Dat het om een gaspistool ging doet daar niet aan af. Een dergelijke vuurwapen is niet van echt te onderscheiden en zoals door de deskundige is vastgesteld kan het gebruik daarvan ook tot zeer ernstige gevolgen leiden.
Tot slot heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan het voorhanden hebben van 4 Cobra’s. Het voorhanden hebben van dergelijk professioneel vuurwerk is levensgevaarlijk. Voor dergelijk vuurwerk gelden strenge regels en is gespecialiseerde kennis vereist. De rechtbank rekent het verdachte aan dat hij het professioneel vuurwerk voorhanden heeft gehad zonder zich rekenschap te geven aan het gevaarzettende karakter daarvan.
De rechtbank vind het zorgelijk dat de verdachte, die ten tijde van de feiten 18 jaar oud was, dergelijke ernstige strafbare feiten heeft gepleegd.
Persoonlijke omstandigheden van de verdachte
De rechtbank heeft gekeken naar het strafblad van de verdachte van 15 juli 2026. Voorafgaand aan onderhavige zaak was de verdachte wel eerder veroordeeld voor een overtreding, maar niet voor een misdrijf. Dit heeft dan ook geen invloed op de hoogte van de straf. Daarnaast volgt uit zijn strafblad dat de verdachte na dit feit, op 16 juni 2026, veroordeeld is voor een overtreding, waardoor artikel 63 Sr Pro van toepassing is.
Verder heeft de rechtbank gelet op het reclasseringsadvies van Reclassering Nederland van 10 juli 2026, opgesteld door reclasseringswerker [B] . Hieruit volgt dat de reclassering het recidiverisico op laag-gemiddeld inschat indien het huidige begeleidingstraject wordt voortgezet. Ten tijde van de bewezenverklaarde feiten werden er diverse (dynamische) risicofactoren gezien die de kans op herhaling van het plegen van een strafbaar feit door de verdachte vergroten, waaronder een instabiele thuissituatie, financiële problematiek, een negatief sociaal netwerk, middelengebruik en psychosociale problematiek. Vanwege de schorsing van de voorlopige hechtenis staat de verdachte al geruime tijd onder toezicht bij de jeugdreclassering. Dit heeft een risicobeperkende uitwerking op de verdachte. De huisvesting van verdachte is momenteel stabiel. Hij heeft geen financiële problemen meer, hij heeft een vaste dagbesteding en gebruikt geen middelen meer. Ook heeft hij afstand genomen van zijn sociale netwerk (mogelijk mede door het opgelegde contactverbod) en ambieert pro-sociale doelen. Voor zijn psychosociale problemen gaat de verdachte binnenkort starten met een behandeling bij [instelling] . Het huidige begeleidingstraject lijkt goed bij de verdachte aan te sluiten. Op de zitting heeft de jeugdreclasseringswerkster gemeld dat de behandeling bij [instelling] zal starten in november 2026. Zij acht een contactverbod met medeverdachte(n) nog nodig vanwege de sterke beïnvloedbaarheid en weinig sociale weerbaarheid.
De reclassering adviseert om het jeugdstrafrecht toe te passen. Bij de verdachte is sprake van impulsief handelen, sterke beïnvloedbaarheid en weinig sociale weerbaarheid. Bovendien is hij ontvankelijk voor ondersteuning en beïnvloeding door volwassenen en lijkt hiervan deels afhankelijk.
De reclassering adviseert daarom bij een veroordeling het begeleidings- en behandelingstraject voort te zetten en een (gedeeltelijk) voorwaardelijke straf op te leggen met de volgende bijzondere voorwaarden:
