Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.Zitting
- de verdachte;
- de officier van justitie: mr. M.J. van Aalderen;
- de advocaat van de verdachte: mr. L.M. de Zeeuw (waarnemend voor mr. S.C. Sassen) (hierna: de advocaat);
2.Tenlastelegging
3.Bewijs
- de verklaring van de verdachte op de zitting van 17 juli 2026;
- het proces-verbaal van bevindingen, inhoudende de beschrijving van de camerabeelden; [1]
4.Kwalificatie en strafbaarheid
5.Straf
6.Toegepaste wetsartikelen
7.De beslissing
- verklaart bewezen dat de verdachte het meer subsidiaire feit heeft gepleegd, zoals hierboven in paragraaf 3.4 is omschreven;
- verklaart het overige dat in de beschuldiging staat niet bewezen en spreekt de verdachte daarvan vrij;
- veroordeelt de verdachte tot een
- bepaalt dat van de gevangenisstraf een gedeelte van
- stelt daarbij een
algemene voorwaardengelden dat de verdachte:
bijzondere voorwaardengelden dat de verdachte gedurende de proeftijd: