ECLI:NL:RBMNE:2026:521

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
20 januari 2026
Publicatiedatum
18 februari 2026
Zaaknummer
16/040926-25
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9 SrArt. 14a SrArt. 14b SrArt. 14c SrArt. 22c Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Gevangenisstraf en taakstraf voor overvallen en woninginbraken met geweld en bedreiging

De rechtbank Midden-Nederland heeft op 20 januari 2026 uitspraak gedaan in de zaak tegen de verdachte, die zich in anderhalf jaar schuldig heeft gemaakt aan elf strafbare feiten, waaronder twee overvallen op tankstations en negen woninginbraken. De verdachte heeft grotendeels bekend, met uitzondering van het vastpakken van een medewerkster bij een overval, wat de rechtbank toch bewezen acht.

De rechtbank baseert haar oordeel op bekentenissen, aangiften, getuigenverklaringen en camerabeelden. De woninginbraken werden vaak in de vakantieperiode gepleegd, waarbij de verdachte en/of mededaders via braak de woningen binnendrongen en waardevolle goederen meenamen. De rechtbank kwalificeert de feiten als afpersing, diefstal met geweld en bedreiging, en woninginbraak met braak.

Bij de strafoplegging weegt de rechtbank de ernst van de feiten, het strafblad en persoonlijke omstandigheden van de verdachte mee. Ondanks de ernst van de feiten en de strafeis van vijf jaar gevangenisstraf, kiest de rechtbank voor een gevangenisstraf van 576 dagen, waarvan 365 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaar, en legt daarnaast een taakstraf van 720 uur op. De voorlopige hechtenis wordt in mindering gebracht en zal worden opgeheven zodra de onvoorwaardelijke straf is uitgezeten.

De benadeelde partijen worden niet-ontvankelijk verklaard in hun schadevorderingen vanwege onvoldoende onderbouwing of gebrek aan bevoegdheid. De rechtbank beveelt onttrekking aan het verkeer van de messen en bepaalt de teruggave van overige goederen aan de rechthebbenden of verdachte. De verdachte krijgt een laatste kans onder strikte voorwaarden en toezicht van de reclassering.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 576 dagen gevangenisstraf, waarvan 365 dagen voorwaardelijk, en 720 uur taakstraf voor overvallen en woninginbraken.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Strafrecht
Zittingsplaats Utrecht
Parketnummer: 16/040926-25
Tegenspraak
Vonnis van de meervoudige kamer van 20 januari 2026 in de strafzaak van:
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum] 2005 in [geboorteplaats] ,
wonende op het adres [adres 1] , [postcode] in [plaats] ,
hierna: de verdachte.

1.Zitting

De strafzaak van de verdachte is inhoudelijk behandeld op de openbare zitting van 16 december 2025 en 12 januari 2026. Het onderzoek is gesloten op 12 januari 2026
.
Op de zitting waren aanwezig:
  • de verdachte;
  • de officier van justitie: mr. L.H.J. Verheijden;
  • de advocaat van de verdachte: mr. M.G. Vos (hierna: de advocaat).

2.Tenlastelegging

De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat hij, samengevat:
feit 1
op 23 september 2023 in Utrecht met (bedreiging met) geweld [slachtoffer] heeft gedwongen tot de afgifte van een geldbedrag van het Shell-tankstation;
feit 2
op 25 september 2023 in Utrecht met (bedreiging met) geweld een kassalade met daarin een geldbedrag van het OK-pompstation heeft gestolen;
feit 3
in de periode van 24 december 2023 tot en met 25 februari 2025 in Vleuten, Utrecht, Franeker, Bilthoven en/of Hollandse Rading samen met (een) ander(en), althans alleen, acht woninginbraken heeft gepleegd;
feit 4
primair
in de periode van 30 november 2024 tot en met 25 december 2024 in Utrecht een woninginbraak heeft gepleegd, waarbij een fotocamera van [aangever 1] is gestolen;
subsidiair
op voornoemde plaats en datum zich schuldig heeft gemaakt aan de heling van een fotocamera.
De volledige tekst van de beschuldiging staat in de bijlage bij dit vonnis.

