ECLI:NL:RBMNE:2026:4959

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
2 juli 2026
Publicatiedatum
30 juli 2026
Zaaknummer
16/197711-25
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6 WVW 1994Art. 8 WVW 1994Art. 9 SrArt. 14a SrArt. 14b Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling voor aanmerkelijk onvoorzichtig rijden onder invloed met zwaar letsel

Op 26 juni 2025 veroorzaakte de verdachte in Bunschoten-Spakenburg een verkeersongeval waarbij twee fietsers zwaar lichamelijk letsel opliepen. De verdachte reed met 38 km/uur waar 30 km/uur was toegestaan en was onder invloed van alcohol met een ademwaarde van 435 µg/l, ruim boven de limiet van 220 µg/l. Hij verklaarde pantoffels te dragen en mogelijk per ongeluk het gaspedaal in plaats van het rempedaal te hebben ingetrapt.

De rechtbank oordeelde dat de verdachte aanmerkelijk onvoorzichtig en onoplettend handelde door te rijden onder invloed, te hard te rijden en onvoldoende rekening te houden met de verkeerssituatie, waaronder een bocht met beperkt zicht. Het letsel van de slachtoffers bestond uit meerdere botbreuken en een open luxatie, met een genezingsduur van maanden.

De verdachte werd vrijgesproken van overige tenlasteleggingen. De rechtbank legde een taakstraf van 160 uur op, met een vervangende hechtenis van 80 dagen bij niet-naleving, en een rijontzegging van 68 dagen met aftrek van reeds ingehouden tijd. De straf wijkt af van de eis en oriëntatiepunten vanwege de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zijn schuldbewustzijn en het risico op baanverlies bij een langere rijontzegging.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 160 uur taakstraf en 68 dagen rijontzegging wegens aanmerkelijk onvoorzichtig rijden onder invloed met zwaar lichamelijk letsel tot gevolg.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Strafrecht
Zittingsplaats Utrecht
Parketnummer: 16/197711-25
Tegenspraak
Vonnis van de meervoudige kamer van 2 juli 2026 in de strafzaak van:
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum] 1960 in [geboorteplaats] ,
ingeschreven op het adres:
[adres] , [postcode] in [plaats] ,
(hierna: de verdachte).

1.Zitting

De strafzaak van de verdachte is inhoudelijk behandeld op de openbare zitting van 18 juni 2026.
Op de zitting waren aanwezig:
  • de verdachte;
  • de officier van justitie: mr. M. de Nooij;
  • de advocaat van de verdachte: mr. M.S. van Norden (hierna: de advocaat).

2.Tenlastelegging

De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat hij, samengevat:
feit 1
primairop 26 juni 2025 in Bunschoten-Spakenburg zeer, dan wel aanmerkelijk, onvoorzichtig in een auto heeft gereden en dat het zijn schuld is dat daardoor een verkeersongeluk heeft plaatsgevonden, waardoor [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] zwaar gewond zijn geraakt;
subsidiairis dit ten laste gelegd als het veroorzaken van gevaar en/of hinder op de weg;
feit 2
op 26 juni 2025 in Bunschoten-Spakenburg onder invloed van alcohol in een auto heeft gereden.
De volledige tekst van de beschuldiging staat in bijlage I bij dit vonnis.

