3.3.2.Bewijsmiddelen
De rechtbank oordeelt dat beide feiten voor het overige zijn bewezen. De rechtbank baseert dit oordeel op de volgende bewijsmiddelen:
De verklaring van [verdachte] op de zitting van 3 februari 2026, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
Ik heb op 19 juni 2024 met de telefoon waarmee de bedreigingen zijn gedaan 112 en 113 gebeld om te testen of deze nummers bereikbaar waren zonder beltegoed.
Ik heb op 23 juni 2024 gezocht naar telefoonnummers van docenten van het [school] en ik heb het telefoonnummer van docent [B] gevonden.
Een proces-verbaal van bevindingen, opgesteld door [verbalisant 1] , van 20 juni 2024, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
Op donderdag 20 juni 2024 kwamen er drie 112 gesprekken binnen bij de alarmcentrale
waarin bedreigingen werden geuit. Ik hoorde dat de stem van de persoon die inbelde
klonk als een vrouwelijke computerstem. Onderstaand heb ik één van de gesprekken uitgewerkt.
C= centralist
B= bedreiger
C: Alarmcentrale 112. Wilt u Politie, Brandweer of Ambulance?
B: Einde maken aan mijn leven. Het Amadeus, het Bonifatius college en het Stedelijk gymnasium gaan plat. Zij willen mij niet helpen, dan helpen zij niemand meer. En o ja,
sommige leerlingen gaan speciaal neer voor wat zij hebben aangericht. Ik ga zoveel mogelijk leraren en leerlingen neerschieten. Als dat mislukt gaan de scholen plat met of zonder leerlingen. Jullie kunnen gaan zoeken voor explosieven maar die gaan jullie niet vinden. Er zullen namelijk chemische explosies plaatsvinden die op afstand af zullen gaan.
Een proces-verbaal van bevindingen, opgesteld door [verbalisant 1] , van 20 juni 2024, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
Op donderdag 20 juni 2024 kwamen er drie 112 gesprekken binnen bij de alarmcentrale waarin bedreigingen werden geuit. Ik hoorde dat de stem van de persoon die inbelde
klonk als een vrouwelijke computerstem. Onderstaand heb ik één van de gesprekken uitgewerkt.
C= centralist
B= bedreiger
C: Alarmcentrale 112. Wilt u Politie, Brandweer of Ambulance?
B: Oké, luister. Ik ben in de war en wil een einde aan mijn leven maken. Het Amadeus, het Bonifatius college en het Stedelijk gymnasium gaan plat. Zij willen mij niet
helpen, dan helpen zij niemand meer. En o ja, sommige leerlingen gaan speciaal neer voor wat zij hebben aangericht. Ik ga zoveel mogelijk leraren en leerlingen
neerschieten. Als dat mislukt gaan de scholen plat met of zonder leerlingen. Jullie kunnen gaan zoeken voor explosieven maar die gaan jullie niet vinden. Er zullen
namelijk chemische explosies plaatsvinden die op afstand af zullen gaan. Jullie gaan zien. Jullie gaan dood zeg ik jullie. Jullie kunnen de toetsweek verschuiven maar of
jullie dit gaan voorkomen is de vraag. Ook al gaat er iemand dood dan is dat. Jullie gaan dood of ik ga dood. Jullie zullen denken dat dit nep is maar ik zal er alles
aan doen om het onverwachts te doen.
Een proces-verbaal van bevindingen, opgesteld door [verbalisant 1] , van 20 juni 2024, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
Op donderdag 20 juni 2024 kwamen er drie 112 gesprekken binnen bij de alarmcentrale waarin bedreigingen werden geuit. Onderstaand heb ik het derde gesprek uitgewerkt. Ik
hoorde tijdens dit gesprek een mannelijke stem die zacht/fluisterend sprak.
C=centralist
B=bedreiger
O=opmerking
C: 112 Politie, wat is de locatie van het noodgeval?
B: eh, Amadeus college.
C: Ja?
B: Er gaat een aanslag gebeuren op het Bonifatius College, het Amadeus College en eh onverstaanbaar (klinkt als Uni).