3.Bewijs

3.1
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat bewezen kan worden dat de verdachte de feiten heeft gepleegd.
3.2.
Standpunt van de verdediging
De advocaat verzoekt de rechtbank om de verdachte gedeeltelijk vrij te spreken van feit 2, te weten van het vastpakken van de medewerkster van het tankstation. De advocaat voert geen verweer over het bewijs van de overige feiten.
3.3.
Oordeel van de rechtbank
3.3.1.
Bewijsmiddelen feit 1 (overval op het Shell-tankstation)
De verdachte bekent dat hij het feit heeft gepleegd, zoals dit hieronder bewezen is verklaard. Namens hem is ook niet om vrijspraak van dat feit gevraagd. In die situatie hoeft de rechtbank niet de inhoud van de bewijsmiddelen op te schrijven. De rechtbank noemt daarom alleen de bewijsmiddelen waarop zij haar oordeel baseert: [1]
  • de bekennende verklaring van de verdachte op de zitting van 16 december 2025;
  • de aangifte van [slachtoffer] van 22 september 2023.
3.3.2.
Bewijsmiddelen feit 2 (overval op het OK-pompstation)
De verdachte bekent dat hij het feit heeft gepleegd, zoals dit hieronder bewezen is verklaard, met uitzondering van het vastpakken van de medewerkster van het tankstation. Namens de verdachte is verder niet om vrijspraak van het feit gevraagd. In die situatie hoeft de rechtbank niet de inhoud van de bewijsmiddelen op te schrijven. De rechtbank noemt daarom alleen de bewijsmiddelen waarop zij haar oordeel baseert, met een aanvulling van een bewijsoverweging over het vastpakken van medewerkster van het tankstation.
De gebruikte bewijsmiddelen:
  • de bekennende verklaring van de verdachte op de zitting van 16 december 2025;
  • de aangifte van [aangever 2] , namens OK Pompstation, van 26 september 2023;
- het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant] , inhoudende het gesprek met de medewerkster van het tankstation ter plaatse; [4]
- het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant] , inhoudende de getuigenverklaring van de medewerkster van het tankstation. [5]
Bewijsoverweging
Ondanks dat de verdachte ontkent dat hij de medewerkster van het tankstation heeft vastgepakt, acht de rechtbank bewezen dat de verdachte de medewerkster van het tankstation bij de nek en haar kleding heeft vastgepakt en/of vastgehouden. De rechtbank overweegt hiertoe het volgende.
Op het moment dat de politie ter plaatse kwam, heeft de medewerkster van het tankstation direct verklaard dat zij door de overvaller is vastgepakt bij haar nek en bij haar kleding. De rechtbank ziet geen aanleiding om te twijfelen aan deze verklaring. Dat op de camerabeelden niet te zien is dat de verdachte de medewerkster van het tankstation heeft vastgepakt, doet daar niet aan af. Op basis van de stilstaande beelden in het dossier kan namelijk niet worden uitgesloten dat het vastpakken van de medewerkster van het tankstation buiten het zicht van de camera’s heeft plaatsgevonden.
3.3.3.
Bewijsmiddelen feit 3 (woninginbraken)
De verdachte bekent dat hij de woninginbraken heeft gepleegd, zoals dit hieronder bewezen is verklaard. Namens hem is ook niet om vrijspraak van dat feit gevraagd. In die situatie hoeft de rechtbank niet de inhoud van de bewijsmiddelen op te schrijven. De rechtbank noemt daarom alleen de bewijsmiddelen waarop zij haar oordeel baseert.
a.
Woninginbraak [adres 2] in [plaats]
  • de bekennende verklaring van de verdachte op de zitting van 16 december 2025;
  • de aangifte van [aangever 3] van 7 september 2024, met als bijlage een overzicht van de gestolen goederen;
Woninginbraak [adres 3] in [plaats]
  • de bekennende verklaring van de verdachte op de zitting van 16 december 2025;
  • de aangifte van [aangever 4] van 28 januari 2025;
- het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant] , inhoudende de beschrijving van de camerabeelden van de [adres 3] in [plaats] , waarop te zien is dat twee personen wegrennen uit de omgeving van de woning waar is ingebroken; [8]
Woninginbraak [adres 4] in [plaats]
  • de bekennende verklaring van de verdachte op de zitting van 16 december 2025;
  • een proces-verbaal van aangifte van [aangever 5] van 25 december 2024;
- het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant] , inhoudende de beschrijving van de camerabeelden van de [adres 5] in [plaats] , waarop te zien is dat de verdachte samen met een ander door de straat loopt; [10]
- de berichten tussen de verdachte en medeverdachte [medeverdachte 1] , waarbij informatie wordt gegeven over de woning aan de [adres 4] in [plaats] ; [11]
Woninginbraak [adres 6] in [plaats]
  • de bekennende verklaring van de verdachte op de zitting van 16 december 2025;
  • de aangifte van [aangever 6] van 30 december 2023;
Woninginbraak [adres 7] in [plaats]
  • de bekennende verklaring van de verdachte op de zitting van 16 december 2025;
  • de aangifte van [aangever 7] van 27 december 2024;
- het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant] , inhoudende de beschrijving van de camerabeelden van de [adres 7] in Vleuten, waarop te zien is dat twee personen in de richting van huisnummer [adres 7] lopen; [14]
Woninginbraak [adres 8] in [plaats]
  • de bekennende verklaring van de verdachte op de zitting van 16 december 2025;
  • de aangifte van [aangever 8] van 5 januari 2025;
- de bekennende verklaring van de medeverdachte [medeverdachte 2] bij de politie op 5 januari 2025; [16]
Woninginbraak [adres 9] in [plaats]
- de bekennende verklaring van de verdachte op de zitting van 16 december 2025;
- de aangifte van [aangever 9] van 8 januari 2025; [17]
Woninginbraak [adres 10] in [plaats]
- de bekennende verklaring van de verdachte op de zitting van 16 december 2025;
- de aangifte van [aangever 10] , namens van [benadeelde] , 25 februari 2025; [18]
(Bewijs)overweging
Ten aanzien van aangevers [aangever 4] , [aangever 5] , [aangever 7] en [aangever 8]
In lijn met het standpunt van de officier van justitie, oordeelt de rechtbank dat bewezen kan worden dat de verdachte deze woninginbraak samen met een of meer anderen heeft gepleegd.
Ten aanzien van aangevers [aangever 3] , [aangever 6] , [aangever 9] en [benadeelde]