3.Bewijs

3.1.
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat kan worden bewezen dat de verdachte feit 1 primair en feit 2 heeft gepleegd. Ten aanzien van feit 1 vindt de officier van justitie dat sprake is van ‘aanmerkelijk’ en niet van ‘zeer’ onvoorzichtig rijgedrag.
De standpunten van de officier van justitie worden – voor zover van belang voor de beoordeling – besproken in paragraaf 3.3.
3.2.
Standpunt van de verdediging
De advocaat verzoekt de rechtbank om de verdachte vrij te spreken van het onder feit 1 primair ten laste gelegde. Ten aanzien van het onder feit 1 subsidiair ten laste gelegde en het onder feit 2 ten laste gelegde refereert de advocaat zich aan het oordeel van de rechtbank.
De advocaat voert verschillende verweren over het bewijs. Deze worden - voor zover van belang voor de beoordeling - hierna besproken onder paragraaf 3.3.
3.3.
Oordeel van de rechtbank
3.3.1.
Bewijsmiddelen feit 1 primair en feit 2
De rechtbank oordeelt dat feit 1 primair en feit 2 zijn bewezen. De rechtbank baseert dit oordeel op de bewijsmiddelen die in bijlage II van dit vonnis staan.
Er zijn meerdere feiten bewezen verklaard. De bewijsmiddelen worden alleen gebruikt voor het feit of de feiten waarover deze gaan.
3.3.2.
Bewijsoverwegingen
Inleiding
Op 26 juni 2025 heeft er in Bunschoten-Spakenburg een verkeersongeval plaatsgevonden op de Koenraadstraat. Bij dit ongeval waren een personenauto en twee fietsers betrokken. De verdachte was de bestuurder van de personenauto. De fietsers waren de slachtoffers [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] . De maximaal toegestane snelheid op deze weg was 30 km/uur. Uit de verkeersanalyse is gebleken dat de verdachte tijdens de botsing met een snelheid van 38 km/uur reed. Ook blijkt uit deze analyse dat er gedurende de vijf seconden voorafgaand aan het ongeval geen bediening van het rempedaal is geregistreerd. De verdachte kwam uit een bocht gereden en raakte de van rechts komende fietsers zodanig dat zij hierdoor zijn gevallen en ernstig letsel hebben opgelopen. De verdachte was tijdens het ongeval onder invloed van alcohol. De politie heeft na het ongeval bij de verdachte een ademonderzoek afgenomen, het onderzoekresultaat bedroeg 435 µg/l. Voor ervaren bestuurders geldt een alcohollimiet van 220 µg/l.
De verdachte heeft op de zitting verklaard dat hij die dag thuis twee biertjes had gedronken en vervolgens, enkele uren later, in zijn auto naar familie is gereden. Daar heeft hij nog drie biertjes gedronken, waarna hij terug in de auto is gestapt om naar huis te rijden. De verdachte heeft verklaard dat hij na het raken van slachtoffer [slachtoffer 2] waarschijnlijk per ongeluk het gaspedaal heeft ingetrapt in plaats van het rempedaal en toen ook slachtoffer [slachtoffer 1] heeft geraakt. Daarnaast heeft hij verklaard dat hij pantoffels droeg tijdens het autorijden.
Juridisch kader
De rechtbank staat voor de vraag of uit de bewijsmiddelen volgt dat het rijgedrag van de verdachte zodanig is geweest dat sprake is van schuld als bedoeld in artikel 6 van Pro de Wegenverkeerswet 1994 (hierna: WVW).
Om deze schuld te bewijzen, is het nodig dat kan worden vastgesteld dat dit verkeersongeval heeft plaatsgevonden doordat de verdachte zich als verkeersdeelnemer op zijn minst aanmerkelijk onvoorzichtig of aanmerkelijk onoplettend heeft gedragen. Hiervan is sprake wanneer de verkeershandelingen van de verdachte die tot het ongeval hebben geleid, tekortschoten ten opzichte van de handelingen die van een gemiddelde verkeersdeelnemer in een vergelijkbare verkeerssituatie mogen worden verwacht.
Bij de vaststelling van de mate waarin de verdachte schuld aan het ongeval heeft, wordt in de rechtspraak onderscheid gemaakt tussen aanmerkelijk onvoorzichtig en/of onoplettend, zeer onvoorzichtig en/of onoplettend en roekeloos rijgedrag. Bij het bewijs van het opzettelijk in ernstige mate overtreden van de verkeersregels komt het onder meer aan op de feiten en omstandigheden die zicht bieden op “de algehele instelling van de verdachte waar het in het concrete geval zijn deelname aan het verkeer betreft".
De verdachte heeft schuld aan het ongeval
