ECLI:NL:RBMNE:2026:503

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
18 februari 2026
Publicatiedatum
16 februari 2026
Zaaknummer
16/066924-25
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 5 WVWArt. 6 WVWArt. 23 SrArt. 24c SrArt. 76 lid 1 RVV 1990
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling voor gevaarlijk rijgedrag met verkeersongeval en letsel in Lelystad

Op 26 februari 2025 veroorzaakte de verdachte een verkeersongeval op de Houtribweg (N307) te Lelystad door met zijn auto een dubbele doorgetrokken streep te overschrijden en gedeeltelijk op de verkeerde weghelft te rijden. Dit leidde tot een botsing met een vrachtwagen en meerdere andere voertuigen, waarbij verschillende slachtoffers ernstig letsel opliepen.

De rechtbank stelde vast dat de verdachte slechts een kort moment onoplettend was, waardoor hij met het linker voorwiel over de dubbele doorgetrokken streep reed. De botsing volgde binnen een seconde. Er was geen sprake van overschrijding van de maximumsnelheid, alcohol- of drugsgebruik, of telefoongebruik. De verdachte kon zich het ongeval niet herinneren, maar een black-out werd niet aannemelijk geacht.

De rechtbank sprak de verdachte vrij van schuld aan het verkeersongeval (artikel 6 WVW Pro), maar verklaarde het subsidiaire feit van gevaarlijk rijgedrag (artikel 5 WVW Pro) bewezen. De verdachte werd veroordeeld tot een geldboete van €800, te vervangen door 8 dagen hechtenis bij niet-betaling. Een voorwaardelijke rijontzegging werd niet opgelegd vanwege laag herhalingsgevaar.

De vorderingen van de benadeelde partijen, waaronder Provincie Flevoland en een slachtoffer, werden niet-ontvankelijk verklaard wegens onvoldoende onderbouwing en onduidelijkheid over verzekeringsafhandeling. De benadeelde partijen kunnen hun vorderingen bij de burgerlijke rechter indienen.

De rechtbank hield rekening met de ernst van het feit, de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zijn medewerking aan het onderzoek en het feit dat hij niet eerder was veroordeeld. Het vonnis werd uitgesproken op 18 februari 2026 door de meervoudige kamer van de Rechtbank Midden-Nederland te Lelystad.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot een geldboete van €800 voor het veroorzaken van gevaarlijk rijgedrag met verkeersongeval en vrijgesproken van schuld aan het ongeval.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Strafrecht
Zittingsplaats Lelystad
Parketnummer: 16/066924-25
Tegenspraak
Vonnis van de meervoudige kamer van 18 februari 2026 in de strafzaak van:
[verdachte] ,
geboren op [1968] in [geboorteplaats] ,
verblijvende op het adres [adres] in [woonplaats] ,
hierna: de verdachte.

1.ZITTING

De strafzaak van de verdachte is inhoudelijk behandeld op de openbare zitting van 4 februari 2026.
Op de zitting waren aanwezig:
  • de verdachte;
  • de officier van justitie: mr. J.J.M. Graat;
  • de advocaat van de verdachte: mr. S. Karakaya-Pilavci (hierna: de advocaat);
  • de benadeelde partij: [slachtoffer 1] ;
  • de slachtoffers: [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] ;
  • de advocaat van de slachtoffers [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] : mr. H. Tack, advocaat te Amsterdam.

2.TENLASTELEGGING

De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat hij op 26 februari 2025 in Lelystad, samengevat:
Primair
als bestuurder van een auto aanmerkelijk onvoorzichtig en/of onoplettend heeft gereden als gevolg waarvan een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden, waardoor een of meer anderen zwaar lichamelijk letsel hebben opgelopen dan wel zodanig letsel dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan;
Subsidiair
als bestuurder van een auto zich zodanig heeft gedragen dat gevaar op de weg werd veroorzaakt en/of het verkeer op de weg werd gehinderd.
De volledige tekst van de beschuldiging staat in bijlage I bij dit vonnis.