In lijn met het standpunt van de officier van justitie, oordeelt de rechtbank dat uit het dossier niet blijkt dat verdachte deze woninginbraken samen met een ander heeft gepleegd. De rechtbank spreekt de verdachte daarom van dit onderdeel (medeplegen) van de beschuldiging vrij
3.3.4.
Bewijsmiddelen feit 4 (woninginbraak [adres 11] in [plaats] )
De verdachte bekent dat hij het primaire feit heeft gepleegd, zoals dit hieronder bewezen is verklaard. Namens hem is ook niet om vrijspraak van dat feit gevraagd. In die situatie hoeft de rechtbank niet de inhoud van de bewijsmiddelen op te schrijven. De rechtbank noemt daarom alleen de bewijsmiddelen waarop zij haar oordeel baseert:
- de bekennende verklaring van de verdachte op de zitting van 16 december 2025;
- de aangifte van [aangever 1] van 11 februari 2025. [19]
3.4.
Bewezenverklaring
De rechtbank verklaart bewezen dat de verdachte:
feit 1op 22 september 2023 te Utrecht met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door bedreiging met geweld [slachtoffer] heeft gedwongen tot de afgifte van een geldbedrag dat aan (tankstation) Shell toebehoorde, door
- met gezichtsbedekkende kleding voornoemd tankstation te betreden en op de kassa af te lopen, alwaar die [slachtoffer] zich achter bevond,
- een (groot) mes, zichtbaar voor die [slachtoffer] vast te houden en meermalen met dat mes (met kracht) op het veiligheidsglas/veiligheidsscherm te tikken,
- een plastic tas in het doorgeefluik te brengen en (daarbij) die [slachtoffer] dreigend de woorden toe te voegen: "Doe alles erin, schiet op”;
feit 2op 25 september 2023 te Utrecht een kassalade met enig geldbedrag, die aan OK Pompstation toebehoorde, heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen [A] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken door:
- het pompstation te betreden en (daarbij) te roepen: "Dit is een overval",
- de nek en de kleding van die [A] vast te pakken en/of vast te houden en (daarbij) een mes te tonen en te richten naar die [A] ,
- (daarbij) die [A] dreigend de woorden toe te voegen: "Doe de kassa open", en
- de kassalade te forceren en de geldcassette met enig geldbedrag te pakken;
feit 3
op tijdstippen in de periode van 24 december 2023 tot en met 25 februari 2025 te Vleuten, Franeker, Bilthoven en/of Hollandse Rading met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen meerdere goederen toebehorende aan anderen dan aan verdachte, te weten:
a. op 6 september 2024 in een woning, te weten de [adres 2] in [plaats] , alwaar verdachte zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond, een horloge, sieraden en één geldbedrag, die aan [aangever 3] toebehoorden, heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen
en
in de periode van 24 december 2023 tot en met 30 december 2023 in een woning, te weten de [adres 6] in [plaats] , alwaar verdachte zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond, één horloge en sieraden, die aan [aangever 6] toebehoorden, heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen,
en
op 5 januari 2025 in een woning, te weten de [adres 9] in [plaats] , alwaar verdachte zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond, horloges (van het merk Pilot Watch), die aan [aangever 9] toebehoorden, heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen,
en
in de periode van 23 februari 2025 tot en met 25 februari 2025 in een woning, te weten de [adres 10] in [plaats] , alwaar verdachte zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond, sieraden, een fotocamera, een cameratas en cameralenzen, die aan [benadeelde] , toebehoorden, heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen
terwijl verdachte zich (telkens) de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak
en
op tijdstippen in de periode van 22 december 2024 tot en met 5 januari 2025 te Vleuten en/of Utrecht tezamen en in vereniging met een of meer anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen meerdere goederen toebehorende aan anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), te weten:
op 22 december 2024 in een woning, te weten de [adres 3] in [plaats] , alwaar verdachte en zijn mededader(s) zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevonden, een bankpas, sieraden, horloges en elektronicaproducten, die geheel of ten dele aan [aangever 4] , toebehoorden, heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen,
en
op 25 december 2024 in een woning, te weten de [adres 4] in [plaats] , alwaar verdachte en zijn mededader zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevonden, een kluis, een autosleutel, sleutels en een auto van het merk Toyota, die aan [aangever 5] toebehoorden, heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen,
en
op 27 december 2024 in een woning, te weten de [adres 7] in [plaats] , alwaar verdachte en zijn mededader zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevonden, geldbedragen die aan [aangever 7] toebehoorden, heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen
en
op 5 januari 2025 in een woning, te weten het [adres 8] in [plaats] , alwaar verdachte en zijn mededader zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevonden, een geldbedrag en horloges, die aan [aangever 8] toebehoorden, heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen,
terwijl verdachte en zijn mededader(s) zich (telkens) de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben verschaft door middel van braak
feit 4, primair
in de periode van 30 november 2024 tot en met 25 februari 2025 te [plaats] , in een woning, te weten het [adres 11] in [plaats] , alwaar verdachte zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond, een fotocamera die aan [aangever 1] , toebehoorde, heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak.
De rest van de tekst van de beschuldiging kan niet worden bewezen. De verdachte wordt daarvan vrijgesproken.
De taal- en/of schrijffouten die in de tekst van de beschuldiging voorkomen zijn in de bewezenverklaring verbeterd. Dit benadeelt de verdachte niet.