C: Oké, meerdere scholen begrijp ik. En door wie?
O: veel geruis en slecht verstaanbaar
B: Ja, ik zat net in de trein en hoorde
C: Ik hoor u niet meer zo goed.
B: Er waren drie man in de trein.
C: Er waren drie mannen in de trein. En welke trein?
B: Naar Utrecht.
C: Naar Utrecht.
B: Vanuit 's Hertogenbosch.
C: Vanuit 's Hertogenbosch. Oké, en hoe weet u dat er een aanslag gepleegd gaat worden op deze scholen? Heeft u dat gehoord?
B: Ik zat achter hun.
C: Oh, u zat achter hun. Nou goed dat u belt. En u heeft dat gehoord dat dat dus gezegd werd. Waar bent u nu? Waar bent u nu? Ja, kan ik ophangen dan?
Een proces-verbaal van bevindingen, opgesteld door [verbalisant 2] , van 13 april 2025, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
Op 20 juni 2024 zijn verschillende sms-berichten verstuurd vanaf telefoonnummer [telefoonnummer] naar alarmcentrale 112. Hieronder zijn de berichten weergegeven.
Kort na de sms-berichten verstuurd aan 112, om 16:47:49 uur en 19:29 uur, vinden twee
telefoongesprekken met 112 plaats, waarin bedreigingen geuit worden. Deze gesprekken zijn
hieronder weergegeven.
Op 23 juni 2024 zijn er twee verschillende sms-berichten vanaf telefoonnummer [telefoonnummer] verstuurd aan verschillende telefoonnummers. Hieronder zijn de berichten weergeven.
In het onderzoek naar de bedreigingen zijn de opwaardeergegevens van [telefoonnummer] gevorderd. De gegevens werden door de provider geleverd. Daaruit bleek dat het nummer tot en met 20 juni 2024 niet was geactiveerd en nog niet was opgewaardeerd. Wanneer men een telefoonnummer niet opwaardeert, kan men er niet mee bellen of sms’en. Gezien deze informatie is het aannemelijk dat de sms-berichten niet bij de ontvanger zijn
aangekomen. De telefoongesprekken naar 112 konden wel doorkomen, omdat de alarmcentrale altijd bereikbaar is, ook zonder beltegoed of geactiveerd nummer.
Een proces-verbaal van bevindingen, opgesteld door [verbalisant 3] en [verbalisant 4] , van 24 juni 2024, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
Uit CIOT bevraging en navraag bij de directeur van het [school] blijken
de telefoonnummer eindigend op [telefoonnummer] , [telefoonnummer] , [telefoonnummer] , [telefoonnummer] en [telefoonnummer] (
de rechtbank begrijpt: eindigend op [telefoonnummer]) aan leerlingen van het [school] te zijn gekoppeld.Op zondag 23 juni hebben we drie van deze leerlingen van het [school] de drie geluidsfragmenten laten horen (
de rechtbank begrijpt: van de hierboven genoemde telefoongesprekken met 112). [getuige] , een van deze leerlingen van het [school] , gaf daarop het volgende antwoord: het is een Marokkaanse stem. Ik herken de stem als zijnde van [verdachte] . Hij heeft in de derde bij mij in de klas gezeten. Het is een heel rustige jongen. Ik heb op dit moment geen contact meer met hem.
Een proces-verbaal van bevindingen, opgesteld door [verbalisant 3] en [verbalisant 4] , van 24 juni 2024, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
We zijn met de directrice van het [school] in gesprek gegaan over de nieuwe dreigingen die op 23 juni 2024 richting de school door middel van een SMS bericht zijn verzonden, onder meer naar docent [B] . De directrice van het [school] gaf aan dat het telefoonnummer [telefoonnummer] het vaste telefoonnummer van de school is.We hebben de directrice en twee docenten de drie geluidsfragmenten laten horen (
de rechtbank begrijpt: van de hierboven genoemde telefoongesprekken met 112).
Een proces-verbaal van bevindingen, opgesteld door [verbalisant 2] , van 10 september 2025, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
Van het St. Bonifatiuscollege vernam ik dat de beelden van 20 juni 2024 tussen 9:00 en 10:00 uur niet meer beschikbaar waren.