  • Meldplicht bij de jeugdreclassering;
  • Ambulante behandeling;
  • Contactverbod met de medeverdachten;
  • Beheersing middelengebruik.
Strafkader
De rechtbank stelt vast dat de verdachte ten tijde van de bewezenverklaarde feiten meerderjarig was, maar de leeftijd van 23 jaar nog niet had bereikt; hij was 18 jaar. Artikel 77c van het Wetboek van Strafrecht biedt de rechtbank de mogelijkheid om voor jongvolwassenen een jeugdsanctie toe te passen in het geval de persoonlijkheid van de verdachte of de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan daartoe aanleiding geven. Gelet op de argumenten die hiervoor zijn vermeld uit het reclasseringsadvies en die de rechtbank bevestigd ziet in het dossier en wat op de zitting is besproken, zal de rechtbank het jeugdstrafrecht toepassen.
Gelet op de hiervoor beschreven ernst van de feiten en kijkend naar de straffen die in soortgelijke zaken zijn opgelegd, is in beginsel een onvoorwaardelijke jeugddetentie van meerdere maanden passend. De rechtbank ziet echter aanleiding hiervan af te wijken, gelet op de persoonlijke omstandigheden van de verdachte en met het oog op het voorkomen van recidive. De rechtbank vindt in deze zaak daarom oplegging van een grotendeels voorwaardelijke jeugddetentie in combinatie met een werkstraf passend en geboden.
Naast vergelding, is een ander belangrijk doel van het opleggen van straf namelijk ook het voorkomen dat een verdachte zich in de toekomst nogmaals schuldig maakt aan het plegen van dit soort feiten. Om te voorkomen dat hij hiertoe opnieuw wordt verleid, legt de rechtbank de verdachte een grotendeels voorwaardelijke jeugddetentie op. Enerzijds vormt dit de stok achter de deur voor de verdachte om op het, nu ingeslagen, rechte pad te blijven. En anderzijds biedt het ruimte de door de reclassering geadviseerde voorwaarden op te leggen om de verdachte zo weerbaar te maken tegen verleidingen en druk om opnieuw strafbare feiten te plegen. Het onvoorwaardelijk deel van de op te leggen jeugddetentie is gelijk aan het voorarrest, zodat de verdachte niet terug hoeft naar de jeugdgevangenis.
Conclusie
Alles afwegende acht de rechtbank het passend en geboden om verdachte voor de bewezenverklaarde feiten een jeugddetentie op te leggen van 90 dagen, met aftrek van het voorarrest, waarvan een gedeelte van 86 dagen voorwaardelijk. De proeftijd bij de voorwaardelijke jeugddetentie wordt vastgesteld op twee jaren, met -kort gezegd- als bijzondere voorwaarden dat de verdachte zich meldt bij de jeugdreclassering, meewerkt aan een ambulante behandeling, zich houdt aan een contactverbod met de medeverdachte [medeverdachte] en meewerkt aan beheersing van zijn middelengebruik door het controleren op het gebruik hiervan. Gebleken is dat de ander door de reclassering genoemde medeverdachte is vrijgesproken van betrokkenheid bij de drugs, zodat de rechtbank geen contactverbod ten aanzien van deze medeverdachte zal opleggen.
De rechtbank legt een lagere straf op dan geëist door de officier van justitie. Dat komt, onder meer, doordat de rechtbank de verdachte vrijspreekt van feit 2.
De voorlopige hechtenis
Gelet op het voorgaande zal de rechtbank het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis opheffen.