De rechtbank overweegt dat de verdachte voorafgaand aan het ongeval twee verkeersfouten heeft begaan. Immers, hij heeft met een meer dan toegestane hoeveelheid alcohol in zijn bloed zijn auto bestuurd en daarnaast reed hij harder dan de op die weg toegestane maximum snelheid. Uit de verkeersanalyse van de politie blijkt dat het gaspedaal twee seconden voor het ongeval vol is ingetrapt, terwijl de overschreden snelheid al vijf seconden voor het ongeval was geregistreerd. Kort voor het ongeval zijn er snelheden geregistreerd tussen 43 en 38 kilometer per uur. Het overschrijden van de maximum snelheid is extra verwijtbaar omdat de verdachte een kruising opreed waar het zicht beperkt was.
De verdachte heeft verklaard dat hij de bocht doorreed en vervolgens slachtoffer [slachtoffer 2] raakte, hierdoor zou paniek zijn ontstaan en zou de verdachte mogelijk het gaspedaal hebben ingetrapt in plaats van het rempedaal. Hoewel de rechtbank onderkent dat het mogelijk is dat er een pedaalwisseling heeft plaatsgevonden, zeker omdat de verdachte op pantoffels reed, is het ongeval nog steeds aan de verdachte toe te rekenen. Hij had immers al vóór het moment van deze mogelijke pedaalwisseling de hiervoor genoemde verkeersfouten gemaakt die de aanloop naar het ongeluk vormden.
Naar het oordeel van de rechtbank is de verdachte met de bewezenverklaarde gedragingen ernstig tekortgeschoten ten opzichte van het verkeersgedrag dat van een gemiddelde verkeersdeelnemer in een vergelijkbare situatie mag worden verwacht.
De verdachte heeft aanmerkelijk onvoorzichtig en onoplettend gehandeld
De rechtbank oordeelt dat de verdachte zich aanmerkelijk onvoorzichtig en onoplettend heeft gedragen in het verkeer. De verdachte was fors onder invloed, maar is toch gaan rijden. Hij reed in een straat waar veel auto’s langs de stoeprand stonden, waardoor de wegsituatie niet overzichtelijk was. Er was mede door de geparkeerde voortuigen beperkt zicht op het verkeer in de straat waar verdachte naartoe wilde afslaan. In plaats van remmen dan wel gas minderen, is de verdachte met de te hoge snelheid de bocht door gereden waarna hij in botsing kwam met de slachtoffers. De verdachte heeft zijn rijgedrag onvoldoende afgestemd op de verkeerssituatie.
Letsel
De slachtoffers hadden meerdere botbreuken waarvoor zij geopereerd moesten worden. De verbalisanten hadden na het ongeval zicht op het bot, de spieren en de pezen van slachtoffer [slachtoffer 1] . Er was sprake van een ‘open luxatie’ breuk. Slachtoffer [slachtoffer 2] had een grote bult op haar hoofd en haar heupen deden pijn. Er bleek sprake van een gebroken knie, pink en tenen. De duur van genezing wordt voor beide slachtoffers geschat op maanden. Gelet op de bewijsmiddelen en het opgelopen letsel moet dit voor beide slachtoffers naar het oordeel van de rechtbank worden aangemerkt als zwaar lichamelijk letsel.
Conclusie
Gelet op de bewijsmiddelen en bovenstaande is de rechtbank van oordeel dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan overtreding van artikel 6 van Pro de WVW (feit 1 primair) en artikel 8 van Pro de WVW (feit 2).
3.4.
Bewezenverklaring
De rechtbank verklaart bewezen dat de verdachte:
feit 1 primair
op 26 juni 2025 te Bunschoten-Spakenburg, gemeente Bunschoten
als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een voertuig (een personenauto
met kenteken [kenteken] ), daarmede rijdende over de weg, de Koenraadstraat,
zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft
plaatsgevonden door
aanmerkelijk onvoorzichtig en onoplettend,
- na voorafgaand gebruik van alcohol
- te rijden met een hogere snelheid dan voor een veilig verkeer ter plaatse
verantwoord was
- rechtsaf is geslagen
- zich (daarbij) onvoldoende er van heeft vergewist dat de weg vrij was van verkeer
- vervolgens tegen fietsers is aangereden
waardoor anderen, te weten [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2]
zwaar lichamelijk letsel, werd toegebracht,
terwijl verdachte verkeerde in de toestand als bedoeld in artikel 8, eerste, lid van de Wegenverkeerswet 1994;
feit 2
op 26 juni 2025 te Bunschoten-Spakenburg, gemeente Bunschoten
als bestuurder van een voertuig (een personenauto met kenteken [kenteken] ), dit
voertuig heeft bestuurd, terwijl hij verkeerde onder zodanige invloed van alcohol,
waarvan hij wist of redelijkerwijs moest weten, dat het gebruik daarvan de
rijvaardigheid kon verminderen, dat hij niet tot behoorlijk besturen in staat moest
worden geacht.
De rest van de tekst van de beschuldiging kan niet worden bewezen. De verdachte wordt daarvan vrijgesproken.
De taal- en/of schrijffouten die in de tekst van de beschuldiging voorkomen zijn in de bewezenverklaring verbeterd. Dit benadeelt de verdachte niet.