4.Kwalificatie en strafbaarheid

4.1
Kwalificatie
De bewezenverklaarde feiten leveren de volgende strafbare feiten op:
feit 1:
afpersing;
feit 2:
diefstal, voorafgegaan en vergezeld van bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken;
feit 3:
diefstal in een woning door iemand die zich aldaar buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevindt, terwijl deze diefstal vergezeld gaat van de in artikel 311, eerste lid, onder 5º, van het Wetboek van Strafrecht vermelde omstandigheid, meermalen gepleegd,
en
diefstal in een woning door iemand die zich aldaar buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevindt, terwijl deze diefstal vergezeld gaat van de in artikel 311, eerste lid, onder 4º en 5º, van het Wetboek van Strafrecht vermelde omstandigheden, meermalen gepleegd;
feit 4:
diefstal in een woning door iemand die zich aldaar buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevindt, terwijl deze diefstal vergezeld gaat van de in artikel 311, eerste lid, onder 5º, van het Wetboek van Strafrecht vermelde omstandigheid.
4.2
Strafbaarheid feiten en de verdachte
De feiten en de verdachte zijn strafbaar.

5.Straf

5.1
Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie eist dat de verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vijf jaren, met aftrek van het voorarrest.
5.2
Standpunt van de verdediging
De advocaat verzoekt de rechtbank om te volstaan met een onvoorwaardelijke gevangenisstraf gelijk aan het voorarrest, aan te vullen met een voorwaardelijke gevangenisstraf en een taakstraf.
5.3
Oordeel van de rechtbank
Bij het bepalen van deze straf houdt de rechtbank rekening met de ernst van de gepleegde feiten en de omstandigheden waaronder de verdachte deze feiten heeft gepleegd. Ook weegt de rechtbank het strafblad van de verdachte en zijn persoonlijke omstandigheden mee.
Ernst en omstandigheden van de feiten
De verdachte heeft zich in anderhalf jaar schuldig gemaakt aan elf strafbare feiten, te weten aan twee overvallen op tankstations en aan negen woninginbraken. Bij de overvallen op de tankstations is de verdachte (telkens) met een mes op de medewerk(st)er van het tankstation afgelopen en heeft hij geroepen dat de medewerk(st)er de kassalade moest opendoen of het geld uit de kassalade moest afgeven. Ook heeft de verdachte de medewerkster van het OK-pompstation vastgepakt bij haar kleding en haar nek. De verdachte heeft door het bedreigende karakter van zijn handelen gevoelens van onveiligheid en angst veroorzaakt bij de slachtoffers, die gewoon hun werk aan het uitvoeren waren. De rechtbank neemt dit de verdachte kwalijk.
De verdachte heeft daarnaast (samen met (een) ander(en), althans alleen) negen woninginbraken gepleegd. Deze woninginbraken werden gepleegd in de vakantieperiode, waarbij door middel van brievenbusfilmpjes telkens werd nagegaan of de bewoners thuis of op vakantie waren. De verdachte en/of zijn mededader(s) kwam(en) vervolgens op een later moment terug om in de woning te breken, waarbij een stoeptegel door een ruit van de woning werd gegooid en de gehele woning werd doorzocht en overhoop gehaald. Hiermee heeft de verdachte niet alleen een inbreuk op de privacy en de veiligheidsgevoelens van de slachtoffers gemaakt, maar ook veel materiële schade veroorzaakt. Met zijn handelen heeft de verdachte er blijk van gegeven zijn eigen belangen voorop te stellen en geen respect te hebben voor de eigendommen van een ander. Ook dit neemt de rechtbank de verdachte kwalijk.
Persoonlijke omstandigheden van de verdachte
Bij de strafoplegging heeft de rechtbank gekeken naar het strafblad van de verdachte van 19 september 2025, waaruit blijkt dat hij niet eerder is veroordeeld voor soortgelijke feiten.
Uit het rapport van de reclassering van 10 december 2025 blijkt dat de reclassering als delict gerelateerde factoren ziet de leefgebieden financiën, sociaal netwerk, psychosociaal functioneren en houding. Ook zijn er aanwijzingen voor antisociaal gedrag en een pro-crimineel netwerk. De verdachte heeft gedurende een langere periode verkeerde keuzes gemaakt en er is sprake (geweest) van berekenbaarheid. De reclassering vindt belangrijk dat de verdachte behandeling krijgt, zodat hij meer inzicht krijgt in zijn gedrag en leert om andere keuzes te maken. Het recidiverisico wordt ingeschat op gemiddeld tot hoog.
De reclassering adviseert om aan de verdachte een (deels) voorwaardelijke straf op te leggen, met (in het kort) de volgende bijzondere voorwaarden: (1) meldplicht, (2) ambulante behandeling bij de Waag, (3) contactverbod met de medeverdachten, (4) locatiegebod (met elektronische monitoring), (5) dagbesteding en (6) meewerken aan schuldhulpverlening.
Op te leggen straf
Gelet op de aard, de ernst en de hoeveelheid feiten kan niet met een andere straf worden volstaan dan een straf die vrijheidsbeneming met zich meebrengt. De ernst en de hoeveelheid feiten rechtvaardigen in beginsel een gevangenisstraf met een dusdanig onvoorwaardelijk strafdeel dat de verdachte nog terug zou moeten naar de gevangenis, zoals ook geëist door de officier van justitie. De rechtbank ziet echter in de persoonlijke omstandigheden van de verdachte aanleiding om van de strafeis af te wijken en heeft daarbij het volgende laten meewegen.
De voorlopige hechtenis van de verdachte is op 16 september 2025 geschorst. Het reclasseringstoezicht is nog niet gestart, omdat sprake is van een wachtlijst. De verdachte heeft in een vrijwillig kader meegewerkt aan de hulpverlening van de re-integratieofficier van de gemeente. Uit het verslag van de re-integratieofficier volgt dat de verdachte sinds de schorsing van de voorlopige hechtenis actief op zoek is gegaan naar een (tijdelijke) baan en een opleiding. De verdachte heeft meerdere malen gesolliciteerd en is aan de slag gegaan met een jobcoach. Hij heeft inmiddels een (tijdelijke) baan. Ook is hij aangenomen voor een opleiding tot schilder, waar hij in februari 2026 mee zal starten. De verdachte is met Stadsgeldbeheer bezig om zijn schulden in kaart te brengen en passende maatregelen voor zijn schulden te treffen. Volgens de re-integratieofficier maakt de verdachte een zeer gemotiveerde indruk en verdient hij een tweede kans. Een hernieuwde detentie zal het re-integratieproces van de verdachte verstoren en zijn motivatie (mogelijk) negatief beïnvloeden.
De voorlopige hechtenis van de verdachte is op 12 januari 2026 herleefd, omdat de verdachte zich op 3 januari 2026 niet aan zijn avondklok heeft gehouden. Hoewel het overtreden van de schorsingsvoorwaarde een consequentie dient te hebben, meent de rechtbank dat de verdachte, en zo ook de maatschappij, meer gebaat is bij de voorzetting van de eerder ingezette positieve ontwikkeling dan bij een langdurige detentie. Daarbij wegen de jeugdige leeftijd van de verdachte en zijn geringe strafblad ook mee. De rechtbank zal de verdachte daarom een (laatste) kans geven om de positieve stappen die hij de afgelopen periode heeft gezet, voort te zetten onder (strikt) toezicht van de reclassering.
Gelet op het overtreden van de schorsingsvoorwaarde acht de rechtbank het noodzakelijk dat de verdachte direct na zijn invrijheidstelling wordt aangesloten op elektronische monitoring. Uit het deeladvies volgt dat de aansluiting van het elektronische monitoringsmiddel kan plaatsvinden vanaf de derde werkdag nadat de reclassering is geïnformeerd over de ingangsdatum. Dit zou dus betekenen dat de elektronische monitoring vanaf 23 januari 2026 kan worden aangesloten. De rechtbank zal daarom volstaan met een onvoorwaardelijke gevangenisstraf gelijk aan het ondergane voorarrest op het moment dat de verdachte aan de elektronische monitoring kan worden aangesloten.
De rechtbank legt naast de onvoorwaardelijke gevangenisstraf nog een vol jaar voorwaardelijke gevangenisstraf op om de verdachte een forse waarschuwing te geven. Aan deze voorwaardelijke straf zullen de algemene en de bijzondere voorwaarden, zoals deze door de reclassering zijn geadviseerd, worden verbonden om de verdachte ervan te weerhouden opnieuw strafbare feiten te plegen en als extra motivatie om mee te werken aan de reclasseringsbegeleiding en behandeling om recidive te verminderen. De rechtbank acht daarbij een langere proeftijd dan gebruikelijk noodzakelijk en zal aan het voorwaardelijk strafdeel een proeftijd van drie jaren verbinden.
Tot slot legt de rechtbank aan de verdachte een zeer forse taakstraf op van 720 uren, zodat hij ook op die manier de consequenties van zijn handelen ondervindt. Gelet op het aantal bewezen verklaarde feiten is sprake van meerdaadse samenloop, waardoor de cumulatie van taakstraffen niet is begrensd tot 240 uur. De rechtbank acht het ook mogelijk voor de verdachte om deze taakstraf binnen de wettelijke termijn van 18 maanden af te kunnen ronden.
Gelet op dit alles legt de rechtbank aan de verdachte op een gevangenisstraf voor de duur van 576 dagen, met aftrek van het voorarrest, waarvan 365 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van drie jaren en de bijzondere voorwaarden zoals door de reclassering geadviseerd, en een taakstraf van 720 uren, te vervangen door 360 dagen hechtenis als de verdachte deze taakstraf niet of niet goed uitvoert.
De voorlopige hechtenis
De rechtbank zal het verleende bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte opheffen met ingang van het tijdstip waarop de duur daarvan gelijk wordt aan de duur van het onvoorwaardelijk deel van de opgelegde vrijheidsstraf. Dit betekent dat het bevel tot voorlopige hechtenis zal worden opgeheven met ingang van vrijdag 23 januari 2026.