Een proces-verbaal van bevindingen, opgesteld door [verbalisant 2] , van 30 december 2024, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
In dit proces verbaal is een tijdlijn opgesteld van 20 juni 2024 aan de hand van de beelden van de school en de historische verkeersgegevens van het IMEI-nummer waarmee 112 gebeld is om de bedreigingen te uiten.
Een proces-verbaal van bevindingen, opgesteld door [verbalisant 5] , van 25 juni 2024, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
Op woensdag 24 juni 2024 deed ik voorlopig onderzoek naar de gebruiker en inhoud van een
iPhone 14 pro max. Deze telefoon werd 23 juni 2024 inbeslaggenomen bij de aanhouding van verdachte [verdachte] .
Ik zag dat op 19 juni 2024 het nummer [telefoonnummer] gebruikt werd in combinatie met IMEI [IMEI nummer] . Ik zag dat enkel contact heeft gemaakt met een antenne van de mast op de [adres] , dichtbij het woonadres van de verdachte. Ik zag dat de telefoon, in de periode dat de combinatie [telefoonnummer] / [IMEI nummer] contact maakte met de antenne, zich ook in het vermoedelijke dekkingsgebied van deze mast ophield. Verder zag ik dat op 20 juni 2024 het nummer [telefoonnummer] gebruikt werd in combinatie met IMEI [IMEI nummer] . Ik zag dat deze telefoon (de rechtbank begrijpt: de bij [verdachte] in beslag genomen iPhone) zich op alle momenten in de buurt van de door [telefoonnummer] / [IMEI nummer] gebruikte antennes bevond. Ook zag ik dat de telefoon (de rechtbank begrijpt: de bij [verdachte] in beslag genomen iPhone) van 19:17 tot 19:30 vermoedelijk meereist met dit nummer. Daarnaast zag ik dat op 23 juni 2024 opnieuw het nummer [telefoonnummer] gebruikt werd. Ik zag dat alle verkeersgegevens, waaronder 18 sms-berichten naar 9 verschillende nummers, contact hadden met antennes in de nabijheid van het Neude. Ik zag dat de telefoon (de rechtbank begrijpt: de bij [verdachte] in beslag genomen iPhone) zich rondom de momenten van deze contacten steeds in de vermoedelijke dekkingsgebieden van deze masten bevond. Al met al bevond de telefoon (de rechtbank begrijpt: de bij [verdachte] in beslag genomen iPhone) zich altijd in de buurt bij de onderzochte verkeersgegevens van IMEI [IMEI nummer] met daarin telefoonnummer [telefoonnummer] . Dit maakt het voor mij zeer waarschijnlijk dat deze telefoon (de rechtbank begrijpt: de bij [verdachte] in beslag genomen iPhone) en de combinatie van [IMEI nummer] en [telefoonnummer] met elkaar mee reisden.
Zoals eerder genoemd werden op 23 juni 2024 18 sms-berichten verzonden aan 9 verschillende nummers. Uit onderzoek bleek dat tenminste 7 van deze nummers voorkwamen als contact in de telefoon (de rechtbank begrijpt: de bij [verdachte] in beslag genomen iPhone).
Ik zag dat er op 20 juni 2024 tussen 12:00 en 12:15 meermaals gezocht is op “politie sms” (de rechtbank begrijpt: op de bij [verdachte] in beslag genomen iPhone). Ik merkte op dat dit ongeveer 25 minuten is voordat er vanaf [telefoonnummer] / [IMEI nummer] een sms verstuurd wordt naar 112.
Er zijn meerdere feiten bewezen verklaard. De bewijsmiddelen worden alleen gebruikt voor het feit of de feiten waarover deze gaan.
3.3.3.Bewijsoverwegingen
De getuigenverklaring van [getuige]
De advocaat heeft zich op het standpunt gesteld dat de getuigenverklaring van [getuige] (hierna: [getuige] ) als niet betrouwbaar dient te worden beschouwd en daarom niet voor het bewijs gebruikt kan worden. Volgens de advocaat is [getuige] bij de herkenning van de stem van [verdachte] mogelijk door anderen beïnvloed.