3.BEWIJS

3.1
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat de verdachte moet worden vrijgesproken van het primair ten laste gelegde feit. Zij stelt zich op het standpunt dat kan worden bewezen dat de verdachte het subsidiair ten laste gelegde feit heeft gepleegd.
3.2
Standpunt van de verdediging
De advocaat verzoekt de rechtbank om de verdachte integraal vrij te spreken.
De advocaat voert verschillende verweren over het bewijs. Deze worden - voor zover van belang voor de beoordeling - hierna besproken onder paragraaf 3.3.
3.3
Oordeel van de rechtbank
3.3.1
Bewijsmiddelen [1]
1. In een
proces-verbaal aanrijding misdrijfvan 28 juni 2025 is – zakelijk weergegeven – het volgende gerelateerd:
Locatie ongevalDatum: 26 februari 2025Locatienaam: N307Plaats: LelystadSoort weg: een weg, zijnde een voor het openbaar verkeer openstaande wegLichtgesteldheid: DaglichtWeersgesteldheid: DroogToestand van het wegdek: Droog
Vermoedelijke toedracht1: [verdachte] , personenauto, Volkswagen Touran, [kenteken]2: [slachtoffer 1] , trekker + oplegger, MAN, [kenteken]3: [slachtoffer 3] , personenauto, Opel Insignia, [kenteken]4: [slachtoffer 4] , personenauto, Audi, [kenteken]5: [slachtoffer 5] , bedrijfsauto, Peugeot, [kenteken]
1,3 en 4 reden, in deze volgorde, over de Houtribweg (N307) komende uit de richting van de Rijksweg A6 en gaande in de richting Lelystad.
2 en 5 reden over de Houtribweg (N307) komende uit de richting van Lelystad en gaande in de richting van de Rijksweg A6.
Ter plaatse van het ongeval bestond de rijbaan van de Houtribweg uit twee rijstroken waarop verkeer in beide richtingen plaats vond. Deze rijstroken waren van elkaar gescheiden middels een dubbel doorgetrokken streep.1 reed met de linkerzijde van zijn personenauto over de dubbel doorgetrokken streep en kwam hierbij op de rijstrook van het tegemoetkomend verkeer. 1 kwam vervolgens in botsing met de hem tegemoetkomende 2. [2]
Hierop kwam 2 op de rijstrook van het voor hem tegemoetkomende verkeer en botste met 3 en 4. Nadat 1 was gebotst met 2 kwam 1 nog in botsing met 5.
Verdachte
Achternaam: [verdachte]
Voornamen: [voornamen] [3]
2. In een
proces-verbaal FO Verkeervan 5 mei 2025 is – zakelijk weergegeven – het volgende gerelateerd:
5.1
Onderzoek dashcambeelden
Wij zagen dat de vrachtwagen voorzien was van een dashcam. [4]
Ik zag op 00:46 de betrokken Volkswagen. Ik zag dat dit voertuig zich deels met het linker voorwiel bevond op de rijstrook bestemd voor tegengesteld verkeer. Ik zag geen zonneklep ter hoogte van de bestuurder. Ik zag dat een gedeelte van het hoofd van de bestuurder zich in de schaduw bevond. [5]
Ik zag op 00:47 dat de vrachtwagen in botsing was gekomen met de Volkswagen en dat de
vrachtwagen zich naar de rijstrook voor tegengesteld verkeer bewoog. Ik zag twee voertuigen de vrachtwagen tegemoet rijden en zag dat dit de Opel en de Audi betrof. Ik zag dat bij beide voertuigen de zonneklep ter hoogte van de bestuurder in uitgeklapte positie was. [6]

7.Interpretatie van het onderzoek

Op basis van het onderzoek op de plaats van het verkeersongeval, het forensisch voertuigonderzoek en het onderzoek naar de dashcambeelden kon door ons het volgende gerelateerd worden:

Op 26 februari 2025 had op de Houtribweg (N307), gelegen buiten de als zodanig aangegeven bebouwde kom van Lelystad in de gemeente Lelystad een verkeersongeval plaatsgevonden. Bij dit verkeersongeval waren een Volkswagen, een vrachtwagen een Opel, een Audi en een Peugeot betrokken.
De bestuurders van Volkswagen, Opel en Audi reden op de Houtribweg (N307) komende uit de richting van de Rijksweg A6 en gaande in de richting van Kustwijk. De bestuurders van de
vrachtwagen en Peugeot reden op dezelfde weg komende uit de richting Kustwijk en gaande in de richting van de Rijksweg A6.
Ongeveer ter hoogte van hectometerpaal 79,4 is de bestuurder van de Volkswagen op de weghelft voor tegemoetkomend verkeer terechtgekomen en is in botsing geraakt met de vrachtwagen. Als gevolg van deze botsing is de vrachtwagen op de weghelft van de tegemoetkomende Opel en Audi terecht gekomen en is daarbij frontaal tegen de Opel en de uitwijkende Audi gebotst. De Volkswagen is na de botsing met de vrachtwagen tegen de Peugeot gebotst.
De bestuurder van de vrachtwagen reed met een indicatieve snelheid van 77 km/h. Op basis van de dashcambeelden hadden wij geen redenen om aan te nemen dat de bestuurders van de Volkswagen, Opel en Audi de toegestane maximumsnelheid van 80 km/h hadden overschreden.
Er waren voor zover onderzocht geen technische gebreken aan de voertuigen of bijzonderheden aan de weginrichting die hadden kunnen bijdragen aan de toedracht of het verloop van het verkeersongeval. [7]
3. De verdachte heeft
ter terechtzittingvan 4 februari 2026 verklaard:
Ik reed op 26 februari 2025 als bestuurder van een auto, een Volkswagen Touran, in Lelystad. Toen ik aan het rijden was, zag ik een vrachtwagen tegemoet komen rijden. Op de dashcam beelden van de vrachtwagen zag ik dat ik met het linker voorwiel van mijn auto de dubbel doorgetrokken streep overschreed. Het was een bekende weg voor mij. Ik rij via die weg altijd naar mijn werk en weer naar huis.
3.3.3
Bewijsoverwegingen
De vastgestelde gang van zaken
De rechtbank staat voor de vraag of uit de bewijsmiddelen volgt dat het rijgedrag van de verdachte zodanig is geweest dat sprake is van schuld als bedoeld in artikel 6 van Pro de Wegenverkeerswet 1994 (hierna: WVW) of van gevaarzettend rijgedrag als bedoeld in artikel 5 WVW Pro.
Allereerst dient de toedracht van het ongeval te worden vastgesteld. Op basis van het dossier en de verklaring van de verdachte op de zitting stelt de rechtbank het volgende vast.
De verdachte reed op 26 februari 2025 in zijn auto over de Houtribweg N307 in Lelystad in zuidelijke richting. Ter hoogte van de plek van het ongeval maakt de weg een flauwe bocht naar links (gezien vanuit de rijrichting van de verdachte). Voor het verkeer op deze weg gold een maximumsnelheid van 80 km/uur. De bestuurder van de vrachtwagen reed in noordelijke richting op een afzonderlijke rijbaan op de N307. De verdachte is, in plaats van de flauwe bocht in de weg naar links te volgen, over de dubbele doorgetrokken streep gereden en is met het linker voorwiel van zijn auto op de rijbaan voor het tegemoetkomende verkeer terechtgekomen. Direct hierna is hij met de linker voorzijde van zijn auto tegen de linker voorzijde van de vrachtwagen aangereden. Vervolgens zijn bij dit ongeval meerdere auto’s betrokken geraakt.
Er golden ter plaatse geen tijdelijke verkeersmaatregelen. Het wegdek was droog, het was droog weer en het zicht was goed. Er zijn verder geen bijzonderheden vastgesteld die van belang kunnen zijn voor de toedracht of oorzaak van het verkeersongeval. Uit het onderzoek van de politie is niet gebleken dat de verdachte te hard heeft gereden of dat hij onder invloed was van alcohol of drugs. Evenmin is gebleken dat de verdachte kort voor of tijdens het ongeval zijn telefoon heeft gebruikt. De verdachte heeft bij de politie en op de zitting verklaard dat hij zich niets van de aanrijding herinnert.
Juridische kwalificatie
Vervolgens dient te worden beoordeeld wat de hierboven genoemde handelingen in juridische zin betekenen.
Vrijspraak artikel 6 WVW Pro
De verdachte wordt er primair van beschuldigd dat hij artikel 6 WVW Pro heeft overtreden, doordat hij schuld heeft gehad aan een verkeersongeval, waardoor anderen (ernstig) lichamelijk letsel hebben opgelopen. Om deze schuld te bewijzen, is het nodig dat kan worden vastgesteld dat dit verkeersongeval heeft plaatsgevonden doordat de verdachte zich als verkeersdeelnemer op zijn minst aanmerkelijk onvoorzichtig of aanmerkelijk onoplettend heeft gedragen. Hiervan is sprake, wanneer de verkeershandelingen van de verdachte die tot het ongeval hebben geleid, tekortschoten ten opzichte van de handelingen die van een gemiddelde verkeersdeelnemer in een vergelijkbare verkeerssituatie mogen worden verwacht. De schuld heeft geen betrekking op de relatie tussen het gedrag en de gevolgen (letsel) bij een of meer slachtoffers. Dat betekent dat niet reeds uit de ernst van de gevolgen van het handelen kan worden vastgesteld dat sprake is van schuld in de zin van artikel 6 WVW Pro. Hoe erg de gevolgen in dit geval ook zijn geweest.
De rechtbank merkt op dat de weg waarop de verdachte reed bijzondere oplettendheid en voorzichtigheid van de weggebruikers vereist. De verdachte reed namelijk op een weg waarbij de rijbaan met het tegemoetkomende verkeer slechts door een dubbele doorgetrokken streep werd gescheiden. Er was dus geen sprake van een fysieke scheiding, zoals door een tussenliggende verhoging of een berm. Verder reed de verdachte op het moment van het ongeval in een flauwe bocht.
De rechtbank is echter van oordeel dat uit de genoemde omstandigheden volgt dat de verdachte slechts een zeer kort moment van onoplettendheid heeft gehad, als gevolg waarvan hij uitsluitend met het linker voorwiel van zijn auto over de dubbele doorgetrokken streep is gereden. Uit de beelden van de dashcam volgt dat de botsing één seconde daarna plaatsvond. De rechtbank acht dit enkele moment onvoldoende voor de conclusie dat de verdachte aanmerkelijk onvoorzichtig of onoplettend in de zin van artikel 6 WVW Pro heeft gehandeld. De rechtbank spreekt de verdachte daarom vrij van het primair ten laste gelegde feit.
Bewezenverklaring artikel 5 WVW Pro
De rechtbank acht wel het subsidiair ten laste gelegde feit bewezen. Zoals hiervoor toegelicht, heeft de verdachte een dubbele doorgetrokken streep overschreden, ten gevolge waarvan het ongeval heeft plaatsgevonden. De rechtbank oordeelt dat de verdachte zich hiermee schuldig heeft gemaakt aan het veroorzaken van gevaar op de weg en het hinderen van het verkeer op die weg.
3.4
Bewezenverklaring
De rechtbank verklaart bewezen dat de verdachte:
op 26 februari 2025 te Lelystad als bestuurder van een voertuig (Volkswagen Touran, kenteken [kenteken] ) daarmee rijdende op de weg, in strijd met artikel 76 lid 1 RVV Pro 1990 een dubbele doorgetrokken streep heeft overschreden en
- daarbij gedeeltelijk op de verkeerde weghelft te rijden;
- daarbij zich er niet, althans niet tijdig en/of onvoldoende van te vergewissen en/of blijven vergewissen dat hij op de verkeerde weghelft reed;
- vervolgens niet, althans niet tijdig en/of onvoldoende uit te wijken voor een bestuurder die doende was over de N307 in tegengestelde richting van verdachte te rijden waarna vervolgens verdachte en een bestuurder van een vrachtwagen tegen elkaar zijn aangereden;
- waarna vervolgens de bestuurder van de vrachtwagen en de bestuurder van een personenauto (genaamd [slachtoffer 3] ) tegen elkaar zijn aangereden
- waarna vervolgens deze personenauto (gedeeltelijk) in een greppel is beland, door welke gedragingen van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt en het verkeer op die weg werd gehinderd.
De rest van de tekst van de beschuldiging kan niet worden bewezen. De verdachte wordt daarvan vrijgesproken.
De taal- en/of schrijffouten die in de tekst van de beschuldiging voorkomen zijn in de bewezenverklaring verbeterd. Dit benadeelt de verdachte niet.

4.KWALIFICATIE EN STRAFBAARHEID

4.1
Kwalificatie
Het bewezen feit levert het volgende strafbare feit op:
Subsidiair
overtreding van artikel 5 van Pro de Wegenverkeerswet 1994.
4.2
Strafbaarheid feit en verdachte
4.2.1
Standpunt van de verdediging
De advocaat heeft bepleit dat het verkeersongeval niet aan de verdachte is toe te rekenen en de verdachte ten tijde van het ongeval in een verontschuldigbare onmacht verkeerde. De advocaat heeft zich op het standpunt gesteld dat de verdachte hoogstwaarschijnlijk een black-out heeft gehad, aangezien geen rem- of blokkeersporen van zijn auto zijn gevonden, hij niet heeft bijgestuurd en hij zich niets van het ongeval kan herinneren. Gelet hierop heeft de advocaat verzocht om de verdachte te ontslaan van alle rechtsvervolging.
4.2.2
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat er geen aanwijzingen voor een black-out zijn. Dit wordt evenmin ondersteund door medische stukken. De verdachte heeft zich door een arts laten onderzoeken en daaruit is niet gebleken dat de verdachte een black-out heeft gehad. De officier van justitie acht het verkeersongeval dan ook aan de verdachte toe te rekenen.
4.2.3
Oordeel van de rechtbank
Voor een geslaagd beroep op verontschuldigbare onmacht is vereist dat de verdachte aannemelijk maakt dat hij buiten zijn eigen schuld in een toestand is geraakt waarin hij lichamelijk of geestelijk niet in staat was naar behoren te functioneren. De door de advocaat aangevoerde omstandigheden zijn naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende voor de conclusie dat de verdachte een black-out heeft gehad en daardoor in verontschuldigbare onmacht verkeerde. De verdachte heeft op de zitting verklaard dat hij zich na het incident medisch heeft laten onderzoeken. De uitkomst van dit onderzoek was dat er bij de verdachte niets is gevonden ter verklaring van een mogelijke black-out. De rechtbank acht het gelet hierop dan ook niet aannemelijk dat de verdachte een black-out heeft gehad. Weliswaar zijn er op de weg geen rem- of blokkeersporen van de auto van de verdachte aangetroffen, maar dit leidt niet tot een ander oordeel. De reden hiervoor is dat de botsing met de vrachtwagen zo kort na het overschrijden van de dubbele doorgetrokken streep heeft plaatsgevonden dat de omstandigheid dat de verdachte kennelijk niet heeft geremd of bijgestuurd ook kan passen bij een moment van onoplettendheid.
De rechtbank oordeelt dat het feit en de verdachte strafbaar zijn.