4.Kwalificatie en strafbaarheid

4.1.
Kwalificatie
De bewezen feiten leveren de volgende strafbare feiten op:
eendaadse samenloop van:
feit 1 primair: overtreding van artikel 6 van Pro de Wegenverkeerswet 1994, terwijl het een ongeval betreft waardoor een ander lichamelijk letsel wordt toegebracht en terwijl de schuldige verkeerde in de toestand, bedoeld in artikel 8, eerste lid, van deze wet;
feit 2: overtreding van artikel 8, eerste lid, onderdeel a van de Wegenverkeerswet 1994.
4.2.
Strafbaarheid feit verdachte
De feiten en de verdachte zijn strafbaar.

5.Straf

5.1.
Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie eist dat de verdachte wordt veroordeeld tot:
  • een taakstraf van 160 uur, te vervangen door 80 dagen hechtenis als de verdachte deze taakstraf niet of niet goed uitvoert;
  • een ontzegging van de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen (rijontzegging) van 540 dagen, met aftrek van de tijd dat het rijbewijs al ingevorderd of ingehouden is geweest, waarvan een gedeelte van 472 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar.
5.2.
Standpunt van de verdediging
De advocaat voert aan dat de verdachte een blanco documentatie heeft en al 45 jaar werkt als apk-keurmeester. De verdachte heeft na het ongeval zijn verantwoordelijkheid genomen, door mee te werken aan het onderzoek en via familie op de hoogte te blijven van de situatie van de slachtoffers. De advocaat voert aan dat een onvoorwaardelijke rijontzegging de verdachte zwaar zou treffen, omdat hij voor zijn werk afhankelijk is van zijn rijbewijs. Zij verzoekt de rechtbank af te zien van een onvoorwaardelijke rijontzegging van langere duur dan de duur van de inhouding van het rijbewijs.
5.3.
Oordeel van de rechtbank
Bij het bepalen van deze straffen houdt de rechtbank rekening met de ernst van de gepleegde feiten en de omstandigheden waaronder de verdachte deze feiten heeft gepleegd. Ook weegt de rechtbank het strafblad van de verdachte en zijn persoonlijke omstandigheden mee.
Ernst en omstandigheden van de feiten
De verdachte heeft op 26 juni 2025 een ongeval veroorzaakt waardoor twee slachtoffers zwaar gewond zijn geraakt. De verdachte had nooit de keuze mogen maken om na het drinken van deze hoeveelheid alcohol in de auto te stappen om naar huis te rijden. Dat het maar een kleine afstand was, maakt daarvoor niet uit want deze zaak laat zien dat er ook dan een ernstig ongeluk kan gebeuren. Hij heeft op een smalle weg met te hoge snelheid gereden, nam een te ruime bocht en is in botsing gekomen met de twee fietsers. Het is bovendien niet ondenkbaar dat het ongeluk zo ernstig was, omdat de verdachte pantoffels droeg en daardoor het rempedaal niet goed kon bedienen. De rechtbank rekent het hem aan dat hij hierin niet zorgvuldiger is geweest. De verdachte heeft met zijn handelen de verkeersveiligheid in gevaar gebracht en het belang van de lichamelijke gezondheid en integriteit van de slachtoffers geschaad. De rechtbank neemt de verdachte dit kwalijk. De rechtbank heeft echter ook de indruk gekregen dat de verdachte heeft geleerd van zijn fouten. De verdachte is op zitting eerlijk geweest over zijn fouten, heeft zich schuldbewust getoond en blijft via familieleden op de hoogte van de toestand van de slachtoffers.
Persoonlijke omstandigheden van de verdachte
Bij haar beslissing heeft de rechtbank ook rekening gehouden met het strafblad van de verdachte, waaruit blijkt dat hij niet eerder voor een strafbaar feit is veroordeeld. Hiermee wordt niet in strafmatigende of strafverzwarende zin rekening gehouden. Daarnaast heeft de rechtbank kennis genomen van een rapport van de Reclassering Nederland van 11 juni 2026. De reclassering schat de risico’s op herhaling, letsel en onttrekken aan voorwaarden in als laag.
Strafkader
Om in vergelijkbare zaken zo veel mogelijk gelijk te straffen, werken strafrechters met landelijke oriëntatiepunten. Deze zijn gebaseerd op opgelegde straffen in andere, vergelijkbare zaken. Er wordt bij de strafoplegging gekeken naar de gevolgen van het ongeval, maar de straf moet ook in verhouding blijven met de ernst van de gemaakte verkeersfouten en de mate van schuld van de verdachte aan het ongeval.
De rechtbank heeft de oriëntatiepunten voor straftoemeting ten aanzien van artikel 6 van Pro de WVW als uitgangspunt genomen. Voor het veroorzaken van een verkeersongeval met ‘aanmerkelijke’ schuld waarbij de verdachte onder invloed van alcohol was en de slachtoffers zwaar lichamelijk letsel hebben opgelopen, wordt een taakstraf van 160 uur en een rijontzegging van 18 maanden als uitgangspunt genomen.
De rechtbank legt aan de verdachte op: een taakstraf van 160 uur en een rijontzegging van 68 dagen, met aftrek van de tijd dat het rijbewijs al ingevorderd of ingehouden is geweest. Dat betekent dat de verdachte zijn rijbewijs niet opnieuw hoeft in te leveren.
De straf die de rechtbank aan de verdachte oplegt, wijkt wat de rijontzegging betreft af van de oriëntatiepunten en van de eis van de officier van justitie. De rechtbank heeft de indruk gekregen dat de verdachte heeft geleerd van zijn fouten en dat hij een vergelijkbare situatie niet opnieuw zal laten gebeuren. Op de zitting heeft de verdachte tevens aangegeven dat hij zijn baan zal verliezen als hij zijn rijbewijs kwijtraakt. Ook dat weegt de rechtbank mee.

6.Toegepaste wetsartikelen

De opgelegde straffen zijn gebaseerd op de volgende wetsartikelen:
  • artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 57 van het Wetboek van Strafrecht;
  • artikelen 6, 8, 175, 176, 179 van de Wegenverkeerswet 1994.

7.De beslissing

De rechtbank:
bewezenverklaring
  • verklaart bewezen dat de verdachte feit 1 primair en feit 2 heeft gepleegd, zoals hierboven in paragraaf 3.4. is omschreven;
  • verklaart het overige dat in de beschuldiging staat niet bewezen en spreekt de verdachte daarvan vrij;
strafbaarheid feit
- verklaart het bewezenverklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in paragraaf 4.1. is vermeld;
strafbaarheid verdachte
- verklaart de verdachte strafbaar voor het onder feit 1 primair en feit 2 bewezenverklaarde;
straf
  • veroordeelt de verdachte tot een
  • beveelt dat voor het geval de verdachte de taakstraf niet of niet naar behoren verricht, de taakstraf wordt vervangen door 80 dagen hechtenis;
  • ontzegtde verdachte ter zake van het bewezen verklaarde
    de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 68 (achtenzestig) dagen, met aftrekvan de tijd dat het rijbewijs al ingevorderd of ingehouden is geweest.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.H. Erich, voorzitter, mr. G.A. Bos en mr. K. de Meulder, rechters, in tegenwoordigheid van mr. J. van der Steege als griffier en is in het openbaar uitgesproken op 2 juli 2026.
Bijlage I: De tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:
1.
hij op of omstreeks 26 juni 2025 te Bunschoten-Spakenburg, gemeente Bunschoten
als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een voertuig (een personenauto
met kenteken [kenteken] ), daarmede rijdende over de weg, de Koenraadstraat,
zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft
plaatsgevonden door
zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig en/of onoplettend,
- na voorafgaand gebruik van alcohol
- te rijden met een hogere snelheid dan voor een veilig verkeer ter plaatse
verantwoord was
- rechtsaf is geslagen
- zich (daarbij) onvoldoende er van heeft vergewist dat de weg vrij was van verkeer
- onvoldoende rechts heeft gehouden/op de weghelft voor het tegemoetkomend
verkeer terecht is gekomen
- vervolgens tegen fietser(s) is aangereden
waardoor (een) ander(en), te weten [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2]
zwaar lichamelijk letsel, werd toegebracht en/of zodanig letsel dat daaruit tijdelijke
ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden ontstond,
terwijl verdachte verkeerde in de toestand als bedoeld in artikel 8, eerste, tweede,
derde, vierde of vijfde lid van de Wegenverkeerswet 1994, dan wel na het feit niet
heeft voldaan aan een bevel gegeven krachtens artikel 163, tweede, zesde, zevende
of negende lid van genoemde wet;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou
kunnen leiden:
hij op of omstreeks 26 juni 2025 te Bunschoten-Spakenburg, gemeente Bunschoten
als bestuurder van een voertuig (een personenauto met kenteken [kenteken] ),
daarmede rijdende over de weg, de Koenraadstraat,
- na voorafgaand gebruik van alcohol
- te rijden met een hogere snelheid dan voor een veilig verkeer ter plaatse
verantwoord was
- rechtsaf is geslagen
- zich (daarbij) onvoldoende er van heeft vergewist dat de weg vrij was van verkeer
- onvoldoende rechts heeft gehouden/op de weghelft voor het tegemoetkomend
verkeer terecht is gekomen
- vervolgens tegen fietser(s) is aangereden,
door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt en/of
het verkeer op die weg werd gehinderd;
2.
hij op of omstreeks 26 juni 2025 te Bunschoten-Spakenburg, gemeente Bunschoten
als bestuurder van een voertuig (een personenauto met kenteken [kenteken] ), dit
voertuig heeft bestuurd, terwijl hij verkeerde onder zodanige invloed van alcohol,
waarvan hij wist of redelijkerwijs moest weten, dat het gebruik daarvan de
rijvaardigheid kon verminderen, dat hij niet tot behoorlijk besturen in staat moest
worden geacht.
Bijlage II: Bewijsmiddelen [1]
Ten aanzien van feit 1 primair en feit 2
-
de verklaring van de verdachte op de zitting van 18 juni 2026:
Op 26 juni 2025 heb ik thuis twee biertjes gedronken, toen reed ik met de auto naar mijn schoonzoon en heb ik daar nog drie biertjes gedronken. Vervolgens reed ik naar huis.
Ik ging de bocht door, er stond een auto in de bocht geparkeerd, daar moest ik omheen en toen raakte ik mevrouw [slachtoffer 2] .
Ik heb per ongeluk gas gegeven in plaats van remmen en toen raakte ik mevrouw [slachtoffer 1] .
Uit het onderzoek blijkt dat ik 38 km/uur heb gereden, de maximumsnelheid is daar 30 km/uur.
-
een proces-verbaal van aanrijding misdrijf, opgemaakt door verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] , voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
Locatie ongeval
Datum: 26 juni 2025
Plaats: Bunschoten-Spakenburg
Maximum snelheid: 30 km per uur
Vermoedelijke toedracht
[slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] fietsten op de Koenraadstraat in Bunschoten-Spakenburg. In deze straat werden zij aangereden door een personen auto. Deze personen auto werd bestuurd door Koelewijn. [2]
Betrokken partijen/objecten
Betrokken 1
Voertuig personenauto [kenteken]
Bestuurder: [verdachte]
Betrokken 2
Fiets
Bestuurder: [slachtoffer 1]
Betrokken 3
Fiets
Bestuurder: [slachtoffer 2] [3]
-
een proces-verbaal rijden onder invloed, opgemaakt door verbalisanten [verbalisant 2] en [verbalisant 3] , voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
Op 26 juni 2025 op de Koenraadstraat, Bunschoten-Spakenburg, binnen de gemeente Bunschoten, heeft de verdachte zich onderworpen aan een onderzoek als bedoeld in artikel 8 lid Pro 2, onder a, Wegenverkeerswet 1994.
Er werd gebruik gemaakt van een ademanalyseapparaat. Dit heeft geleid tot een voltooid ademonderzoek. Aan de verdachte is direct meegedeeld, dat het onderzoeksresultaat van de ademanalyse van zijn adem 435 µg/l bedroeg. [4]
-
een proces-verbaal Forensisch Voertuigonderzoek, opgemaakt door verbalisanten [verbalisant 4] en [verbalisant 5] , voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

3.Conclusie forensisch voertuigonderzoek

Uit de analyse van de pre-crash data van event 1 (het initiële event) is gebleken dat:

Over de gehele 5 seconden voor de start van de crash algoritme snelheden waren geregistreerd tussen de20 km/uen43 km/u.

Bij de start van het crash algoritme een voertuigsnelheid was geregistreerd van38 km/u.

Gedurende de gehele 5 seconden geen bediening van het rempedaal werd geregistreerd. [5]
-
medische informatie van 2 juli 2025, ingevuld door de zorgverlener van [slachtoffer 1] , voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
Medische informatie betreffende:
Achternaam: [slachtoffer 1]
Voornaam: [slachtoffer 1]
A.
Uitwendig waargenomen letsel:
Open luxatie fractuur van de enkel rechts. Weke delen zwelling met hematomen hoofd/gezicht. Wv operatie.
D. Datum waarop voornoemde persoon werd onderzocht:
26 juni 2025.
F. Geschatte duur van de genezing:
Maanden. [6]
-
medische informatie, ingevuld door de zorgverlener van [slachtoffer 2] , voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
Medische informatie betreffende:
Achternaam: [slachtoffer 2]
Voornaam: [slachtoffer 2]
A.
Uitwendig waargenomen letsel:
Gebroken knie L+R
Gebroken pink L
Gebroken tenen L
D. Datum waarop voornoemde persoon werd onderzocht:
14 juli 2025.
E. Overige van belang zijnde informatie:
Operatie knie + pink
F. Geschatte duur van de genezing:
6-8 maanden. [7]
-
een proces-verbaal bevindingen, opgemaakt door verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] , voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
Ik zag dat de enkel [slachtoffer 1] volledig verbrijzeld was en gedeeltelijk los was van het onderbeen. Ik had zicht op het bot, de spieren en de pezen. Ik zag dat de enkel alleen nog vast zat aan het onderbeen door de huid. [8]
Ik hoorde [slachtoffer 2] verklaren ontzettend last van haar heupen te hebben. Ze had ook last van haar hoofd. [9]
Zichtbaar letsel [slachtoffer 2] :
- hoofdwond + grote bult op voorhoofd;
- zere heupen;
- hoofdpijn. [10]

Voetnoten

2.Pagina 5.
3.Pagina 6 en 7.
4.Pagina 41.
5.Pagina 88.
6.Pagina 92.
7.Pagina 96.
8.Pagina 28.
9.Pagina 28.
10.Pagina 29.