6.In beslag genomen voorwerpen

Onder de verdachte zijn de volgende goederen inbeslaggenomen:
  • Samsung telefoon (G488058);
  • 300,- euro (G3488079);
  • 2,70 euro (G3488081);
  • Kogelpatroon, 3 kogelhulzen en 1 patroon (G3488094);
  • Zwart nepwapen plastic (G3488138);
  • Vlindermes (G3488124);
  • Tablet (G3488107);
  • Zwarte schoudertas (G3488119);
  • Kluis (G3488157);
  • vuurwerk, te weten 4 stuks Cobra 6 (G3488885);
  • vuurwapen (G3487921;
  • Samsung Galaxy A13 (G3487937)
Verdovende middelen
  • 8 Hennep toppen (G3487999);
  • 7 VEDOMI groen lijkt op hennep (G3488002);
  • VEDOMI bruine korrels en 8 bruin gruis (G3488008);
  • 6 Gele pillen (G3488011);
  • Roze pil in de vorm van een 1 handgranaat (G3488014);
  • 1 Roze pil (G3488016);
  • 2 Rode pillen (G3488018);
  • 7 Roze pillen (G3488020);
  • 18 VEDOMI Groen lijkt op hennep (G3487971);
  • 1 Zak geel met meerdere brokken en zakjes poeder (G3488028);
  • 1 rode doos met Sildenafil citrate tablegts cenforce - 200, 4 strips van 10 pillen (G3488031);
  • 1 bruine plastic zak, met 5 zakjes bruin/gelig blokjes (G3488038);
  • 1 roze plastic zak met 1 zak met 2 roze vierkante pillen (G3488041);
  • 1 bruine plastic zak, met 1 pil in de vorm van een adelaar (G3488044);
  • 1 zak blauw met 1 blauwe pil in de vorm van een uil (G3488046);
  • Roze plastic zak met 1,5 roze pil en 1 zakje met 1 roze pil (G3488048);
  • 1 gele pil in de vorm van een dominosteen in rode zak (G3488050);
  • 1 gele pil in de vorm van een dominosteen in rode zak (G3488052);
  • 1 gele pil in de vorm van een dominosteen in rode zak (G3488053);
  • gele pillen in de vorm van een dominosteen in rode zak (G3488055);
  • 20 gele pillen in de vorm van dominostenen met los gruis (G3488057);
  • 1 zakje wit poeder met beige ondertoon (G3488060);
  • 1 zakje wit poeder met beige ondertoon (G3488061);
  • 1 plastic zak met ponypack met onbekende stof (G3488064);
  • 1 roze plastic zak met leeg pakje sigaretten Italiaanse tekst met 1 zakje met 2 roze pillen in de vorm van een doodshoofd (G3488066);
  • 1 roze plastic zak met 2 zakjes met roze stof (G3488067);
  • 1 roze plastic zak met 1 zakje roze poeder (G3488070);
  • 1 witte plastic zak met verschillende zakjes met meerdere kleuren poeder in een leeg pakje l&m red (G3488072);
  • 1 gele plastic zak met 1 zakje met geel poeder (G3488074);
  • 1 witte plastic zak met 1 zakje met twee papiertjes (G3488075);
  • 1 Roze plastic zak met 1 zakje met 4 roze pillen. 1 zakje met twee roze pillen in een leeg doosje l&m (G3488077);
  • 1 roze plastic zak met 1 pakje I&M met zakje met roze pil (G3488087);
  • 1 oranje plastic zak met oranje pil (G3488088);
  • 1 witte plastic zak met 1 zakje met 4 ovale codeinefosfaat tabletten en 2 ronde codeinefosfaat tabletten (G3488093);
  • bruine papieren zak met bruin blokje gewikkeld in papier (G3488095);
  • 1 vedomi, 1 bruin blok (G3488097);
  • 404 vedomi, roze pillen in de vorm van handgranaat (G3488100);
  • 8 zwarte citrate pillen (G3488149);
  • 8 vedomi zwarte cenforce-200 (G3488161);
  • 1 vedomi (hashish) (G3488165);
  • 1 groene pil (G3488167);
  • vedomi stuks paars (G3488169);
  • 1 vedomi groen wit (G3488170);
  • 1 roze pil (G3488171);
  • vedomi zakjes poeder (G3488174);
  • vedomi wikkels (G3488175);
6.1.
Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat de rechtbank:
  • de verdovende middelen, wapens en de munitie zal onttrekken aan het verkeer;
  • de telefoon (G3487937) en het geld verbeurd zal verklaren;
  • zal gelasten dat telefoon (G388058), tablet, kluis en schoudertas wordt teruggegeven aan de verdachte.
De officier van justitie heeft ten aanzien van het vuurwerk geen standpunt ingenomen.
6.2.
Standpunt van de verdediging
De advocaat heeft de rechtbank verzocht de teruggave aan verdachte te gelasten van het geld.
De advocaat heeft ten aanzien van het overige beslag geen standpunt ingenomen.
6.3.
Oordeel van de rechtbank
Onttrekken aan het verkeer
De rechtbank zal bepalen dat de onder de verdachte in beslag genomen verdovende middelen, zoals opgenomen in het dictum van dit vonnis, het nepwapen (G3488138), het vlindermes (G3488124), het vuurwapen (G3487921), de kogelpatroon, 3 kogelhulzen en 1 patroon (G3488094) en het vuurwerk (G3488885), worden onttrokken aan het verkeer, omdat de strafbare feiten daarmee zijn begaan en het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet en met het algemeen belang (vuurwapen en munitie) of omdat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet en met het algemeen belang en de voorwerpen kunnen dienen tot het begaan of de voorbereiding van soortgelijke feiten (nepwapen en vlindermes).
Teruggave aan de verdachte
De rechtbank spreekt de verdachte vrij van het medeplegen van de handel in MDMA (feit 2). Gelet hierop zal de rechtbank de teruggave aan de verdachte gelasten van de Samsung telefoon (G488058), de Samsung Galaxy A13 (G3487937) en het geld, te weten de 300,- euro (G3488079) en 2,70 euro (G3488081).
De rechtbank zal ook de teruggave aan de verdachte gelasten van de tablet (G3488107), de kluis (G3488157) en zwarte schoudertas (G3488119), omdat deze niet vatbaar zijn voor verbeurdverklaring of onttrekking aan het verkeer en het belang van strafvordering zich niet tegen teruggave verzet.

