Uitspraak
1.De procedure
- de akte van [eiser] van 3 december 2025;
- de akte van [gedaagde] van 7 januari 2026.
2.De kern van de zaak
3.De verdere beoordeling
[eiser] is niet geslaagd in de bewijsopdracht
Toen ik begon was volgens mij de afspraak dat de persoon die de trip het meeste organiseerde € 100 kreeg. (…) Omdat al heel snel bleek dat bij elke trip bijna iedereen een bijdrage deed, was het heel moeilijk te bepalen wie het meeste gedaan had. (…) Al heel snel werd dus besloten dat iedereen van het management € 100 per trip zou krijgen.”
.De kantonrechter stelt vast dat [eiser] voldoende heeft gesteld en onderbouwd dat buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht. De vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten wordt toegewezen tot het wettelijke tarief dat hoort bij de toegewezen hoofdsom. Daarom wordt een bedrag van € 879,48 aan buitengerechtelijke incassokosten toegewezen.