6.In beslag genomen voorwerpen

Onder de verdachte zijn de volgende goederen inbeslaggenomen:
 1.000,00 1.000,00 EUR Geld (3462681);
 1.000,00 670,00 EUR Geld (BZAH0730);
 1.000,00 1 STK Handschoen (3228234);
 1.000,00 1 STK Broek (3227157);
 1.000,00 1 STK Trui (3227159);
 1.000,00 1 STK Ondergoed (3227152);
 1.000,00 1 STK Geldlade (3227148);
 1.000,00 1 STK Schoenen (3227150);
 1.000,00 1 STK Shirt (3227130);
 1.000,00 1 STK Aansteker (3227131);
 1.000,00 1 STK Mes (3226998);
 1.000,00 1 STK Mes (3227000);
 1.000,00 1 STK Telefoontoestel (848544);
 1.000,00 2 STK Muntenverzameling (848543);
 1.000,00 1 STK Foto (848541);
 1.000,00 1 STK Foto (848542);
 1.000,00 1 STK Foto (848540);
 1.000,00 1 STK Muntenverzameling (3227155).
6.1
Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie verzoekt de rechtbank om de messen aan het verkeer te onttrekken. De overige goederen mogen terug naar de rechthebbende, te weten de aangevers dan wel de verdachte.
6.2
Standpunt van de verdediging
De advocaat verzoekt de rechtbank om de telefoon en de muntenverzameling terug te geven aan de verdachte.
6.3.
Oordeel van de rechtbank
Onttrekking aan het verkeer
De messen worden onttrokken aan het verkeer, omdat hiermee het onder feit 2 bewezenverklaarde is begaan en deze van zodanige aard zijn dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of het algemeen belang.
Teruggave aan de rechthebbende
De geldbedragen, de geldlade, de fotoapparatuur, de muntenverzamelingen en het T-shirt van de medewerkster van het tankstation worden teruggegeven aan de rechthebbenden, te weten de aangevers van de feiten.
Teruggave aan de verdachte
De overige kledingstukken, de aansteker en de telefoon worden teruggegeven aan de verdachte, omdat belang van strafvordering zich niet tegen teruggave van de goederen verzet.