7.Toegepaste wetsartikelen

De opgelegde straf en beslissing op het beslag is gebaseerd op de volgende wetsartikelen:
  • 36b, 36c, 47, 63, 77c, 77g, 77i, 77m, 77n, 77x, 77y, 77z, 77aa en 77gg van het Wetboek van Strafrecht;
  • 2, 3, 10, 11 en 13a van de Opiumwet.
  • 26 en 55 van de Wet Wapens en munitie;
  • 1a, 2 en 6 van de Wet op de economische delicten;
  • 1.2.2, eerste lid, van het Vuurwerkbesluit;
  • 9.2.2.1 van de Wet milieubeheer.

8.De beslissing

De rechtbank:
vrijspraak
- verklaart feit 2 niet bewezen en spreekt de verdachte daarvan vrij;
bewezenverklaring
  • verklaart bewezen dat de verdachte de feiten 1, 3, 4 en 5 heeft gepleegd, zoals hierboven in paragraaf 3.4 is omschreven;
  • verklaart het overige dat in de beschuldiging staat niet bewezen en spreekt de verdachte daarvan vrij;
strafbaarheid feit
- verklaart het bewezenverklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in paragraaf 4.1 is vermeld;
strafbaarheid verdachte
- verklaart de verdachte strafbaar voor het bewezenverklaarde;
straf
  • veroordeelt verdachte tot
  • bepaalt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in
verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de
jeugddetentie in mindering zal worden gebracht;
- bepaalt dat van de jeugddetentie
een gedeelte van 86 (zesentachtig) dagen, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders gelast op grond van het feit dat verdachte de hierna te melden algemene voorwaarde niet heeft nageleefd (het onvoorwaardelijk deel van de jeugddetentie is gelijk aan het gedeelte dat verdachte al in voorarrest heeft doorgebracht, zodat verdachte niet terug hoeft naar de jeugdgevangenis);
- stelt daarbij een
proeftijd van twee (2) jarenvast;
- stelt als
algemene voorwaardendat de verdachte:
 zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
 ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van Pro de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;
 medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 77aa, eerste en derde lid van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;
- als
bijzondere voorwaardengelden dat de verdachte:

Meldplicht bij de jeugdreclasseringzich in het kader van de Maatregel Toezicht & Begeleiding gedurende de proeftijd meldt op afspraken met de jeugdreclassering aan de Zeehavenkade 30 in Utrecht, zo vaak en zolang de jeugdreclassering dat nodig vindt.
De jeugdreclassering bepaalt op welke dagen en tijdstippen deze afspraken zijn.;

Ambulante behandelingDat de verdachte zich gedurende de proeftijd laat behandelen door [instelling] of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering, zolang de reclassering de behandeling nodig vindt;

Contactverbod (tenzij toestemming reclassering)De verdachte zal op geen enkele wijze - direct of indirect - contact opnemen, zoeken of hebben met [medeverdachte] , geboren op [geboortedatum] 2025, zolang het Openbaar Ministerie dit noodzakelijk acht. De politie ziet toe op handhaving van dit contactverbod;