5.STRAF

5.1
Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie eist dat de verdachte wordt veroordeeld tot:
- een geldboete van € 800,-, te vervangen door 16 dagen hechtenis als de verdachte deze boete niet betaalt;
- een ontzegging van de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen (rijontzegging) van 2 maanden, geheel voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren.
5.2
Standpunt van de verdediging
De advocaat van de verdachte verzoekt de rechtbank primair om bij een bewezenverklaring artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht toe te passen. Subsidiair verzoekt de advocaat om bij de strafoplegging rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. De advocaat van de verdachte bepleit dat de verdachte zich schuldbewust heeft gedragen en de verantwoordelijkheid heeft genomen. De verdachte is na het ongeluk weer bij zijn neuroloog langs geweest en heeft zichzelf laten onderzoeken. In verband met dit onderzoek heeft hij uit voorzorg vijf maanden lang geen auto gereden. Daarnaast heeft de advocaat bepleit dat de verdachte niet eerder voor strafbare feiten is veroordeeld. De advocaat acht een straf dan ook niet opportuun. Bij een bewezenverklaring heeft de advocaat bepleit om een lagere geldboete dan door de officier van justitie is geëist op te leggen.
5.3
Oordeel van de rechtbank
Bij het bepalen van de straf houdt de rechtbank rekening met de ernst van het gepleegde feit en de omstandigheden waaronder de verdachte dit feit heeft gepleegd, zoals van één en ander ter terechtzitting is gebleken. Ook weegt de rechtbank het strafblad van de verdachte en zijn persoonlijke omstandigheden mee. Daarbij neemt de rechtbank in het bijzonder het volgende in aanmerking.
Ernst en omstandigheden van het feit
De verdachte heeft gevaar op de weg veroorzaakt en het verkeer op die weg gehinderd door een kort moment onvoldoende aandacht te hebben voor de verkeerssituatie ter plaatse. De verdachte heeft een dubbele doorgetrokken streep overschreden en reed daarbij gedeeltelijk op de verkeerde weghelft. Hierdoor is hij met een vrachtwagen in een botsing gekomen, waarna hij en deze vrachtwagen met andere auto’s in een botsing zijn gekomen. Door dit verkeersongeval hebben de slachtoffers (ernstig) letsel opgelopen. Dat een deel van de slachtoffers nog altijd veel hinder ondervinden van het ongeval, blijkt uit de slachtofferverklaringen die zij ter zitting hebben voorgelezen.
De verdachte heeft vanaf het begin meegewerkt aan het onderzoek. Uit het gesprek op zitting blijkt dat de verdachte flink geschrokken is van de gebeurtenis. Hij heeft na het ongeval geïnformeerd naar de toestand van de slachtoffers en aangegeven open te staan voor mediation, zodat hij zijn excuses kon aanbieden. Ook heeft hij langere tijd geen auto gereden om er zeker van te zijn dat er medisch niets mis is met hem. De rechtbank houdt hier bij het opleggen van de straf rekening mee.
Persoonlijke omstandigheden van de verdachte
De rechtbank heeft ten aanzien van de persoon van de verdachte kennisgenomen van een uittreksel uit de Justitiële Documentatie betreffende verdachte van 13 januari 2026. Uit het strafblad blijkt dat de verdachte niet eerder voor een strafbaar feit is veroordeeld.
Straf
De rechtbank gaat ervan uit dat de verdachte het ongeval niet heeft gewild. Aangezien de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan een verkeersovertreding, kan een straf echter niet uitblijven. Het feit is te ernstig om te volstaan met een schuldigverklaring zonder oplegging van een straf, zoals door de verdediging bepleit.
Het bewezenverklaarde feit is geen misdrijf, maar een overtreding. De op te leggen straf dient daarbij passend te zijn. De gevolgen van deze overtreding kunnen dan ook niet in de straftoemeting tot uitdrukking worden gebracht. Bij de strafoplegging betrekt de rechtbank het wettelijke strafmaximum en de straffen die in enigszins vergelijkbare zaken worden opgelegd.
Gelet op dit alles legt de rechtbank aan de verdachte een geldboete op van € 800,-, te vervangen door 8 dagen hechtenis als de verdachte deze boete niet betaalt. De rechtbank ziet geen aanleiding om aan de verdachte een voorwaardelijke rijontzegging op te leggen. De rechtbank acht dit niet opportuun, nu zij het herhalingsgevaar laag acht.