7.Vordering benadeelde partijen

7.1.Vordering van de benadeelde partijen
OK-pompstation
Namens het OK-pompstation en medewerkster [A] heeft [aangever 2] zich als benadeelde partij gesteld en gevorderd de verdachte te veroordelen tot het betalen van een schadevergoeding van € 3.669,72 voor feit 2, vermeerderd met de wettelijke rente. Dit bedrag bestaat uit € 2.169,72 voor vergoeding van materiële schade van OK-pompstation en € 1.500,00 voor vergoeding van immateriële schade (smartengeld) van [A] . Verder verzoekt de benadeelde partij de schadevergoedingsmaatregel op te leggen.
[aangever 8]
heeft zich gesteld als benadeelde partij en vordert de verdachte te veroordelen tot het betalen van een schadevergoeding van € 2.937,82 voor feit 3, vermeerderd met de wettelijke rente. Dit bedrag bestaat uit vergoeding van materiële schade. Verder verzoekt de benadeelde partij de schadevergoedingsmaatregel op te leggen.
[aangever 7]
heeft zich gesteld als benadeelde partij en vordert de verdachte te veroordelen tot het betalen van een schadevergoeding van € 500,00 voor feit 3, vermeerderd met de wettelijke rente. Dit bedrag bestaat uit vergoeding van immateriële schade (smartengeld). Verder verzoekt de benadeelde partij de schadevergoedingsmaatregel op te leggen.
7.1
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat de benadeelde partijen niet-ontvankelijk in de vorderingen dienen te worden verklaard.
7.2
Standpunt van de verdediging
De advocaat stelt zich op het standpunt dat de benadeelde partijen niet-ontvankelijk in de vorderingen dienen te worden verklaard.
7.3
Oordeel van de rechtbank
De rechtbank zal de benadeelde partijen niet-ontvankelijk verklaren in de vorderingen en legt dat als volgt uit.
OK-pompstation
Het dossier bevat geen stukken waaruit blijkt dat [aangever 2] gemachtigd is om op te treden namens het OK-pompstation en de medewerkster [A] . De benadeelde partij krijgt geen gelegenheid om dit te corrigeren, omdat dat leidt tot een te grote belasting van deze strafprocedure. De rechtbank bepaalt daarom dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk is in de vordering. De benadeelde partij kan de vordering aan de burgerlijke rechter voorleggen.
[aangever 8]
De benadeelde partij heeft in de vordering aangegeven dat een (groot) deel van de schade door haar opstal- en inboedelverzekering is vergoed. Uit de vordering blijkt echter niet welke schadeposten de verzekeraar niet heeft vergoed, waardoor de vordering onvoldoende duidelijk en daarmee ook onvoldoende onderbouwd is. De benadeelde partij krijgt geen gelegenheid om dit te corrigeren, omdat dat leidt tot een te grote belasting van deze strafprocedure. De rechtbank verklaart de benadeelde partij [aangever 8] daarom niet-ontvankelijk in de vordering. De benadeelde partij kan de vordering aan de burgerlijke rechter voorleggen.
[aangever 7]
De rechtbank verklaart de benadeelde partij [aangever 7] niet-ontvankelijk in de vordering, omdat de vordering onvoldoende onderbouwd is. Indien de benadeelde partij heeft bedoeld om de kosten voor de lampen, ringdeurbel, camera en vitrage te vorderen, geldt dat deze kosten niet met stukken zijn onderbouwd, zoals bijvoorbeeld een aankoopbewijs. In het geval dat de benadeelde partij heeft bedoeld om immateriële schadevergoeding (smartengeld) te vorderen, geldt dat onvoldoende onderbouwd is dat sprake is van een grond voor toekenning van het smartengeld.
De benadeelde partij krijgt geen gelegenheid om dit te corrigeren, omdat dat leidt tot een te grote belasting van deze strafprocedure. De rechtbank bepaalt daarom dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk is in de vordering. De benadeelde partij kan de vordering aan de burgerlijke rechter voorleggen.

8.Toegepaste wetsartikelen

De opgelegde straf en beslissing op het beslag zijn gebaseerd op de wetsartikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 36b, 36c, 57, 311, 312 en 317 van het Wetboek van Strafrecht.