Beheersing middelengebruikDat de verdachte gedurende de proeftijd meewerkt aan controles om zicht te krijgen op het gebruik van softdrugs. De reclassering bepaalt hoe vaak en met welk controlemiddel (urineonderzoek, ademonderzoek en/of een speekseltest) wordt gecontroleerd.
- waarbij de jeugdreclassering opdracht wordt gegeven toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden;
  • veroordeelt verdachte tot
  • beveelt dat voor het geval de verdachte de werkstraf niet of niet naar behoren verricht, vervangende jeugddetentie zal worden toegepast voor de duur van 30 (dertig) dagen;
beslag
- verklaart de volgende voorwerpen onttrokken aan het verkeer:
  • Kogelpatroon, 3 kogelhulzen en 1 patroon (G3488094);
  • Zwart nepwapen plastic (G3488138);
  • Vlindermes (G3488124);
  • Vuurwerk, te weten 4 stuks Cobra 6 (G3488885);
  • Vuurwapen (G3487921);
  • 8 Hennep toppen (G3487999);
  • 7 VEDOMI groen lijkt op hennep (G3488002);
  • VEDOMI bruine korrels en 8 bruin gruis (G3488008);
  • 6 Gele pillen (G3488011);
  • Roze pil in de vorm van een 1 handgranaat (G3488014);
  • 1 Roze pil (G3488016);
  • 2 Rode pillen (G3488018);
  • 7 Roze pillen (G3488020);
  • 18 VEDOMI Groen lijkt op hennep (G3487971);
  • 1 Zak geel met meerdere brokken en zakjes poeder (G3488028);
  • 1 rode doos met Sildenafil citrate tablegts cenforce - 200, 4 strips van 10 pillen (G3488031);
  • 1 bruine plastic zak, met 5 zakjes bruin/gelig blokjes (G3488038);
  • 1 roze plastic zak met 1 zak met 2 roze vierkante pillen (G3488041);
  • 1 bruine plastic zak, met 1 pil in de vorm van een adelaar (G3488044);
  • 1 zak blauw met 1 blauwe pil in de vorm van een uil (G3488046);
  • Roze plastic zak met 1,5 roze pil en 1 zakje met 1 roze pil (G3488048);
  • 1 gele pil in de vorm van een dominosteen in rode zak (G3488050);
  • 1 gele pil in de vorm van een dominosteen in rode zak (G3488052);
  • 1 gele pil in de vorm van een dominosteen in rode zak (G3488053);
  • gele pillen in de vorm van een dominosteen in rode zak (G3488055);
  • 20 gele pillen in de vorm van dominostenen met los gruis (G3488057);
  • 1 zakje wit poeder met beige ondertoon (G3488060);
  • 1 zakje wit poeder met beige ondertoon (G3488061);
  • 1 plastic zak met ponypack met onbekende stof (G3488064);
  • 1 roze plastic zak met leeg pakje sigaretten Italiaanse tekst met 1 zakje met 2 roze pillen in de vorm van een doodshoofd (G3488066);
  • 1 roze plastic zak met 2 zakjes met roze stof (G3488067);
  • 1 roze plastic zak met 1 zakje roze poeder (G3488070);
  • 1 witte plastic zak met verschillende zakjes met meerdere kleuren poeder in een leeg pakje l&m red (G3488072);
  • 1 gele plastic zak met 1 zakje met geel poeder (G3488074);
  • 1 witte plastic zak met 1 zakje met twee papiertjes (G3488075);
  • 1 Roze plastic zak met 1 zakje met 4 roze pillen. 1 zakje met twee roze pillen in een leeg doosje l&m (G3488077);
  • 1 roze plastic zak met 1 pakje I&M met zakje met roze pil (G3488087);
  • 1 oranje plastic zak met oranje pil (G3488088);
  • 1 witte plastic zak met 1 zakje met 4 ovale codeinefosfaat tabletten en 2 ronde codeinefosfaat tabletten (G3488093);
  • bruine papieren zak met bruin blokje gewikkeld in papier (G3488095);
  • 1 vedomi, 1 bruin blok (G3488097);
  • 404 vedomi, roze pillen in de vorm van handgranaat (G3488100);
  • 8 zwarte citrate pillen (G3488149);
  • 8 vedomi zwarte cenforce-200 (G3488161);
  • 1 vedomi (hashish) (G3488165);
  • 1 groene pil (G3488167);
  • vedomi stuks paars (G3488169);
  • 1 vedomi groen wit (G3488170);
  • 1 roze pil (G3488171);
  • vedomi zakjes poeder (G3488174);
  • vedomi wikkels (G3488175);
- gelast de teruggave aan de verdachte van de volgende voorwerpen:
 300,- euro (G3488079);
 2,70 euro (G3488081);
 Tablet (G3488107);
 Zwarte schoudertas (G3488119);
 Kluis (G3488157);
 Samsung telefoon (G488058);
 Samsung Galaxy A13 (G3487937);
voorlopige hechtenis
- heft op het reeds geschorste bevel tot voorlopige hechtenis;
Dit vonnis is gewezen door mr. N.P.J. Janssens, voorzitter, mr. N.M.H. van Ek en
mr. J.H.C. van Ginhoven, rechters, in tegenwoordigheid van mr. H. van Veenschoten als griffier en is in het openbaar uitgesproken op 28 juli 2026.