6.VORDERINGEN BENADEELDE PARTIJEN

6.1
Vordering van de benadeelde partijen
Provincie Flevoland
Provincie Flevoland heeft zich als benadeelde partij in het geding gevoegd en vordert een bedrag van € 177.892,71, bestaande uit materiële schade, ten gevolge van het aan de verdachte tenlastegelegde. De benadeelde partij vraagt ook een vergoeding van € 550,- voor gemaakte proceskosten.
[slachtoffer 1]
heeft zich als benadeelde partij in het geding gevoegd en vordert een bedrag van € 994,44, bestaande uit materiële schade, ten gevolge van het aan de verdachte tenlastegelegde.
6.2
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat beide benadeelde partijen niet-ontvankelijk in hun vorderingen moeten worden verklaard.
Met betrekking tot de benadeelde partij [slachtoffer 1] heeft de officier van justitie aangevoerd dat het onduidelijk is of het gevorderde bedrag door de verzekering wordt vergoed. Een nadere onderbouwing leidt volgens de officier van justitie tot een te grote belasting van deze strafprocedure.
Ten aanzien van de vordering van de benadeelde partij Provincie
Flevolandheeft de officier van justitie aangevoerd dat de vordering onvoldoende is onderbouwd. Aanhouding van de behandeling van de zaak voor nadere bewijslevering zou een onevenredige belasting van het strafproces opleveren.
6.3
Standpunt van de verdediging
De advocaat van de verdachte heeft bepleit dat de slachtoffers door de verzekeraar volledig schadeloos worden gesteld en de vorderingen van de benadeelde partijen nog bij hen in behandeling zijn. De schadebehandelaar bij de Nationale Nederlanden heeft op 15 januari 2026 aan de advocaat bevestigd dat zij de aansprakelijkheid heeft erkend.
6.4
Oordeel van de rechtbank
Provincie Flevoland en [slachtoffer 1]
De rechtbank zal de benadeelde partijen Provincie Flevoland en [slachtoffer 1] ten aanzien van de gevorderden vergoedingen niet-ontvankelijk in hun vordering verklaren. De benadeelde partijen hebben de vorderingen tot schadevergoeding onvoldoende onderbouwd.
Met betrekking tot de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1] is het onduidelijk of de verzekeraar van de verdachte dezelfde vordering al niet in behandeling heeft en wat daarvan de status is. Op de zitting heeft [slachtoffer 1] namelijk verklaard dat zijn werkgever de factuur, die ten grondslag ligt aan zijn vordering, heeft ingediend bij deze verzekeraar.
Met betrekking tot de vordering van de benadeelde partij Provincie
Flevolandgeldt hetzelfde. Ook hierbij is het onduidelijk of de vordering al niet in behandeling is bij de verzekeraar van de verdachte. Daarnaast heeft de rechtbank aanvullende vragen met betrekking tot de vordering. Nu namens de provincie echter geen vertegenwoordiger op zitting is verschenen, konden deze vragen niet worden gesteld.
Beide vorderingen zijn dus onvoldoende onderbouwd. De benadeelde partijen krijgen geen gelegenheid om de vorderingen alsnog verder te onderbouwen, omdat aanhouding van de behandeling van de strafzaak voor nadere onderbouwing een te grote belasting van de strafzaak zou betekenen. De rechtbank bepaalt daarom dat de benadeelde partijen niet-ontvankelijk zijn in de vorderingen. De benadeelde partijen kunnen de vorderingen aan de burgerlijke rechter voorleggen.
Bij vorderingen tot schadevergoeding is de hoofdregel dat de partij die ongelijk krijgt, de proceskosten van de andere partij moet vergoeden. De benadeelde partijen worden in dit geval niet-ontvankelijk verklaard in hun vorderingen, waardoor niet is komen vast te staan of en in hoeverre de vorderingen terecht zijn ingediend. De benadeelde partijen moeten daarom de kosten vergoeden die de verdachte heeft gemaakt om tegen deze vordering in te gaan. De rechtbank is van oordeel dat op dit moment niet vast staat dat de verdachte daarvoor kosten heeft gemaakt en begroot de kosten daarom op nihil.

7.TOEGEPASTE ARTIKELEN

De opgelegde straf is gebaseerd op de volgende wetsartikelen:
  • artikelen 23 en 24c van het Wetboek van Strafrecht;
  • artikelen 5 en 177 van de Wegenverkeerswet 1994.