9.De beslissing

De rechtbank:
bewezenverklaring
- verklaart bewezen dat de verdachte de feiten heeft gepleegd, zoals hierboven in paragraaf 3.4 is omschreven;
- verklaart het overige dat in de beschuldiging staat niet bewezen en spreekt de verdachte daarvan vrij;
strafbaarheid feit
- verklaart het bewezenverklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in paragraaf 4.1. is vermeld;
strafbaarheid verdachte
- verklaart de verdachte strafbaar voor het bewezenverklaarde;
straf
- veroordeelt de verdachte tot
een gevangenisstraf van 576 dagen;
- bepaalt dat de tijd, door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht (199 dagen), bij de tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;
- bepaalt dat van de gevangenisstraf
een gedeelte van 365 dagen niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders gelast op grond van het feit dat de verdachte de hierna te melden algemene en/of bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd;
- stelt daarbij
een proeftijd van 3 (drie) jarenvast;
- als
algemene voorwaardengelden dat de verdachte:
  • zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
  • ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van Pro de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;
  • medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang als de reclassering dit noodzakelijk acht, daaronder begrepen;
- als
bijzondere voorwaardengelden dat de verdachte:
  • zich binnen drie dagen na het ingaan van de proeftijd zal melden bij Reclassering Utrecht op het adres Zwarte Woud 2, 3524 SJ in Utrecht. De verdachte blijft zich melden op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt;
  • zich zal laten behandelen door (topzorg) De Waag of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering. De behandeling duurt de gehele proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. De verdachte houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling;
  • zich zal inspannen voor het vinden en behouden van betaald werk of het volgen van een opleiding, met een vaste structuur.
  • gedurende een door de reclassering te bepalen periode op vooraf vastgestelde tijdstippen aanwezig zal zijn op het verblijfadres. De reclassering stelt de precieze tijdstippen vast, in overleg met de verdachte en mede afhankelijk van de dagbesteding. Bij de start hoeft de verdachte op doordeweekse dagen met dagbesteding een aaneengesloten blok van 12 uur niet op het verblijfadres te zijn. Op dagen zonder opleiding, (vrijwilligers)werk of behandeling is dat 2 uur. In de weekenden heeft de verdachte een aaneengesloten blok van 4 uur per dag vrij te besteden. De verdachte werkt mee aan Elektronische Monitoring op dit locatiegebod. De maximale duur voor de Elektronische Monitoring is twaalf maanden vanaf de datum van het vonnis. De aansluiting zal plaatsvinden op het opgegeven verblijfadres te weten [adres 1] , [postcode] te [plaats] . Een ander adres voor het locatiegebod is alleen mogelijk als de reclassering daarvoor toestemming geeft. De verdachte gaat niet naar het buitenland zonder toestemming van de reclassering, omdat het voor de Elektronische Monitoring nodig is dat de verdachte in Nederland blijft. Het Openbaar Ministerie kan op verzoek van de reclassering de genoemde bloktijden veranderen of het locatiegebod laten vervallen;
  • op geen enkele wijze – direct of indirect – contact zal opnemen, zoeken of hebben met de medeverdachten, te weten [medeverdachte 2] , geboren op [geboortedatum] 2005 in [geboorteplaats] en [medeverdachte 1] , geboren op [geboortedatum] 2006 in [geboorteplaats] , zolang het Openbaar Ministerie dit verbod nodig vindt. Wanneer de Elektronische Monitoring komt te vervallen, houdt de politie in plaats van de reclassering hierop toezicht;
  • zal meewerken aan het aflossen van zijn schulden en het treffen van afbetalingsregelingen, ook als dit inhoudt meewerken aan schuldhulpverlening in het kader van de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen. De verdachte geeft de reclassering inzicht in zijn financiën en schulden.
- geeft aan Reclassering Nederland de opdracht als bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden;
- veroordeelt de verdachte tot
een taakstraf van 720 uren;
- beveelt dat voor het geval de verdachte de taakstraf niet of niet naar behoren verricht de taakstraf wordt vervangen door 360 dagen hechtenis;
beslag
- verklaart de volgende voorwerpen onttrokken aan het verkeer:
  • 1 STK Mes (3226998);
  • 1 STK Mes (3227000);
- gelast de teruggave aan de rechthebbende, te weten [aangever 8] , van de volgende voorwerpen:
  • 1.000,00 EUR Geld (3462681);
  • 670,00 EUR Geld (BZAH0730);
- gelast de teruggave aan de rechthebbende, te weten OK-pompstation, van de volgende voorwerpen;
  • 1 STK Geldlade (3227148);
  • 1 STK Shirt (3227130);
  • 1 STK Muntenverzameling (3227155);
- gelast de teruggave aan de rechthebbende, te weten [benadeelde] , van de volgende voorwerpen:
  • 2 STK Muntenverzameling (848543);
  • 1 STK Foto (848541);
  • 1 STK Foto (848542);
  • 1 STK Foto (848540);
- gelast de teruggave aan verdachte van de volgende voorwerpen:
  • 1 STK Handschoen (3228234);
  • 1 STK Broek (3227157);
  • 1 STK Trui (3227159);
  • 1 STK Ondergoed (3227152);
  • 1 STK Schoenen (3227150);
  • 1 STK Aansteker (3227131);
  • 1 STK Telefoontoestel (848544);
vordering tot schadevergoeding van benadeelde partij OK-pompstation
- verklaart OK-pompstation niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
vordering tot schadevergoeding van benadeelde partij [aangever 8]
- verklaart [aangever 8] niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
vordering tot schadevergoeding van benadeelde partij [aangever 7]
- verklaart [aangever 7] niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
voorlopige hechtenis
- heft op het bevel tot voorlopige hechtenis met ingang van 23 januari 2026.
Dit vonnis is gewezen door mr. mr. O. Böhmer, voorzitter, mr. S.E. van den Brink en mr. S.T. Könning, rechters, in tegenwoordigheid van mr. E.J. van Bergeijk als griffier en is in het openbaar uitgesproken op 20 januari 2026.
Bijlage: De tenlastelegging
Aan de verdachte is na wijziging van de tenlastelegging ten laste gelegd dat:
feit 1hij op of omstreeks 22 september 2023 te Utrecht, althans In Nederland, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer] heeft gedwongen tot de afgifte van een geldbedrag, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan (tankstation) Shell en/of een derde toebehoorde(n), door
- met gezichtsbedekkende kleding voornoemd tankstation te betreden en/of op de kassa af te lopen, alwaar die [slachtoffer] zich achter bevond en/of
- een (groot) mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp, zichtbaar voor die [slachtoffer] vast te houden en/of meermalen, althans eenmaal, met dat mes (met kracht) op het veiligheidsglas/veiligheidsscherm te tikken en/of
- een plastic tas in het doorgeefluik te brengen en/of
- (daarbij) die [slachtoffer] dreigend de woorden toe te voegen: "Doe alles erin, schiet op”, althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking;
feit 2hij op of omstreeks 25 september 2023 te Utrecht, althans in Nederland, een kassalade met enig geldbedrag, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan OK Pompstation, in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [A] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken, en/of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door
- het pompstation te betreden en/of (daarbij) te roepen: "Dit is een overval" en/of
- de nek en/of de kleding van die [A] vast te pakken en/of vast te houden en/of (daarbij) een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp, te tonen en/of te richten naar die [A] en/of
- (daarbij) die [A] dreigend de woorden toe te voegen: "Doe de kassa open", althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking en/of
- de kassalade te forceren en/of de geldcassette met enig geldbedrag te pakken;
feit 3
hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode 24 december 2023 tot en met 25 februari 2025 te Vleuten, Utrecht, Franeker, Bilthoven en/of Hollandse Rading, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen meerdere goederen, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), te weten:
a. op of omstreeks 6 september 2024 in een woning en/of op een besloten erf waarop een woning stond, te weten de [adres 2] in [plaats] , alwaar verdachte en/of zijn mededader(s) zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond(en), een horloge, één of meer sieraden en/of één of meer geldbedragen, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [aangever 3] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen
en/of
op of omstreeks 22 december 2024 in een woning en/of op een besloten erf waarop een woning stond, te weten de [adres 3] in [plaats] , alwaar verdachte en/of zijn mededader(s) zich buiten weten of tegen de wit van de rechthebbende bevond(en), een bankpas, één of meer sieraden, één of meer horloges en/of één of meer elektronicaproducten, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [aangever 4] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen,
en/of
op of omstreeks 25 december 2024 in een woning en/of op een besloten erf waarop een woning stond, te weten de [adres 4] in [plaats] , alwaar verdachte en/of zijn mededader(s) zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond(en), een kluis, een autosleutel, één of meer sleutels en/of een auto van het merk Toyota, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [aangever 5] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen,
en/of
in of omstreeks de periode van 24 december 2023 tot en met 30 december 2023 in een woning en/of op een besloten erf waarop een woning stond, te weten de [adres 6] in [plaats] , alwaar verdachte en/of zijn mededader(s) zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond(en), één of meer horloges en/of één of meer sieraden, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [aangever 6] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen,
en/of
op of omstreeks 27 december 2024 in een woning en/of op een besloten erf waarop een woning stond, te weten de [adres 7] in [plaats] , alwaar verdachte en/of zijn mededader(s) zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond(en), één of meer geldbedragen, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [aangever 7] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen
en/of
op of omstreeks 5 januari 2025 in een woning en/of op een besloten erf waarop een woning stond, te weten het [adres 8] in [plaats] , alwaar verdachte en/of zijn mededader(s) zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond(en), een geldbedrag en/of één of meer horloges, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [aangever 8] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen,
en/of
in of omstreeks de periode van 5 januari 2025 tot en met 8 januari 2025 in een woning en/of op een besloten erf waarop een woning stond, te weten de [adres 9] in [plaats] , alwaar verdachte en/of zijn mededader(s) zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond(en), één of meer horloges (van het merk Pilot Watch), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [aangever 9] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen,
en/of
in of omstreeks de periode van 23 februari 2025 tot en met 25 februari 2025 in een woning en/of op een besloten erf waarop een woning stond, te weten de [adres 10] in [plaats] , alwaar verdachte en/of zijn mededader(s) zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond(en), één of meer sieraden en/of een fotocamera en/of een cameratas en/of een of meer lenzen, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [benadeelde] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen
terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich (telkens) de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of dat/die weg te nemen goed/goederen onder zijn/haar/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming;
feit 4
hij in of omstreeks de periode van 30 november 2024 tot en met 25 februari 2025 te [plaats] , althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, in een woning en/of op een besloten erf waarop een woning stond, te weten het [adres 11] in [plaats] , alwaar verdachte en/of zijn mededader(s) zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond(en), een fotocamera, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [aangever 1] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of dat/die weg te nemen goed/goederen onder zijn/haar/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming.