mr. J.H.C. van Ginhoven is niet in gelegenheid dit vonnis mede te onderteken.
Bijlage I: De tenlastelegging
Aan de verdachte is na wijziging van de tenlastelegging ten laste gelegd dat:
1
hij op of omstreeks 25 februari 2025 te Hilversum
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
opzettelijk
aanwezig heeft gehad,
(in totaal ongeveer) 217,94 gram, in elk geval een hoeveelheid van een
materiaal bevattende MDMA (methyleendioxymethamfetamine),
zijnde MDMA een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende
lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van
die wet;
2
hij in of omstreeks de periode van 1 december 2024 tot en met 25
februari 2025 te Hilversum, althans in Nederland
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
meermalen, althans eenmaal,
(telkens) opzettelijk
heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht
en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd,
in elk geval (telkens) opzettelijk aanwezig heeft gehad
een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA
(methyleendioxymethamfetamine), zijnde MDMA (telkens) een middel
als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst!, dan wel
aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling
mocht of zou kunnen leiden:
[medeverdachte] in of omstreeks de periode van 1 december 2024 tot en met 25
februari 2025 te Hilversum, althans in Nederland
meermalen, althans eenmaal,
(telkens) opzettelijk
heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht
en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd,
in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad
een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA
(methyleendioxymethamfetamine)
zijnde MDMA (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet
behorende lijst 1, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van
artikel 3a van die wet
bij en/of tot het plegen van welk misdrijf verdachte op/in of omstreeks
de periode van 1 december 2024 tot en met 25 februari 2025 te
Hilversum, althans in Nederland, opzettelijk behulpzaam is geweest
en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft
verschaft, door
- zijn kamer, althans woning beschikbaar te stellen als opslagplaats
voor drugs en/of
- afspraken met medeverdachte [medeverdachte] te maken over prijzen voor drugs
en/of het afleveren van die drugs bij afnemers;
3
hij in of omstreeks de periode van 22 februari 2025 tot en met 25 februari 2025 te
Hilversum, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans
alleen,
een wapen van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie, te
weten een pistool, van het merk Woltra Combat, model 85, zijnde een
vuurwapen in de vorm van een geweer, revolver en/of pistool
voorhanden heeft gehad;
4
hij op of omstreeks 25 februari 2025 te Hilversum, in elk geval in
Nederland, als een ander dan een persoon met gespecialiseerde kennis,
al dan niet opzettelijk, een hoeveelheid, althans één of meer, stuks,
knalvuurwerk te weten
- 4 Super Cobra 6
in elk geval professioneel vuurwerk, voorhanden heeft gehad;
5
hij op of omstreeks 25 februari 2025 te Hilversum, althans in Nederland
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
opzettelijk aanwezig heeft gehad
ongeveer 40,92 gram, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram
van een gebruikelijk vast mengsel van hennephars en plantaardige
elementen van hennep waaraan geen andere substanties zijn
toegevoegd (hasjiesj), zijnde hasjiesj
een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel
aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

Voetnoten

2.Pagina 141 t/m 144.
3.Pagina 211 t/m 219.
4.Pagina 456 en 457.
5.Pagina 464 tot en met 468.
6.Pagina 224.
7.Pagina 222.
8.Pagina 223.
9.Pagina 225 t/m 239.
10.Pagina 437 t/m 440.
11.Pagina 446 t/m 450.
12.Pagina 427 t/m 431.
13.Pagina 244.
14.Pagina 246.
15.Pagina 241.
16.Pagina 243.
17.Pagina 245.
18.Pagina 359 t/m 360.
19.Pagina 435.
20.Pagina 406 t/m 409.
21.Pagina 381 t/m 383.
22.Pagina 399 t/m 404.
23.Pagina 49 t/m 51.
24.Pagina 471.
25.Pagina 174, 201 en 202.
26.Pagina 427 t/m 430.
27.Pagina 247 en 248.