De rechtbank verwerpt dit verweer en is van oordeel dat de getuigenverklaring van [getuige] voldoende betrouwbaar is en bruikbaar is voor het bewijs. Daarvoor is van belang dat de politie de gebruikers van de telefoonnummers aan wie de dreigberichten gericht waren heeft achterhaald door deze telefoonnummers met de directie van het [school] te delen. Hieruit kwam naar voren dat [getuige] één van de gebruikers van de betreffende telefoonnummers was. Vervolgens heeft de politie de geluidsfragmenten aan haar en de andere gebruikers van de betreffende telefoonnummers laten horen. Op het geluidsfragment waarbij met een mannelijke stem zacht/fluisterend werd gesproken, herkende zij de stem van [verdachte] en omschreef zij daarbij aan welke onderscheidende kenmerken zij de stem herkende. Uit het dossier blijkt niet dat de naam van [verdachte] voorafgaand aan haar verklaring bij de politie en/of anderen bekend was en met [getuige] gedeeld is. Integendeel: uit het dossier volgt juist dat [getuige] de stem van [verdachte] zelfstandig herkende en dat de verdenking tegen [verdachte] is ontstaan ná en vanwege de door [getuige] afgelegde verklaring. Naar aanleiding van haar getuigenverklaring heeft de politie de telefoon van [verdachte] onderzocht en kon hij op basis daarvan als verdachte worden aangemerkt.
Kan [verdachte] aangemerkt worden als pleger?
De advocaat heeft zich op het standpunt gesteld dat [verdachte] wel een (voorbereidende) rol heeft gehad bij de ten laste gelegde feiten, maar dat hij de feitelijke bedreigingshandelingen niet zelf heeft verricht. Daarom kan [verdachte] niet als pleger van de ten laste gelegde feiten worden aangemerkt en moet hij volgens de advocaat worden vrijgesproken.
De rechtbank is van oordeel dat op basis van de hiervoor opgenomen bewijsmiddelen, in onderling verband en in samenhang bezien, wettig en overtuigend bewezen is dat het [verdachte] is geweest die de dreigtelefoontjes gepleegd heeft en heeft geprobeerd om de dreigberichten te versturen.
De verdediging heeft ter terechtzitting een alternatief scenario naar voren gebracht door te stellen dat de dreigtelefoon steeds werd doorgegeven, dat [verdachte] slechts een beperkte rol heeft gehad in het geheel en dat anderen de feitelijke dreigementen (in zijn bijzijn) gepleegd hebben. De rechtbank acht dit scenario niet aannemelijk. Daarvoor is in de eerste plaats van belang dat het de stem van [verdachte] is die door [getuige] is herkend en dat het [verdachte] is die tot tweemaal toe in zijn eentje het klaslokaal verlaat kort voordat een dreigtelefoontje wordt gepleegd. Ook op de andere camerabeelden die rondom de bedreigingen zijn gemaakt is te zien dat [verdachte] zich steeds in zijn eentje, dus zonder anderen, verplaatst. De rechtbank verwerpt dan ook het door de verdediging geschetste scenario.
De poging tot bedreiging (feit 2)
De rechtbank stelt op grond van de bewijsmiddelen vast dat [verdachte] de dreigberichten naar 112 en leerlingen en medewerkers van St. Bonifatiuscollege en naar het Amadeus Lyceum heeft verzonden. Omdat de telefoon waarmee [verdachte] deze berichten had verzonden geen beltegoed had en er geen aanmelding bij 112 had plaatsgevonden, zijn deze berichten echter niet aangekomen bij 112 en bij de gebruikers van de telefoonnummers aan wie de berichten gericht waren. Zij zijn dus niet daadwerkelijk op de hoogte geraakt van de bedreigingen, ook al zag de opzet van [verdachte] hier wel op. Hierdoor zijn deze bedreigingen niet voltooid, waardoor er enkel sprake is van een strafbare poging tot bedreiging.