Voetnoten

1.Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit pagina’s uit het dossier van politie eenheid Midden-Nederland met proces-verbaalnummer PL0900-2023290550, doorgenummerd pagina 1 tot en met 1070. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren, opgemaakt proces-verbaal. Voor zover het gaat om geschriften als bedoeld in artikel 344 eerste Pro lid onder 5 van het Wetboek van Strafvordering worden deze alleen gebruikt in verband met de inhoud van andere bewijsmiddelen.
2.Een proces-verbaal van aangifte [slachtoffer] van 22 september 2023, pagina 23 en 24.
3.Een proces-verbaal van aangifte [aangever 2] van 26 september 2023, pagina 59.
4.Een proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant] d.d. 25 september 2023, pagina 62.
5.Een proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant] d.d. 26 september 2023, pagina 66.
6.Een proces-verbaal van aangifte van [aangever 3] van 7 september 2024, met als bijlage een overzicht van de gestolen goederen, pagina’s 865, 868 en 869.
7.Een proces-verbaal van aangifte van [aangever 4] van 28 januari 2025, pagina 367 tot en met 369.
8.Een proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant] van 4 februari 2025, pagina 362.
9.Een proces-verbaal van aangifte van [aangever 5] van 25 december 2024, pagina’s 154 en 155.
10.Een proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant] van 5 februari 2025, pagina 167.
11.Een proces-verbaal met bevindingen van verbalisant [verbalisant] van 1 mei 2025, pagina 541.
12.Een proces-verbaal van aangifte van [aangever 6] van 30 december 2023, pagina’s 202 en 203.
13.Een proces-verbaal van aangifte van [aangever 7] van 27 december 2024, pagina 737.
14.Een proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant] van 5 februari 2025, pagina 167.
15.Een proces-verbaal van aangifte van [aangever 8] van 5 januari 2025, pagina’s 253 en 254.
16.Een proces-verbaal van verhoor medeverdachte [medeverdachte 2] op 5 januari 2025, pagina 311.
17.Een proces-verbaal van aangifte van [aangever 9] van 8 januari 2025, pagina 227.
18.Een proces-verbaal van aangifte van [aangever 10] , namens [benadeelde] , van 25 februari 2025, pagina’s 476 en 477.
19.Een proces-verbaal van aangifte van [aangever 1] van 11 februari 2025, pagina’s 846 en 847.