8.DE BESLISSING

De rechtbank:
vrijspraak
- verklaart het primaire feit niet bewezen en spreekt de verdachte daarvan vrij;
bewezenverklaring
  • verklaart bewezen dat de verdachte het subsidiaire feit heeft gepleegd, zoals hierboven in paragraaf 3 is omschreven;
  • verklaart het overige dat in de beschuldiging staat niet bewezen en spreekt de verdachte daarvan vrij;
strafbaarheid feit
- verklaart het bewezenverklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in paragraaf 4 is vermeld;
strafbaarheid verdachte
- verklaart de verdachte strafbaar voor het bewezenverklaarde;
straf
- veroordeelt de verdachte voor het bewezenverklaarde tot
een geldboete van € 800 (achthonderd euro), bij gebreke van betaling en verhaal
te vervangen door hechtenis van 8 (acht) dagen;
vordering tot schadevergoeding van benadeelde partij Provincie Flevoland
  • verklaart Provincie Flevoland
  • veroordeelt Provincie Flevoland in de kosten door de verdachte gemaakt, tot op heden begroot op nihil;
vordering tot schadevergoeding van benadeelde partij [slachtoffer 1]
  • verklaart [slachtoffer 1]
  • veroordeelt [slachtoffer 1] in de kosten door de verdachte gemaakt, tot op heden begroot op nihil.
Dit vonnis is gewezen door mr. R.W. Nederveen, voorzitter, mr. S.C. Hagedoorn en mr. B.F. Hammerle, rechters, in tegenwoordigheid van mr. S.Z. Turan als griffier en is in het openbaar uitgesproken op 18 februari 2026.
De oudste rechter is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.
Bijlage I: de tenlastelegging
Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:
Primair
hij op of omstreeks 26 februari 2025 te Lelystad, in elk geval in Nederland, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig, daarmede rijdende over de weg, de Houtribweg (N307), in elk geval op de openbare weg, zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden door aanmerkelijk onvoorzichtig en/of onoplettend,
- over de N307 te Lelystad te rijden en/of
- (daarbij) in strijd met artikel 76 lid 1 RVV Pro 1990 een dubbele doorgetrokken streep te overschrijden en/of
- (daarbij) gedeeltelijk op de verkeerde weghelft te rijden en/of
- (daarbij) zich er niet, althans niet tijdig en/of onvoldoende van te vergewissen en/of blijven vergewissen dat hij op de verkeerde weghelft reed en/of
- (vervolgens) niet, althans niet tijdig en/of onvoldoende uit te wijken voor een bestuurder die doende was over de N307 in tegengestelde richting van verdachte te rijden waarna (vervolgens) verdachte en een bestuurder van een vrachtwagen tegen elkaar zijn aangereden - waarna (vervolgens) de bestuurder van de vrachtwagen en de bestuurder van een personenauto (genaamd [slachtoffer 3] ) tegen elkaar zijn aangereden
- waarna (vervolgens) deze personenauto (gedeeltelijk) in een greppel is beland, waardoor een ander,
[slachtoffer 3] zwaar lichamelijk letsel, te weten een gebroken (linker)heup en/of een gebroken (linker)bovenbeen en/of een gebroken (linker)onderbeen en/of een gebroken (rechter)tibiaplateau en/of een gebroken (linker)bovenarm en/of een gebroken (linker)onderarm heeft opgelopen of zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan en/of
[slachtoffer 6] zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan en/of
[slachtoffer 7] zwaar lichamelijk letsel, te weten een gebroken (linker)wijsvinger of zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan en/of
[slachtoffer 2] zwaar lichamelijk letsel, te weten een grote blauwe plek op de buik en/of een schaafwond op het hoofd en/of een of meerdere gebroken middenhandsbeentje(s) en/of een gezwollen enkel heeft opgelopen, of zodanig
lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan;
Subsidiair
hij op of omstreeks 26 februari 2025 te Lelystad als bestuurder van een voertuig (Volkswagen Touran, kenteken [kenteken] ) daarmee rijdende op de weg(en), in strijd met artikel 76 lid 1 RVV Pro 1990 een dubbele doorgetrokken streep te overschrijden en/of
- (daarbij) gedeeltelijk op de verkeerde weghelft te rijden en/of
- (daarbij) zich er niet, althans niet tijdig en/of onvoldoende van te vergewissen en/of blijven vergewissen dat hij op de verkeerde weghelft reed en/of
- (vervolgens) niet, althans niet tijdig en/of onvoldoende uit te wijken voor een bestuurder die doende was over de N307 in tegengestelde richting van verdachte te rijden waarna (vervolgens) verdachte en een bestuurder van een vrachtwagen tegen elkaar zijn aangereden
- waarna (vervolgens) de bestuurder van de vrachtwagen en de bestuurder van een personenauto (genaamd [slachtoffer 3] ) tegen elkaar zijn aangereden
- waarna (vervolgens) deze personenauto (gedeeltelijk) in een greppel is beland, door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd.

Voetnoten

2.Pagina 5.
3.Pagina 6.
4.Pagina 53.
5.Pagina 56.
6.Pagina 57.
7.Pagina 62.