Uitspraak
uitspraak van de voorzieningenrechter van 6 februari 2026 in de zaak tussen
Stichting Milieugroep Zuilen, gevestigd in Utrecht, verzoekster
[derde belanghebbende] B.V.(vergunninghouder), gevestigd in [vestigingsplaats]
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Midden-Nederland
In deze bestuursrechtelijke zaak heeft Stichting Milieugroep Zuilen een voorlopige voorziening gevraagd tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Utrecht om vergunning te verlenen voor het kappen van 30 bomen. De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 2 februari 2026 behandeld en beoordeeld of de omgevingsvergunning rechtmatig is verleend en of schorsing noodzakelijk is.
De voorzieningenrechter heeft het voordeel van de twijfel gegeven aan verzoekster omtrent haar feitelijke werkzaamheden, maar benadrukt dat een voorlopige voorziening een spoedmaatregel is met beperkte ruimte voor diepgravende beoordeling. Het college heeft voldoende gemotiveerd dat de vergunning niet in strijd is met de weigeringsgronden van artikel 8.4 van het Omgevingsplan Utrecht, mede op basis van deskundigenadviezen die stellen dat de bomen geen bijzondere ecologische, cultuurhistorische of ruimtelijke waarde hebben.
Verzoeksters argumenten over ecologische gevolgen vallen buiten de reikwijdte van deze procedure omdat de omgevingsvergunning alleen betrekking heeft op de activiteit 'kappen'. Het belang van het herstel van de beschadigde damwand, waarvoor het kappen noodzakelijk is, weegt zwaarder dan het belang van verzoekster bij het behoud van de bomen. De voorzieningenrechter concludeert dat het besluit rechtmatig is en dat het verzoek om voorlopige voorziening moet worden afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de omgevingsvergunning voor het kappen van 30 bomen wordt afgewezen.